Natuurpunt Landen is actief in Landen. Een team van gedreven vrijwilligers maakt daar werk van meer en betere natuur. Wil je graag meewerken? Heb je iets te melden? Laat het ons weten.

De Beemden

De Beemden in Landen is een reservaat dat geprangd zit tussen Landen stad en de deelgemeenten Rumsdorp en Attenhoven. Al is het een klein reservaat (minder dan 10ha), het heeft toch een grote waarde voor de stad, zowel recreatief als wat betreft natuur, aangezien het op wandelafstand ligt van de stadskern en aangezien het een aantal biotopen huisvest die elders in Landen nergens nog te vinden zijn. Het reservaat is een levend Bokrijk, een verzameling van vegetatietypen zoals ze tot aan WOII overal te vinden waren. Daardoor heeft het reservaat een grote opvoedkundige  waarde voor de jeugd, zowel jonge kinderen als studenten hoger onderwijs kunnen er natuur bestuderen en leren waarderen.

Ook het stadsbestuur weet het reservaat te waarderen en steunt waar kan en moet. De samenwerking met milieudienst en technische dienst verloopt dan ook prima.

Historiek

Tot vlak na WOII was het gebied een moerassig hooiland in de vallei van de Molenbeek en de Zeyp. Het had weinig economische waarde en werd al snel door de landbouw verlaten. De toenmalige eigenaar (apotheker Ingebos uit Attenhoven) probeerde in de jaren vijftig zijn gronden te valoriseren door er een reeks vijvers aan te leggen om ze dan te verhuren voor recreatie als vis- of speelvijver. Het project mislukte. De gemeente Attenhoven en de stad Landen gebruikten een deel van de natste gronden om hun huishoudelijk afval en het puin van het slachthuis te storten. In de jaren tachtig werd het terrein door Ingebos verkocht aan de stad Landen. Vanaf het rusthuis Oleyck werd langs het moerasgebied een verhard wandelpad aangelegd tot aan de Beemdenstraat. In 1988 gaf de stad het gebied in huur aan de Regionale Vereniging Natuur en Landschap v.z.w. kern Landen, thans Natuurpunt afdeling Landen.  In 1990 werd het gebied als reservaat erkend. Op 26 mei 1991 vond de officiële opening van het natuurreservaat “de Beemden” plaats.

Vanaf dan, dus meer dan vijfentwintig jaar geleden, heeft Natuurpunt continu gezorgd voor het beheer: maaien van graslanden, open houden van wandelpaden, hakhoutbeheeer, opruimen van zwerfvuil, knotten van wilgen, …..  Het beheer gebeurt door een beheerteam van vrijwilligers, ondersteund door het professionele team van de regio ZO-Brabant.

In het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw kocht de stad Landen de gebouwen van het bedrijf Hasco. De achterliggende hooilanden werden in beheer gegeven als natuurgebied aangezien ze direct aansluiten bij het oudste deel van het reservaat. Aan de oostzijde van deze hooilanden werd in 2014 een onverhard wandelpad aangelegd  langs de Molenbeek tot aan de visvijver van het recreatiedomein.

Toegankelijkheid

De niet verharde paden zijn alleen toegankelijk voor wandelaars vanaf zonsopgang tot zonsondergang. Honden worden aan de leiband gehouden.

Het reservaat kan bereikt worden via

  • het recreatiedomein en “de Rietgors” aan de Attenhovenstraat;
  • de Beemdenstraat;
  • de Kastelweg;
  • het wandelpad aan het rusthuis Oleyck;
  • de wandelweg langs de Molenbeek aan het nieuwe politiehuis op het Slachthuisplein.

Geologie en bodem

De ondergrond onder de Beemden bestaat uit een tientallen meters dikke, tertiaire laag van het Landeniaan (Paleocene zeeafzetting, ongeveer 55 miljoen jaren geleden). Daarboven ligt een leemlaag afgezet door de wind gedurende de laatste ijstijd (tot 11000 jaar geleden).  Na deze periode hebben de kleine beken, Molenbeek en Zeyp, gezorgd voor de afzetting van de alluviale gronden met komklei en oeverwal.

Belangrijke deelgebieden en beheer

Hasco: Het terrein Hasco wordt zo genoemd omdat het bedrijf Hasco de vorige eigenaar was van het grootste daal van dit hooiland. Het  is het jongste deel van het reservaat. Het ligt achter het politiehuis en  tussen de hier evenwijdig lopende Molenbeek (ZO-zijde) en Zeyp (NW-zijde). Door de slechte toegankelijkheid voor landbouwmachines werd het ook in vroegere tijden vrij extensief beheerd. Bij zware stortbuien dient het zuidelijk deel als overstromingsgebied. 

Er is dan ook een grote verscheidenheid aan vegetaties met kenmerken van zilverschoongrasland (krulzuring, ruige zegge, fioringras, zeegroene rus, platte rus, geknikte vossenstaart …), vossenstaarthooiland, vochtig glanshaverhooiland (, knolsteenbreek, berenklauw, veldlathyrus, veldzuring,  …..) (F) en dotterbloemhooiland (moerasvergeet-mij-nietje, moeraszegge, echte koekoeksbloem, tweerijige zegge, grote ratelaar …) (F).

Op een permanent natte zone groeit overvloedig gewone waterbies (F). Daarnaast bevindt zich een scherpe zegge-vegetatie en een zone met riet.

De dubbele rij knotwilgen (F) staat hier landschappelijk mooi en geeft een stempel van “oud”  aan het hooiland.

Langs de Molenbeek werd een onverhard wandelpad aangelegd. Takkenrillen (F) accentueren het pad en zijn een verblijfplaats voor vele ongewervelden, winterkoning, kleine zoogdieren ….

Het hooiland wordt tweemaal per jaar gehooid met afvoer van het maaisel (F).  Kleine stroken worden eventueel alleen in de herfst gehooid om ruigtesoorten een kans te geven.

De knotwilgen worden om de 6 tot 8 jaar geknot.

De populierenweide (F)

De naam van dit gebied is te wijten aan het feit dat het tot ongeveer 30 jaar geleden volledig beplant was met populieren. Op enkele exemplaren in de noordzijde van het perceel na werden ze omgezaagd en verkocht  of ontworteld door de najaarsstormen van 1990 en 1991.

Dit zeer drassig gebied, vol met ijzerrijke kwel, toont het best hoe een groot deel van de Beemden er tot WOII hebben uitgezien. Een zeer mooie dotterbloemvegetatie en een schitterende moerasspirearuigte (F) kunnen hier bewonderd worden. Soorten als dotterbloem, bosbies, echte koekoeksbloem, kleine ratelaar, veldrus, moeraszegge, tweerijige zegge, moerasspirea, engelwortel, gewone kattenstaart en heelblaadjes (F) groeien hier uitbundig. Het geheel is omgeven door een ruige houtwal rijk aan eenstijlige meidoorn.

Om de moerasspirearuigte volledig tot ontwikkeling te laten komen, wordt slechts een gedeelte gehooid in de zomer en het hele perceel vlak voor de winter (F).

De vijvers (F): Zoals eerder reeds aangehaald, werden deze vijvers in de jaren vijftig aangelegd door de toenmalige eigenaar. De dijken werden gehoogd met de grond die uitgegraven werd. De bomen die in die periode spontaan uit zaad ontkiemden op de naakte grond, werden nooit afgezet, met als gevolg dat rond de vijvers een soort oerbos tot ontwikkeling kwam met vele pioniersoorten zoals schietwilg en boswilg. Het beheer bestaat uit “niets doen”, dus het beheer laat toe dat het bos spontaan verder evolueert. Dit type bos is heel aantrekkelijk voor spechtensoorten zoals groene en grote bonte specht, maar ook kleien bonte zou hier wel eens kunnen waargenomen worden. De IJsvogel is een regelmatige bezoeker van de vijvers, soms brengt hij zijn kroost mee. De Grote gele kwik foerageert zowel op de Molenbeek als op de vijverrand. Wilde eend, waterhoen, meerkoet en blauwe reiger zijn permanente gasten, soms is er een broedpoging van deze laatste soort.

Een oplettende bezoeker ziet bij warm weer vaak  de roodwangschildpadden zonnend op een drijvende tak in het water of op de rand van een eilandje.

Omdat de vijvers vaak te kampen hebben met zuurstofgebrek als gevolg van bladval, zijn ze niet zo rijk aan ongewervelden. Er wordt nagedacht over de idee de twee meest noordelijke vijvers boomvrij te maken om een rijker insectenleven te stimuleren. Vooral soortengroepen als libellen en waterjuffers zullen hier zeer snel gebruik van maken.

Het stort (F): Zo genoemd omdat na WOII deze zone een drietal meter opgehoogd werd met huishoudelijk afval en steenpuin. Het geheel werd afgedekt met een leemlaag.

Een lange periode was hier een begrazingsbeheer met ponys wat niet leidde tot de gewenste verschraling en toename aan plantensoorten. Sedert enige jaren is er een hooilandbeheer (tweemaal per jaar maaien en afvoeren van het maaisel) om een typisch droog glanshaverhooiland te ontwikkelen. Een aantal soorten hebben zich hier al gevestigd: kropaar, margriet, groot streepzaad, rapunzelklokje, berenklauw, rode klaver, … (F). Enkele jaren terug stond er een mooi exemplaar klavervreter en nog eerder rode ogentroost. Mogelijk schieten ze weer op uit de zaadbank.

De omgeving van het struikenrijke grasland is ieder jaar broedgebied van bosrietzanger en grasmus.

Het meest noordwestelijk deel van het stort heeft zich op de kalkrijke leembodem ontwikkeld tot een bloemrijke ruigte (F). Hier groeit overvloedig hokjespeul (F). Hier werd ook voor het eerst in Landen de roodgerande zandbij (F) waargenomen. Deze ruigte wordt in stand gehouden door een eenmalige maaibeurt vlak voor de winter.

De randzone van het stort wordt overwoekerd door Japanse duizendknoop, een uitzonderlijk moeilijk te bestrijden exoot. Toch heeft het beheerteam zich tot doel gesteld deze soort te bestrijden, hopelijk zelfs uit te roeien. Een utopie?

Het rietveld ten noordwesten van het stort (F): Van op het stort heeft men hier een mooi zicht op de hoogte van het oorspronkelijke maaiveld.

Dit zeer ontoegankelijk terrein is begroeid met een rietruigte. Het is het broedgebied van kleine karekiet en rietgors. Aangezien dit gebied zeer moeilijk bereikbaar is, werd geopteerd voor het beheer “niets doen”. Het elzenbosje tussen het verhard wandelpad, de vijvers, het stort en het rietveld

Dit bosje ontstond een veertigtal jaren geleden door spontane opslag op de kale grond van een verlaten akker na aanleg van het verharde wandelpad. Het heeft nu reeds een oerbosuitzicht met verschillende mooie bossoorten zoals slanke sleutelbloem en grote keverorchis (F). Het is het woongebied van de sperwer, ook koekoek en wielewaal worden er in de zomer regelmatig gehoord. Ree en vos komen er genieten van de rust.

Het kwelgebied ten westen van het verharde wandelpad (F)

Deze smalle, natte zone ontstond na aanleg van het verhard wandelpad. Het oorspronkelijk waterpeil werd verstoord door aanleg van een collector die onder de kwelzone ligt. De vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit een dotterbloemenhooiland waarin pinkstebloem, dotterbloem, watermunt en koekoeksbloem vaak aspectbepalend zijn.

Educatie

Minstens een paar maal per jaar komen schoolkinderen op bezoek voor een verkennend bezoek of om beheerwerken uit te voeren, telkens onder leiding van het beheerteam (F).

Minstens eenmaal per jaar is er een rondleiding voor alle geïnteresseerden om flora en fauna te bewonderen (F). Soms zijn er themawandelingen: vogels, planten, paddenstoelen …

TOP