
Een verleden van zoet en zout
Zesduizend jaar geleden nam een veenmoeras met zoet water het grootste deel van onze kustvlakte in beslag. Drieduizend jaar later begon de zee via geulen binnen te dringen in dit moeras. De veenvlakte werd overspoeld met zout water en veranderde in een uitgestrekt terrein van slikken en schorren. Vervolgens zette de zee hier dikke lagen klei af, bovenop de oorspronkelijke turfbodem. Maar ook dit waddenlandschap zou verdwijnen. De stijgende zeespiegel bracht zand mee dat de geulen opnieuw deed dichtslibben. De mens zag zijn kans en begon dijken te bouwen om delen van de schorren definitief te onttrekken aan de invloed van de zee. Voortaan kon het vee veilig grazen op de zoute weiden achter de dijken en kon her en der veen (brandstof) en klei (voor bakstenen) gewonnen worden. Langzaam maar zeker groeide de ingedijkte oppervlakte en verdween de schorre. De oostkustpolder was geboren!
Ter Doest en de Monnickenwerve
Eén van de meest pittoreske dorpjes van de oostkustpolder is Lissewege. Je kan er op verkenning langs het provinciaal wandelpad Ter Doest en het gelijknamig weidevogelgebied van Natuurpunt bezoeken.
Het natuurgebied en zijn omgeving zijn genoemd naar de oude, verdwenen abdij Ter Doest, gesticht in 1106. In wat eens een uitgestrekt slikken- en schorrengebied was, wisten de Cisterciënzermonniken van Ter Doest destijds de omgeving van hun abdij door middel van dijken te onttrekken aan de getijdenwerking van de zee. Het ingedijkte gebied werd polder.
Meest ingrijpend was echter dat een gebied van zo’n 25 hectare uitgeveend en uitgebrikt werd: de Monnickenmoere oftewel ‘het moeras van de paters’. De paters wonnen hier veen als brandstof en klei voor het bakken van de zogenaamde ‘moefen’, bakstenen waarmee de abdij en de kerk van Lissewege gebouwd werden. De vroegere Monnickenmoere of Monnickenwerve is nu een prachtig laaggelegen natuurgebied met veel rietland, sloten, kamgrasweiden en zilte graslanden.
De zilte situatie is niet alleen historisch te verklaren door de voorgeschiedenis van het gebied als schorre. Het zout in de bodem is ook een gevolg van de nabijheid van het hoger gelegen Boudewijnkanaal. Het brakke kanaalwater infiltreert in de kanaalbodem en -berm en komt in de lager gelegen weilanden van Ter Doest weer aan de oppervlakte. We vinden hier dan ook zoutminnende planten terug, onder meer zeekraal en zulte of zeeaster.
Zeldzame weidevogels zoals de tureluur komen hier tot broeden. In het voorjaar vliegt hier de bruine kiekendief en met wat geluk hoor je het typische speenvarken-gegil van de waterral. Ook de bergeend is een vaste gast. Vanuit een ruime kijkhut op de kanaaldijk kan je de mooiste percelen van het natuurgebied overschouwen en afspeuren naar vogels.
Zilte graslanden
De bodem van de oostkustpolder bevat vrij veel zout, een gevolg van zijn verleden als schorrenlandschap. Op bepaalde plaatsen vinden we laaggelegen zilte graslanden die een héél bijzondere flora herbergen. Zoutminnende planten als kweldergras, melkkruid, zilte schijnspurrie, zeekraal, schorrenkruid, zeeaster, zilte zegge en zilte rus gedijen hier en daar midden in de graslanden. Normaal vind je deze planten uitsluitend op echte zoutwaterschorren die geregeld met zeewater overspoeld worden. Natte graslandcomplexen met een zoutminnende plantengroei die niet rechtstreeks onder invloed staan van de zee, zoals die van de oostkustpolder, zijn een echt buitenbeentje en bijzonder zeldzaam in Europa. De belangrijkste zilte graslandcomplexen liggen in de Uitkerkse Polder in Blankenberge en in het natuurgebied Ter Doest.
Vermeld projectnummer 5507 Ter Doest bij elke gift voor dit natuurgebied op rekeningnummer 293-0212075-88 (IBAN = BE56 2930 2120 7588, BIC = GEBABEBB). Vanaf 40 euro wordt een fiscaal attest afgeleverd.
Plannetjes
Ter Doest in Brugge (West-Vlaanderen)
