Natuurpunt foto

In de tuinvijver zwemmen honderden, misschien zelfs duizenden dikkopjes. Kan dit niet leiden tot een 'overbevolking'?

Neen: dit kan niet leiden tot een overbevolking en het is dan ook niet nodig om dikkopjes weg te vangen. Gewone padden en bruine kikkers verzamelen eind februari, begin maart op vaste paarplaatsen. De geslachtsrijpe mannetjes vormen in het water paarkoren en trachten vooral ’s avonds en ’s nachts door hun zacht geluid wijfjes te lokken.

De voortplantingstijd loopt gemiddeld van half maart tot eind april. De dikkopjes die in grote aantallen in tuinvijvers en poelen worden opgemerkt, zijn larven van beide soorten. Een vrouwtje gewone pad zet 2.000 tot 6.000 eitjes af in een drie tot vier meter lang dubbel eisnoer dat rond waterplanten, rietstengels of in het water drijvende takken wordt gewonden.

Een vrouwtje bruine kikker zet één (heel soms twee) eiklompen af (kikkerdril). Afhankelijk van de grootte van het vrouwtje bevat zo’n eiklomp van bruine kikker 700 tot 4.500 eitjes. Bij beide soorten komen de eitjes uit na tien tot 14 dagen. Kikkers en padden zijn, in tegenstelling tot watersalamanders - die slechts een paar honderd eitjes afzetten - zogenaamde reproductieve strategen. Ze produceren massa’s eieren waarvan slechts weinig tot ontwikkeling komen en uitgroeien tot volwassen dier. De mortaliteit tijdens de eerste ontwikkelingsstadia is enorm hoog: dikkopjes worden gepredeerd door o.a. Waterkevers, geelgerande watertor (zowel door de larven als door de volwassen individuen), libellenlarven, vissen, eenden, ijsvogels en blauwe reigers. Ook volwassen salamanders eten dikkopjes (vooral dan van bruine kikker).

Tegen eind juni, begin juli zijn de dikkopjes volledig gemetamorfoseerd en verlaten ze de poel om de rest van het jaar aan land door te brengen. Uit onderzoek blijkt dat minder dan 1% van de eitjes volgroeit tot een volwassen, geslachtsrijp individu; 99% sterft dus vroegtijdig door natuurlijke predatie, als verkeersslachtoffer of door vernietiging van de water- of landhabitat. De hoge aantallen dikkopjes zullen dus sterk worden uitgedund waardoor het niet nodig is om dikkopjes uit een tuinvijver of poel weg te vangen en te verplaatsen naar een andere locatie. ‘overbevolking’ treedt in een ecologisch systeem in evenwicht trouwens niet op. Door zelfregulerende systemen zorgt elke soort ervoor dat er nooit een ‘teveel’ ontstaat.

Geen antwoord gevonden? Stel uw eigen vraag over dieren en planten.

Meer over dieren en planten