Natuurpunt foto

In een woonwijk ligt een aantal tuinvijvers. Bij warm weer maken kikkers (vooral 's avonds en 's nachts) zo'n lawaai dat het bijna onmogelijk is om te slapen. Hoe kan hieraan worden verholpen?

In het overgrote deel van de gevallen zijn de Europese meerkikker en zijn Aziatische verwanten de boosdoener. De Europese meerkikker begint te roepen van bij het begin van de voortplantingstijd (eind april - begin mei). De roep doet denken aan een menselijke lach. De soort heeft haar wetenschappelijke naam pelophylax ridibundus dan ook aan dit typische kenmerk te danken (de soortnaam ridibundus is afgeleid van het Latijnse werkwoord ‘ridere’ wat lachen betekent. Letterlijk vertaald betekent de wetenschappelijke naam van de Europese meerkikker dus ‘lachende groene kikker’). Deze kenmerkende roep wordt gekarakteriseerd door kort op elkaar volgende ‘kè-kè-kè-kè-kè-kè-kè-kè’-tonen die heel scherp zijn en vaak naar het eind toe licht dalen in toon. Beluister een geluidsfragment.
De roepfrequentie en de periode waarin Europese meerkikkers (net als de inheemse bastaardkikkers) roepen, is sterk afhankelijk van het weer en vooral van de lucht- en watertemperatuur. Europese meerkikkers roepen doorgaans bij warm weer en wanneer de watertemperatuur tussen 17 en 22 °c schommelt. Bij temperaturen beneden de 12 °c stopt doorgaans elke roepactiviteit. Mannetjes van de Europese meerkikker verzamelen zich in de voortplantingsperiode in paarkoren en brengen er dan hun paringsroep ten gehore. Deze voortplantingsperiode situeert zich tussen eind april en eind mei, alhoewel er - afhankelijk van de weersomstandigheden - verschuivingen kunnen optreden wat de roepperiode betreft. In deze paartijd kunnen de paarkoren voor ernstige lawaaihinder zorgen.

In Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn deze soorten in volle opmars. De Europese meerkikker heeft in Vlaanderen voet aan wal gekregen als gevolg van accidentele of vrijwillige introducties. De meeste populaties concentreren zich in de vallei van de Boven-Schelde tussen Kortrijk en Gent en in de vallei van de Beneden-Schelde tussen Gent en Schoonaarde. Andere opvallende concentraties werden vastgesteld in de Dijlevallei tussen de taalgrens en de monding van de Dijle in de Rupel, langsheen de benedenloop van de Nete, de Demer, in de Maasvallei, langsheen het Zeekanaal tussen Brussel en Willebroek en de Leuvense Vaart.

Vooral in en rond Leuven en Mechelen zijn Europese meerkikkers vrijwel overal aanwezig en koloniseert de soort zelfs waterpartijen in de binnenstad. In Oost-Brabant is de Europese meerkikker veruit de meest algemene groene kikker en heeft de soort er op veel plaatsen de inheemse bastaardkikker volledig verdrongen. In het zuidelijk deel van West-Vlaanderen zijn Europese meerkikkers vooral geconcentreerd langs het kanaal Kortrijk - Bossuit. In de meeste andere regio’s van West-Vlaanderen (zoals in de kustregio of in de polders) is de soort voorlopig schaars. In de noordelijke helft van Oost-Vlaanderen concentreren de grootste populaties zich in het alluvium van de Leie (bv. in het stedelijk natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen en in de Assels). In Assenede, Sint-Laureins, Watervliet en Wachtebeke werden Europese meerkikkers in tuinvijvers uitgezet en kon de soort van hieruit heel wat kreken en sloten koloniseren.

Hoe kan aan die lawaaihinder worden verholpen?
Sinds 1 september 2009 is het Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer van kracht. Door dit Besluit van de Vlaamse Regering worden alle inheemse amfibieën bij wet beschermd. In dit Besluit worden een aantal verbodsbepalingen opgenomen. Zo is het verboden om inheemse amfibieën opzettelijk te vangen, te doden, of opzettelijk en betekenisvol te verstoren (in het bijzonder tijdens de voortplantingsperiode). Ook de Europese meerkikker wordt door dit Besluit beschermd. Op zich is dit vreemd aangezien Europese meerkikkers in Vlaanderen in principe in ons land eigenlijk geen inheemse soort is. Wel is het mogelijk dat als gevolg van het ingewikkeld voortplantingsproces tussen ‘groene kikkers’ onderling een Europese meerkikker kan ontstaan uit paringen van twee inheemse bastaardkikkers. Wellicht daarom heeft de wetgever geoordeeld dat Europese meerkikkers best ook een integrale bescherming kan worden gegeven. Een bijkomende reden voor deze wettelijke bescherming moet zeker ook worden gezocht in het feit dat de meeste leken Europese meerkikkers niet kunnen onderscheiden van de inheemse bastaardkikkers. Door Europese meerkikkers vogelvrij te verklaren, zou dit er ongetwijfeld voor zorgen dat ook veel sterk op de Europese meerkikkers gelijkende bastaardkikkers zouden worden verdelgd.

Op dit moment is er, voor zover ons bekend, nog geen rechtspraak waarin het verdelgen van Europese meerkikker omwille van geluidshinder werd toegestaan. Nochtans voorziet het Soortenbesluit in een juridisch achterpoortje. Het Besluit voorziet in een aantal afwijkingsmogelijkheden. In art. 20 §1 1° en 2° wordt gesteld dat afwijkingen kunnen worden voorzien in het belang van de volksgezondheid en in het kader van dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale aard. Het valt echter sterk te betwijfelen of de wetgever dit artikel ooit zal inroepen om burentwisten door kwekkende meerkikkers te beslechten. Vooralsnog ziet het er naar uit dat er slechts één afdoende maatregel geldt: de tuinvijver waarin de Europese meerkikkers zitten dichtgooien (best tussen november en januari). Belangrijk: heel vaak denken leken dat het irriterende gekwek van Europese meerkikkers wordt veroorzaakt door stierkikkers. De roep van stierkikker is echter gans anders en doet eerder denken aan een misthoorn of aan een in de verte brullende stier. Een geluidsfragment van het karakteristieke, laag rommelende geluid dat best kan worden omschreven als een hol ‘bwhum bwhum bwhum’ kan je beluisteren op http://www.hylawerkgroep.be/index.php?id=94#geluid.

Geen antwoord gevonden? Stel uw eigen vraag over dieren en planten.

Meer over dieren en planten