Waar kan ik meehelpen aan een paddenoverzetactie?Surf naar de website van
Hyla. Hier vind je een overzicht van alle acties uit 2008, alfabetisch gerangschikt volgens provincie, gemeente en straat. Mail naar
dominique.verbelen@natuurpunt.be aan welke actie jij graag zou deelnemen en we bezorgen jou de contactgegevens van de lokale coördinator. Deze persoon kan immers best inschatten op welke dagen en op welke plaatsen er nog nood is aan helpende handen. Trek er zeker niet op eigen houtje op uit. Hoe goed bedoeld het ook mag zijn, mensen die geen contact hebben genomen met de lokale coördinator doen soms meer kwaad dan goed: amfibieën worden aan de verkeerde kant van de straat overgezet, soorten worden verkeerd gedetermineerd, gegevens worden niet (volledig) ingevuld op de speciaal daartoe ontworpen formulieren, amfibieën worden overgezet net voordat één van de lokalen er zou aankomen met een school. Gewoon even bellen of mailen kan zo’n misverstanden helpen voorkomen.
Wie kan me helpen om een nieuwe paddenoverzetactie op te starten?
Gemeenten zijn vaak een logische partner om bij aan te kloppen. Zo past bijvoorbeeld het plaatsen van amfibieënschermen doorgaans perfect in het gemeentelijk milieubeleidsplan. Al mag/kan je natuurlijk niet verwachten dat je vandaag een probleem aankaart en dat er de volgende dag al een oplossing uit de bus komt. Een gemeente moet via een administratieve molen passeren die enkele weken of maanden in beslag kan nemen. Wanneer een bezorgde buurtbewoner met het probleem van platgereden padden komt aankloppen, is het paddenseizoen doorgaans al volop bezig en kan het probleem meestal niet meer tijdig opgelost worden. Positief: er is dan voldoende tijd om een paddenoverzetactie voor te bereiden en op te starten voor het volgende jaar.
Ook Natuurpunt kan helpen om zo’n actie op touw te zetten. In heel Vlaanderen hebben we een goed netwerk uitgebouwd met heel wat plaatselijke afdelingen.
Hier kan je opzoeken wie je in jouw regio kan contacteren. Op de
webstek van Hyla vind je bovendien een uitgebreide handleiding over hoe je zeer snel, efficiënt, goedkoop en gemakkelijk een amfibieënscherm kan opbouwen.
Wanneer je een nieuwe actie opstart, willen we dit graag weten, zodat deze locatie mee kan worden opgenomen in de databank. Alle details (exacte locatie, contactgegevens van de lokale coördinator, resultaten, …) geef je best door aan
dominique.verbelen@natuurpunt.be (0484-11 98 99).
Wat moet ik doen als ik een pad, kikker of salamander vind?
Op zich is het antwoord eenvoudig: laat het beestje terug los op de plaats waar je het vond. Amfibieën zijn in die periode op zoek naar een poel, beek of vijver om er zich voort te planten. De kikker, pad of salamander die je vond, was vermoedelijk al op weg naar zijn of haar favoriete voortplantingsstek. Laat het beestje opnieuw vrij op de plek waar je het vond. Liefst in de buurt van de dichtst bijgelegen waterpartij en op een veilige plek zodat het niet meteen een platte dood tegemoet gaat onder de wielen van voorbijrazend verkeer.
Als je het diertje even naar huis meenam, zorg er dan zeker voor dat het beestje vochtig zit. Stop het in een emmer met wat bladeren en een stukje hout. Een beetje water (max. 5 cm) moet er voor zorgen dat het niet uitdroogt. Plaats de emmer op een donkere, beschaduwde plaats (bv. in de kelder). Zo voorkom je dat het beestje zou uitdrogen. Opgelet: salamanders kunnen goed klimmen, zelfs tegen een steile, relatief gladde emmerwand aan. Een deksel is dus aangewezen om te vermijden dat salamanders bij jou thuis zouden ontsnappen. Bij valavond kan je jouw kikker, pad of salamander terug plaatsen op de plek waar je het vond (of in de directe omgeving, op een veilige stek). Probeer steeds om je handen vochtig te maken als je het diertje vast neemt. Amfibieën zijn koudbloedige dieren. Wanneer ze in contact komen met handen van 37 °C, droogt hun huid immers zeer snel uit en dat is niet gezond.
Hoe lang duurt de paddentrek?
De trek van amfibieën komt op gang bij de juiste klimatologische omstandigheden: geen grondvorst, zachte avondtemperaturen (min. 8 °C) en een hoge luchtvochtigheid. Dergelijke omstandigheden doen zich in een ‘normaal’ jaar voor vanaf de derde week van februari. De trek piekt doorgaans in de tweede of derde week van maart om begin april vrij plots stil te vallen. De voorbij jaren verliep de trek echter niet altijd volgens dat geijkte patroon. Zo werden op nieuwjaarsnacht 2008 al trekkende amfibieën waargenomen. Januari 2008 was dan ook de op één na warmste ooit. De winter van 2009 was dan weer behoorlijk fris en de eerste echte paddengolf kwam er pas rond 10 maart. Er zit dus wel enige speling op het begin en het eind van de trekperiode, maar doorgaans situeert die zich tussen begin februari en eind maart.
Meer info