Hieronder vind je een overzicht van de amfibieënsoorten die je het vaakst zal aantreffen tijdens paddenoverzetacties. Om kennis te maken met de meest voorkomende amfibieën kan je hier de
folder 'Kijk een Kikker' doorbladeren |
download pdf. Ook op de
website van Hyla kan je kennismaken met de amfibieënsoorten die in vlaanderen voorkomen.
Bruine kikker (Rana temporaria): is meestal helderbruin gekleurd met donker tot zwarte contrasterende vlekken. De kleur varieert van oranjerood tot groen. Groenige exemplaren blijven goed te onderscheiden van de groene kikker door de donkere, bruinzwarte vlek die van achter het oog tot aan de basis van de voorpoot loopt. Tijdens de paartijd is het mannetje herkenbaar aan de forser gebouwde voorpoten en de paarborstels op de duimen en aan zijn spierwitte keel met een vaag blauwe schijn. De bruine kikker kan zeer goed springen. Geluid bruine kikker |
 |
|
Groene kikker (Ranidae): is meestal grasgroen met vlekken op de rug en een smalle gelige lengtestreep over de rug. Hij heeft donkere dwarse strepen over de dijen en heeft geen grote donkere vlek tussen oog en voorpoot zoals bij bruine kikker. Er zijn 3 soorten groene kikkers: de poelkikker, meerkikker en de bastaardkikker. Een manier om ze van elkaar te onderscheiden, is luisteren naar het gekwaak van de mannetjes. De kwaakblazen van de meerkikker zijn erg donkergrijs tot bijna zwart, die van de poelkikker zuiver wit. De kwaakblazen van de bastaardkikker zijn variabel van kleur.
|
 |
Gewone pad (Bufo bufo): Dit is een vrij grote, plomp gebouwde amfibie met een opvallend wrattige huid. Hij is bruin tot zwartachtig gekleurd en heeft twee gezwollen klieren achter de kop. De buik is witachtig met een grijze marmerkleur. De ogen zijn koperrood met een horizontale pupil. De mannetjes meten 5 tot 7 cm en de vrouwtjes worden nog iets groter, tot 12 cm. De pad is eerder een kruiper dan een springer. Geluid gewone pad
|

|
Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris): heeft een roodoranje ongevlekte buik. Ook de oranje keel is bijna altijd ongevlekt. Een mannetje heeft donkerblauwgrijze bovendelen met zwarte honingraatvormige vlekjes op de flanken en een lage ongekartelde rugkam, zigzag geelzwart getekend (enkel in de paartijd). En wijfje is olijf tot groenachtig van kleur met een onduidelijke marmertekening op de bovendelen.
|
 |
Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris): Een mannetje heeft donkerbruinige bovendelen, opvallend getekend met zwarte bollen. Hij heeft een gevlekte buik met helder donkergele tot oranjerode lengtestreep. Kenmerkend is ook de koptekening met zwartbruine lengtestrepen. Zijn roomwitte keel is duidelijk gevlekt. Verder heeft hij een hoge, gekartelde, vlezige rugkam (enkel in de paartijd). Een wijfje is fletsbruin gekleurd, nauwelijks getekend en heeft bijna altijd vlekjes op de buik en keel (maar kleiner dan bij man).
|

|
Meer info