Gierzwaluwen zijn erg moeilijk nauwkeurig te inventariseren. Omdat in kolonies zowel broedvogels als niet-broedvogels rondvliegen, volstaat het niet om de vliegende vogels tellen om het aantal broedparen te kennen.
De enige mogelijke manier om het aantal nesten van gierzwaluwen redelijk accuraat te tellen is het noteren van oudervogels die over een periode van enkele weken hetzelfde nest invliegen. Hierbij moet je bijzonder aandachtig zijn, want in een fractie van een seconde zijn de vogels de nestopening binnen en ook het vertrek gebeurt snel en in stilte. Bovendien komen zelfs vogels met jongen maar met grote tussenposen naar het nest.
Tips voor het inventariseren: de beste periode is tussen 15 juni-20 juli van 19u tot 22u30, tijdens stabiel zomerweer
Dit is een voorwaarde om te inventariseren.. Bij wisselvallig weer zijn de niet-broedende vogels weg en de broedvogels zitten tijdens regen langdurig op de nesten om energie te sparen en hun jongen warm te houden.
De eerste jongen zijn nu geboren dus de ouders , bezoeken met enige regelmaat, ongeveer 1 keer per uur, de nesten.
De niet-broeders keren terug uit de foerageergebieden waar ze overdag verblijven, om de giervluchten langs de nestplaatsen uit te voeren. Zo controleren ze de nesten en 'prenten ze in' en indien een plaats vrijkomt, proberen ze die te bezetten. Omdat vogels met jongen in het nest een laatste keer invliegen ongeveer een kwartier na zonsondergang om dan het nest niet meer te verlaten, kan men dan met vrij grote zekerheid over een bezette broedplaats spreken.
Om al een basisidee te krijgen van waar je moet zoeken, kan je de inwoners van je gemeente/stad inschakelen om waarnemingen door te geven. Dit kan door vb een oproep te doen in het gemeentelijk infoblad of via een website. Een mooi voorbeeld is hiervan te vinden op de website van
Natuurpunt Gent.
Lees ook