De hoogste concentraties zijn duidelijk te vinden rond onze grote steden maar ook in de kleinere stedelijke kernen vindt men hoge concentraties. De vogels zijn bijzonder moeilijk te inventariseren zodat het niet mogelijk is een populatieschatting te maken voor Vlaanderen. In Klein-Brabant waar de gierzwaluwen wel op de voet gevolgd werden tussen 1988 en 2001 toonden tellingen een afname met 36%.
Zo belanden we bij de problemen. Gierzwaluwen broeden vooral in gaten en spleten van oude gebouwen. Deze oude gebouwen, zoals bv. de negentiende-eeuwse gordels rond de steden, worden in hoog tempo gerestaureerd of afgebroken. Bij restauratie worden alle kieren en spleten gedicht, en zijn alle gebouwen dicht voor gierzwaluwen (en andere bewoners zoals mussen, spreeuwen, vleermuizen,….). Ook onze nieuwbouw geeft hen geen mogelijkheden. Alles is hermetisch dicht, en ook wordt er bijna niet meer gebouwd met overstekende dakranden, waarin meestal een toegankelijke holte was. Verder zijn de moderne pannen ook ontoegankelijk voor vogels, met hun dubbele sluiting.
Door hun hoge plaatstrouw en hun extreme terughoudendheid tov. nieuwe broedplaatsen kunnen zo hele kolonies in amper enkele jaren verdwijnen uit steden. Hieruit kunnen we besluiten dat er dringend werk moet gemaakt worden om de gierzwaluw nestplaatsen te garanderen, anders zal de afname zich alleen maar verder doorzetten.
Lees ook