Natuurpunt foto

D'Heye

Heden & verleden van paarden

Konikpaarden tussen sint jacobskruid Het natuurgebied D’ Heye, op de grens tussen Bredene en De Haan, heeft het de afgelopen eeuw bijzonder zwaar te verduren gehad. Oorlog, recreatie en waterwinning lieten diepe sporen na in het landschap. Het mag dan ook een wonder heten dat je vandaag nog kan genieten van dit unieke fossiele duinmassief. Pas op het allerlaatste nippertje werd deze natuurparel gered door het duinendecreet en door de gezamenlijke inspanningen van de Vlaamse overheid en Natuurpunt.

Ouderdomsdeken onder de duinen
D’Heye maakt deel uit van de fossiele duinen van Bredene en De Haan. Het is een relict van stokoude duinmassieven die 1 000 tot 2 600 jaar geleden ontstonden als zandige strandwallen aan de zeezijde van het toenmalig waddenlandschap van slikken, schorren en kreken. Dit waddengebied werd tijdens de middeleeuwen stevig ingepolderd. De duinen van toen zien er vandaag uit als zandige bulten in een laag, vlak en kleiig polderlandschap. Fossiele duinen als deze tref je elders langs onze kust alleen nog aan in Adinkerke (Cabourduinen) en tussen Lombardsijde en Westende (Schuddebeurze), telkens op enkele kilometers afstand van de huidige kustlijn.

In tegenstelling tot jonge kustduinen, die bestaan uit kalkrijk zand boordevol fijngemalen schelpgruis, zijn de zandbodems van fossiele duinen meestal sterk ontkalkt. Door het eeuwenlang insijpelen van neerslag werd de kalk immers beetje bij beetje opgelost uit de bovenste bodemlagen en uitgespoeld. Het resultaat is een inmiddels kalkarme, zure zandbodem met een plantengroei die zichtbaar afwijkt van die van andere kustduinen. Ook in reliëf merk je een opvallend verschil tussen de lage, slechts lichtjes golvende fossiele duinen en de hogere, reliëfrijkere jonge duinen.

Een stukje Kempen aan zee
GaspeldoornDe plantengroei van de ontkalkte, fossiele duinen van D’Heye doet denken aan die van de Kempen. Zo tref je centraal in D’Heye struikheide aan. Ook soorten als zandblauwtje, klein tasjeskruid, hazenpootje en schapenzuring doen het prima in de schrale duingraslanden. Omdat niet alle zones even sterk ontkalkt zijn, kunnen ook typische planten van kalkrijkere gronden her en der nog gedijen in D’Heye. Doorzetters als duindoorn en echt walstro passen zich maximaal aan door hun wortels zo diep in de bodem te laten doorstoten, dat ze toch nog reiken tot aan de dieper gelegen kalkconcentraties. Ook tal van zwammensoorten, waaronder de fel donkergeel tot oranjerood gekleurde wasplaten, vinden hier een prima groeiplaats.
In de lente is D’Heye op z’n mooist. Dan schitteren de poelen in een wit kleed van bloeiende waterranonkel, terwijl de graslanden geel kleuren van de grote ratelaar.

Boordevol leven
D’Heye is een waar paradijs voor insecten. Het oranje en bruin zandoogje, de heivlinder, de kleine vuurvlinder en het bruin blauwtje: al deze vlinders voelen zich opperbest in de schrale, soortenrijke graslanden en heide. De heldere poelen zijn dan weer de uitvalsbasis voor talrijke libellen en amfibieën, zoals de Europees beschermde kamsalamander. Bovendien herbergt D’Heye ook nog één van de laatste kolonies levendbarende hagedissen van de midden- en oostkust. Langs poel en plas broeden dodaars, slobeend en wilde eend. ‘s Winters vinden ook wintertaling en steltlopers zoals wulp, tureluur, bosruiter en watersnip hun weg naar D’Heye. De verlaten konijnenpijpen in de droge duinen bieden de bergeend dan weer een ideaal onderkomen om haar kroost uit te broeden. In de duinstruwelen broeden tal van zangvogels zoals grasmus, braamsluiper, nachtegaal, roodborsttapuit en kneu. Ook torenvalk, sperwer en steenuil laten zich hier geregeld opmerken.

Natuur met een zwaar verleden
Vandaag ligt D’Heye er beeldig bij. Niets doet vermoeden dat het gebied een uiterst woelige geschiedenis achter de rug heeft. De teloorgang van het natuurgebied begon tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) toen het Duitse leger een zware artilleriebatterij, grote betonnen platforms incluis, installeerde op D’Heye: de houwitserbatterij ‘Deutschland’. De nabijgelegen Batterijstraat dankt hieraan haar naam. Ook tussen de beide wereldoorlogen werd D’Heye niet ontzien.

In het hart van het fossiele duingebied legde een private investeerder immers een paardenrenbaan aan, compleet met tribune. Een hoop betonpuin getuigt nog van het opblazen van die tribune op het einde van de Tweede Wereldoorlog. Meteen begrijp je waarom de nabijgelegen halte van de kusttram ‘Renbaan’ werd genoemd. In de tweede helft van de vorige eeuw ontkwam D’Heye niet aan de verkavelingswoede en gingen belangrijke delen van het gebied op de schop. Enkel het domein van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW), waaronder een flink deel van de fossiele duinen, werd gevrijwaard want bestemd als ‘natuurgebied met nevenbestemming waterwingebied’. Jammer genoeg leidde de waterwinning tot een drastische daling van de grondwaterstand, wat uiteraard zware gevolgen had voor tal van planten en dieren.

Eind goed…
De definitieve kentering kwam er in 1993 met de goedkeuring van het duinendecreet. De resterende open ruimte werd aangeduid als beschermd duingebied en dus gevrijwaard van verdere bebouwing. Tussen 1997 en 2006 kocht het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van de Vlaamse overheid 25 hectare duingrond aan in D’Heye. In 2006 sloot het ANB een overeenkomst met de VMW waardoor de Vlaamse overheid ook het natuurtechnisch beheer van het VMW-domein in handen kreeg. Het Vlaams natuurreservaat beslaat vandaag een oppervlakte van 40 hectare. De renpaarden van weleer ruimden plaats voor Konikpaarden, de terugkweekvorm van het Europese wilde oerpaard, die het jaar rond zorgen voor een natuurlijk graasbeheer. Ook Schotse Gallowayrunderen en schapen helpen de natuur grazenderwijs een handje.

De ooit doodzieke natuur van D’Heye is nu aan de beterhand, maar nog niet helemaal genezen. Het fossiel duingebied wordt immers doorsneden door een drietal wegen die D’Heye opdelen in vier afzonderlijke blokken. Een slechte zaak voor natuur én wandelaars. Het gebied bezoeken kan voorlopig enkel tijdens geleide wandelingen.