
Industrie en natuur gaan zelden hand in hand. Toch bewijst het Sterneneiland dat dit niet altijd waar hoeft te zijn; aan de oostelijke strekdam van de haven van Zeebrugge spoot de Vlaamse overheid jaren geleden een ‘zandvlakte’ op. De natuur nam dit ‘cadeau’ in dank af want amper 5 jaar later staat het gebied internationaal bekend als de grootste broedkolonie van zeldzame sternen in West-Europa.
Het gebied is ontoegankelijk voor mensen, zodat de talrijke sternen er in alle rust kunnen broeden.
Geschiedenis van het sterneneiland

Bij de uitbouw van de haven van Zeebrugge vonden niet alleen grote zeeschepen de weg naar het land. In afwachting dat de opgespoten gronden aan de westelijke voorhaven werden ingericht als kaai of loods voor de haven, maakten tal van zeevogels er dankbaar gebruik van als broedplaats. Tegen de tijd dat de gronden in gebruik genomen zouden worden, had een grote broedkolonie van sternen er zich gevestigd. Al vlug gingen er bij wetenschappers, natuurbeschermers en politici stemmen om op de westelijke voorhavens uit te breiden én de sternen te kunnen huisvesten.
In de schaduw van de veiligheidszone van het bedrijf Fluxys werd een kunstmatig schiereiland van 5ha opgespoten waar de sternen terecht konden. Vandaag is het gebied al 11 hectare groot, en in de toekomst zal het nog eens dubbel zo groot gemaakt worden.
Sternen en andere soorten

Niet alleen sternen weten het sterneneiland te vinden: op het schiereiland komen we ook broedgevallen van kokmeeuwen, bergeend, scholekster, stormmeeuw, zwartkopmeeuw, kleine mantelmeeuw, witte kwikstaart en kneu tegen.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof het strand als natuurgebied weinig onderhoud vraagt, toch is er werk aan de winkel. Anders schiet het helmgras te hoog op en zullen de grote sternen wegblijven. Bovendien is het sterneneiland van Zeebrugge uitermate geschikt als broedplaats voor de kieskeurige vogels. Hoewel hun nest niet veel voorstelt, heeft elke soort toch zijn voorkeur. Zo houdt de dwergstern van een strook met veel schelpen, de grote stern wil liever een hoge droge plaats en geniet van de nabijheid van broedende kokmeeuwen en het visdiefje houdt van uitgestrekte kale zandige stroken. Het is juist deze combinatie die we op het strand van Zeebrugge terugvinden. Ook zijn er door de afgezonderde ligging van het eiland quasi geen predatoren en is er weinig kans op andere verstoringen
De inwoners van sterneneiland
De dwergstern 
De dwergstern is onze kleinste sternsoort. Het zeer kleine formaat, de gele poten, de gele snavel met zwarte punt, en het witte voorhoofd zijn betrouwbare kenmerken.
De dwergstern is van oudsher één van de meest karakteristieke broedvogels van dynamische kustmilieus. De soort broedt meestal in kleine kolonies van hooguit enkele tientallen paren; kolonies van meer dan 150 paren zoals in het recente verleden in Zeebrugge werden vastgesteld, zijn uitzonderlijk. Met hun zeer korte pootjes kunnen dwergsternen moeilijk door de vegetatie lopen. Er wordt dan ook steeds gebroed op kale of slechts zeer schaars begroeide terreinen, meestal met schelpen of steentjes. De soort is weinig plaatstrouw en koloniseert snel nieuwe geschikte broedgebieden. Het nest ligt zelden meer dan een paar meter boven de hoogwaterlijn. Het legsel bestaat uit twee of drie eieren, die meestal snel worden vervangen als ze verloren gaan. De dwergstern zoekt zijn voedsel - jonge sprot en zandspiering - al 'biddend' meestal vlak bij de kust, op slechts één tot vijf km van de kolonie.
In Noordwest-Europa broeden slechts een 5000 paren. In Vlaanderen werd deze soort in het verleden van alle broedplaatsen op het strand verdreven door het massatoerisme. De ontwikkeling van het sterneneiland in de voorhaven in Zeebrugge en de bescherming van de Baai van Heist bieden deze soort een - hopelijk duurzame - nieuwe kans in ons land.
Het visdiefje 
Een volwassen visdief is opvallend kleiner dan de grote stern en is gemakkelijk te herkennen aan zijn rode snavel met een zwarte punt. De bovendelen zijn iets donkerder grijs dan bij zijn grotere neef en zijn staart is verhoudingsgewijs veel langer en duidelijk dieper gevorkt.
De visdief heeft een minder uitgesproken biotoopvoorkeur dan de andere in Vlaanderen broedende soorten sternen. De visdief broedt in kleine of grote kolonies op zandplaten, hoge delen van schorren en kwelders, op pakketten drijvend plantenmateriaal, opgespoten terreinen, grind en zelfs op daken van gebouwen. Bij voorkeur broeden ze op schaars begroeide eilandjes in de nabijheid van goede foerageergebieden. De visdief is zeer trouw aan een eenmaal gekozen nestplaats. Ze leggen twee of (meestal) drie eieren. Per jaar wordt één broedsel grootgebracht. Indien er een legsel verloren gaat, wordt vaak een nieuwe broedpoging ondernomen. De visdief zoekt zijn voedsel - jonge visjes zoals haring, spiering en sprot - veel dichter bij de kolonie dan de grote stern en zwerft daarbij zelden meer dan 10 km weg van zijn nestplaats. In Zeebrugge zijn de voorhaven en de vaargeul naar de haven geliefkoosde jachtgebieden.
In Noordwest-Europa broeden jaarlijks zo'n 100.000 paren. Ook deze soort kende in de jaren '50 en '60 een ineenstorting van de populatie waarvan ze zich momenteel nog niet volledig heeft hersteld. Vlaamse visdieven overwinteren vooral in West-Afrika langs de kusten van Mauritanië tot Nigeria.
De grote stern 
De grote stern is een forse, slanke, grijswitte stern met een opvallende zwarte kopkap die uitloopt in een ruige korte kuif. Hij heeft een lange zwarte snavel die uitloopt in een gele punt. Hij is groter dan een visdief en heeft langere, smallere vleugels, een zwaardere kop en snavel, en een kortere staart.
Grote sternen broeden in grote, dichte kolonies in kustgebieden. De nesten bevatten één of twee eieren en liggen in de kolonie vaak zo dicht bij elkaar dat de vogels, als ze op de eieren broeden, elkaar net niet kunnen aanraken. Broedplaatsen liggen voornamelijk op vlakke, schaars begroeide eilanden, altijd in de buurt van visrijke kustgebieden. De Grote Stern broedt bij voorkeur in de directe nabijheid van Kokmeeuwen om te profiteren van hun vermogen om indringers te verjagen. Zijn prooi - voornamelijk jonge haring en zandspiering - vangt hij vaak ver uit de kust tot op een afstand van 30 km van de kolonie.
In Noordwest-Europa broeden jaarlijks 45 tot 50.000 paar grote sternen. Hoewel deze populatie de laatste jaren een lichte groei vertoont, heeft deze zich totnogtoe slechts gedeeltelijk hersteld van een dramatische afname in de jaren '60. Deze afname werd hoofdzakelijk veroorzaakt door vergiftiging met bestrijdingsmiddelen in het voedsel. Daarnaast was het verloren gaan van verschillende belangrijke broedgebieden door haven- en andere ontwikkelingen ook nefast voor de grote sternenpopulatie.
De in Vlaanderen broedende grote sternen overwinteren langs de westkust van Afrika, tot aan Zuid-Afrika toe.
Aantallen en broedsucces

In de periode na de eerste opspuitingen kenden de drie sternensoorten een toename. Bij de
dwergstern nam de populatie tussen 1997 en 2005 af omdat er in het westelijk havengebied steeds minder habitat beschikbaar was voor deze soort. Vanaf 1998 trok de dwergstern meer naar de oostelijke broedgebieden. In 2000 werden 56 paren geteld, maar met de komst van de vos op sterneneiland viel het aantal broedparen in dit gebied terug tot slechts 19. Aanvullend kozen 24 koppels een nieuw opgespoten stukje grond in het westelijke havengebied als broedgebied. Hier zijn geen vossen, maar wel andere grondroofdieren (zoals katten) aanwezig die de sternen verstoren.
Ook de
visdieven verplaatsten zich na 2002 geleidelijk naar het oostelijke havengebied. Vanaf 2000 schommelt het aantal broedparen tussen de 2000 en 3000 koppels, waarmee het een van de grootste kolonies van Europa was. Helaas heeft de vos ook op deze kolonie een desastreuze invloed. In 2009 broedden slechts 125 koppels op het sternenschiereiland, allemaal zonder succes. In het westelijke havengebied vormden zich wel 2 kolonies, die samen goed waren voor 427 broedparen. Omdat er ook in dit gebied grondroofdieren aanwezig zijn, en een aantal oudervogels werden doodgereden zijn er slechts 2 kuikens uitgevlogen.
De
grote stern is een ander verhaal. De soort is niet erg plaatstrouw, waardoor de Zeebrugse populatie grote schommelingen vertoont. In 2009 zag het er naar uit dat een grote kolonie zich zou vestigen op het eiland, maar de vos jaagde heel wat grote sternen weg. Er werden slechts 4 nesten met eieren gevonden, die daarna al snel gepredeerd werden.
Waar overwinteren de sternen?

Onze sternen overwinteren langs de West-Afrikaanse kusten. De meeste vogels blijven boven de evenaar (Mauritanië tot Nigeria), maar sommige doorzetters vliegen verder naar het zuiden en soms ronden ze zelfs de Kaap de Goede Hoop. Vooral zandige kusten met voldoende aanbod van kleine vissen zijn in trek bij onze sternen.
Over het algemeen leiden ze een goed bestaan in Afrika, ze komen gemakkelijk aan hun kostje en hoeven niet meer voor hun jongen te zorgen. Tijdens hoog water rusten ze uit op het strand. Dat doen ze vaak in grote groepen, samen met andere Europese sternensoorten zoals de zwarte stern, maar ook Afrikaanse soortgenoten zoals de reuzenstern en de koningsstern.
In sommige Afrikaanse landen worden er nog altijd veel sternen gevangen door de plaatselijke jeugd; meestal gewoon als vermaak of als trofee. Ook de toenemende druk van de industriële visserij op het mariene ecosysteem baart zorgen voor de toekomst.
Partners van sterneneiland
Met de steun van de Vlaamse regering in het kader van
het Kustactieplan 2004-2009 Met financiële steun van de Europese Unie De eigenaar van het sterneneiland, het departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid De beheerder van het sterneneiland,
Agentschap Natuur en Bos.