Wat kan ik doen?
Neem deel aan Vlinder mee! en tel de
vlinders in je tuin.
Vlinders houden van bloemen, maar lang niet van alle soorten die in tuinen worden gekweekt. Als je veel vlinders in de tuin wilt hebben, kun je daarvoor zorgen door juist die bloemen te plaatsen waar ze in grote aantallen op af komen.
Het bekendst is de
buddleia of vlinderstruik. Die heeft een enorme aantrekkingskracht op vele soorten vlinders. Maar de struik is ook een exoot die wel eens gaat woekeren. Hou hem dus binnen de perken. Binnenkort komt er een vlinderstruik op de markt die geen zaden meer vormt. Hij moet worden geplant in de herfst of in het vroege voorjaar.
Vlindertrekker nummer twee is de
roze tuinsedum. Die is gemakkelijk te stekken. Voordeel is dat hij pas op het eind van de zomer bloeit, wanneer andere nectar schaarser wordt.
Dat is ook zo met de
herfstaster, die vooral kleine vossen en atalanta’s aanlokt.
Afrikaantjes zijn vooral in trek bij de kleine vos en op lavendel komen vooral witjes af.
Maar het hoeven niet altijd exoten te zijn. Veel wilde planten die door vlinders worden bezocht, zijn ook geschikt voor de tuin. Zo is
koninginnekruid (leverkruid) bijna net zo in trek als de buddleia Hij bloeit lang, van begin juni tot in september en groeit best op wat vochtigere bodems.
Kattenstaart vindt veel aftrek bij koolwitjes en citroenvlinders.
Wilde marjolein bij alle dagvlinders uit de hele buurt.
Speerdistels behoren tot de mooiste wilde planten en lokken bijna alle dagvlinders aan. Omdat deze distels eenjarig zijn, kunnen kiemplantjes gemakkelijk uitgewied worden, als er te veel van in de tuin komen. Dat is niet het geval met de
akkerdistel, die ondergrondse uitlopers maakt en daardoor een lastig onkruid is.
Naast nectarplanten hebben dagvlinders ook waardplanten nodig. Dat zijn de planten waarvan de rupsen leven. Op
distels leven de rupsen van de distelvlinder en op
brandnetels komen zowel dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia als landkaartje voor. Laat daarom eens in een hoekje wat brandnetels staan. Klaversoorten zijn dan weer geschikt voor icarusblauwtjes,
Hoge wilde grassen vormen de voedselplanten voor de zandoogjes. Laat daarom hier en daar een stukje gazon ongemaaid, zodat vlinders er hun eitjes kunnen afzetten. Minder werk, en meer eten voor de vlinders. In het najaar kan je dit stuk best wel maaien om verruiging tegen te gaan.
Als er in de buurt geen
sporkenhout door de gemeente is aangeplant, zet dan een paar struiken ervan in de tuin. De vuilboom bloeit niet mooi, maar zorgt wel bijna het hele jaar door voor nectar. Hij krijgt ook aardige herfstkleuren en van rood naar zwart verkleurende bessen. Boomblauwtje en citroenvlinder leggen hun eitjes op de bladeren.
Vlinders houden ook van afwisseling. Zowel in de structuur van de tuin als in de hoogte van het gras. Voorzie hoekjes waar vlinders kunnen verpoppen of de winter doorbrengen. Ook takkenhopen, hagen en houtkanten (liefst van inheems plantgoed) zorgen voor de nodige variatie en lekker warme hoekjes waar vlinders kunnen zonnen.
En last but not least, wie een tuin vol vlinders wil, mag nooit insectenbestrijdingsmiddelen gebruiken. Dat is niet nodig ook, want vogels eten de rupsen die te veel zijn op. En doen rupsen toch schade, verzamel ze dan met de hand.
Meer tuintips vind je op
www.vlindermee.be