In een doorsnee Vlaamse tuin kan je al snel tot 200 soorten (macro-)nachtvlinders te zien krijgen. Je staat versteld van de kleuren- en vormenpracht van die nachtelijke juweeltjes. We pikken er enkele opvallende soorten uit. Klik op de namen voor een foto en meer uitleg.
Bruin met wit-roze bollen: zo is er maar één, de braamvlinder. De rupsen leven niet enkel op braam, maar ook op framboos. Dat verklaart de oude naam van deze soort, frambozenvlindertje. (Foto: An De Wilde)
Deze nachtvlinder zoekt 's winters een rustig plekje op om te overwinteren. Vaak wordt hij gezien in bunkers en forten, waar hij de winter doorbrengt temidden van zijn vijanden, de vleermuizen! (Foto: An De Wilde)
Misschien is de hagedoornvlinder wel de citroenvlinder van de nacht. Deze prachtige verschijning is in elke tuin te vinden. (Foto: Tim Corbeel)
De wapendrager blinkt uit in camouflage: als hij zich voor dood houdt, zou je hem zo voor een afgebroken berkentakje nemen. (Foto: Maarten Jacobs)
De lieveling laat zich snel opjagen uit het hoge gras. Dat het toch om een nachtvlinder gaat, zie je al snel aan de voelsprieten: die bezitten geen afgerond knopje op het uiteinde, zoals bij de dagvlinders. (Foto: Marc Herremans)

-
Je vraagt je misschien af hoe de pastelgroene appeltak aan zijn naam komt. Die heeft immers niet met de vlinder, maar met de rups te maken, die zich als een bruin takje kan opspannen. (foto: Maarten Jacobs)
-
Sommige nachtvlinders komen vrijwel alleen in moerassen en vochtige gebieden voor. De meldevlinder is er één van, al kan je hem ook nabij vochtige weiden aantreffen. Zijn naam is wat verwarrend, want de rupsen van deze mot leven bijv. ook op zuring. (foto: Maarten Jacobs)
-
Net zoals het landkaartje heeft de halvemaanvlinder twee generaties: je ziet hem eerst in april, en daarna opnieuw, in juli. Het wit halvemaantje op zijn vleugels verklaart zijn naam. (Foto: Maarten Jacobs)
Nog meer nachtvlinders herkennen
Doorblader dit artikel uit Natuur.blad 2009-2 online. Klik op het artikel voor een groter beeld.