Gewoon donsvoetje De plaatjeszwam die je in de wintermaanden het meest tegenkomt is het gewoon donsvoetje (Tubaria furfuracea): een klein bruin paddenstoeltje, dat takjes, twijgen en humus verteert. De soort dankt zijn naam aan de steelvoet die vaak met witte dons bedekt is, hoewel dit niet altijd even duidelijk is. Je kan beter letten op de breed aangehechte tot licht aflopende plaatjes. Nog een belangrijk kenmerk is het zogenaamde "driegdraadje" op de hoedrand, gevormd door witte velumresten, maar deze verdwijnen snel door weer en wind. De hoedrand is meestal opvallend gestreept. De hoed, de steel, de plaatjes en ook de sporen zijn kaneelbruin; bij droogte kan het hoedje wit uitbleken. Onze noorderburen erkennen de wintervorm van donsvoetje als een "echte soort": het Winterdonsvoetje. Maar sinds de uitgebreide studie van het genus Tubaria in Vlaanderen (Volders, 2002), wordt Winterdonsvoetje gelijkgesteld aan gewoon donsvoetje. |

 |
Viltig judasoor Het Viltig judasoor (Auricularia mesenterica) is iets minder bekend dan het Echt judasoor, omdat het een pak minder algemeen is. Het is een soort van natte bossen en parken. Maar ook dit judasoor is het hele jaar door te vinden. De harige, grijze, gezoneerde bovenzijde doet niet meteen aan een judasoor denken. Lees meer.
Vanop afstand zou je hem zo met randhoedjes van Paarse korstzwam kunnen verwarren. Maar met zijn gelatineuze onderzijde is deze zwam onmiskenbaar. Je vindt haar als saprofyt (opruimer van dood hout) meestal op stobben en takken van iep, populier of beuk. Trek de laarzen aan en ga op zoek naar deze koude trotserende zwam.
|
 |
Gewone botercollybia Nu de winter op komst is en de nachten kouder zijn, wordt de paddenstoelenflora in het bos steeds meer gedomineerd door de Gewone botercollybia (Rhodocollybia butyracea). Dit is een algemene opruimer die een dik pakket strooisel verkiest en met zijn vettige hoed goed bestand is tegen vorst. Lees meer.
Je kan hem verder nog herkennen aan de taaie, dikke steel die donkerder is dan de doorgaans bleke tot lichtbruine hoed. Door de droogte van de voorbije dagen zijn de meeste exemplaren van deze hygrofane soort momenteel sterk uitgebleekt. In de volksmond wordt deze paddenstoelen wel eens de "Vettige diksteel" genoemd.
|
 |
Knolparasolzwam De knolparasolzwam (Macrolepiota rhacodes) is een algemene opruimer, die een dik pakket strooisel verkiest. De hoed van de knolparasolzwam is half bolvormig tot gewelfd en is bedekt met regelmatig verspreide, bleek- tot donkerbruine schubben op een bleke ondergrond. Het centrum van de 5-20 cm grote hoed is meestal glad en donkerder. De stevige steel van 10-15 cm lang heeft een verschuifbare ring en onderaan een opvallende knol. De witte lamellen en steel verkleuren roodbruin bij beschadiging. Lees meer.
De knolparasolzwam wordt op basis van moleculair onderzoek niet meer in hetzelfde geslacht ondergebracht als de grote parasolzwam (Macrolepiota procera). DNA-onderzoek wees uit dat de knolparasolzwam nauwer verwant is met de tropische groenspoorparasolzwam (Chlorophyllum molybdites). Hetzelfde onderzoek bracht aan het licht dat het om een soortcomplex gaat. Zo onderscheiden we in Vlaanderen (naast de gewone) nu ook de bruine knolparasolzwam (C. brunneum), de giftige knolparasolzwam (C. venenata) en de sombere knolparasolzwam (C. olivieri). Een determinatiesleutel voor de soorten vind je hier.
|
 |
Zwerminktzwam De zwerminktzwam (Coprinus disseminatus) is een algemene inktzwam die steeds in grote groepen wordt gevonden op dood hout of schors van levende bomen. De paddenstoeltjes hebben een klokvormig hoedje met een diameter van amper 1 cm. De inkt vloeit hier dus niet zo overvloedig en duidelijk zoals bij de grote broer (geschubde inktzwam). Toch kan je, als je goed kijkt, de rijpe zwarte sporen als inktvlekjes op de plaatjes zien. Lees meer.
Maar duidelijkere kenmerken van deze soort zijn: de bleke tot muisgrijze, gegroefde en fijnbehaarde hoed en de behaarde steel. Je kan best gebruik maken van een loep om deze kenmerken duidelijk te zien. Controleer toch maar eens of je niet toevallig te maken hebt met de zeldzamere dwergfranjehoed (Psathyrella pygmaea). Met het blote oog lijkt deze soort sterk op de zwerminktzwam. Ze groeit eveneens in groepen, op dood hout en heeft dezelfde kleur. Maar de groeven in de hoed en de haartjes erop ontbreken.
|
 |
Kogelhoutskoolzwam De kogelhoutskoolzwam (Daldinia concentrica) is een vrij algemene en opvallende soort die te vinden is op dode takken en delen van de stam, voornamelijk van es. De soort is eerst te zien als een donkerbruine kogel, die later zwart en hard wordt een diameter van 9 cm kan hebben. Als je de Kogelhoutskoolzwam doorsnijdt dan zie je een ringenpatroon. Dit zijn geen jaarringen zoals bij een boom, de Kogelhoutskoolzwam groeit veel sneller. Hij ontwikkelt zich van oktober tot maart en vanaf april - mei vormt hij rijpende sporen in de buitenste laag. Raak ze in deze periode maar eens aan, je vingers krijgen al snel de kleur van de zwartbruine sporen. Lees meer.
De kogelhoutskoolzwam is gemakkelijk te herkennen, maar de kans bestaat dat je zijn twee zeldzamere dubbelgangers tegenkomt. Daldinia petriniae is te vinden op els en Daldinia lloydii geeft de voorkeur aan berk. Beide soorten zijn zo zeldaam dat ze nog geen Nederlandse naam hebben. Je kan best een stuk inzamelen als je ze vindt. Zo kan het materiaal door een mycoloog nagekeken worden onder de microscoop.
|

 |
Hazelaarschijfzwam De Hazelaarschijfzwam (Encoelia furfuracea) is zeker geen algemene soort. Je kan hem van december tot en met maart gaan zoeken. Ondanks zijn camouflagekleur is hij wel zeer goed herkenbaar. Op (zowel vastzittende als afgevallen) takken van hazelaar en els kan je jonge blaasvormige schijfjes vinden. Die barsten mooi stervormig open tot een onregelmatige beker of schotel. Lees meer.
De binnenzijde van deze schijfzwam is kaneel- tot donkerbruin, de buitenzijde is bleekbruin en vlokkig. Als je het geluk hebt om deze zwam te vinden, voer de waarneming dan in op waarnemingen.be.
|
 |
Gekraagde aardster De meeste aardsterren worden ongetwijfeld in oktober gezien. Maar dit zijn soorten waarvan de overblijfselen lang zichtbaar en herkenbaar blijven. Waardoor het ook in december mogelijk is om aardsterren te vinden. De meest voorkomende is de Gekraagde aardster (Geastrum triplex), die graag op bladhopen en dikke pakken strooisel groeit. Lees meer.
Veel mensen vinden ze in de tuin, wanneer de bladeren bij elkaar worden geraapt. Meestal is de kraag goed te zien rond het bolletje waarin de sporen worden gevormd. Soms ontbreekt de kraag. Maar dan heb je nog andere kenmerken zoals vlezige slippen, een ongesteelde bol en een gewimperde mondopening.
|
 |
Blauwgrijze schorsmycena November is het hoogseizoen voor de mycena's. Dit zijn meestal kleine, tengere paddenstoeltjes met een lange smalle steel en klokvormige hoed. De Blauwgrijze schorsmycena (Mycena pseudocorticola) is goed herkenbaar door zijn blauwgrijze kleur, zijn halfbolrond hoedje en groeiplaats tussen mos op schors van bomen. Lees meer.
De soort heeft een voorkeur voor (knot)wilgen, maar komt ook voor op ondermeer notelaars en beuken. Vroeger stond hij op de Rode Lijst van Nederland, omdat hij niet vaak werd gezien. Maar als je begint te speuren op mosbegroeide bomen vind je hem ongetwijfeld snel.
|

|
Roodbruine slanke amaniet Op basis van de atlasgegevens voor Vlaams-Brabant konden we de Roodbruine slanke amaniet (Amanita fulva) selecteren als de meest geziene soort in september, die dan ook meer gezien wordt dan in de andere maanden. In Vlaanderen is deze soort algemeen op zandgrond. Het is een symbiont die weinig kieskeurig is wat de boomsoort betreft, deze amaniet is zowel te vinden bij Berk, Eik, Beuk en naaldbomen. Lees meer.
Door het ontbreken van een ring en de oranje tot roodbruine hoed zonder stippen kan je deze amaniet onderscheiden van de rest van de familie. Zoals de naam al doet vermoeden is de steel lang en slank en wit tot oranje getint. Opvallend is ook de gestreepte hoedrand. Er is toch één kenmerk waaraan je duidelijk kan zien dat dit een amaniet is: onderaan de steel zit een zakvormige beurs. Ook beurszwammen bezitten dit kenmerk, maar deze hebben roze sporen, terwijl amanieten witte sporen hebben. Voer je vondsten in op waarnemingen.be.
|

|
Ruwe russula Op basis van de atlasgegevens voor Vlaams-Brabant konden we de ruwe russula (Russula virescens) selecteren als de meest geziene soort in augustus, die dan ook meer gezien wordt dan in de andere maanden. In Vlaanderen is deze soort matig algemeen en in Nederland staat ze zelfs op de Rode Lijst als "Kwetsbaar". Lees meer.
De Ruwe russula werd geselecteerd als prioritair te beschermen in Vlaams-Brabant. Deze symbiont van Beuk en in mindere mate ook van Eik, is voornamelijk te vinden in lanen op voedselrijke zand- of leembodem. Deze russula is gemakkelijk te herkennen aan de koper- tot grijsgroene hoedhuid die in platte, hoekige schilfertjes openbreekt. Het vlees is zoals kenmerkend voor de russula's zeer broos en crème tot wit van kleur. Wanneer je deze zeldzaamheid vindt, voer ze dan in op waarnemingen.be.
|
 |
Vroege bekerzwam In feite kan je de Vroege bekerzwam (Peziza vesiculosa) al vanaf april waarnemen. Maar tot einde november kruipt deze in groep groeiende bekerzwam nog steeds vantussen de stenen. Ook op houtsnippers, compost en maaisel is hij te vinden. Het vruchtlichaam (3-10 cm) blijft lange tijd blaasvormig gesloten.... tot het bovenaan onregelmatig openscheurt. Lees meer.
De wanden zijn vrij dik en vanbuiten bleker dan aan de binnenzijde. De buitenwand is bovendien vrij vlokkig-zemelig. Deze algemene soort is vrij gemakkelijk te herkennen, als je ze vindt voer ze dan in op waarnemingen.be. Let wel op dat er nog andere bekerzwammen zijn die in het voorjaar kunnen verschijnen. Vooral de Bleekbruine bekerzwam lijkt sterk op deze Vroege bekerzwam. Maar deze is zeldzamer, het vruchtlichaam is meer schotelvormig en je kan hem meestal tussen bladafval vinden of op de bodem vinden
|

|
Vroege franjehoed In het geslacht van de franjehoeden zitten plaatjeszwammen met donkere sporen, doorgaans witte stelen en a dan niet met elum behangen hoedjes. Het aantal franjehoeden is groot en vele soorten zijn klein en onopvallend. Voor het merendeel van de franjehoeden is microscopie zelfs noodzakelijk om de soorten op naam te brengen. Maar in het voorjaar kan je zeker zijn dat je waarschijnlijk de vroege franjehoed (Psathyrella spadiceogrisea) aantreft. Lees meer
Deze vrij grote franjehoed (2-7 cm hoeddiameter) is zowel op strooisel van loof- en naaldbomen, in grazige bermen als op rottend hout te vinden. De kegelvormige hoed is in jonge en natte toestand okerbruin, maar kan uitbleken door ouderdom of droogte. De rand is in jonge toestand met wattige draden (velum) behangen, maar wordt later kaal. De plaatjes zijn in jonge toestand crèmekleurig, maar worden later grijsbruin tot donkerbruin en zijn vaak met wit bewimperd. De steel is zoals bij de meeste franjehoeden glimmend wit, bij oude exemplaren geler wordend. Deze vroege verschijning kan ook nog in de herfst zeer talrijk verschijnen. Dan wordt het opletten om hem van de andere franjehoeden te onderscheiden. Vooral de algemene Bleke franjehoed (Psathyrella candolleana, foto rechts) kan voor verwarring zorgen. Maar die is toch nog iets bleker en heeft meer velumresten aan de hoedrand hangen. 
|

|
Waaiertje In principe kan je het waaiertje het hele jaar door vinden, vandaar dat we hem soort van de maand maken in een paddenstoelarmere maand. Het waaiertje (Schizophyllum commune) is wellicht de meest verspreide zwam ter wereld, enkel in Antartica ontbreekt hij. Wie dit mooie zwammetje nog nooit gezien had, moet maar eens rond beginnen neuzen tussen dode takken in het bos. Op loofhout, vooral op beuk en op zonnige standplaatsen maak je veel kans. Lees meer.
|

|
Grijze buisjeszwam Enkel taaie houtbewoners, zoals de grijze buisjeszwam (Bjerkandera adusta), herkennen we nog onder hun sneeuwdek. Deze zwam vormt éénjarige, dakpansgewijs groeiende, leerachtige hoedjes op een korst die zich over het substraat uitspreidt. Net zoals het elfenbankje is de bovenzijde gezoneerd, viltig-zeemleerachtig, okergrijs of bruingrijs tot zwart, met een scherpe witte rand die later zwart wordt. Lees meer.
|

|
Gewone oesterzwam De gewone oesterzwam (Pleurotus ostreatus) is wellicht het best gekend uit de winkel. Maar ook in het wild is dit een algemene verschijning. Vanaf september zie je hem verschijnen op dood hout van populier, beuk, wilg en berk. Maar zelfs bij vriesweer kan je nog steeds grote bundels vinden. Naast de gewone oesterzwam vind je nog vier zeldzamere oesterzwammen in Vlaanderen. Lees meer.
De bleke oesterzwam (Pleurotus pulmonarius) is eerder een zomersoort, met een bleke dunne hoedhuid en zwakke anijsgeur. Nog zeldzamer zijn trechteroesterzwam (Pleurotus cornucopiae) en schubbige oesterzwam (Pleurotus dryinus), beide worden bij ons voornamelijk gevonden op wilg. Tegenwoordig zorgt men ervoor dat er enkel nog steriele oesterzwammen worden gekweekt. Op die manier wordt vermeden dat in de nabijheid van een kwekerij alle dood hout wordt aangetast door oesterzwammen. Daarnaast komt dit ook de werknemers ten goede want het is geweten dat de sporen van oesterzwammen astmatische reacties kunnen veroorzaken. Maar het eten van oesterzwammen heeft een goede reputatie: verlaging van de bloeddruk en cholesterol en verhoging van de weerstand. 
|

|
Paarse schijnridder De Paarse schijnridder (Lepista nuda) verschijnt pas in de late herfst, wanneer de meeste bladeren al gevallen zijn. Met zijn paarse hoed van ongeveer 10 cm valt hij toch nog snel op. Bovendien tref je hem zelden alleen aan. Moest je toch nog twijfelen, kijk dan eens naar de plaatjes: deze zijn bochtig aangehecht en het sporenpoeder is wit. Lees meer.
|
 |
Kastanjeboleet De kastanjeboleet (Xerocomus badius) is een buisjeszwam waarvan de citroengele buisjes onmiddelijk inktblauw verkleuren wanneer je ze aanraakt. Het ziet er niet uit, maar toch is deze zwam eetbaar wanneer hij jong en nog onaangeroerd is door slakken en insecten die deze graag als lekkernij verkiezen. Lees meer.
|
 |
Reuzenzwam De reuzenzwam (Meripilus giganteus) is een grote waaiervormige paddenstoel die in stevige bundels groeit aan de voet van beuken. Zo een hele bundel kan een diameter van 1m bereiken en wel 50kg wegen. Lees meer.
Het jonge vlees is geel en wordt kaneelbruin naarmate de zwam ouder wordt, bij kneuzing van het vlees kleurt dit zwart. Bij levende beuken (soms ook eiken) parasiteert deze soort via de wortels en bij dode stronken verandert deze zwam zijn rol in saprofyt. In Vlaanderen is de Reuzenzwam zeer algemeen. 
|
 |
Reuzenbovist De grootste paddenstoel die bij ons voorkomt is de reuzenbovist (Langermannia gigantea). Deze witte bolvormige kanjer die regelmatig gezien wordt in (niet speciaal waardevolle) graslanden kan tot 1m diameter groot worden. Bij zomerse regenval verschijnt deze soms massaal en haalt dan af en toe de pers in de komkommertijd. Lees meer.
Je ziet dan meestal foto's van kinderen die poseren bij deze reusachtige verschijning. In jonge toestand is deze stuifzwam eetbaar, maar veel smaak en voedingswaarde zit er helaas niet in. De concentratie aan zware metalen is vaak zelfs hoger dan de toegelaten waarden. Wanneer de sporen rijp zijn, wordt de zwam olijfbruin en lost zich van de grond om al rollend miljarden sporen door de wind te laten verspreiden. 
|
 |
Zilveren boomkussen Het zilveren boomkussen (Enteridium lycoperdon) is een vrij algemene slijmzwam, die voornamelijk gezien wordt op dood loofhout. Zoals de naam al doet vermoeden is deze in het slijmerige stadium kussenvormig, bleek van kleur en met een zilveren glans. Het harde stadium en de rijpe sporen zijn chocoladebruin. Lees meer.
In feite zijn slijmzwammen geen zwammen. Het bizarre aan slijmzwammen, wat hen onderscheidt van echte zwammen, is dat ze zich kunnen voortbewegen. Ze worden gekenmerkt door een slijmerig stadium dat is opgebouwd uit een eenheid van samengesmolten cellen waarin de oorspronkelijke celkernen aanwezig blijven. Bij het verharde stadium zijn de celkernen samengesmolten. 
|
 |
Gewone glimmerinktzwam Van zodra het niet meer vriest kunnen we de gewone glimmerinktzwam (Coprinus micaceus) vinden. Vooral na regenbuien is deze op rottend hout waar te nemen, alleenstaand of in groepen. De plaatjes zijn zoals bij alle inktzwammen eerst witachtig, dan grijzig en vlug zwart en tenslotte vervloeiend in een inktachtige brij. Lees meer.
De naam van deze zwam verwijst verder nog naar de glinsterende korreltjes op de hoed, die gemakkelijk afwrijfbaar en bij oudere hoeden dan ook meestal verdwenen zijn. De glimmerinktzwam is dan nog goed herkenbaar aan de geelbruine hoed en de overlangse groeven. Er zijn echter enkele zeldzamere dubbelgangers. Is de hoed bleek van kleur dan heb je misschien te maken met de Bleke glimmerinktzwam (Coprinus pallidissimus) die eveneens een andere sporenvorm dan de gewone heeft. Let wel op dat de steel behaard is (onder de loupe), want anders heb je te doen met de Gladstelige glimmerinktzwam (Coprinus truncorum) of de zeer zeldzame Parelinktzwam (Coprinus saccharinus) die hiervan enkel microscopisch te onderscheiden valt. 
|
 |
Elzenkatjesmummiekelkje Maart is de topperiode van het Elzenkatjesmummiekelkje (Ciboria amentacea), een soort die gespecialiseerd is in het opruimen van oude Elzenkatjes. Meestal zijn de katjes reeds half begraven. Lees meer.
Maar als je een beetje woelt onder els is de kans vrij groot dat je dit kleine kelkje vindt. Je moet wel goed kijken want het zwammetje is slechts enkele millimeters tot maximaal één cm groot. In feite is dit een algemene soort, maar ze wordt meestal over het hoofd gezien. Er wordt te weinig naar paddenstoelen gekeken in elzenbroeken en zeker niet in het voorjaar. 
|
 |
Gele trilzwam De gele trilzwam (Tremella mesenterica) is een soort die vooral bij nat weer opvalt. Het hersenachtige geplooide vruchtlichaam is dan goudgeel tot doorschijnend, glanzend en gelatineus. Lees meer.
|
 |
Groene schelpzwam De Groene schelpzwam (Panellus serotinus) is een echte late herfstverschijning. Je ziet deze in december bijna overal op dode stammen en stronken van loofbomen. De zwam is zijdelings gesteeld en heeft de vorm van een schelp. Lees meer.
De olijfgroene, kleverige hoed is goed gecamoufleerd, maar de oranjegele plaatjes zijn onmiskenbaar opvallend. 
|
 |
Echte kopergroenzwam De Echte kopergroenzwam (Stropharia aeruginea) kan heel wat koude verdragen dankzij de slijmerige laag op de hoed. Dit is een eigenschap die bij verschillende soorten van het genus Stropharia voorkomt. De Strophariafamilie wordt verder gekenmerkt door het erg donkere sporenpoeder en de meestal mooie kleuren. Lees meer.
Echte kopergroenzwam is goed te onderscheiden van de Valse kopergroenzwam (Stropharia caerulea) door zijn duidelijke ring die bij de Valse ontbreekt. Ook kan je met de loupe zien dat de snede van de plaatjes bij de echte licht van kleur is en bij de valse donker. Tenslotte tref je op zure, zandige bodem vooral de echte kopergroenzwam aan, terwijl de valse kopergroenzwam eerder in parken en tuinen op voedselrijke bodems wordt gezien.
|
 |
Geelwitte russula De Geelwitte russula is niet al te kieskeurig en leeft in symbiose met zowel loof- als naaldbomen, waardoor hij de meest algemene russula is. Deze zwam is gemakkelijk te herkennen aan zijn okergele hoed en contrasterende witte plaatjes en steel. Er zijn twee gelijkende soorten, maar woor wie goed kijkt zijn de verschillen groot genoeg. Lees meer.
Gele berkenrussula (Russula claroflava) is meer citroengeel van kleur en Beukenrussula (Russula fellea) heeft gele plaatjes en een gele steel. Bovendien zijn beide russula's kieskeuriger. Hun naam verraadt het al: de Gele berkenrussula is uitsluitend te zien bij Berk en de Beukenrussula vind je enkel bij Beuk. De kans is groot dat je al een Geelwitte russula in het bos zag de voorbije dagen.
|
|
Parelamaniet De Parelamaniet is niet zo kieskeurig, hij leeft in symbiose met zowel loof- als naaldbomen, waardoor hij de meest algemene amaniet is. Deze zwam is gemakkelijk te onderscheiden van de andere amanieten, omdat hij rozerood verkleurt bij ouder worden of bij beschadiging. Lees meer.
In de volksmond wordt hij daarom ook "blozer" genoemd. Ongetwijfeld zag je al een parelamaniet dit jaar.
|
 |
Echte hanenkam De Echte hanenkam is er meestal vroeg bij, in juni kwamen er al waarnemingen binnen. In de Kempen komt deze zwam nog her en der voor, bij loof- en naaldbomen, op voedselarme zure zandgrond. Elders is de soort zeldzaam en staat dan ook op de Rode Lijst voor Vlaanderen als "Kwetsbaar" vanwege de achteruitgang. Lees meer.
De Echte hanenkam is gemakkelijk te herkennen aan zijn trechtervormige, dooiergele hoed en de aflopende plooien of aders die het uitzicht hebben van plaatjes. Daarin verschilt hij van de Valse hanenkam, die wel echte plaatjes heeft. Tenslotte is de Echte hanenkam een gegeerde lekkernij, waarvan we de vindplaatsen vervagen op www.waarnemingen.be om plukkers en koks niet op het spoor te brengen. Natuurpunt wil het eten van wilde paddenstoelen niet promoten, ons motto is: "Laat ze staan, dan hebben anderen er ook wat aan!"
|
 |
Zwavelzwam De Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) is een opvallende verschijning die je momenteel op zowel levende loofbomen als rottende stronken kan zien. Hij is zeer gemakkelijk te herkennen aan zijn oranje tot felgele kleur die bij ouder worden volledig uitbleekt. Lees meer.
Paddenstoel van de maand: Deze parasiet die na het doden van de boom verderleeft als saprofyt is een echte bruinrotter. Deze groep van houtafbrekers wordt gekenmerkt door het feit dat ze enkel cellulose kunnen afbreken, waardoor bruine uiteenvallende blokjes houtstof overblijven. Cellulose kan je in feite vergelijken met ijzerdraad in gewapend beton. 
|
 |
Voorjaarshoutzwam Sinds kort zie je op rottend, nat loofhout, regelmatig terug de Voorjaarhoutzwam (Polyporus ciliatus) staan. Deze taaie zwam heeft een trechtervormige hoed met een min of meer gewimperde hoedrand en een centrale steel. Lees meer.
In tegenstelling tot de Winterhoutzwam zijn de gaatjes bij deze nauwelijks zichtbaar. Buiten het feit dat hij in een ander seizoen groeit is hij door de grootte van de gaatjes het best te onderscheiden van zijn winterbroertje. Meldingen van deze niet zo zeldzame, maar weinig gemelde soort zijn welkom. 
|
 |
Morieljes De Gewone morielje (Morchella esculenta) is niet zo algemeen als zijn naam wel doet vermoeden. In Vlaanderen staat hij zelfs op de Rode Lijst als “kwetsbaar”. Deze typische voorjaarssoort groeit saprotroof op wortels van iep, rs, populier of beuk en heeft een voorkeur voor kalkrijke bodems. Lees meer.
Vandaar dat deze in de duinen nog vrij algemeen voorkomt. Maar ook in je tuin kan je de Gewone morielje vinden. De kans is echter groter dat je een Kegelmorielje (Morchella elata) of Kapjesmorielje (Morchella semilibera) aantreft. Kegelmorielje heeft een voorkeur voor stikstofrijke plaatsen en duikt vaak op tussen houtsnippers terwijl Kapjesmorielje meer omgewerkte grond onder loofbomen verkiest.
|
 |
Cedergrondbekerzwam De vruchtlichamen van de cedergrondbekerzwam beginnen hun ondergrondse leven hol bolvormig, om daarna onregelmatig stervormig splijtend uit de bodem te breken. Deze zwam die op naalden van ceders leeft, is zeker niet algemeen, daar hij humusarme bodems verkiest. Lees meer.
|
 |
Rode kelkzwammen Een mooie troost voor de zwammenliefhebbers tijdens de winterperiode zijn de rode kelkzwammen. Zij verschijnen hier en daar in natte bosjes met veel dood hout. Met rode kelkzwammen bedoelen we in feite twee soorten, die jammergenoeg enkel macroscopisch uit elkaar te houden zijn. De Rode kelkzwam is de eerste die verschijnt, alleen of in kleine groepjes. Lees meer.
De Krulhaarkelkzwam verschijnt iets later op het jaar en nooit alleen, meestal zelfs in grote groepen. In dit artikel kom je meer te weten over de ecologie en verspreiding van de rode kelkzwammen in vlaanderen. De Rode kelkzwam was er dit jaar vroeg bij, hij kwam al in oktober tevoorschijn. De Krulhaarkelkzwam is momenteel ook al op verschillende plaatsen gesignaleerd. Heb jij ook iets rood gezien in het bos? Profiteer ervan om een mooie foto te maken van deze adonis en bewaar een stukje gedroogd materiaal,zodat je te weten kan komen om welke van de twee soorten het gaat. Noteer ook indien mogelijk de houtsoort waarop de kelkzwammen zich vestigden. 
|
 |
Echte tonderzwam In zachte winters zoals vorig jaar waren er nog massa's paddenstoelen te vinden. Maar dit jaar spelen we op veilig en kozen voor een soort die altijd te zien is: de Echte tonderzwam. Deze zwam leeft parasitair op de stam van verzwakte loofbomen, met een voorkeur voor Beuk, Berk en Populier. Tonderzwammen vormen meerjarige vruchtlichamen, die elk jaar aangroeien. Lees meer.
De zwam is een witrotter, die de aangetaste boom na enige jaren gevoelig maken voor stambreuk. Vermijdt daarom bij stormweer bomen met tonderzwammen. Tot in de jaren 60 was deze zwam vrij zeldzaam, maar tegenwoordig vind je hem praktisch overal. Deze sterke toename komt enerzijds doordat zwakke en dode bomen veel minder verwijderd worden uit bossen dan vroeger en anderzijds door extra verzwakking van bomen door zure neerslag (RIVM, 2004). 
|
 |
Fluweelpootje Met zijn volledig behaarde, fluwelige, donkere steel en kleverige hoed is het gewoon fluweelpootje goed beschermd tegen vriesweer. Dit kleine geel tot oranje gekleurde zwammetje, dat meestal in bundels groeit op dood hout, is een algemene en opvallende verschijning in de winter. Lees meer.
Fluweelpootjes durven ook al eens parasiteren op gewonde bomen, vooral op els, populier, gewone es, wilg, vlier en olm. 
|
 |
Kostgangerboleet De kostgangerboleet is onmiskenbaar daar hij altijd op of rond de Gele aardappelbovist staat. Het is een parasiet die niet kan overleven zonder die gele aardappelbovist. Deze parasiet is vrij algemeen maar toch veel zeldzamer dan zijn gastheer en sinds de jaren zestig is hij om onbekende oorzaken sterk achteruit gegaan. Lees meer.
In Nederland staat de kostgangerboleet op de Rode Lijst en is hij eveneens soort van de maand oktober. 
|
 |
Gele aardappelbovist De gele aardappelbovist heeft een voorkeur voor zure, zanderige bodems en is algemeen in loof- en naaldbossen. Hij is niet kieskeurig want hij gaat een symbiose aan met allerlei loof- en naaldbomen. Ook in parken en lanen is deze zwam vanaf de zomer tot diep in de winter voor de aandachtige wandelaar herkenbaar. Lees meer.
|
 |