Natuurpunt foto

Paddenstoel van de maand

Wat kan ik doen?


Krijg je niet genoeg van de paddenstoelen? Schrijf je in op onze maandelijkse paddenstoelen.flits.
Lees de meest recente flits.
Paddenstoelen zijn niet alleen mooie en mysterieuze verschijningen, ze zijn ook een goede indicator voor de kwaliteit van onze natuur. Er zijn zo’n 4000 soorten paddenstoelen in Vlaanderen. Elke maand zet Natuurpunt  een soort in de kijker.

Gewoon donsvoetje
De plaatjeszwam die je in de wintermaanden het meest tegenkomt is het gewoon donsvoetje (Tubaria furfuracea): een klein bruin paddenstoeltje, dat takjes, twijgen en humus verteert. De soort dankt zijn naam aan de steelvoet die vaak met witte dons bedekt is, hoewel dit niet altijd even duidelijk is. Je kan beter letten op de breed aangehechte tot licht aflopende plaatjes. Nog een belangrijk kenmerk is het zogenaamde "driegdraadje" op de hoedrand, gevormd door witte velumresten, maar deze verdwijnen snel door weer en wind. De hoedrand is meestal opvallend gestreept. De hoed, de steel, de plaatjes en ook de sporen zijn kaneelbruin; bij droogte kan het hoedje wit uitbleken. Onze noorderburen erkennen de wintervorm van donsvoetje als een "echte soort": het Winterdonsvoetje. Maar sinds de uitgebreide studie van het genus Tubaria in Vlaanderen (Volders, 2002), wordt Winterdonsvoetje gelijkgesteld aan gewoon donsvoetje.


Viltig judasoor
Het Viltig judasoor (Auricularia mesenterica) is iets minder bekend dan het Echt judasoor, omdat het een pak minder algemeen is. Het is een soort van natte bossen en parken. Maar ook dit judasoor is het hele jaar door te vinden. De harige, grijze, gezoneerde bovenzijde doet niet meteen aan een judasoor denken. Lees meer.
Gewone botercollybia
Nu de winter op komst is en de nachten kouder zijn, wordt de paddenstoelenflora in het bos steeds meer gedomineerd door de Gewone botercollybia (Rhodocollybia butyracea). Dit  is een algemene opruimer die een dik pakket strooisel verkiest en met  zijn vettige hoed goed bestand is tegen vorst. Lees meer.
Knolparasolzwam
De knolparasolzwam (Macrolepiota rhacodes) is een algemene opruimer, die een dik pakket strooisel verkiest. De hoed van de knolparasolzwam is half bolvormig tot gewelfd en is bedekt met regelmatig verspreide, bleek- tot donkerbruine schubben op een bleke ondergrond. Het centrum van de 5-20 cm grote hoed is meestal glad en donkerder. De stevige steel van 10-15 cm lang heeft een verschuifbare ring en onderaan een opvallende knol. De witte lamellen en steel verkleuren roodbruin bij beschadiging. Lees meer.
Zwerminktzwam
De zwerminktzwam (Coprinus disseminatus) is een algemene inktzwam die steeds in grote groepen wordt gevonden op dood hout of schors van levende bomen. De paddenstoeltjes hebben een klokvormig hoedje met een diameter van amper 1 cm. De inkt vloeit hier dus niet zo overvloedig en duidelijk zoals bij de grote broer (geschubde inktzwam). Toch kan je, als je goed kijkt, de rijpe zwarte sporen als inktvlekjes op de plaatjes zien. Lees meer.
Kogelhoutskoolzwam
De kogelhoutskoolzwam (Daldinia concentrica) is een vrij algemene en opvallende soort die te vinden is op dode takken en delen van de stam, voornamelijk van es. De soort is eerst te zien als een donkerbruine kogel, die later zwart en hard wordt een diameter van 9 cm kan hebben. Als je de Kogelhoutskoolzwam doorsnijdt dan zie je een ringenpatroon. Dit zijn geen jaarringen zoals bij een boom, de Kogelhoutskoolzwam groeit veel sneller. Hij ontwikkelt zich van oktober tot maart en vanaf april - mei vormt hij rijpende sporen in de buitenste laag. Raak ze in deze periode maar eens aan, je vingers krijgen al snel de kleur van de zwartbruine sporen. Lees meer.


Hazelaarschijfzwam
De Hazelaarschijfzwam (Encoelia furfuracea) is zeker geen algemene soort. Je kan hem van december tot en met maart gaan zoeken. Ondanks zijn camouflagekleur is hij wel zeer goed herkenbaar. Op (zowel vastzittende als afgevallen) takken van hazelaar en els kan je jonge blaasvormige schijfjes vinden. Die barsten mooi stervormig open tot een onregelmatige beker of schotel. Lees meer.
Gekraagde aardster
De meeste aardsterren worden ongetwijfeld in oktober gezien. Maar dit zijn soorten waarvan de overblijfselen lang zichtbaar en herkenbaar blijven. Waardoor het ook in december mogelijk is om aardsterren te vinden. De meest voorkomende is de Gekraagde aardster (Geastrum triplex), die graag op bladhopen en dikke pakken strooisel groeit. Lees meer.
Blauwgrijze schorsmycena
November is het hoogseizoen voor de mycena's. Dit zijn meestal kleine, tengere paddenstoeltjes met een lange smalle steel en klokvormige hoed. De Blauwgrijze schorsmycena (Mycena pseudocorticola) is goed herkenbaar door zijn blauwgrijze kleur, zijn halfbolrond hoedje en groeiplaats tussen mos op schors van bomen. Lees meer.

Roodbruine slanke amaniet
Op basis van de atlasgegevens voor Vlaams-Brabant konden we de Roodbruine slanke amaniet (Amanita fulva) selecteren als de meest geziene soort in september, die dan ook meer gezien wordt dan in de andere maanden. In Vlaanderen is deze soort algemeen op zandgrond. Het is een symbiont die weinig kieskeurig is wat de boomsoort betreft, deze amaniet is zowel te vinden bij Berk, Eik, Beuk en naaldbomen. Lees meer.

Ruwe russula
Op basis van de atlasgegevens voor Vlaams-Brabant konden we de ruwe russula (Russula virescens) selecteren als de meest geziene soort in augustus, die dan ook meer gezien wordt dan in de andere maanden. In Vlaanderen is deze soort matig algemeen en in Nederland staat ze zelfs op de Rode Lijst als "Kwetsbaar". Lees meer.
Vroege bekerzwam
In feite kan je de Vroege bekerzwam (Peziza vesiculosa) al vanaf april waarnemen. Maar tot einde november kruipt deze in groep groeiende bekerzwam nog steeds vantussen de stenen. Ook op houtsnippers, compost en maaisel is hij te vinden. Het vruchtlichaam (3-10 cm) blijft lange tijd blaasvormig gesloten.... tot het bovenaan onregelmatig openscheurt. Lees meer.

Vroege franjehoed
In het geslacht van de franjehoeden zitten plaatjeszwammen met donkere sporen, doorgaans witte stelen en a dan niet met elum behangen hoedjes. Het aantal franjehoeden is groot en vele soorten zijn klein en onopvallend. Voor het merendeel van de franjehoeden is microscopie zelfs noodzakelijk om de soorten op naam te brengen. Maar in het voorjaar kan je zeker zijn dat je waarschijnlijk de vroege franjehoed (Psathyrella spadiceogrisea) aantreft. Lees meer

Waaiertje
In principe kan je het waaiertje het hele jaar door vinden, vandaar dat we hem soort van de maand maken in een paddenstoelarmere maand. Het waaiertje (Schizophyllum commune) is wellicht de meest verspreide zwam ter wereld, enkel in Antartica ontbreekt hij. Wie dit mooie zwammetje nog nooit gezien had, moet maar eens rond beginnen neuzen tussen dode takken in het bos. Op loofhout, vooral op beuk en op zonnige standplaatsen maak je veel kans. Lees meer.
An De Wilde
Grijze buisjeszwam
Enkel taaie houtbewoners, zoals de grijze buisjeszwam (Bjerkandera adusta), herkennen we nog onder hun sneeuwdek. Deze zwam vormt éénjarige, dakpansgewijs groeiende, leerachtige hoedjes op een korst die  zich  over het substraat uitspreidt. Net zoals het elfenbankje is de bovenzijde gezoneerd, viltig-zeemleerachtig, okergrijs of bruingrijs tot zwart, met een scherpe witte rand die later zwart wordt. Lees meer.

Gewone oesterzwam
De gewone oesterzwam (Pleurotus ostreatus) is wellicht het best gekend uit de winkel. Maar ook in het wild is dit een algemene verschijning. Vanaf september zie je hem verschijnen op dood hout van populier, beuk, wilg en berk. Maar zelfs bij vriesweer kan je nog steeds grote bundels vinden. Naast de gewone oesterzwam vind je nog vier zeldzamere oesterzwammen in Vlaanderen. Lees meer.

Paarse schijnridder
De Paarse schijnridder (Lepista nuda) verschijnt pas in de late herfst, wanneer de meeste bladeren al gevallen zijn. Met zijn paarse hoed van ongeveer 10 cm valt hij toch nog snel op. Bovendien tref je hem zelden alleen aan. Moest je toch nog twijfelen, kijk dan eens naar de plaatjes: deze zijn bochtig aangehecht en het sporenpoeder is wit. Lees meer.
An De Wilde
Kastanjeboleet
De kastanjeboleet (Xerocomus badius) is een buisjeszwam waarvan de citroengele buisjes onmiddelijk inktblauw verkleuren wanneer je ze aanraakt. Het ziet er niet uit, maar toch is deze zwam eetbaar wanneer hij jong en nog onaangeroerd is door slakken en insecten die deze graag als lekkernij verkiezen. Lees meer.
An De Wilde
Reuzenzwam
De reuzenzwam (Meripilus giganteus) is een grote waaiervormige paddenstoel die in stevige bundels groeit aan de voet van beuken. Zo een hele bundel kan een diameter van 1m bereiken en wel 50kg wegen. Lees meer.
Reuzenbovist
De grootste paddenstoel die bij ons voorkomt is de reuzenbovist (Langermannia gigantea). Deze witte bolvormige kanjer die regelmatig gezien wordt in (niet speciaal waardevolle) graslanden kan tot 1m diameter groot worden. Bij zomerse regenval verschijnt deze soms massaal en haalt dan af en toe de pers in de komkommertijd. Lees meer.
 
Zilveren boomkussen
Het zilveren boomkussen (Enteridium lycoperdon) is een vrij algemene slijmzwam, die voornamelijk gezien wordt op dood loofhout. Zoals de naam al doet vermoeden is deze in het slijmerige stadium kussenvormig, bleek van kleur en met een zilveren glans. Het harde stadium en de rijpe sporen zijn chocoladebruin. Lees meer.
Gewone glimmerinktzwam
Van zodra het niet meer vriest kunnen we de gewone glimmerinktzwam (Coprinus micaceus) vinden. Vooral na regenbuien is deze op rottend hout waar te nemen, alleenstaand of in groepen. De plaatjes zijn zoals bij alle inktzwammen eerst witachtig, dan grijzig en vlug zwart en tenslotte vervloeiend in een inktachtige brij. Lees meer.
Elzenkatjesmummiekelkje
Maart is de topperiode van het Elzenkatjesmummiekelkje (Ciboria amentacea), een soort die gespecialiseerd is in het opruimen van oude Elzenkatjes. Meestal zijn de katjes reeds half begraven. Lees meer.
Gele trilzwam
De gele trilzwam (Tremella mesenterica) is een soort die vooral bij nat weer opvalt. Het hersenachtige geplooide vruchtlichaam is dan goudgeel tot doorschijnend, glanzend en gelatineus. Lees meer.
An De Wilde
Groene schelpzwam
De Groene schelpzwam (Panellus serotinus) is een echte late herfstverschijning. Je ziet deze in december bijna overal op dode stammen en stronken van loofbomen. De zwam is zijdelings gesteeld en heeft de vorm van een schelp. Lees meer.
Echte kopergroenzwam
De Echte kopergroenzwam (Stropharia aeruginea) kan heel wat koude verdragen dankzij de slijmerige laag op de hoed. Dit is een eigenschap die bij verschillende soorten van het genus Stropharia voorkomt. De Strophariafamilie wordt verder gekenmerkt door het erg donkere sporenpoeder en de meestal mooie kleuren. Lees meer.
An De Wilde
Geelwitte russula
De Geelwitte russula is niet al te kieskeurig en leeft in symbiose met zowel loof- als naaldbomen, waardoor hij de meest algemene russula is. Deze zwam is gemakkelijk te herkennen aan zijn okergele hoed en contrasterende witte plaatjes en steel. Er zijn twee gelijkende soorten, maar woor wie goed kijkt zijn de verschillen groot genoeg. Lees meer.
 
Parelamaniet
De Parelamaniet is niet zo kieskeurig, hij leeft in symbiose met zowel loof- als naaldbomen, waardoor hij de meest algemene amaniet is. Deze zwam is gemakkelijk te onderscheiden van de andere amanieten, omdat hij rozerood verkleurt bij ouder worden of bij beschadiging. Lees meer.
Echte hanenkam
De Echte hanenkam is er meestal vroeg bij, in juni kwamen er al waarnemingen binnen. In de Kempen komt deze zwam nog her en der voor, bij loof- en naaldbomen, op voedselarme zure zandgrond. Elders is de soort zeldzaam en staat dan ook op de Rode Lijst voor Vlaanderen als "Kwetsbaar" vanwege de achteruitgang. Lees meer.
An De Wilde
Zwavelzwam
De Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) is een opvallende verschijning die je momenteel op zowel levende loofbomen als rottende stronken kan zien. Hij is zeer gemakkelijk te herkennen aan zijn oranje tot felgele kleur die bij ouder worden volledig uitbleekt. Lees meer.
An De Wilde
Voorjaarshoutzwam
Sinds kort zie je op rottend, nat loofhout, regelmatig terug de Voorjaarhoutzwam (Polyporus ciliatus) staan. Deze taaie zwam heeft een trechtervormige hoed met een min of meer gewimperde hoedrand en een centrale steel. Lees meer.
Morieljes
De Gewone morielje (Morchella esculenta) is niet zo algemeen als zijn naam wel doet vermoeden. In Vlaanderen staat hij zelfs op de Rode Lijst als “kwetsbaar”. Deze typische voorjaarssoort groeit saprotroof op wortels van iep, rs, populier of beuk en heeft een voorkeur voor kalkrijke bodems. Lees meer.
Cedergrondbekerzwam
De vruchtlichamen van de cedergrondbekerzwam beginnen hun ondergrondse leven hol bolvormig, om daarna onregelmatig stervormig splijtend uit de bodem te breken. Deze zwam die op naalden van ceders leeft, is zeker niet algemeen, daar hij humusarme bodems verkiest. Lees meer.
Rode kelkzwammen
Een mooie troost voor de zwammenliefhebbers tijdens de winterperiode zijn de rode kelkzwammen. Zij verschijnen hier en daar in natte bosjes met veel dood hout. Met rode kelkzwammen bedoelen we in feite twee soorten, die jammergenoeg enkel macroscopisch uit elkaar te houden zijn. De Rode kelkzwam is de eerste die verschijnt, alleen of in kleine groepjes. Lees meer.
Echte tonderzwam
In zachte winters zoals vorig jaar waren er nog massa's paddenstoelen te vinden. Maar dit jaar spelen we op veilig en kozen voor een soort die altijd te zien is: de Echte tonderzwam. Deze zwam leeft parasitair op de stam van verzwakte loofbomen, met een voorkeur voor Beuk, Berk en Populier. Tonderzwammen vormen meerjarige vruchtlichamen, die elk jaar aangroeien. Lees meer.
Fluweelpootje
Met zijn volledig behaarde, fluwelige, donkere steel en kleverige hoed is het gewoon fluweelpootje goed beschermd tegen vriesweer. Dit kleine geel tot oranje gekleurde zwammetje, dat meestal in bundels groeit op dood hout, is een algemene en opvallende verschijning in de winter. Lees meer.
Kostgangerboleet
De kostgangerboleet is onmiskenbaar daar hij altijd op of rond de Gele aardappelbovist staat. Het is een parasiet die niet kan overleven zonder die gele aardappelbovist. Deze parasiet is vrij algemeen maar toch veel zeldzamer dan zijn gastheer en sinds de jaren zestig is hij om onbekende oorzaken sterk achteruit gegaan. Lees meer.
An De Wilde
Gele aardappelbovist
De gele aardappelbovist heeft een voorkeur voor zure, zanderige bodems en is algemeen in loof- en naaldbossen. Hij is niet kieskeurig want hij gaat een symbiose aan met allerlei loof- en naaldbomen. Ook in parken en lanen is deze zwam vanaf de zomer tot diep in de winter voor de aandachtige wandelaar herkenbaar. Lees meer.
An De Wilde

Lees ook