Bossen zijn waardevolle ecosystemen die onderdak bieden aan een heleboel dier- en plantensoorten. Bovendien zijn bossen ook van levensbelang voor de mens. Ze geven ons zuurstof en zijn aangename plekken om in te wandelen en te fietsen. In vergelijking met de rest van Europa telt Vlaanderen echter maar weinig bossen: minder dan 11 procent van de totale oppervlakte bestaat uit bos. Daarom is het belangrijk dat we zorgvuldig omspringen met onze bossen en ze op een goede manier beheren.
Exoten versus inheemse soortenIn Vlaanderen zijn twee van de drie meest voorkomende boomsoorten, de

cultuurpopulier en Corsicaanse den, exoten. Deze exoten zijn soorten die van nature niet onze regio voorkomen. Het verlagen van het aandeel uitheemse soorten is een belangrijk onderdeel van duurzaam bosbeheer. Exoten zoals de Amerikaanse vogelkers en de Amerikaanse eik hebben een dominant en agressief karakter die de verjonging van inheemse soorten zwaar hypothekeert. Heel wat dier- en plantensoorten hebben zich bovendien aangepast aan inheemse bomen en mijden exoten. Zo trekken berken en wilgen een 250-tal insecten aan, terwijl de uitheemse soorten plataan en paardenkastanje minder dan 5 soorten herbergen. Inheemse bomen zijn ook beter aangepast aan ons klimaat en onze bodemomstandigheden.
Het is daarom noodzakelijk het aantal uitheemse soorten in onze bossen te beperken en inheemse soorten zoals zomereik, berk, beuk, essen en elzen nieuwe kansen te geven. Naast verjonging met inheemse soorten moet duurzaam bosbeheer ook aandacht hebben voor oude bomen. Die zijn van levensbelang voor heel wat planten en dieren. Zo hakt de zwarte specht bij voorkeur zijn nest uit in zware, oude bomen.
Een ander belangrijk onderdeel van ecologisch bosbeheer is de aanwezigheid van dood hout. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is dood hout bijzonder waardevol. Ongeveer een vijfde van het aantal bosdiersoorten zijn er afhankelijk van. Het gaat onder meer om soorten als elfenbankjes, de boomklever en tal van houtetende insecten zoals boktorren. Een deel van de dode of kwijnende bomen moeten daarom in een bos best ongemoeid gelaten worden. Zo kan het dood hout op een natuurlijke manier verteren.
Open ruimte in het bos
Heel wat Vlaamse bossen zijn dicht en gesloten waardoor er weinig lichtinval is. Nochtans zijn bepaalde bosplanten en warmteminnende dieren afhankelijk van dat licht. Daarom is het belangrijk om hier en daar open ruimtes te voorzien in een bos. Dat kan bijvoorbeeld door onnatuurlijke aanplantingen zoals populieren te verwijderen of grazers in te zetten.
Als je een bos op een duurzame manier wilt beheren, moet je ook aandacht schenken aan de vegetatie aan de rand van het bos. Het bos moet geleidelijk overvloeien in open terrein. Hierdoor kunnen dieren en planten zich veel beter handhaven. Een ideale bosrand bestaat uit een mantel met struiken en een zoom van hoge meerjarige kruiden
Voorkeur voor grote, gevarieerde boscomplexenGrote, aaneengesloten boscomplexen bieden heel wat voordelen. Het aantal bosplanten neemt toe naarmate de bosoppervlakte stijgt. Iedere plant heeft immers een bepaalde ruimte nodig. Voor planten die zich zeer traag verplaatsen is een groot bos een veiligere haven dan een heel reeks kleine, versnipperde bossen. Voor planten is het vijandige milieu tussen de verschillende bossen moeilijk te overbruggen. Maar grote bossen hebben nog meer troeven. Hoe groter een bos, hoe groter de variatie in bodems. In uitgestrekte bossen vinden bosplanten dus makkelijker een geschikt plekje want elke plant heeft uiteraard een voorkeur voor een bepaald bodemtype. Grote bossen zijn bovendien beter gewapend tegen invloeden van buitenaf.
Voor een bos vol leven is het tenslotte belangrijk dat er de nodige variatie aanwezig is. Idealiter is er een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag aanwezig, de bomen hebben verschillende afmetingen en leeftijden en er staan verschillende boom- en struiksoorten door elkaar.
Lees ook