Geen enkele vogel houdt zo veel van landbouwers als de boerenzwaluw. En die liefde blijkt wederzijds: 96% van de bevraagde boeren staat positief tegenover de aanwezigheid van zwaluwen op hun bedrijf. Meer nog: heel wat boeren houden jaarlijks de aankomstdata bij of noteren het aantal nesten in hun stallen. Boeren zijn fier op ‘hun’ zwaluwen. Natuurpunt gaat dit jaar op zoek naar boeren met een hart voor zwaluwen. Want ondanks de liefde gaat het niet goed met de soort. Wie zegt dat? Niet enkel biologen of doorwinterde groene jongens. De terugval van zwaluwen is zo opvallend dat iedereen dit opmerkt. Draden vol kwetteraars, vliegende acrobaatjes op de boerderij: misschien kunnen we het binnenkort enkel nog in historische natuurdocumentaires of in het buitenland beleven. Best jammer want eigenlijk wil niemand deze ambassadeurs van het boerenland kwijt. Enkele cijfers. Eind jaren ’90 werd 96% van de Vlaamse boerenzwaluwnesten aangetroffen op boerderijen. Op bijna 70% van die boerderijen waren runderen aanwezig maar er werd ook gebroed op landbouwbedrijven met varkens (12%), kippen (11%) en paarden (10%). Het gemiddeld aantal nesten lag op drie per boerderij. Open varkensstallen scoorden doorgaans aanzienlijk beter en boerderijen zonder vee bleken niet erg in trek. En net omdat boerenzwaluw bijna een exclusieve boerensoort is, ligt daar wellicht de oorzaak van en de oplossing voor het probleem.
In de tang van EuropaHet aantal landbouwbedrijven met runderen is de laatste 30 jaar met bijna de helft verminderd. Opvallend: ook boerenzwaluw ging er de laatste 30 jaar met bijna de helft op achteruit. Het één heeft waarschijnlijk wel met het ander te maken. Maar ook de resterende veebedrijven worden minder zwaluwvriendelijk. Op nieuwe, grote industriële veehouderijen krijgen zwaluwen om bedrijfshygiënische of technische aspecten (interne klimaatbeheersing) minder toegang. Het doemscenario wordt almaar dreigender. Gesloten mestopslag leidt tot een drastische afname aan insecten (en dus minder zwaluwvoedsel), melk- en koelruimtes worden onder druk van Europa en consumentenorganisaties afgesloten, koeien in de wei dreigen plaats te maken voor koeien die permanent in een ligboxenstal worden gehouden. En net die ‘stalkoeien’ hebben heel wat minder insecten om het lijf dan ‘weikoeien’. Voor boeren is het niet altijd eenvoudig en moet op een gezonde manier worden gezocht naar een evenwicht tussen Europese hygiëneregels en het behoud van biodiversiteit, ook op hun eigen bedrijf.
Maar het probleem is complexer. Zodra het weer wat minder wordt, jaagt de boerenzwaluw daar waar ook de insecten op dat moment te vinden zijn: in de buurt van bosjes, hagen, houtkanten, knotwilgenrijen, beschutte bloemrijke hooilanden. Vooral aan dat soort kleinschalige landschapselementen en aan plekjes met een groot, divers voedselaanbod ontbreekt het steeds vaker in het Vlaamse agrarisch landschap. Gelukkig wordt recent steeds meer aandacht besteed aan erfbeplanting waardoor kan worden gestreefd naar een landschappelijke integratie van landbouwbedrijven. Een goede maatregel, maar er zal meer nodig zijn om het tij te doen keren.
Zwaluw versus spuitbusBoeren hebben niets tegen zwaluwen, zoveel is duidelijk. Maar zijn er eigenlijk objectieve voordelen aan een zwaluw op je bedrijf? Dat is moeilijk wetenschappelijk aantoonbaar maar misschien moet de rol als biologische insectenverdelger toch worden benadrukt. Een nest met vijf jongen heeft dagelijks ongeveer 6.000 insecten nodig. Per week verslindt een paartje boerenzwaluw met bedelende jongen 60.000 insecten en er wordt geschat dat een koppeltje in een broedseizoen goed is voor een miljoen gevangen insecten. Behoorlijk efficiënt dus. Kan een bedrijf daardoor insectenvrij worden? Niet echt maar vermoedelijk streeft een veehouder zo’n zerotolerantie toch niet na.
En misschien is er toch nog een ander ‘hard’ voordeel aan zwaluwen op je erf. Heel wat gemeenten werken actief mee aan ‘countdown 2010’, een ambitieus project waarbij gepoogd wordt de achteruitgang van de biodiversiteit tegen 2010 te stoppen. Die doelstelling zal jammer genoeg niet worden gehaald maar de intentie om er samen ernstig werk van te maken, is veelbelovend. Mensen die aan hun huis of in hun stallen één of meerdere nesten hebben, kunnen hiervoor in sommige gemeenten een aardige subsidie opstrijken. Zal hiermee de neerwaartse trend van boerenzwaluwen worden gestopt? Vast niet, maar het geeft blijk van appreciatie voor mensen die mee helpen een zwaluwvriendelijke omgeving in stand te houden.
Hoe het ook zij: enkel indien er methodes worden gevonden om boerenzwaluwen (meer) kansen te geven in de industriële veehouderij, kan de soort op lange termijn als algemene broedvogel in Vlaanderen behouden blijven. Anders zal de soort spoedig, samen met het ‘keuterboerke’, verdwijnen uit ons landschap. En dat wil toch geen enkele landbouwer? Daarom ondersteunen de overkoepelende landbouworganisaties deze actie van Natuurpunt en roepen ze hun achterban op om zwaluwen een handje te helpen. Ook de landbouw heeft er immers geen enkel belang bij dat de boerenzwaluw verdwijnt uit ons landbouwlandschap.
Tips voor meer ‘boertjes’Elke landbouwer kan zijn ‘boertjes’ een handje helpen. En vaak is dat zo makkelijk dat het zonde zou zijn om het niet te doen.
Een open mestvaalt op de binnenplaats van het erf, modderige plekjes: je ziet het steeds minder. Landbouwbedrijven worden almaar netter. Zo net dat je er soms bijna van de grond kan eten. Het gevolg van strenge hygiënische eisen, misschien wel terecht. Maar hierdoor krijgt de boerenzwaluw het wel knap lastig. Zonder modder, geen nest. Help hen een handje. Giet geregeld een paar liter water over een modderig plekje, zeker in droge periodes want een zwaluw heeft zijn mortel nodig. Klei, modder of leem, wat strootjes als ‘wapening’ en zwaluwspeeksel als bindmiddel: het ideale recept voor een zwaluwnest. En die nesten hangen ze niet eender waar. Een ruwe muur of houten balk zijn super en een beetje ondersteuning is ook nooit weg. Een spijker, stallamp, kabel of richeltje om het metselwerk houvast te geven, volstaan. Van geverfde balken of gladde oppervlaktes moeten ‘boertjes’ niet weten. Geen ruwe balken of ankerplaatsen in de stal? Geen erg: timmer een ruw plankje ergens in een donker hoekje of sla enkele grote spijkers in de muur. Dat zal al een heel pak helpen.
Boerenzwaluwen zijn erg trouw aan een goede broedstek. Na duizenden kilometers heen en terug uit Afrika, zoekt een paartje elk jaar weer hun eigenste nest op. Zelfde land, zelfde gemeente, zelfde boerderij, zelfde stal, zelfde balk boven dezelfde nagel. Een beetje fatsoeneren en broeden maar weer. Bij het reinigen van de stallen kan je de nesten dus maar beter laten hangen. Het scheelt alvast een slok op een borrel wanneer de zwaluwen bij aankomst niet opnieuw energie moeten steken in de aanbouw van een nieuwe woonst. Maar misschien nog het belangrijkste van al: de boerenzwaluw wil ‘binnenshuis’ broeden. Hermetisch afgesloten stallen, daar kan ie niks mee. Een open venster, van die halfopen deuren, een kier van een goeie vijf centimeter: het maakt niet zo uit, zo lang de boertjes maar bij hun beschutte, droge en duistere broedplek kunnen geraken. Lang leve het kapotte stalraampje en meer open deuren voor onze zwaluwen!
Meten is wetenOp 30 en 31 mei start Natuurpunt de campagne ‘Zwaluwen in nesten’. Doel: sensibilisatie rond de problematiek van boeren- en huiszwaluw. Via een folder, de zwaluwenwebsite (
www.natuurpunt.be/zwaluwen) en een campagnefilmpje (te bekijken op
www.boerenstebuiten.be) wordt heel wat info gegeven. De actie is (zeker wat de boerenzwaluw betreft) vooral gericht naar de landbouwsector. Want zonder veeteelt geen boerenzwaluwen! Het zou mooi zijn mocht elke landbouwer die zwaluwen op zijn bedrijf heeft, dit laten weten via het invulformulier. Aan de hand van deze gegevens, zal kunnen worden opgemaakt hoe het gaat met de boeren- en huiszwaluw in 2009 en hoe deze resultaten zich verhouden tot de gegevens die we - dankzij de vlotte samenwerking met de landbouwsector - in 1996 en 1997 konden inzamelen tijdens een gelijkaardige campagne ‘Zie, … een zwaluw!’. Meten is weten en hoe meer we weten, hoe gerichter we samen werk kunnen maken van een efficiënt soortbeschermingsplan. Hopelijk kunnen we samen het tij keren.