
Hoewel je ze misschien niet zo vaak ziet, zijn kevers (of torren) wereldwijd de grootste groep onder de insecten. Ze lijken dan misschien altijd maar rond te kruipen in je tuin, maar ze hebben ook twee paar vleugels. De voorste vleugels zijn heel hard en kennen wij als dekschilden. Bij de meeste kevers zitten daaronder nog vliezige vleugels waarmee ze kunnen vliegen. Dat kan je zien bij de meeste lieveheersbeestjes. Toch hebben niet alle kevers goed ontwikkelde dekschilden. Er bestaat ook een familie kortschilden, waarbij de schildjes zeer kort zijn.
Je kan de kevers opdelen in verschillende families, zoals snuitkevers (die snuitjes hebben), boktorren (die vaak lange antennes hebben), waterkevers (die je regelmatig in je vijver aantreft), loopkevers (die wel goed kunnen lopen, en soms niet kunnen vliegen). Ook de leefwijze van kevers verschilt enorm van familie tot familie. Onder de kevers vinden we echte ‘roofdieren’, die jagen op kleine insecten en slakken (bijv. de geelgerande watertor). In België komen zo'n 4.500 soorten kevers voor, waarvan ongeveer één vierde tot de kortschildkevers behoort. Bekende kevers zijn het schrijvertje (het krinkelende winkelende waterding van gezelle), het zevenstippelig lieveheersbeestje (het meest voorkomende lieveheersbeestje), de meikever en de grote glimworm (jawel, dat is ook een kever!). |
Leuke keverweetjes
- De meeste kevers die je kent, zijn ongeveer 1 centimeter groot, maar het merendeel van de soorten zijn veel kleiner. De haarvleugelkevers zijn met hun lengte van een halve tot één millimeter nauwelijks zichtbaar met het blote oog.
- De grootste kever die in onze tuinen voorkomt, is de neushoornkever, een spectaculaire soort waarvan de larven ondermeer in houtzaagsel en composthopen leven. De neushoornkever kan tot 4 cm groot worden. De grootste kever in ons land is het vliegend hert, dat tot 7 cm lang kan worden. Deze sterk bedreigde kever overleeft in Vlaanderen nog maar in enkele bosrijke regio’s.
- Het kleurenpallet tussen kevers is erg verschillend. Sommigen zijn volledig zwart, anderen zijn metaalkleurig, oranje, rood, blauw, geel of groen. Enkele soorten zien er met hun gestreepte schilden uit als wespen (zoals de kleine wespenbok). Daarmee willen ze belagers misleiden.
- Het harde pantser van de kevers is een prima verdedigingsmiddel, maar het heeft ook een nadeel: het kan niet groeien. Daarom hebben larven die nog moeten groeien geen hard pantser. Eens een kever uit de pop kruipt, kan hij dus niet meer groeien.
- Een keverleven bestaat uit 4 fasen: ei - larve - pop en volwassen kever. Vlinders en bijen maken een gelijkaardige cyclus door.
- Een meikever kan 2 tot 8 jaar oud worden. In zeer gunstige jaren leeft de larve zo’n 2 jaar in de grond, maar onder ongunstige omstandigheden kan het tot 5 jaar duren voor de volwassen kever naar boven komt. Eens boven de grond, leeft de volwassen kever ongeveer vier weken.
|
Kevers in de tuin Wie graag kevers observeert in eigen tuin, kan zijn tuin op een eenvoudige manier kevervriendelijk inrichten!
- plant nectar- en stuifmeelrijke bloemen in de tuin. Niet alleen vlinders en bijen zijn verzot op bloemen, ook sommige kevers zoals boktorren of penseelkevers zie je in de tuin wel eens op bloemen zitten.
- Door te kiezen voor inheemse struiken en bomen geef je kevers en alle insecten veel meer kansen in de tuin.
- Zorg voor een strooisellaag. In humus (afgestorven bladeren en takjes) leveren tal van kleine diertjes, ook kevers. Waar mogelijk (bijv. onder een heg of struik) kan je wat bladeren laten liggen, die vanzelf vergaan.
- Geef dood hout een plaats in je tuin. Tal van keversoorten leven in dood hout. Als het enigszins kan, probeer je dus dood hout (takken en snoeiafval) te verwerken in de tuin (bijv. in een takkenril of –hoop). Daarin vinden ook vogels en egels een schuilplaats.
- Gebruik geen pesticiden, die zijn nefast voor het hele insectenleven.
|
Bekijk het keverfotoalbum Klik op de foto voor een groter beeld.
 |

|

|

|
| meikever |
bosmestkever
|
groene zandloopkever |
meeldauw lieveheersbeestje |
 |
 |
 |
 |
| penseelkever |
witte boksnuitkever |
tweeoog wilgenbok |
taxuskever |
 |
 |
 |
 |
neushoornkever
|
fraaie schijnbok
|
rode schildpadtor
|
larve Aziatisch lieveheers-beestje. Klik op de foto voor de evolutie van larve naar pop tot imago |
|
Biotopen
Lieveheersbeestje
|
januari-december Bomen, struiken en planten |
Bosmestkever
|
april-juni Overwegend in open, zandig en bosachtig biotoop; vooral in koeienmest algemeen. |
Groene zandloopkever
|
maart-december algemeen op losse zandige bodem, vaak op boswegen, in de duinen en op de heide |
Meikever
|
mei-juni Bij bosranden en ook op meer open velden |
Neushoornkever
|
juni-juli Tegenwoordig is de soort vooral te vinden bij composthopen. Larven in langdurig rottend en broeiend plantenmateriaal, ook in zaagmeel bij houtzagerijen. |
Penseelkever
|
juni-juli Vooral op open bosplekken in bergachtige streken, maar ook in België in lager gelegen gebieden. |
Tweeoog wilgenbok
|
juni-september Langs bosranden en in vochtig bos. |
| Fraaie schijnbok |
Halfnatuurlijke droge graslanden op matig voedselrijke gronden |
Taxuskever
|
januari-december Bij bosranden en in tuinen zeer algemeen. |
|
Lees ook