Natuurpunt foto

16-10-2010 / Aankomst in Japan


Door Willem Laermans -- Gisteren ben ik eindelijk aangekomen in Japan. Het was de eerste keer dat ik op een vliegtuig stapte en ik ben wel geschrokken. Ik ging met de trein van Brussel naar Schiphol en ik schrok me een bult toen ik aankwam. Gigantische schermen met bijna meer vluchten dan er treinen zijn in Brussel-Centraal (zonder vertraging). Eens op de juiste plaats aangekomen stapte ik in de Boeing 747 en het taxiede naar de startbaan. Plots voel je dat het snelheid maakt en voor dat je het weet ben je van de grond.  Het schiet als een echte raket naar omhoog en daar ben je dan hoog in de lucht bij -60 graden. Buiten de te kleine beenruimte en het storende geluid dacht ik, vliegen is te gemakkelijk lijkt me. Vooraf vroeg ik me af of ik de CO2 van de vlucht naar hier zou kunnen compenseren met het werk dat hier kan gebeuren. We zullen het misschien weten na de conferentie?

Tijdens de vlucht vlogen we over China en zelfs over de steppe; het is ongeloofelijk. Verschillende grote percelen zijn op de één of andere manier zichtbaar. Misschien door de begrazingsstructuur maar moest ik een wild dier zijn dan zou ik me alleszins bedreigd voelen in deze jungle van menselijke invloeden. Niets of niemand ontsnapt er aan, het is overal wel prominent aanwezig.

Eens aangekomen in Nagoya maak ik meteen kennis met de Japanse hoffelijkheid. Des te dieper de buiging des te groter het respect. Zelfs treinen worden begroet als ze weggaan. Voor de miljoenenstad die Nagoya is, zijn er zeer weinig wolkenkrabbers. Het zijn vooral kleinere huisjes met vierkante autootjes die je in het straatbeeld ziet. De mensen op straat spreken bijna geen Engels en op de Japanse tekens kun je ook niet voortbouwen. Een hele nieuwe ervaring dus.

De officiële opening van de COP is pas voor maandag. Dan begint het pas echt. Momenteel beperkt de tijdsbesteding zich tot het leren kennen van de andere jongerendeelnemers. Er zijn in totaal zo een 25 jongerendeelnemers uit het buitenland en rond de 100 Japanese jongeren. De bedoeling is om alle jongeren samen te krijgen en de taken te verdelen. Wie volgt welke werkgroep op en wat zijn onze strategische doelen. Want nu is het nog beperkt tot enkele individuele initiatieven. Een hele uitdaging waarbij de grote taalproblemen alleen al een struikelblok zijn om elkaar te begrijpen.

Gisteren heb ik onze Japanse collega’s van het Biodiversity on the Brink project (de Japanse tegenhanger van JNM) ingeleid in wat we in België met JNM en YouPEC doen. Ze waren zeer geïnteresseerd in onze jeugdwerking en vooral hoe we juist jongeren bezig houden. Hoe doe je dat nu met jongeren op pad gaan en ze iets leren. Een afdelingswerken hoe start je dat op? Dat waren hun grootste vragen. De ervaring die je al van jongs af aan opbouwt en de mogelijkheid om deze capaciteiten door te geven is het belangrijkste volgens mij. De verantwoordelijkheid die je in de JNM kunt opnemen is geenszins te vergelijken met deze in Japan. Dat is de grote kracht van onze werking in België. Geef de mensen kansen en laat ze fouten maken. Hopelijk hebben ze het begrepen in Japan, we zullen zien...