Eerder kon je al lezen (zie deel 4) dat ik een deel van mijn tuin inrichtte als vlinderhoekje. Maar ik wou meer. Nadat ik een cursus natuurgids volgde, raakte ik nog meer overtuigd van het belang van ‘natuur aan je eigen achterdeur’. Bij de verbouwing van ons huis in 1995 beslisten we ook de tuin rondom het huis samen met de oprit aan te pakken. Ik broedde weken op een eigen tuinontwerp met allerlei schetsen en een resem heesters, vaste planten, bodembedekkers, klimplanten, knolgewassen en hagen voor de vlinders. De gazon rondom het huis verdween quasi volledig op circa 500 m2 na.
Onze tuinarchitect behield mijn plan grotendeels en vulde het her en der aan met waard- en nectarplanten. Dat resulteerde in
circa 200 verschillende soorten planten, bomen, struiken. Tevens keek de tuinarchitect na of alle planten geschikt waren voor onze zandige bosgrond. Mijn eerste vlindertuintje verdween namelijk grotendeels omdat verschillende planten er niet echt wilden groeien en bloeien. Daarom een goede tip: pas je aan aan de grondsoort en probeer de natuur niet naar je hand te zetten! Zo produceren bloemen die treuren of in de schaduw staan weinig of geen nectar. Dat is meteen ook de reden waarom vlinders mee opschuiven met de draaiende zon. Bloemen in de schaduw zijn niet meer aantrekkelijk. Zelfs vlinderstruiken, topper van de nectarplanten, moeten dan het onderspit delven.
Omwille van mijn chronische ruglast was het ook belangrijk dat het onderhoud van mijn tuin zo arbeidsarm mogelijk zou zijn. Geregeld rust ik, maar dan wel in een zetel onder de vlinderstruiken. Als ik niet ingedommeld ben, kan ik mijn fladderende vrienden al liggend observeren. Dat is pas genieten!
Voor het bijgebouw kozen we witte betonstenen en een zeer licht tuinpad. Dit deden we bewust zodat vlinders zich er kunnen opwarmen in de ochtendzon. We voorzagen ook een vijver met de nodige waterplanten zodat amfibieën hun volledige levenscyclus onze tuin kunnen doorbrengen. We zorgden voor een volledig natuurlijke waterzuivering door de juiste zuurstofplanten te gebruiken. We kozen ook bewust voor een vijver zonder vissen omdat amfibieën er anders geen eieren in leggen (vissen eten alles op). Er liggen ook voldoende grote, licht gekleurde keien rond de vijver. Naast een opwarmingsplaats voor dagvlinders is het een schuilplaats voor amfibieën vlakbij het water. De vijver is nu spontaan bevolkt met bruine kikkers, gewone padden en twee soorten salamanders. Sinds twee jaar is ook de groene kikker in onze tuin gekomen. Ook hij blijft, want hij heeft het er naar zijn zin. Plots zijn er ook libellen en waterjuffers opgedoken. Je staat versteld wat je allemaal aantrekt in en rond een vijver.
De grootste brokken bouwafval hielden we bij om enerzijds een vierkant gegraven put te vullen en anderzijds een ‘paddenpaleis’ te stapelen. Dit ‘paleis’ is een gestapelde hoop stenen met zeer veel gangetjes, openingen en zelfs enkele verdiepingen. Het vormt een ideale schuil- en overwinteringsplaats voor amfibieën. Op andere plaatsen zijn, met iets grotere openingen, plaatsen gecreëerd voor egels. Twee jaar geleden is bij het herinrichten van de living het bouwafval opnieuw aangewend voor een tweede “paddenpaleis”. De hopen liggen verscholen tussen krenteboompjes en hagen en zijn inmiddels volledig overgroeid met klimop. En het werkt! Tussen de stenen heb ik de gewone pad al gezien en ook kikkers en egels merk ik vaak op in de nabije omgeving. Via een tweetal uitsparingen onderaan de afsluiting kunnen ze het paleis vlot in en uit.
Enkele pergola’s met diverse soorten kamperfoelies werden eveneens voorzien in onze tuin. De geurstoffen van deze zeer welriekende klimplanten worden pas vanaf ‘s avonds afgegeven en lokken hoofdzakelijk nachtvlinders. Ze zijn bijzonder nuttig voor de familie van de pijlstaarten. Hun rupsen hebben een kenmerkend pijltje op hun achterlijf. Met hun lange roltong kunnen ze al zwevend diep in de kelk van de bloemen de nectar bereiken. Dat is iets wat de meeste dagvlinders niet lukt. Wist je dat witte vlinderstruiken meer nacht- dan dagvlinders aantrekken? Wit is blijkbaar opvallender voor hen in het donker.
De paardebloemen, die eveneens nectar leveren, worden in het resterende gazon niet meer uitgestoken. Ze passen zich aan en bloeien nu laag tegen de grond zodat de grasmachine ze meestal niet kan deren. Het wordt stilaan een geel tapijt aangezien ze vlot vermeerderen. In het voorjaar levert de sleedoornhaag nectargevulde bloemetjes. Het is een geliefde waardplant voor stippelmotjes: de rupsjes fabriceren er hun spinselnesten in en leven in groep samen. Het geeft hen een veilig gevoel want belagers worden afgeschrikt door de doornige takken.
Niet alles wat we installeerden in de tuin is een succes. De vlinderkasten, die gelijken op nestkastjes, worden enkel bewoond door wat spinnen en andere kleine insecten. Nochtans zijn ze windvrij opgehangen, maar vlinders verkiezen blijkbaar meer natuurlijke schuilplaatsen. En die zijn er in onze tuin in overvloed.
Ortwin Hoffmann
Lees volgende week deel 7 van Ortwin's verhaal