Natuurpunt foto

Deel 4: Nog meer lokkertjes voor vlinders

Vlinders

Wist je dat lichte kleuren vlinders aantrekken? Daarom koos ik in mijn tuin bewust voor witte stapstenen, een wit keienbed en witte hortentia’s Annabelle, die met hun dikke bloembollen als een waterval over de taxushaag hangen. Vlinders komen er zonnen in het gunstige microklimaat: vleugels als zonnepaneel naar de zon gekeerd. Vooral ’s morgens kunnen vlinders nog niet écht actief zijn. Het zijn immers koudbloedige insecten die opwarmen met de buitentemperatuur. Door de weerkaatsing van de warmte op de witte ondergrond, zijn ze vlugger opgewarmd en kunnen pas echt gaan vliegen. Het is dus handig meegenomen dat ons huis gebouwd is met witte faiencestenen. Dagpauwogen en atalanta’s en in mindere mate kleine vos (quasi “uitgestorven”) zie ik geregeld ’s morgens op de muren zonnen.

Heb je soms al gezien dat een vlinder heftig zit te trillen met z’n vleugels? Als je hem toevallig verrast op een koude, bewolkte Citroenvlinder, foto: Ortwin Hoffmanndag kan hij meestal niet zomaar direct wegvliegen. Snel en krachtig trillen met de vleugels doet ze een beetje opwarmen zodat ze daarna opnieuw kunnen vliegen. Bij nachtvlinders is dit een typisch fenomeen (nachten zijn immers koeler dan overdag), ook al zijn ze door hun dichtere lichaamsbeharing beter geïsoleerd.

Via de Vlindertuin in Knokke liet ik ook een vlindertafel maken: proefbuisjes hangend aan een plexiplaat gevuld met een lokvloeistof: honingwater of amylacetaat. Dagpauwogen en atalanta’s kunnen dit smaken. Helaas is de tafel gesneuveld na een mislukt voetbalschot van onze spelende kinderen op het gazon. Ook een omgekeerd dekseltje van een confituurpot kan soelaas brengen: leg er een sponsje in doordrenkt met honingwater. Een stuk (rottend) fruit (appel, peer, banaan,…) kan atalanta’s ook bekoren. Dat is de reden waarom je deze vlindersoort vooral in boomgaarden aantreft. Leg in het najaar, als het nectaraanbod verschraalt, eens een snede brood in de zon. Ook dat trekt atalanta’s aan. Zuigen ze er zetmeel uit? In ieder geval boeiend om te observeren en te zien hoe de haardunne roltong tastend van gaatje naar gaatje gaat.

Als bodembedekker plantten we rondom de buitenkant van de tuin klimop aan tussen de spontaan ontwikkelde hondsdraf. Handig: onkruid krijgt geen kans meer en er wordt nooit geschoffeld. Bovendien is het een waardevolle waardplant voor diverse soorten (dag)vlinders. Vooral als de plant langs bomen of een muur naar omhoog kan slingeren. De meeste bomen zijn hiermee inmiddels langs de stam (en soms ook wat op de takken) begroeid. Geen nood als ze iets te hoog groeien: knip voorzichtig rondom de stam de groeischeuten door (bv. op 6 m. boven de grond) en laat het bovenste deel best vanzelf verdorren. Trek het er niet af of de schors kan beschadigd worden. Het is een ideale schuilplaats bij winderige en/of regenachtige dagen en tevens een overwinteringsplaats voor bv. citroenvlinders of kleine vossen. Ook als het té heet is, is afkoeling hiertussen welgekomen. Boven de 35° C komen ze in levensgevaar: ze kunnen uitdrogen.

Rhododendrons, ook ideaal als schaduwplant onder de grotere bomen, lokken dan weer veel gammauiltjes (nachtvlinder). Vooral in de schemering en soms met tientallen tegelijk. Ze lusten ook de nectar van stephanandra incisa crispa die als bodembedekker goed werk levert.

Her en der heb ik look-zonder-look en judaspenning uitgeplant: de belangrijkste waard- en tevens nectarplanten voor oranjetipjes. Deze soort heeft maar 1 vliegperiode en 1 generatie per jaar: maand april (afhankelijk van de temperatuur). Bovendien leeft het vrouwtje maar enkele dagen. Het is een indicator van zoomvegetaties met kruisbloemige planten. Wijfjes zijn buitengewoon kieskeurig: liefst hebben ze grote solitaire planten (veel bloemhoofdjes = veel voedsel) in de zon, maar in de omgeving van bomen en struiken (verpoppen rupsen als gordelpop). Onze tuin voldoet ruimschoots aan al deze selectieve voorwaarden zodat het boeiend transformatieproces van ei tot vlinder hier volledig kan plaatsvinden. Bij judaspenning vreten de rupsen het liefst aan de ronde, onrijpe hauwtjes of zaaddozen die ze stelselmatig kleiner en kleiner maken. Groot was ook mijn verbazing toen ik jaren geleden voor het eerst 4 plantjes look-zonder-look gezet had: op alle 4 prijs! Sindsdien hebben we verspreid over de hele tuin elk jaar rupsen.

Nu we het toch over vreten hebben: met groot genoegen kijk ik naar de rupsen van koolwitjes die de bladeren van zeekool volledig kaalvreten. Eens weg uit de flesvormige eitjes worden de rupsjes echte vraatmachines. Enkel de hoofdnerven blijven soms nog over… Maar het jaar nadien is de plant telkens weer paraat. Het is een buitengewoon staaltje van natuurlijk evenwicht zonder menselijke inmenging.

Ook maagdenpalm is een dankbare bodembedekker, die evenwel niet overvloeit van nectar, maar waar koolwitjes en citroenvlinders af en toe toch even halt houden. Ertussen kunnen krokussen geplant worden wat de eerste nectar van het seizoen oplevert. Bolklimop daarentegen is in de herfst het galgenmaal of laatste avondmaal. Hierna sterven de meeste soorten. Deze struiken kunnen écht gonzen van zwermen zweefvliegen vermengd met atalanta’s, gehakkelde aurelia’s en dagpauwogen.

Ortwin Hoffmann

Lees volgende week deel 5 van Ortwin's verhaal



REACTIES


We leren bij   | door Antoniojoris op donderdag 16 april 2009 om 21:52

Beste Ortwin, het is een plezier om je blog te lezen. Nog maar sinds enkele jaren proberen we onze recente tuin vlinder- en diervriendelijk te maken. Dat van die lichte kleuren wist ik niet. Om te onthouden. Naast de planten die je opsomt is de Verbena (ijzerhard) bij ons heel goed om de nectarzoekende vlinders aan te trekken. Geen inheemse plant maar wel een mooie. Ik heb trouwens de indruk dat het huidige vlinderseizoen beter kan worden dan vorig jaar. Gisteren zagen we namelijk 8 soorten in de tuin. Dat is evenveel als wat we vorig jaar voor de hele maand april noteerden.

Jullie leren bij: dat is net de bedoeling!   | door Ortwin op vrijdag 1 mei 2009 om 11:48

Dag Antoniojoris, Ik heb niet altijd de tijd om direct te reageren door diverse omstandigheden. Maar nu doe ik het vooraf. Lichte kleuren = inderdaad aanlokkelijk voor vlinders. Meestal blijven ze er vrij lang op zitten (willen immers opwarmen) zodat je ze dan van dichtbij goed kunt observeren. En de kleurtjes schitteren en weerkaatsen mooi in de zon. Natuurlijk geen bruuske bewegingen of ze zijn wel direct weg. Ook interessant als je er foto's van wil nemen. Als ze nectar lurken, vliegen ze doorgaans vrij vlug van bloem naar bloem. En ze blijven niet zitten op commando om eens een mooie foto te nemen... Verbena hebben we nog niet zo lang geleden ook gezet. Een tuin leeft immers altijd. En soms doen planten (die eigenlijk wel thuishoren in je grondsoort) het plots toch niet zo best. En dan vervang ik direct. Want planten die "treuren" produceren minder nectar, en dan hebben vlinders er ook weer weinig of niets aan. Verbena doet het bij ons ook goed en lokt inderdaad vele vlindersoorten. Deze plant staat niet voor niets op de 2de plaats in de top 10 van vlinderplanten. Ze deed het vorig jaar voor de eerste keer zo goed, dat ik er in het najaar nog plantjes tussengezet heb. Ik had niet te dicht bij elkaar geplant en had er nog wat ruimte tussen. Toch opletten dat je bij aanplanten niet alles te dicht bij elkaar zet: binnen de kortste keren moet je gaan uitdunnen en planten weggooien... Een veel gemaakte fout bij tuinaanleg (mensen hebben geen geduld meer). Pas na 2 à 3 jaar begin je er zicht op te hebben, maar zolang kunnen/willen mensen meestal niet wachten... Amai, als je op 1 dag 8 verschillende soorten ziet is het om wat jaloers op te zijn! Dit wil toch zeggen dat je tuin inderdaad vlindervriendelijk is. Ik heb tot nu toe in onze tuin dit jaar "nog maar" 6 verschillende soorten gezien. Per jaar tel ik tussen de 16 à 21 verschillende soorten dagvlinders. En dat is vrij veel. Heb je enig idee aan hoeveel soorten jij komt per jaar? Dat zal ook niet mis zijn vermoed ik! En dat vind ik nu juist zo plezant. Je kunt de natuur lokken naar je tuin door de juiste keuze van bloemen/planten en omgevingsvegitatie te kiezen. Vlinders hebben dit direct "in de mot" en komen hoe dan ook af. Vlinders kunnen immers van op verschillende km's afstand nectarbronnen waarnemen! Ik hoop zo elk jaar aan de bovenkant van het aantal te komen en dan maar turfen... Ik wacht het jaar af dat ik eens boven de 21 soorten kan komen, maar dan zal alles een heel jaar door moeten meezitten. En daar vrees ik voor; zijn algemeen sterk in verval: kleine vos, citroenvlinder, landkaartje, groot dikkopje,... Dat zijn er al 4 minder en die vervang je niet zomaar door 4 nieuwe soorten... Hopelijk wordt het beter dan vorig jaar. 2008 was inderdaad heel miserabel... Ik had maar 14 soorten en dat was al geleden van 2000 dat het nog zo laag was. 2009 kondigt zich toch al wat beter aan. Vanuit m'n bureau heb ik zicht op de achtertuin; het is momenteel mooi zonnig buiten en heb al typend ondertussen al een 3-tal soorten zien passeren: orangetipjes (mannetjes), kleine koolwitjes en vuilboomblauwtje. Maar nog liefst van al zit ik in de tuin... Beste vlindergroeten.

Wat extra uitleg   | door Antoniojoris op zaterdag 16 mei 2009 om 19:54

Ortwin, die 8 soorten op één dag waren: groot en klein koolwitje, gehakkelde aurelia, bont zandoogje, boomblauwtje, landkaartje, oranjetipje en dagpauwoog. Ik keek even op mijn gegevens op Vlindermee van vorig jaar en blijkbaar zagen we in totaal 15 soorten gedurende het volledige seizoen. Die dag dit jaar in april met 8 soorten tegelijk was dus wel degelijk een topdag voor ons tuintje. Dat vlinders van op km's afstand nectarbronnen konden waarnemen, wist ik ook niet. Ik dacht dit dit beperkt was tot enkele tientallen meter. Hoe doen ze dit?

Vlinders: ongeëvenaard reukorgaan!   | door Ortwin op vrijdag 29 mei 2009 om 09:17

Dag Antoniojoris, Dat jullie 15 soorten zien op een heel jaar = zeer knap! Dit wil toch zeggen dat er voldoende variatie is aan nectarbronnen want niet alle soorten dagvlinders vliegen naar dezelfde bloemen! Er zijn gemeenschappelijke nectarbronnen, maar doorgaans hebben de meeste soorten toch specifieke voorkeuren. Vooreerst moeten ze er met hun roltong inkunnen en het moet ook nog hun smaak zijn. Bv. muntvlindertjes (of purpermotjes) zul je niet aan een kamperfoelie nectar zien lurken. Hun roltonnetje is te kort om in de lange bloem te kunnen... Dit is dan weer geen enkel probleem voor de pijlstaarten zoals de kolibrivlinder. Ik heb gelezen dat er in nectar dus ook nog diverse smaken zouden zijn, en ook dat is iets wat vlinders kunnen waarnemen. Dus: een tuin hoeft helemaal niet groot te zijn om vele soorten te kunnen aantrekken. Het is de invulling van waard- en nectarplanten die van belang is. Wat ben je met een tuin van 5.000 m2 strak kort gazon? Het oogt groen, maar daar houdt het bij op... Dit heeft geen natuurwaarde. En dat is iets wat vele mensen nog niet weten; doorgaans uit onwetendheid. Het is niet omdat het "groen ziet" dat je goed bezig bent... Het is blijkbaar wetenschappelijk bewezen dat vlinders van op km's afstand een nectarbron kunnen waarnemen. Kijk eens naar een dagvlinder: die heeft 2 voelsprieten en daar bovenop staat een klein knotsje. En dat klein pietluttig knotsje is een heel ingenieus reukorgaan. Als ik hier bij stilsta, ben ik nog altijd opnieuw verwonderd: hoe kan zoiets klein zover waarnemen? En waar zitten wij als mensen dan met onze in verhouding toch dikke neuzen? We kunnen amper tot achter de hoek iets rieken... Ik heb dit zelf ondervonden: toen onze tuin nog niet aangeplant was, zag ik geen enkele vlinder in onze bosrijke omgeving. Ik plantte (in 1986) 1 (je leest het goed "één") purpere vlinderstruik en toen de eerste bloemen opengingen, verschenen ook de eerste vlinders! Je kunt dit nalezen in deel 2 "Vlindervlam wakkert weer aan".