Natuurpunt foto

Deel 2: Vlindervlam wakkert weer aan

Vlinders

Toen we midden jaren ’80 verhuisden naar onze nieuwe stek, besloten we komaf te maken met de verwaarloosde en te dicht aangeplante sparren die ons huis omringden. We rooiden alle sparren: de meeste waren ziek en aangetast door letterzetters. Dit zijn kevers die de sapstroom van de bomen aantasten. De zilverberken, Amerikaanse eik en tamme kastanje aan de buitenzijde van de tuin lieten we staan. Hiertussen plantten we dennen en haagbeuk aan met als doel hagen in diverse hoogten te creëren in combinatie met zuilvormige. 
 
Slechts 1 purperen vlinderstruik plantte ik toen aan. Mijn verwondering was groot toen eind juni, bij het ontluiken van de eerste Atlanta, foto: Marcel Bexwelriekende bloemen, er plots ook vlinders verschenen. Tot op dat ogenblik had ik in deze (donkere) bosrijke omgeving nog geen vlinders gezien. Op echt zonnige dagen zaten er soms wel 8 verschillende soorten nectar te lurken; een juist aantal (20? 30?) tellen was onmogelijk door al dat rondvliegend gewemel. Deze plotse, heuglijke ommekeer intrigeerde mij zo dat het me niet meer losliet. De smeulende “vlindervlam” van weleer wakkerde terug aan en was het begin van onze eigen open vlindertuin. 
 
Heb je trouwens een vlinder al eens van dichtbij bekeken door een vergrootglas? Het zijn adembenemende insecten met een fascinerend kleurenpallet van kleine schubben die dakpansgewijs over elkaar liggen. De pigmenten zorgen voor de kleur die soms een weerschijn kan geven. Wist je dat  vlinders zelfs van op enkele km’s afstand een goede nectarbron waarnemen? Dagvlinders nemen dit waar via het knotsje bovenaan op hun voelsprieten. Een ingenieus systeem in tegenstelling tot de menselijke neus…
 
Ik plantte vlug her en der nog wat vlinderstruiken bij. Maar stilaan wou ik meer. Ik ging op zoek naar andere bloemen en planten als lokmiddel voor vlinders. Internet was er toen nog niet dus trok ik naar de bibliotheek, maar een boek over hoe je een vlindertuin inricht, vond ik niet. Wel hier en daar wel losse sprokkels. 
 
Bij open tuindagen reed ik van tuin naar tuin en vroeg aan de bewoners of ze planten hadden die vlinders lokten of waarop rupsen zaten. Ik wou zowel nectar- als waardplanten. Nectarplanten, zijn zoals het woord laat uitschijnen, planten die nectar produceren voor vlinders, bijen, zweefvliegen,… Waardplanten zijn specifieke planten waarop eitjes afgezet worden en elke vlindersoort heeft (net als bij nectarplanten) doorgaans z’n typische voorkeur! De rupsen (die uit de vlindereitjes komen) vreten van de blaadjes om te groeien en diverse keren te vervellen. Ze verplaatsen zich doorgaans niet ver. Als ze nadien verpoppen, blijven ze in de buurt. Zo worden vlinders geboren in je eigen tuin. 
 
Alvast een goede tip: kijk naar de vlindersoorten die in je streek voorkomen in combinatie met de grondsoort. Bepaal zo je plantenkeuze. Enkel dan is succes gegarandeerd. In België vond ik geen enkele typische vlindertuin. Ik schuimde tuincentra af alsook de kruidentuin te Bokrijk. Uiteindelijk zocht ik mijn heil bij onze noorderburen. De Nederlandse Vlinderstichting kon me toen deels op weg zetten. Stilaan groeide het besef dat ik met de ontwikkeling van mijn vlindertuin aan een ware pionierstocht begonnen was.
 

Ortwin Hoffmann
 

Lees volgende week deel 3 van Ortwin's verhaal


REACTIES


kleine vlindertuin   | door fladdervriend op vrijdag 27 maart 2009 om 10:11

Wij zijn reeds een paar jaartjes bezig met onze tuin een zo natuurlijk mogelijk uitzicht te geven. Dit eigenlijk zonder de bedoeling om echt vlinders te gaan aantrekken, maar wat blijkt nu elk jaar zien wij meer en meer vlinders en ook meer en meer soorten. Ikzelf ben nog niet zo goed op de hoogte van de namen van deze mooie fladderaars maar we zien wel dat er elk jaar bijkomen. Wij hebben een klein hooilandje, een houtkant met sleedoorn, meidoorn, spork, boswilg, enz.. en daarnaast nog enkele wilde hoekjes met brandnetel en braam. Deze hoekjes worden voor de winter niet gemaaid. Brandnetel zou een zeer goede waardplant zijn voor de voortplanting van de vlinders. In het voorjaar zitten deze dan ook altijd vol met rupsen. Wij gaan onze tuin dan ook gewoon zo verder laten evolueren en hopen nog op veel fladderplezier. Geniet ervan Fladdervriend

Voilà, dat is het goede voorbeeld!   | door Ortwin op maandag 30 maart 2009 om 12:38

Beste Fladdervriend, Je ondervind nu zelf, als je een tuin zoveel mogelijk een natuurlijk uitzicht wil bieden dit niet ongemerkt voorbij gaat! Vlinders zijn niet dom... maar eerder ingenieuze insekten! En wat is er plezanter zelf te ervaren dat je natuur aantrekt zonder dat je echt vlinders op het oog had. Dit moet toch stimulerend werken?! En als je goed zorgt voor vlinders, trek je "de hele natuur aan". Behoud zeker de brandnetels: het is een zeer belangrijke waardplant (plant waarop vlinders eitjes afzetten)voor vele soorten dagvlinders: atalanta, kleine vos, gehakkelde aurelia, koolwitjes, landkaartjes,... Om dan nog maar te zwijgen over de (nog veel talrijker voorkomende) nachtvlinders. De verhouding is ongeveer zo: van de 100 vlinders zijn er ongeveer 90 à 95% nachtvlinders en het overige percentage zijn de dagvlinders! Ook onze vlindertuin is zo gevarieerd mogelijk aangelegd: we hebben ook sleedoorn, sporkehout en enkele braamstruiken. Langs de buitenkant van onze tuin mag de natuur gecontroleerd woekeren. Net zoals enkele verscholen composthopen: bron van veel insektenleven - trekt ook amfibieën aan - en vlindereitjes/-popjes en vlinders overwinteren erin. Gefaseerd maaibeheer is ook zeer belangrijk. Hopelijk lezen nog vele mensen jullie artikeltje: iedereen kan er een voorbeeld aan nemen!