Natuurpunt foto

De Vlinder

Snor ontdekt harige wezens!


Rupsen worden vlinders. Maar eerst moeten ze heel veel eten. Zij moeten ervoor zorgen dat ze  niet opgegeten worden. Daar hebben rupsen zo hun eigen trucs voor …

Voorproeven
Kijk eens naar de bladeren van een brandnetel of op de koolplanten in je moestuin. De kleine “knopjes” die je soms er op of er onder ziet zitten zijn vlindereieren, waar later rupsen uit komen. De vrouwtjes-vlinder heeft ze niet zomaar op een plant gelegd. Vooraf heeft ze met de smaakorganen op haar poten geproefd van de plant. Zo is ze zeker dat de jonge rupsen dat groenvoer straks lusten.

Eten en nog eens eten
Zodra de rupsen uit het ei komen beginnen ze te eten. Meestal eerst de eischaal, daarna de plant waarop ze zitten. De rupsen eten en eten…
… tot ze veranderen in een vlinder.

Schaar bij de hand
Om zijn reuzenhonger te stillen, heeft een rups goed gereedschap. Zijn kaken werken als een schaar. Zo knipt hij bladeren aan stukjes, tot er niets meer over is, behalve de bladnerven. Om niet uit te glijden, klemt de rups zich stevig vast aan de bladrand met de valse poten aan zijn buik. Die zijn uitgerust met haakjes voor extra houvast.

Wegwerphuid
Rupsen doen niets anders dan eten. Ze groeien dan ook snel. Maar hun huid is niet rekbaar. Daarom barst iedere rups meerdere keren uit zijn vel. Zijn oude, te krappe jas scheurt open en de rups kruipt eruit. Onder zijn oude huid zit alweer een nieuwe. Tijdens de vervelling eet hij even niet, maar daarna gaat hij weer vrolijk verder.

Zwerven
Als de rups een stuk gegroeid is verlaat hij ineens zijn voedselplant en gaat zwerven. Hij zoekt een veilige plaats om te verpoppen.

Zijden kokertje
Voor de laatste gedaanteverwisseling wikkelen sommige rupsen zich in een koker van zijdedraad. Die maken ze zelf met de spinklieren aan hun bek. Andere soorten verpoppen weer in een holletje onder de grond, zo zijn ze goed beschermd.

Geliefd hapje
Voor rupsen dreigt er van alle kanten gevaar. Vogels zoals mezen, boomklevers en spreeuwen voeden hun jongen met rupsen. Ook kikkers en padden laten een rups niet zomaar lopen. De lijst met vijanden is trouwens nog veel langer. Spinnen, graafwespen, hagedissen, spitsmuizen en veel andere dieren lusten ook rupsen.

Niet zonder gevaar op rupsenjacht
Rupsen kunnen nu eenmaal niet hard wegrennen. Daarom hebben ze andere trucjes om aan hun belagers te ontkomen. Sommigen geven een vreselijke geur af of spuiten mierenzuur. Lange haren of stekels willen ook wel helpen. Een andere truc om niet gezien te worden is je goed verstoppen. De rupsen van sommige blauwtjessoorten brengen bijna hun hele leven ondergronds door, tussen de mieren. Andere soorten graven een gangetje in het bladmoes van een blad.

Aandachttrekkers
Niet alle rupsen houden zich zo op de achtergrond. Sommigen hebben juist heel felle kleuren! Zo waarschuwen ze hun omgeving dat ze vies smaken of zelfs giftig zijn!
 
Tekst: Mart Pauwels    Tekeningen: Pascale Vantieghem