“Het is hier toch nog groen meneer!”
Tekst: Karolien Van de Velde
In januari 2009 werd de nieuwe Natuurpuntafdeling M.O.Lennik boven de doopvont gehouden. Deze afdeling is gegroeid uit de M.O.L, ‘Milieu-Organisatie-Lennik’, die zich sinds 1992 inzet voor natuur en milieu in Lennik. Willy Van Everbroeck, voorzitter van de nieuwe afdeling, stond mee aan de wieg van deze vereniging.
Waarom richtten jullie een Natuurpuntafdeling op?

Ewoud L’Amiral, medewerker bij Natuurpunt, kennen we al lang. De voorbije jaren gingen we regelmatig met hem wandelen om te kijken of er ergens natuurgebied kon worden aangekocht. Toen deed Natuurpunt een aankoop waarvan een klein stukje op het grondgebied lag van Lennik. Nadat ene gebiedje volgden er zeer snel nog twee andere. Ewoud vroeg ons of wij een werking wilden opbouwen rond deze gebieden. Hij zou het spijtig vinden daarvoor in Lennik een nieuwe Natuurpuntafdeling te moeten oprichten terwijl de M.O.L. toch goed bezig was. De M.O.L. moest dan wel een Natuurpuntafdeling worden. Toen bleek dat wij ook als Natuurpuntafdeling onze eigenheid konden bewaren, beslisten we de sprong te wagen.
Uiteindelijk moesten we buiten onze naam niet veel veranderen. Onze grootste bezorgdheid was dat we de bekendheid die we de afgelopen jaren hadden opgebouwd, zouden verliezen door een Natuurpuntafdeling te worden. Daarom staat M.O.L. nog altijd in onze naam en gebruiken we nog het oude mol-symbool naast het Natuurpuntlogo. Voor onze werking is er niet veel veranderd. Enkel het beheer van de natuurgebieden is er bijgekomen. We moeten bepalen welke werkzaamheden we willen uitvoeren en stilaan starten we ook met de inventarisatie van de planten- en diersoorten in onze gebieden.
De meerderheid van de M.O.L.-sympathisanten zijn mee overgestapt. Bovendien zijn een aantal Natuurpuntleden die vroeger niet bij ons zaten, nu ook lid geworden van onze vereniging. Vroeger hadden we ongeveer 100 leden en dat is nu toch gestegen tot zo'n 160 mensen.
Wat is jouw functie binnen de afdeling?
Ik noem mezelf liefst coördinator, al is voorzitter mijn officiële titel. Ik heb de vereniging mee opgestart en zorg ervoor dat die goed blijft draaien. Eigenlijk ben ik dus een beetje de meid van alle werk. Ik doe heel veel zelf: het tijdschrift maken, vergaderingen voorzitten, verslagen maken,... Gelukkig zijn er enkele mensen die mij flink helpen.
Ik vind het belangrijk dat alles goed gebeurt en daardoor investeer ik veel tijd en energie in mijn functie als voorzitter. Gelukkig doe ik alles graag. Het enige probleem is dat ik soms wat teveel hooi op mijn vork neem. Een deel van het administratief werk (vooral het financiele) zou ik graag laten uitvoeren door iemand anders, maar zo iemand is moeilijk te vinden. We hadden hiervoor een geschikte persoon, Martin Jans, maar die is helaas te vroeg gestorven.
Ben je altijd al geïnteresseerd geweest in natuur?
Eigenlijk niet. Alles is begonnen toen ik een cursus natuurgids volgde in 1985. Ik fotografeerde in natuur en ik wou er graag iets meer over weten. Als opdracht voor de opleiding natuurgids mochten we toen kiezen uit: een wandeling gidsen, een wandeling uittekenen met bijbehorende brochure of een diamontage maken. Ik koos voor het laatste met vooropgenomen tekst want dan moest ik niets zeggen rechtstreeks voor het publiek. En daarmee was de kous af dacht ik. Maar ik zat samen met Martin Jans in de vzw Milieuoverleg Pajottenland en op een bepaald moment was er een actie gepland tegen een bedrijvenzone in Affligem. Marc Bruyneel ging hiervoor een protestwandeling gidsen. Enkele dagen voordien ben ik met hem meegegaan om de wandeling voor te bereiden. Op de dag van de wandeling daagde er een massa volk op. Marc vermeldde toen in zijn inleiding dat er toch iets te veel volk was om in een groep langs die smalle wegjes te wandelen. Maar geen probleem zei hij, er is hier nog een natuurgids aanwezig. En zo beleefde ik onverwacht mijn vuurdoop. Ik had direct de smaak te pakken en sindsdien gids ik vrij graag.
Dankzij die opleiding natuurgids trok ik ook meer en meer de natuur in en zo zag ik dat er vanalles misliep op dat vlak. Daarom ben ik in Milieuoverleg Pajottenland gestapt. Om daarna samen met Martin in Lennik de M.O.L. op te starten.
Zijn er in Lennik specifieke problemen op het vlak van milieu en natuur?
In veel Lennikse tuinen wordt nog afval verbrand. Dat probleem willen we aanpakken via de milieuraad waarin we een ruime paricipatie hebben. We zouden de gemeente een brief met wat uitleg over afvalverbranding laten sturen naar alle inwoners. Daarin zouden we duidelijk vermelden dat er vanaf nu streng zal worden opgetreden tegen illegale afvalverbranding. Daarna zouden we regelmatig in het gemeentelijk infoblad vermelden hoeveel mensen er beboet zijn.
Over het gemeentelijke milieubeleid mogen we trouwens niet klagen. Zo is alle groen dat wordt aangeplant inheems. Natuurpunt krijgt verder subsidies van de gemeente om aankopen te doen. Lennik staat ook heel ver op het vlak van afbouwen van pesticiden. De gemeente gebruikt enkel nog onkruidverdelgers op haar kerkhoven. Bovendien was Lennik een van de eerste gemeentes om bermen te maaien volgens het decreet.
In Lennik hebben we geen fabriek dat ons het leven zuur maakt. Dat bemoeilijkt trouwens de uitbouw van een achterban. Vooral oudere Lennikenaren krijgen we moeilijk mee. “Maar het is hier toch nog groen meneer”, zeggen ze dan. Soms denk ik daarom (grappend): ‘we zouden eigenlijk een stinkfabriek moeten hebben’. Dan zouden we de mensen wel uit hun kot krijgen om er tegen te protesteren.
Welke activiteiten organiseren jullie zoal?
Elk jaar op pinkstermaandag gaan we met de vereniging op uitstap met autocar. Wij houden dit zeer laagdrempelig, niet enkel voor specialisten dus. Het is de bedoeling om gebieden te bezoeken die verschillen van onze streek en vervolgens aan de deelnemers duidelijk te maken wat de verschillen en gelijkenissen zijn met onze natuurgebieden op het vlak van bodem, begroeiing,... Tijdens de rest van het jaar doen we nog zo'n vijf wandelingen in Lennik. Zo doen we onder meer mee aan de Nacht van de Duisternis en de Dag van de Aarde. Wij organiseren ook jaarlijks een tentoonstelling voor de Lennikse scholen rond amfibieën. Leo (onze andere natuurgids) en ik gidsen de kinderen langs de tentoonstellingspanelen. Maar we hebben ook een heus vragenspel dat werkt met knikkers. De kinderen moeten antwoorden op een aantal vragen over amfibieën. Bij een fout antwoord verdwijnt de knikker en bij een juist antwoord komt hij terug. Overigens hebben we ook jaarlijks een succesrijke haag- en boomplantactie. We organiseren een samenaankoop van plantmateriaal zodat we zeer interessante prijzen kunnen bedingen.
Als je terugkijkt op de afgelopen jaren op wat ben je dan trots?
Dat we er toch nog altijd staan. Als je iets opstart, ben je toch een beetje voorzichtig. Toen we, bij voorbeeld, begonnen met onze boomplantactie in de jaren '90 dachten we dat één keer te doen. Ondertussen herhalen we deze actie reeds voor de 15e keer. Over de amfibieëntentoonstelling deden we dit jaar een enquête bij de zeven lagere scholen uit Lennik. Daarop ontvingen we lovende reacties. Op zo'n zaken zijn we fier.
Wat willen jullie bereiken in de toekomst?
We hebben nog veel groen en het is hier mooi dus we willen de hoeveelheid groene ruimte behouden. Verder droom ik van een groenere landbouw. Dat kan alleen maar als we de goede verstandhouding met onze landbouwers kunnen verder zetten.