Natuurpunt foto

Biodiversiteit in Harapan

Het Harapan regenwoud is gelegen in de Jambi provincie op Sumatra. Het meer dan 101.000 ha, hoofdzakelijk secundair regenwoud is enorm rijk aan planten- en diersoorten.

Dankzij de steun van het impulsprogramma tropische bossen van de Vlaamse overheid kon BirdLife Indonesië en Natuurpunt een haalbaarheidsstudie voor het project uitvoeren. Hierbij was ook veldonderzoek. Tijdens dit onderzoek werden er 68 boomsoorten vastgesteld in de concessie. Hiervan zijn 6 soorten beschermd in Indonesië (Balam, Jelutung Dyera costulata, Tembesu Fragaria fragrans, Surian Toona sinensis, Bulian en Aren Arenga pinnata).
In laagland tropisch regenwoud in Sumatra komen ongeveer 405 vogelsoorten voor. Tijdens de inventarisaties werden meer dan 211 vogelsoorten in het concessiegebied vastgesteld.

Tijdens korte inventarisaties werden 32 soorten zoogdieren van 16 families ontdekt. In Sumatra komen 196 zoogdieren voor, het hoogste voor Indonesië. Van de 32 soorten vallen 9 soorten onder de categorie van “high conservation concern” van de IUCN. Tot deze laatste soorten behoren Agile Gibbon Hylobates agilis, Sun Bear Helarctos malayanus, Sumatraanse tijger Panthera tigris sumatrae, Maleisische tapir Tapirus indicus en Aziatische olifant Elephas maximus. De wilde populatie van de Sumatran Striped Rabbit Nesolagus netcheri is sterk bedreigd en wordt geclassificeerd als “CRITICALLY ENDANGERED”. De soort werd tweemaal vastgesteld tijdens de inventarisatie. De Yellow-throated Marten Martes flavigula en Sumatraanse tijger zijn bedreigd.

De gedane inventarisaties zijn vooral relevant voor de zichtbare soorten, maar liefst 7 soorten katachtige en 5 soorten apen werden geïnventariseerd.

Reptielen en amfibieën zijn het best te inventariseren langs de rivieroevers. Spijtig genoeg zijn net deze biotopen grondig verstoord door de (illegale) houtkap. Toch werden reeds 33 soorten van 14 families vastgesteld. De belangrijkste zijn: Spiny Hill Turtle Heosemys spinosa, Common Softshell Turtle Amyda cartilaginea, Clouded Monitor Varanus nebulosus, Water Monitor Varanus salvator, King Cobra Ophiophagus hannah.

Sumatraanse tijger (Panthera Tigris Sumatrae)

De tijger is de grootste van de katachtigen. De Sumatraanse tijger is echter een van de kleinere tijgersoorten. De strepen van de Sumatraanse tijger liggen dichter bij elkaar dan bij de andere tijgersoorten.

Zijn natuurlijk leefgebied is het laagland regenwoud. Omdat dit gebied schaars aan het worden is verschuiven sommige individuen noodgedwongen naar hoger gelegen gebieden. Het schaarser wordende laagland doet ook het gebrek aan prooien toenemen. Stropers zijn eveneens een grote bedreiging voor deze prachtige dieren. Recente schatting gaan uit van een totaal van slechts 500 individuen, 20 daarvan komen in ‘ons’ regenwoud voor.

De Sumatraanse tijger eet hoofdzakelijk reeën, herten en wilde zwijnen. Zelden wordt ook wel eens een neushoorn- of olifanten kalf gegeten. De Sumatraanse tijger moet het niet van snelheid hebben maar valt zijn prooi eerder bij verassing aan. Hij verblijft daarom ook graag in een dichte begroeiïng.

Moeder en welpen vormen een sociale eenheid met hun eigen territorium. Een enkel mannetje controleert een gebied van 3 of 4 vrouwtjes. Geursporen en zichtbare tekens, zoals bekraste bomen, markeren het gebied.

Maleisische Tapir (Tapirus Indicus)

De tapir is een middelgroot en vrij plomp zoogdier met een dikke huid. De mannetjes wegen met hun 360 kg ongeveer dubbel zoveel als de vrouwtjes.De snuit is tot een soort slurf met neusgaten aan het einde verlengd. Er zijn nog 4 tapirsoorten, waarvan er drie voorkomen in Zuid-Amerika. Het dier heeft geen manen, het slurfje is langer dan bij de andere soorten en de hele lichaamsbouw is wat zwaarder en krachtiger. De Maleise tapir die ook in ‘ons’ regenwoud voorkomt is de grootste soort. Hij is zwart met een witte romp.
De tapir is een vrij schuw dier en leeft verborgen. Hij eet planten en is vooral ‘s nacht aktief.

De dracht duurt meer dan een jaar (400 dagen) en het enige jong weegt ongeveer 7,5 kg. De jongen zijn donkerbruin met witte lengtestrepen en vlekken op het gehele lichaam. Na ruim twee maanden begint het witte zadeldek zich af te tekenen om na ruim vijf maanden vrijwel compleet aanwezig te zijn.

De dieren zwerven als eenzaat door het woud en volgen veel gebruikte paden naar water. In dierentuinen werd de soort tot 30 jaar oud. In ‘ons’ regenwoud is het een prooi van tijgers. De tapirs hebben eigenlijk geen verdediginsmiddel, behalve dan hun vrij dikke huid. Ongetwijfeld danken ze hun behoud aan hun schuwheid en aan het feit dat ze onschadelijk zijn. Omdat ze afhankelijk zijn van moerasbossen en laagland regenwoud is de toekomst van de soort vooral bedreigd door het verdwijnen van het leefgebied.