Natuurpunt foto

Bedreigingen Uitkerkse Polder

In 1989 startte Natuurpunt met een beschermingscampagne in de Uitkerkse Polder. Aanleiding was de sterke achteruitgang van de vogelrijkdom en de zilte graslanden in het poldergebied sinds de jaren '70.

Anno 2004 beheert Natuurpunt meer dan 300 ha natuurgebied in de Uitkerkse Polder! Toch is alles nog niet rooskleurig. Een reeks knelpunten buiten het natuurreservaat bedreigen de bijzondere natuurwaarden van het poldergebied. We zetten ze even op een rij.

  1. Verandering van grondgebruik
  2. Verstoring
  3. Ongunstig waterpeilbeheer
  4. Slechte waterkwaliteit
  5. Slechte structuurkenmerken van waterlopen
  6. Versnippering

1. Verandering van grondgebruik

De voorbije decennia is een grote oppervlakte halfnatuurlijk grasland in de Uitkerkse Polder verdwenen als gevolg van intensieve landbouwmethoden en een veranderend grondgebruik (grasland -> akker):

  • Tientallen ha laag gelegen, reliëfrijke graslanden werden gescheurd, wat gepaard ging met schaalvergroting en het dempen van sloten.
  • De afwatering van de laag gelegen, natte graslanden werd verbeterd door het inbrengen van drainagebuizen en het kanaliseren van grotere sloten. Door de verdroging konden er vervolgens meer graslanden gescheurd worden en gingen de hooilanden - die zich traditioneel op de laagst gelegen en meest vochtige terreinen bevonden - grotendeels verloren.
  • In heel het gebied werd bijna de helft van alle veedrinkpoelen gedempt.
  • De bemestingsdruk in de Uitkerkse Polder nam in de jaren '90 fors toe, zodanig dat het oppervlaktewater in de polder bruin kleurde als gevolg van de grote afspoeling op de vrij moeilijk doorlaatbare klei.
  • Tientallen ha grasland werden omgezet naar akker, vnl. voor de teelt van maïs.

Opvallend is ook de forse toename van zogenaamde 'grasakkers' gedurende de laatste jaren. Grasakkers zijn percelen die volledig gescheurd, gedraineerd en genivelleerd zijn en waarop vervolgens raaigras gezaaid worden. Door de 'aanpassingswerken' kunnen de percelen vrij vroeg in het jaar gemaaid worden en zijn ze toegankelijk met zwaar materieel.

Top


2. Verstoring

Rust is in de Uitkerkse Polder onder meer voor broedvogels en voor overwinterende en doortrekkende watervogels van groot belang. Auditieve en visuele verstoring gaan gepaard met energieverlaging, vooral tijdens vorstperioden wanneer watervogels gedurende een bepaalde tijdspanne moeten kunnen foerageren om aan hun energiebehoeften te voldoen.

· Plaatsen van kanonnen om vogels te verjagen
De laatste jaren worden er steeds vaker kanonnen geplaatst op hun land om de vogels te verjagen. Eerst gebeurde dit vnl. in de winter (ganzen) en tijdens de trek. Nu worden de kanonnen ook geplaatst in het broedseizoen. De verstoring die de kanonnen veroorzaken heeft een nefaste invloed op de rustende en broedende vogelpopulatie, zowel binnen als buiten de door Natuurpunt beheerde percelen. Bovendien heeft dit een negatieve impact op de belevingswaarde van de Uitkerkse Polder voor de natuur- en rustzoekende bezoekers.

· Intensief landbouwgebruik
Grondbewerking op de akkers, inscharen van grote aantallen vee en maaien van monotone grasakkers kan steeds vroeger (in het broedseizoen) en steeds vaker door de 'verbetering' van de percelen in de Uitkerkse Polder. Dit intensieve landbouwgebruik, vaak op percelen die als 'eilanden' tussen de reservaatspercelen liggen, zorgt voor heel wat verstoring, ook op de percelen beheerd door Natuurpunt.

Top


3. Ongunstig waterpeilbeheer

De Blankenbergse Vaart, die centraal doorheen de Uitkerkse Polder loopt, verzorgt de afwatering naar zee. Heel deze afwatering gebeurt door het getijdegebonden sluizencomplex van Blankenberge. Afwatering is bijgevolg alleen mogelijk wanneer het zeepeil onder het polderpeil ligt. Hierbij ontstaan een aantal ecologische knelpunten:
· Grote schommelingen op korte termijn in het waterpeil met tijdelijk zeer lage peilen in de Uitkerkse Polder. De grote schommelingen hebben o.m. tot gevolg dat waterplantenvegetaties en de daaraan gebonden soorten moeilijk kunnen ontwikkelen.

· Te laag winterpeil en onnatuurlijk waterpeilbeheer. Omwille van de beperkte lozingsmogelijkheden in zee wordt er 's winters permanent een laag peil ingesteld. Deze lage peilen worden ook ingesteld vanuit landbouwbelang (betere berijdbaarheid en bewerkbaarheid van de akkers in het voorjaar). Eveneens vanuit landbouwbelang wordt er voor gekozen om tijdens de zomer een hoger peil aan te houden. Vanuit natuurbehoudsoogpunt zijn hogere waterpeilen (zeker in de winter en het voorjaar) en een natuurlijker verloop gewenst, o.a. tegengaan van verdroging, noodzaak aan waterstanden die hoog genoeg zijn voor visoverwintering, tegengaan vervriezing van wortels van waterplanten, hogere aantrekkelijkheid voor watervogels… Tevens vormt de huidige situatie met
's zomers hogere waterpeilen dan 's winters een onnatuurlijke situatie.

Top


4. Slechte waterkwaliteit

De basiswaterkwaliteit voor oppervlaktewater wordt voor de waterlopen binnen de Uitkerkse Polder nog steeds niet gehaald. De verontreiniging is zowel van huishoudelijke als van agrarische oorsprong.

Er is de laatste 10 jaar wel een continue, maar langzame verbetering van de waterkwaliteit, als gevolg van de gedane inspanningen naar waterzuivering toe. In kader van het natuurinrichtingsproject zal een kleinschalig waterzuiveringssysteem in de Uitkerkse Polder gecreëerd worden, om de huishoudelijke vervuiling tegen te gaan. Omwille van de slechte waterkwaliteit is de vispopulatie binnen de Uitkerkse Polder nog steeds beperkt tot de verontreinigingsongevoelige soorten.

Top


5. Slechte structuurkenmerken van waterlopen

Een aantal waterlopen in de Uitkerkse Polder, en in de eerste plaats de Blankenbergse Vaart, zijn uitgerust met harde verdedigingsmiddelen, zoals schanskorven en betonplaten, tegen oevererosie en -afkalving. Deze 'harde' verdedigingsmiddelen zorgen er voor dat er geen oevervegetatie tot ontwikkeling komt. Vanuit natuurbehoudstandpunt zouden deze schanskorven en betonplaten beter vervangen worden door meer natuurvriendelijke oevers.

Top


6. Versnippering

Daar er weinig bebouwing is in de Uitkerkse Polder, zijn er van oorsprong ook relatief weinig wegen. Een belangrijk deel daarvan zijn bovendien niet verhard, zelfs de verharde wegen zijn doorgaans smal. Ze dienen hoofdzakelijk om gebouwen en percelen te bereiken en niet als doorgangsroutes. De beperkte toegankelijkheid voor intensief gebruik bepaalt ook het rust- en stiltekarakter van het gebied.

Betere ontsluiting via wegverharding is momenteel niet alleen verantwoordelijk voor intensiever gebruik, maar ook voor een toenemende versnippering van het graslandcomplex van de Uitkerkse Polder. Uiteraard hebben we het hier niet over de ontsluiting het gebied in het kader van natuurgerichte, zachte recreatie (wandelen en fietsen).

Voor wat de visfauna betreft, vormen de waterlopen van de Uitkerkse Polder belangrijke trekwegen, o.m. voor paling. De polderwaterlopen bieden ook paaigelegenheid voor vissen. De diepere poldersloten zijn daarenboven overwinteringsplaatsen voor vissen. Voor de kunstmatige waterafvoer het gebied werden allerlei constructies gebouwd, die belemmerend optreden bij de migratie van watergebonden organismen. Op die manier treedt ook een versnippering op van leefgebieden voor watergebonden fauna en flora.

 

Top