De centrale doelstelling van dit voorstel voor Life-project omvat het op grote schaal herontwikkelen, verbinden en vervolgens duurzaam beheren van de bijzondere Annex I habitats van het Landschap De Liereman, waarvoor het projectgebied op Vlaams en Europees niveau van zeer groot belang is. Het gaat hierbij vooral om volgende habitats:
- Littorelletalia (3110)
- Corynephorus- en Agrostis-duingraslanden (2330)
- Ericion tetralicis (4010)
- Psammofiele heide met Calluna en Genista-soorten (2310)
- Droge heide (alle subtypes) (4030)
- Nardetalia (6230)
- Rhynchosporion (7150)
- Cladietum marisci-vegetaties (7210)
- Betulion pubescentis (91D0)
- Alnion glutinosa-incanae (91E0)
- Querco-betuletum (9190)
en waarbij de Annex II soorten als Luronium natans (drijvende waterweegbree), Triturus cristatus (kamsalamander) en Cobitis taenia (kleine modderkruiper) extra aandacht krijgen. Vooral de drijvende waterweegbree moet via dit project sterk profiteren en uitbreiden in het gebied d.m.v. het herstel van vennen met Littorelletalia (3110) vegetaties.
Deze bijzondere habitats en de daaraan gekoppelde soorten zijn momenteel versnipperd aanwezig in het projectgebied, maar plaatselijk nog goed tot zeer goed en zelfs excellent (bvb. Rhynchosporion-vegetaties (7150)) ontwikkeld. De potenties voor herstel van deze zeldzame habitats in het projectgebied worden bijzonder hoog ingeschat.
Dit project kan m.a.w. een serieuze impuls geven naar het kwalitatief en kwantitatief herstel en de ontsnippering van de eerder vernoemde habitats. Door uitvoering van het project zal het Landschap De Liereman één van de Europese topgebieden worden inzake heide-ecosystemen en alle verwante habitats zoals hoogveenslenken, zandduin- en duinheidevegetaties, venvegetaties en bossen op arme, zandige droge tot vochtige bodem.
Dit voorstel van Life-project wil naast het grootschalige herstel van hoger vernoemde habitats ook een duurzaam, jaarlijks weerkerend beheer bewerkstelligen. Het opstarten van een jaarlijks weerkerend biotoopbeheer met goed en technisch aangepast materiaal en het betrekken van vrijwillige medewerkers en andere partners hierbij vormen de uitgangspunten voor deze doelstelling.
Naast het positief effect op de vegetatie en flora zullen ook enkele annex I soorten van de Vogelrichtlijn, typisch voor dit soort habitats positief reageren op de acties ondernomen in dit project. Het gaat hier in de eerste plaats om de Caprimulgus europaeus (nachtzwaluw) en Lullula arborea (boomleeuwerik). Deze soorten zijn momenteel reeds in beperkte aantallen als broedvogel in het projectgebied aanwezig, maar herstelmaatregelen die hun noodzakelijke habitats verbeteren en uitbreiden, zullen het aantal broedparen doen toenemen, wat noodzakelijk is voor het duurzame behoud van de populaties.
Andere vogelsoorten van de Annex I van de Vogelrichtlijn, die eveneens zullen profiteren van de uitgevoerde herstelmaatregelen en als wintergast, doortrekker of broedvogel in aantal zullen toenemen, zijn onder meer Alcedo atthis (ijsvogel), Luscinia svecica (blauwborst), Porzana porzana (porseleinhoen), Circus aeruginosus (bruine kiekendief), Pernis apivorus (wespendief), Dryocopus martius (zwarte specht), Circus cyaneus (blauwe kiekendief) en Asio flammeus (velduil).
Last but not least willen we de maatschappelijke en economische verankering van het project bij de lokale bevolking en de vele recreanten/toeristen sterk verbeteren, onder meer door:
- de uitwerking van een integraal ontsluitingsconcept en het uitbouwen van natuurgericht toerisme als onderdeel van het Natura 2000 gebied;
- de mogelijkheden voor natuurgerichte recreatie en recreatief medegebruik verder uit te bouwen en optimaal te benutten om zo ook nieuwe doelgroepen aan te trekken (vergroting van het draagvlak voor Natura 2000);
- vrijwilligers bij het beheer van het gebied te betrekken (zinvolle vrijetijdsbesteding + vorming), om tot een duurzaam beheer van het Landschap De Liereman te komen;
- de lokale bevolking en overheden zo veel mogelijk te informeren over en te betrekken bij het project (o.m. het opstarten van een stuurgroep);
- de bestaande samenwerking met lokale overheden, partners (o.m. toeristische verenigingen) en andere stakeholders te consolideren en verder uit te bouwen.