Natuurpunt foto

Doelstellingen Uitkerkse Polder

De centrale doelstelling van dit Life-project omvat het op grote schaal behouden en herontwikkelen van de bijzondere zilte vegetaties en structuurrijke poldergraslanden in de Uitkerkse Polder. Deze habitats zijn essentieel voor het behoud en verder herstel van de rijke avifauna van het gebied.

Volgende habitats, behorende tot de Bijlage I van de Habitatrichtlijn, willen we in kader van het Life-project behouden en verder ontwikkelen:
  • Vegetaties van kreken (1160)
  • Salicornia-vegetaties (1310)
  • Glauco-Puccinellietalia (1330)
  • Magnopotamion-vegetaties (3150)
  • Hooilanden van het Arrhenatherion/Calthion type (6510)

Vooral de zilte vegetaties, Salicornia-vegetaties (1310) en Glauco-Puccinellietalia (1330) zijn van zeer hoge waarde binnen de Europese Unie. Halofiele habitats zijn sowieso binnen de Unie de voorbije decennia sterk in oppervlakte en kwaliteit achteruit gegaan, het binnendijkse en iets brakke karakter van deze zilte habitats in de Uitkerkse Polder, waardoor ze een bijzondere variant vormen binnen de Unie, verleent aan het gebied een extra waarde.

De zilte en reliëfrijke graslanden van de Uitkerkse Polder zijn bovendien van cruciaal belang voor een heel aantal bijzondere, aan dit habitattype gebonden vogelsoorten, waarvan verscheidene vermeld staan op de Bijlage I van de Vogelrichtlijn:

  • overwinterende soorten: het Life-project zal een belangrijke meerwaarde bieden voor de Spitsbergen-populatie van kleine rietgans (het grootste deel van de populatie overwintert in dit gebied), kolgans, smient, slobeend en wintertaling.
  • trekkende soorten: tijdens de trek zal het Life-project ten goede komen aan de grote aantallen trekvogels zoals kemphaan, kluut, rosse grutto, goudplevier, kievit, tureluur en witgatje die foerageren en/of rusten in de graslanden van de Uitkerkse Polder. Ook lepelaar zal van het project ongetwijfeld profiteren.
  • broedvogels: kluut, visdief, bruine kiekendief en blauwborst (allen soorten van de Bijlage I van de Vogelrichtlijn) broeden momenteel reeds in het projectgebied en zullen sterk kunnen profiteren van het Life-project. Bijlage I soorten zoals lepelaar, kemphaan en kwartelkoning zullen nieuwe kansen krijgen om zich als broedvogel te vestigen. Andere broedvogels waarvan de oppervlakte en de kwaliteit van hun broedgebied aanzienlijk zal verbeteren zijn tureluur, grutto, kleine plevier, scholekster en kievit.

De potenties voor het herstel van de habitats en de daaraangebonden (vogel)soorten zijn in het projectgebied, de Uitkerkse Polder, uitzonderlijk hoog. Dit Life-project zal m.a.w. een serieuze impuls geven naar het kwalitatief herstel, de ontsnippering en een duurzaam behoud van de eerder vernoemde habitats en soorten.

Naast het positief effect op de vegetatie, flora en avifauna (zie hierboven) zal ook kamsalamander, een soort van de Bijlage II van de Habitatrichtlijn, positief reageren op de acties ondernomen in dit Life-project. Deze kwetsbare soort is in de onmiddellijke omgeving van de Uitkerkse Polder vertegenwoordigd, zijn status in het projectgebied is onbekend. Door uitvoering van het project zal deze soort zijn leefgebied ongetwijfeld kunnen uitbreiden. Deze uitbreidingen en/of hervestigingen voorkomen (genetische) versnippering van de populatie(s), een belangrijke voorwaarde voor het duurzaam behoud van deze amfibieënsoort.

Last but not least willen we de maatschappelijke en economische verankering van het project bij de lokale bevolking en de recreanten/toeristen sterk verbeteren, onder meer door:

  • de uitwerking van een integraal ontsluitingsconcept en het uitbouwen van natuurgericht toerisme als onderdeel van het Natura 2000 gebied;
  • de mogelijkheden voor natuurgerichte recreatie en recreatief medegebruik verder uit te bouwen en optimaal te benutten om zo ook nieuwe doelgroepen aan te trekken (vergroting van het draagvlak voor Natura 2000);
  • vrijwilligers bij het beheer van het gebied te betrekken (zinvolle vrijetijdsbesteding + vorming), om tot een duurzaam beheer van de Uitkerkse Polder te komen;
  • de lokale bevolking en overheden zo veel mogelijk te informeren over en te betrekken bij het project (o.m. het opstarten van een stuurgroep);
  • inschakelen van lokale landbouwers bij de uitvoering van de beheerswerken, met name de bestaande samenwerking willen we consolideren en verder uitbouwen;