Zilte graslanden
De Vlaamse Oostkust was destijds vergelijkbaar met het huidige waddengebied in Nederland, Duitsland en Denemarken. Achter een strandwal en een duinengordel situeerde zich een groot wad. Door sluiting van de duinengordel ontstond zo'n 6000 jaar geleden een groot moeras dat verveende. Aanvallen van de zee vanaf de achtste eeuw n.C. doorbraken de duinengordel en vernietigden het veenlandschap. Er ontstond een karakteristiek slikken/schorrenlandschap met kreken en geulen.
Sindsdien, na indijking, zijn deze polders bijna uitsluitend gebruikt als grasland. Vanaf de 11de eeuw begon de mens het veen in de bodem te delven. Hoewel de dikte van de veenlaag sterk varieerde, was ze veelal toch dik genoeg om te worden ontgonnen als brandstof voor verwarming in de groeiende steden (Brugge). Ook werd veen ontgonnen voor het winnen van zout. Vanaf de 12de eeuw werd de veenontginning op grotere schaal uitgevoerd. Onder andere in de Uitkerkse polder zijn deze ontveningen nog goed in het landschap te herkennen. Het zijn momenteel de betere locaties voor wat we nu 'zilte graslanden' noemen.
De laaggelegen polders en de oude kreken worden immers nog steeds beïnvloed door het zeezout:
- In de eerste plaats bevat het nog aanwezige veen hoge concentraties historisch zeezout als gevolg van de zeedoorbraken.
- Doordat de polders zeer laag gelegen zijn, ontstaat er een opwaartse 'kweldruk' die dit zout, vooral in de lage gedeelten' aan de oppervlakte brengt.
- Er is ook aanvoer van zilt grondwater en zeewater via de afvoerkanalen. In de Uitkerkse Polder worden in de Blankenbergse vaart, de grootste geul die thans voor ontwatering dient, zoutconcentraties gemeten tot meer dan 3000 mOhm. De hoogste waarden worden aangetroffen nabij de zee.
Deze hoge zoutconcentraties hebben tot gevolg dat in de polders maritieme habitats aanwezig zijn. Zilte habitats, en meerbepaald Salicornia-vegetaties (1310) en Glauco-Puccinellietalia (1330) komen over belangrijke oppervlaktes voor in de Uitkerkse Polder! Deze zilte graslanden zijn varianten van 'echte' schorre-habitats, waarbij soorten van een dynamische getijdenwerking ontbreken, maar waar anderzijds zeldzame brakwatersoorten voorkomen.
De Vlaamse Oostkustpolders, zoals de Uitkerkse Polder, zijn één van de weinige plekken in West-Europa waar dergelijke soorten en vegetaties binnendijks groeien. We denken bijvoorbeeld aan schorrekruid, zeekraal, dunstaart, zeeaster, bleek en blauw kweldergras, schorrezoutgras en gerande schijnspurrie.
Andere typische plantensoorten van de zilte graslanden in de Uitkerkse Polder zijn zilte schijnspurrie, melkkruid, zeebies of heen, zilte zegge, zeeweegbree en moeraszoutgras.
Top
Natte hooilanden
Bloemrijke hooilanden behorende tot het Glanshaver- of Dotterbloemverbond (6510) waren vroeger zeer karakteristiek voor de Uitkerkse Polder. Momenteel is dit bijzondere habitattype met z'n hoge soortenrijkdom en typische planten- en diersoorten grotendeels uit het gebied verdwenen, hoofdzakelijk door overbemesting van graslanden en het omzetten van grasland naar akker.
Ook elders in de Vlaamse kustpolders is dit habitat, eertijds zo karakteristiek en algemeen, quasi volledig verdwenen en momenteel enkel nog in natuurreservaten te vinden. De combinatie van grasland- en moerassoorten is typisch voor dit type van natte hooilanden. Opmerkelijk is dat de typische kensoort van natte hooilanden, de dotterbloem, altijd al zeer zeldzaam geweest is in de kustpolders.
Op enkele plaatsen in de Uitkerkse Polder vinden we op bescheiden oppervlakte goed ontwikkelde natte hooilanden met typische soorten als echte koekoeksbloem, pinksterbloem, tweerijige zegge, reukgras, waterkruiskruid, slanke waterbies, moeraszoutgras en pijptorkruid. De Uitkerkse Polder is één van de belangrijkste Vlaamse gebieden voor het bedreigde moeraszoutgras.
Top
Reliëfrijke poldergraslanden
De niet al te sterk bemeste, hoger gelegen weilanden binnen de Uitkerkse Polder behoren tot een kenmerkend graslandtype op voedselrijke zeekleigrond, nl. het 'kamgras-veldgerst grasland', genoemd naar twee typische grassoorten (kamgras en veldgerst).
Algemeen voorkomende plantensoorten, naast kamgras en veldgerst, zijn scherpe en behaarde boterbloem, ruw beemdgras en veldbeemdgras, grote vossestaart, beemdlangbloem, zachte dravik, zilte rus en aardbeiklaver. Verder zijn volgende soorten te melden pastinaak, veldlatyrus en - in de graslanden op de duin-polder overgang - ook kattedoorn.
Langsheen de randen van de hoogste delen en op steile oevertjes groeit in deze graslanden vaak de zeer zeldzame wilde peterselie. De Uitkerkse Polder is trouwens de meest noordelijke groeiplaats van deze soort!
Wilde peterselie wordt vaak begeleidt door knopig doornzaad (ook al een zeldzame soort uit de polders), slipbladige ooievaarsbek en hopklaver.
Top
Soortenrijke waterplantenvegetaties
De Uitkerkse Polder is een bij uitstek waterrijk gebied. De polder is als het ware dooraderd met greppeltjes en sloten: één vierkante kilometer bevat tot 20 kilometer sloten! Samen met de Blankenbergse Vaart, de talrijke veedrinkpoelen, de kleiputten en de grote en kleine ondiepe plassen van de vroegere veenderijen en kleiwinningen, zouden zij de basis kunnen vormen voor interessante waterplantenvegetaties..
Helaas, een voorwaardelijk zin, want vandaag de dag zijn de waterplantenvegetaties slechts in een verarmde vorm aanwezig in de Uitkerkse Polder als gevolg van een slechte waterkwaliteit en een ongunstig waterbeheer.
Enkele typische soorten die we in de Uitkerkse Polder aantreffen zijn bultkroos, stijve waterranonkel, fijne waterranonkel, zilte waterranonkel, zannichellia, grof en fijn hoornblad, schedefonteinkruid en gekroesd fonteinkruid. Op de oevers van poelen en sloten vinden we pijptorkruid en zilt torkruid, slanke waterbies, moeraskers, grote watereppe en zwanebloem.
De merkwaardige lidsteng, een in Vlaanderen met uitsterven bedreigde plantensoort, is helaas reeds jaren geleden uit het gebied verdwenen.
Top