Natuurpunt foto

Soorten Uitkerkse Polder

Kleine rietgans
Kolgans
Kluut
Grutto
Tureluur
Kleine plevier

Kemphaan
Lepelaar
Wulp

Kleine rietgans (wintergast)

De kleine rietgans is een vrij kleine, bruinachtige gans met een grijze rug en een donkere kop. Opvallend zijn de roze poten, die o.m. aanleiding hebben gegeven aan de Engelse naam 'Pinkfoot'.

Alle kleine rietganzen die bij ons in de Vlaamse oostkustpolders overwinteren behoren tot de 'Svalbard'-populatie die op Spitsbergen broedt.

De Vlaamse oostkustpolders, en meerbepaald de Uitkerkse Polder, zijn van uitzonderlijk belang als overwinteringsgebied voor de kleine rietgans. Tot 90% van de totale Svalbard-populatie zakt 's winters naar onze contreien af om er te overwinteren! Dat zijn dan 30.000 tot 35.000 dieren. Meestal liggen de aantallen wel iets lager.

De hoogste aantallen van de kleine rietgans worden in de Uitkerkse Polder vroeg in de winter geteld, nl. in november en december. Na een pitstop in Denemarken en Friesland komen de dieren hier half november toe, komen vlug tot hun maximum-aantal en zijn al terug weg in de loop van februari.

In de Uitkerkse Polder vertoeft de kleine rietgans het liefst op de reliëfrijke poldergraslanden die door Natuurpunt beheerd worden. Hier vinden de ganzen voedsel, rust en ruimte!

Top


Kolgans (wintergast)

De typische witte snavelbasis en de dwarse zwarte 'vegen' over de buik maken de kolgans gemakkelijk herkenbaar. Kolganzen arriveren in de Uitkerkse Polder later dan kleine rietganzen. De wintermaxima van de kolgans liggen in de maanden januari en februari.

De kolganzen die in de Uitkerkse Polder arriveren zijn afkomstig uit Noordwest-Rusland en Siberië. Zo'n 1% tot 2% van de wereldpopulatie - die uit zo'n 650.000 ganzen bestaat - overwintert in het gebied.

Kolganzen eten voornamelijk gras, in de Uitkerkse Polder hebben ze dan ook een grote voorkeur voor de reliëfrijke poldergraslanden die Natuurpunt er beheert.

Top


Kluut (broedvogel)

Met zijn zwart-witte verenpak en opgewipte snavel is de kluut onmiskenbaar. Kluten zijn pioniersvogels die leven op de grens van land en zout of brak water. Vooral zilte kreken, schorren en zilte graslanden met slik/zandplaten zijn als broedgebied in trek. De nabijheid van ondiep water en losse, slikkige bodems is een vereiste, omdat kluten liefst daarin naar voedsel (kreeftachtigen, insekten en wormen) zoeken.

Kluten zijn trekvogels en bijna allemaal brengen ze de winter door langs de kusten van Zuidwest-Europa of West-Afrika. In het voorjaar arriveren ze bij ons, waarna ze op zoek gaan naar een geschikte plek om te broeden.

De inspanningen van Natuurpunt voor het herstel van de oorspronkelijke zilte graslanden met hun depressies worden duidelijk geapprecieerd door de kluut. Het aantal broedkoppels in de Uitkerkse Polder is gestegen van 4 in 1990 tot een hoogtepunt van 61 in 2002!

Ook het lopende Life-poject zal een belangrijke bijdrage leveren in het herstel en de verbetering van het broedgebied van de kluut in Uitkerke.

Top


Grutto (broedvogel)

De grutto is een opvallende steltloper met en rossige borst, een lange snavel en een opvallende 'grutto'-roep. Grutto's arriveren bij ons in maart vanuit hun Afrikaanse broedgebieden.

Oorspronkelijk broedden grutto's in riviervalleien en veenlandschappen, gebieden waarin vandaag de dag nauwelijks nog grutto's te vinden zijn. De grutto heeft zich recent immers aangepast aan vochtige graslanden die niet te intensief gebruikt worden. Doordat steeds meer graslanden intensief gebruikt en bemest worden of omgezet worden naar akker, is de grutto drastisch achteruit gegaan.

Gelukkig vinden grutto's in de Uitkerkse Polder nog geschikt broedgebied. Dankzij de inspanningen van Natuurpunt is het aantal broedkoppels in tien jaar tijd verdubbelt tot 115 koppels in 2003! De voorziene herstel- en inrichtingswerken van het Life-project zullen de broedaantallen allicht nog verder doen stijgen.

Top


Tureluur (broedvogel)

De tureluur dankt zijn naam aan het geluid dat de vogels maken; 'tjululuu' en dat is makkelijk te vertalen naar 'tureluur'. De vogel zelf is niet zo opvallend, des te markanter zijn de felrode poten en snavel van de tureluur. De Vlaamse tureluurs overwinteren langs de kusten van Zuidwest-Europa en Noord-Afrika.

De tureluur broedt in de Uitkerkse Polder bij uitstek in de laaggelegen zilte graslanden met hun karakteristieke microreliëf. De stijging van het aantal broedkoppels sinds de start van de herstel- en inrichtingswerken is indrukwekkend: van 6 broedkoppels in 1990 tot 41 broedkoppels in 2003! Dit is 15% van de Vlaamse broedpopulatie.

De geplande werken in het Life-project zullen ongetwijfeld resulteren in een verdere stijging van het aantal tureluurs in de Uitkerkse Polder…!

Top


Kleine plevier

De kleine plevier is een onopvallend steltlopertje, herkenbaar aan de witte buik met zwarte borstband en de gele oogring. Voor 1995 broedde de kleine plevier zeer onregelmatig en met slechts één koppel in de Uitkerkse Polder. Dankzij de natuurherstelwerken van Natuurpunt, o.m. in kader van Life, is de soort een vaste broedvogel van het gebied geworden.

Tot 9 komen jaarlijks in de Uitkerkse Polder tot broeden. De geplande werken in het huidig Life-project zullen zeker nieuwe broedmogelijkheden voor de kleine plevier creëren.

Top


Kemphaan (doortrekker/wintergast)

Deze spectaculairste aller weidevogels is vooral bekend door de fraaie voorjaarstooi van de mannetjes - met wit, zwart of bruin gekleurde halskragen - die op de wat hoger en droger gelegen toernooiveldjes schijngevechten houden om de gunst van de vrouwtjes te verwerven.

Helaas is dit schouwspel vrijwel uit Vlaanderen verdwenen. Tot 1969 in de Uitkerkse Polder, meteen ging het laatste broedgebied van deze soort in Vlaanderen verloren...

Kemphanen zijn in Vlaanderen vooral nog te zien in de winter, wanneer Scandinavische kemphanen hier komen overwinteren. In de Uitkerkse Polder kan je ze tegenkomen tijdens de voor- en najaarstrek en in de winter. Tot 1.100 exemplaren vertoeven dan in de kerngebieden van het natuurreservaat.

Recent werd het voormalige broedgebied van de kemphaan in de Uitkerkse Polder door Natuurpunt terug in ere hersteld. We hopen dat de soort binnenkort opnieuw tot broeden komt.

Top


Lepelaar (doortrekker/zomergast)

De lepelaar is een opvallende ibisachtige: groot en wit, met een leuke kuif en een unieke lepelvormige snavel. Nederland herbergt de noordelijkte broedkolonies van Europa. In Vlaanderen is de lepelaar te zien als doortrekker (richting Afrika) of als zomergast.

Door de groeiende Nederlandse broedpopulatie is de lepelaar de laatste jaren als doortrekker in de Uitkerkse Polder ook toegenomen. Tijdens voor- en najaarstrek worden geregeld groepjes van 8-15 lepelaars gezien.

In 2002 overzomerden 8 (bijna) volwassen exemplaren van de lepelaar in de Uitkerkse Polder. We kijken met spanning uit naar de eerste broedpogingen van de lepelaar in de Uitkerkse Polder! Daartoe willen we in het Life-project de rust- en kerngebieden maximaal uitbreiden en veiligstellen.

Top


Wulp

De wulp is de grootste waadvogel in Vlaanderen en heeft een opvallende, naar beneden gebogen snavel. Wulpen zijn het hele jaar door aanwezig in de Uitkerkse Polder, maar vooral 's winters het talrijkst.

Overdag kan je de wulp verspreid in de hele polder aantreffen, waar ze in de reliëfrijke poldergraslanden naar voedsel zoeken. 's Avonds verzamelen de wulpen zich op grote slaapplaatsen langsheen of in ondiepe plassen.

Sinds de uitbouw van het natuurreservaat in de Uitkerkse Polder, en de daaraan verbonden herstel- en natuurontwikkelingswerken, is het aantal wulpen sterk gestegen. Tot 2000 wulpen blijven tegenwoordig in de Uitkerkse Polder, terwijl hun aantal voor 1990 steevast onder de 500 lag. Naast natuurherstel en -ontwikkeling heeft de afgebomen jachtdruk een rol gespeeld in de huidige aantalstoename.

In 2002 broedde voor het eerst één koppel wulpen in de Uitkerkse Polder

Top