Natuurpunt foto

Life Itter & Oeter - Doelhabitats

Laatste update: 13/05/2011

Project

Natuur

Beheer

Ontdek

Natuurgebieden binnen dit project
De waterhuishouding beïnvloedt in sterke mate de natuur: ze speelt een sleutelrol in de ontwikkelingskansen van verschillende vegetatietypen of habitats. Het landgebruik en het klimaat beïnvloeden op hun beurt de waterhuishouding. Door de eeuwen heen veranderden de habitats onder invloed van het gewijzigde landgebruik en het klimaat sterk.

De rijke variatie aan bodemtypen van nat naar droog, voedselarm naar voedselrijk biedt kansen voor de ontwikkeling van veel verschillende waardevolle habitats. Vele soorten van de verschillende habitats zijn bedreigd waardoor het projectgebied van Europees belang is.

Landduinen en droog grasland (2330)

Zandblauwtje - Diane Appels
Zandblauwtje - Diane Appels
Deze komen voor op droge, voedselarme, zure zandbodems. Als gevolg van een niet afgestemd beheer, ontbreken van dynamiek of te veel randeffecten (kleine of smalle stroken habitat) gaan deze biotopen snel achteruit. Vooral de invloed van intensieve landbouw is een sterke bedreiging: herbicidengebruik en bemesting zijn rampzalig voor deze vegetaties, gebonden aan voedselarme zure milieus.
De vegetatie bestaat overwegend uit korstmossen en enkele hogere planten zoals buntgras, zandblauwtje en zandstruisgras. De aanwezigheid van zandbijtjes doet vermoeden dat er in de relicten nog een aanzienlijk deel van de begeleidende faunasoorten stand heeft kunnen houden. Van deze droge habitats zijn er grotere oppervlaktes buiten de valleien aanwezig. Maar ook binnen het projectgebied is het habitat vertegenwoordigd, namelijk in Dorne in de Bosbeekvallei en elders op zeer kleine schaal in perceelsranden. Een aangepast beheer kan zowel de oppervlakte als de kwaliteit van de aanwezige kernen vergroten.

Voedselarme tot matig voedselarme stilstaande wateren (3130)

Moeraslangdonken
Venhabitat
Dit habitattype is te vinden in overgangssituaties tussen land en water op voedselarme bodems.
Als gevolg van eutrofiëring en intensivering door de landbouw en in veel mindere mate ook door de aanleg van onnatuurlijke sier- en visvijvers is dit habitattype eerder in slechte staat aanwezig in het projectgebied. Omdat het sowieso niet algemeen is in Vlaanderen is het gebied belangrijk voor deze vegetaties. Grote oppervlaktes komen nu niet meer voor, wel zijn er heel wat herstelmogelijkheden. Ten eerste bestaat de mogelijkheid de historische vennen te herstellen. Als dit niet kan, kunnen nieuwe geschikte locaties worden gezicht. Voor een goede aanpak moet voorafgaande studie gebeuren. Bij eerdere kleinere herstelmaatregelen in het Batven verscheen zo opnieuw veelstengelige waterbies. De beste kansen liggen voor herstel zijn aanwezig in de Itterbeekvallei.

Vochtige heide (4010)

Beenbreek -- Hugo Willocx
Beenbreek -- Hugo Willocx
Vochtige heide (4010) komt voor op zandige tot leemhoudende zandige bodems die zwak zuur tot zuur zijn. Daarnaast is de waterhuishouding van belang voor de vochtige heide: van zeer nat tot matig nat, onder invloed van (lokaal) grondwater. In het projectgebied komt het maar weinig voor. De kleine oppervlakten zijn echter wel bijzonder belangrijk als stapsteen en aan de kwaliteit kan niet getwijfeld worden. Typische soorten waaronder dophei, gagel en veenpluis zijn nog steeds terug te vinden in het gebied, en een topsoort als Beenbreek was in het recente verleden nog aanwezig. Vochtige heide heeft ondermeer kansen nabij het Batven en op enkele plekken in de Bosbeekvallei.

Droge heide (4030)

Droge heide - Steven Van Gompel
Droge heide - Steven Van Gompel
Droge heide kwam destijds vooral op de valleiflanken in uitgestrekte oppervlaktes voor. Door het natte karakter in de valleien was de oppervlakte daar vrij beperkt. Momenteel vinden we droge heide in de Bosbeekvallei vooral op de flankhellingen, waar recente herstelprojecten (net buiten Habitatrichtlijngebied) al hebben bewezen dat regeneratie goed mogelijk is. In de Itterbeek komen elementen van droge heide verspreid voor, afhankelijk van het bodemtype dat vaak een lemige bijmenging heeft waardoor overgangen naar heischraal grasland aanwezig zijn. Net deze rijkdom aan gradientmilieus en de ligging als stapstenen tussen grotere heidegebieden in de omgeving maakt het projectgebied erg belangrijk voor het habitat droge heide. 

Voedselrijke, vochtige ruigten van het Filipendulion-type (6430)

Natte ruigte - Maarten Jacobs
Natte ruigte - Maarten Jacobs
Op plaatsen die permanent vochtig zijn en waar voldoende voedsel aanwezig is, vind je voedselrijke ruigten(6430). De vochtige ruigten in het projectgebied zijn veelal ontstaan als gevolg van het verlaten van natte graslanden en het stopzetten van het beheer ervan. Nu zijn ze verspreid maar in een behoorlijk grote oppervlakte (ca. 10-15% van het projectgebied) te vinden in de Bosbeekvallei. Een dergelijke oppervlakte kwalitatief goed ontwikkelde voedselrijke ruigten is zowel in Vlaanderen als in de rest van Europa zeldzaam. Niettemin is dit habitattype in kwaliteit achteruitgegaan als gevolg van verdroging (o.m. aanleg drainagegrachten en populierenaanplanten). De geplande werken in dit Life+-project zullen een grote oppervlakte aan goed ontwikkelde vochtige ruigten doen ontstaan, in mozaïek met alluviaal bos (91E0), struweel en grasland. Deze mozaïek vormt een goed leefgebied ondermeer voor de blauwborst.

Soortenrijke heischrale graslanden (6230+)

Tormentil - Marcel Bex
Tormentil - Marcel Bex
Uit historische gegevens blijkt dat het deelgebied de Brand tot de Vlaamse topgebieden behoorde inzake goed ontwikkelde, zeer soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems (6230+).

Helaas zijn deze vegetaties bijna uitsluitend teruggedrongen tot wegbermen, paden en exploitatiewegen in de bossfeer. Niettemin is de Itterbeekvallei een belangrijke waarde voor herstel van soortenrijke heischrale graslanden in mozaïek met heidehabitats (vnl. 4030)!

De beheerde percelen zijn zeer soortenrijk en hebben grote kansen voor herstel. Grasklokje, stekelbrem, tormentil en blauwe knoop komen nog voor.
Gezien een groot deel van dit habitat net in Vlaanderen en Nederland haar belangrijkste oppervlakte heeft, is het gebied van Europees belang. Het herstel en vooral het vergroten van deze heischrale graslanden is bovendien belangrijk omdat het de enige heischrale graslanden zijn tussen de heischrale habitats van de Hoge Kempen (Vlaanderen) en die van Nederlands-Limburg. Het wegvallen van deze stapsteen zou leiden tot een verlies aan biodiversiteit in de belangrijke heischrale gebieden van Europa.

Laaggelegen, schraal hooiland (6510)

Glanshaver grasland - Marcel Convents
Glanshaver grasland - Marcel Convents
Tot in de jaren 1960 namen soortenrijke graslanden in de valleien een belangrijke oppervlakte in. Afhankelijk van de lokale abiotiek (bodem, water, zuurtegraad,…), waren dit glanshavergraslanden, dotterbloemgraslanden en grote vossenstaartgraslanden. Glanshavergraslanden (Arrhenatherion) vind je op vochtige tot matig droge bodem. Typische soorten voor dit graslandtype in zijn reukgras, knolsteenbreek, knoopkruid en margriet. Vooral in de Itterbeekvallei treffen we goed ontwikkelde vormen aan en zijn er goede mogelijkheden tot uitbreiding van het type.

Op natte, relatief voedselrijke plaatsen met kwel vinden we dotterbloemgraslanden terug. Binnen het projectgebied is dit een bijzonder type, venig door de rivier beïnvloed met soorten als dotterbloem en echte koekoeksbloem, wilde bertram. Mits een goed beheer kunnen deze graslanden in mozaïek met elkaar en andere habitats in goed ontwikkelde staat voorkomen. Tenslotte vormen deze mesofiele (matig voedselrijke) graslanden, in mozaïek met de aanwezige broekbossen, een goed biotoop voor verschillende zeldzame dagvlindersoorten waaronder bont dikkopje (levensvatbare populatie aanwezig).

Tril- en overgangsveen (7140)

Wateraardbei - Diane Appels
Wateraardbei - Diane Appels
Tril- en overgangsveen is te vinden op plaatsen waar het water jaarrond erg hoog staat: ook in volle zomer drogen de standplaatsen nooit echt uit. Deze bijzondere biotopen waren vroeger veel ruimer verspreid aanwezig maar moesten aan oppervlakte inboeten door verstruweling en verdroging.

Het boven- en middenstroom gedeelte van de Bosbeekvallei wordt vooral gekenmerkt door een hoge kweldruk. Deze kwelzones hebben de successie aanzienlijk vertraagd en zijn onmisbaar voor de aanwezige drijftillen, trilveen en overgangsveen (7140). Binnen de reeks drijftillen is er een duidelijke verschuiving van relatief zure en voedselarme drijftillen (in de bovenloop) naar matig voedselrijke milieus. Het zijn alle unieke en kwetsbare vegetaties. In de bovenloop van de Bosbeek komen waterdrieblad, wateraardbei, moerasviooltje nog voor. Verder stroomafwaarts zijn er grote populaties van Slangenwortel en is er een relictgroeiplaats van Draadzegge. Trilvenen zijn uiterst zeldzaam in het Europese laagland. De hoge kwaliteit van de bestaande trilvenen en de potenties voor herstel van dit habitat onderstrepen het Europese belang van de Bosbeekvallei voor dit moerastype.

Oude zuurminnende bossen met Quercus robur op zandvlakten (9190)

Oude loofbossen - Maarten Jacobs
Oude loofbossen - Maarten Jacob
Het habitat is meestal ontstaan als successievorm van onbeheerde droge heide of als secundaire successie na bebossing met den of andere naaldboomsoorten. Echte oude bossen van dit type zijn zeldzaam in Vlaanderen. De gebruiksdruk vanaf de Middeleeuwen tot vandaag heeft het bosoppervlakte sterk ingekrompen. Het projectgebied biedt heel wat mogelijkheden om dit habitattype – al dan niet in mozaïek met droge heide (bvb. binnen een boomrijk heidelandschap) kwaliteitsvol te laten ontwikkelen.

Broekbossen (91E0+)

Gilbert Hilkens
Gilbert Hilkens
De aanwezige broekbossen (91E0+) behoren zonder twijfel tot de mooiste in Vlaanderen. Aangezien ze sterk afhankelijk zijn van een goede waterhuishouding zijn verschillende soorten ervan in ons land sterk bedreigd. Het habitat komt verspreid over het gehele projectgebied voor. Er zijn in het gebied zowel oligotrofe als mesotrofe varianten te vinden waar alle kensoorten aanwezig zijn.
Door de sterke kwel groeit hier veel bittere veldkers en lokaal ook paarbladig goudveil, een zeldzaam plantje in beekvalleien in het zandige deel van het Europese laagland. Tal van zeldzame mossen en korstmossen (op Vlaams én West-Europees niveau) komen voor in de broekbossen, en veenmospakketten nemen grote oppervlaktes in op de natste delen.