Natuurpunt foto

Life Itter & Oeter - Natuurherstel

Laatste update: 13/05/2011

Project

Natuur

Beheer

Ontdek

Natuurgebieden binnen dit project
Volgende herstelacties zijn voorzien voor de verschillende habitats:

Herstel van natuurlijke hydrologie en van beekmorfologie door aanleg van natuurstenen trappen


  • Voor veel van de doelhabitats is het belangrijk om te sterke drainage weg te werken. Dit kan door het opstuwen of wegwerken van greppels (totaal: 5000m), door het plaatsen van stuwen (5), of door het ontpanden van percelen met een rabattenstructuur (2)
  • Deze acties worden nauw gekoppeld aan de resultaten van de ecohydrologische studie en worden steeds in direct verband gebracht met de doelhabitats.
  • Herstel van beekmorfologie gebeurt door inventarisatie van plaatsen waar de beek veel te diep ligt en terugkoppeling in de ecohydrologische studie van de effecten van het aanleggen van een natuurstenen trap op die locatie
  • Deze maatregel gebeurt o.a. door het storten van streekeigen natuurstenen in de waterloop, mits het bekomen van de nodige vergunningen

Aanleg en herstel van 3ha venhabitats (3130), en herstel van 7ha natte heide en laagveen (4010 en 7140)

  • Aanleg van nieuwe vennen heeft reeds bijzonder goede resultaten opgeleverd in de Itterbeekvallei. Na onderzoek naar de best geschikte locaties zullen vennen worden (her)aangelegd door ze uit te graven met een zeer zachte helling, zodat de typische pionierflora alle kansen krijgt en de plassen bovendien erg aantrekkelijk worden voor amfibieën. Ecohydrologisch onderzoek zal verduidelijken welke mogelijkheden er zijn tot herstel van enkele zeer waardevolle historische vennen.
  • Natte heide en laagveen wordt hersteld op locaties die vooral worden bepaald aan de hand van florarelicten. Het herstel houdt in dat struweel en bos wordt gekapt en dat de grondwatertafel wordt opgestuwd tot haar vroegere niveau voor zover mogelijk.

Herstel van 7ha mozaiek van droge heide en eiken-berkenbos.

  • Omvorming van naaldhoutaanplanten door bomen te kappen en de strooisellaag af te voeren. Het afvoeren van de strooisellaag (plaggen) is essentieel omdat de verstikkende laag de zaden van de heideplanten geen kans biedt om te kiemen. Deze zaden rusten onder de strooisellaag en kunnen 60 à 70 jaar kiemkrachtig blijven. Als de strooisellaag afgevoerd wordt zullen ze het volgende najaar kiemen en zal de heide zich spoedig herstellen.
  • Exotenbestrijding. Verspreid komen exoten voor zoals amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) en amerikaanse eik (Quercus rubra) die de ontwikkeling van kwaliteitsvolle heide of eiken-berkenbos verhinderen. De exoten zullen consequent bestreden worden tijdens en na het LIFE+ project.
  • We beogen geen structuurarme droge heide maar een afwisseling met eiken-berkenbosjes, die worden uitgespaard waar ze al aanwezig zijn of die spontaan kunnen uitgroeien na verwijderen van het naaldhout.
  • Na het herstel van de heide worden sommige percelen omrasterd en wordt een begrazingsbeheer opgestart. Dankzij de begrazing kan de herstelde hei mooi in stand blijven. De grazers zorgen tevens voor een natuurlijke vegetatiestructuur die vooral geapprecieerd wordt door de fauna.     
  • Herstel van 9ha heischraal grasland (6230) in complex met laaggelegen schraalgrasland (6510) en herstel van 10ha laaggelegen schraalgrasland (6510) en natte ruigte (6430) vanuit bos en struweel.
  • Op het terrein worden potentieel geschikte lokaties geselecteerd.
  • Nutrientenonderzoek in de bodemtoplaag kan waar nodig aan het licht brengen of de geselecteerde locatie schraal genoeg is ter ontwikkeling van het beoogde schrale graslandtype. Meestal is dit door bemesting niet het geval en kan de bouwvoor worden afgegraven. Dit is een erg drastische vorm van verschraling die echter op sommige plaatsen onontbeerlijk zal zijn en tot bijzondere resultaten kan leiden.
  • De schrale graslanden worden in stand gehouden door extensief graas- of maaibeheer.
  • Herstel vanuit aanplant of verbost terrein gebeurt door het kappen en afvoeren van alle hout van de zorgvuldig geselecteerde percelen.
  • Om het terrein beheerbaar te maken worden de stronken uitgefreesd.
  • Het beheer bestaat vervolgens uit maaien met een verschillende intensiteit of al naar gelang het beoogde type (schraal grasland of ruigte) of uit begrazing. In functie van fauna kan worden gewerkt met ruigtestroken in de marge van hooiland of kunnen enkele struiken worden gespaard bij de kap.
  • De omvorming van bestaande weekendverblijven zal ook toelaten om kwaliteitsvolle natte ruigte te ontwikkelen, meestal geassocieerd aan een vijver die ook zal worden heringericht.

Ontwikkeling van waardevolle broekbossen (91E0) vanuit aanplant (10ha) of door spontane ontwikkeling (8ha)


  • Aanplanten met populieren en gecultiveerde wilgen die de ontwikkeling van kwaliteitsvol broekbos (91E0) verhinderen zullen gekapt worden. De werken zullen uitgevoerd worden met aangepaste machines om de bodem niet te beschadigen. Er zal tevens gewerkt worden met sleeppistes om waardevolle zones in het bos te sparen.
  • Broekbos kan spontaan ontwikkelen op verwaarloosde natte weides of akkers. Voorbereidend kan het nodig zijn de bodem te frezen  en mogelijk wordt de bebossing een handje geholpen door de aanplant van autochtoon plantgoed.
  • Een belangrijk deel van de weekendvijvers en -verblijven bevindt zich in de zone waar de optimale abiotiek aanwezig is voor herstel van overgangs-en trilveen, voedselrijke ruigtes en/of broekbossen. De huisjes zullen afgebroken worden en de vijvers zullen natuurlijk ingericht worden.
  • Exotenbestrijding. Verspreid komen exoten voor zoals amerikaanse vogelkers Prunus serotina die de ontwikkeling van kwaliteitsvolle broekbossen verhinderen. De exoten zullen consequent bestreden worden tijdens en na het LIFE+ project.