Geschiedenis
Vroeger werd er vooral met de zeis gewerkt. Om een groeiende oppervlakte te kunnen beheren, wordt er vandaag mechanisch gewerkt.
Stand van zaken
Zowel in de professionele terreinploegen als bij de beheerteams van Natuurpunt heeft deze mechanisering zich voortgezet.
Meer dan 90 tractoren, 4 rupsvoertuigen (3 softtrak en 1 pistenbully), enkele kranen (3 waarvan 1 huurkoop), honderden kettingzagen en bosmaaiers helpen bij het natuurbeheer (aantallen zijn Natuurpunt en Natuur- en landschapszorg samen). Alle voertuigen zijn uitgerust met lagedrukbanden om bodemschade zo veel mogelijk te vermijden. .
Er wordt geïnvesteerd in
veilig CE-gekeurd materiaal, alle nodige persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals zaagbroeken, gehoorbescherming, helpen etc. en voorzien aan praktische opleidingen voor iedereen die met deze machines werkt.
Milieuveiligheid is ook van groot belang
Natuurpunt heeft een voorbeeldrol in de natuursector en maakt daarom een bewuste keuze van haar materiaal, naar analogie met hoofdstuk 3 biobrandstoffen bio-oliën in het boek ‘Ecologisch groenbeheer door Sociale economie’
- Natuurpunt gebruikt aromaatarme tweetakt benzine (Aspen) in alle bosmaaiers, motorzagen, grondboren en haagscharen. Het verbruik is goed voor zo’n 22.500 liter per jaar. De aromaatarme tweetakt benzine is zowel goed voor het milieu als voor de gezondheid van de gebruiker; de uitstoot van 1 kettingzaag met katalysator en gewone bezine is gelijk aan de uitstoot van 10 auto’s, de uitstoot van 3 kettingzagen met Aspen is gelijk aan de uitstoot van 1 auto (in gram/uur ). Meer info.
- Morsvrije teuten voorkomen dat olie of brandstof gemorst wordt in de natuur.
- Biokettingolie: kettingolie komt sowieso altijd in het milieu terecht bij het gebruik van de kettingzaag. Biokettingolie is daarbij een beter optie.
- Biohydraulische olie: het gebruik het bio alternatief is beter zowel voor het milieu als voor de gezondheid van de gebruiker
Belang en kansen
Mechanisatie is nodig om het groeiend aantal oppervlakte natuurgebied te beheren, maar kan voor sommige beheerteams een knelpunt zijn. Daarom is er vaak machinale ondersteuning van de terreinploegen, waarna vrijwilligers het werk manueel afwerken.
Bedreiging en beperking
Met de grotere machines moet er voldoende aandacht worden besteed aan
lagedrukbanden om de
bodemdruk tot een minimum te beperken.