Natuurpunt foto

Aandachtspunten Beleidsplan Ruimte Vlaanderen


PUUR NATUUR

  
Meer ruimte voor natuur ter behoud van biodiversiteit.
In het RSV werd afgesproken om 48.000ha natuur- en bosgebied te voorzien. Tot op heden werden deze doelstellingen amper voor 1/3de gehaald, dit in tegenstelling tot alle andere bestemmingen. Een inhaalbeweging is absoluut noodzakelijk voor de biodiversiteit en onze leefkwaliteit.

Realisatie van (stadsrand)bossen.
Geen woorden, maar ook daden. Ondanks de doelstellingen inzake bosuitbreiding, staat de bosbarometer van de Vereniging voor Bos in Vlaanderen (VBV) al twee jaren op rij in het rood.

Kust & Noordzee.
Naast de polders en de duinen, is ook de overgangszone tussen land en zee een bijzonder waardevol ecosysteem met unieke planten en dieren. Ondanks onze 67 km lange kustlijn, zijn de zones met een natuurlijke overgang in Vlaanderen erg beperkt. Ze dienen alleszins beschermd te worden en een uitbreiding biedt potenties naar andere thema’s zoals kustverdediging, adaptatie en recreatie.

Sterke win-win met andere sectoren.
Vlaanderen staat voor een aantal nieuwe maatschappelijke uitdagingen inzake klimaat die ook een ruimtelijke impact hebben. Nieuwe ruimteclaims voor overstromingsgebieden, kustverdediging en adaptatie kunnen hand in hand gaan met meer ruimte voor natuur.

OPEN RUIMTE

  Zuinig ruimtegebruik voor een open en stedelijk Vlaanderen.
Een doordacht ruimtelijk zoekt naar slimme combinaties tussen bijkomende bebouwing en vergroening. Door de beschikbare ruimte zuinig en intensief te gebruiken, blijft er meer ruimte over voor publiek groen. Belangrijk uitgangspunt van de overheid is dat het BRV geen afbreuk doet aan de krachtlijnen van het RSV. Gezien er nog veel ruimte beschikbaar is in woon- en industriegebieden, moeten ruimtevragen vanuit deze sectoren ingevuld worden door renovatie, verdichting en een stimulerend beleid om on(der)benutte terreinen alsnog op de markt te brengen (dit naar analogie van de ladder van Lansinck voor afvalbeleid, of het STOP-principe in het mobiliteitsbeleid).
  Gezinsvriendelijk steden en gemeenten.
In ruimtelijke plannen wordt nog te weinig rekening gehouden met de noden en behoeften van kinderen en jongeren. Daarom ijveren we voor een kindnorm, een set van na te sterven doelstellingen die vertrekken vanuit de behoeften van kinderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om voldoende ruimte in de woonomgeving om buiten te kunnen spelen, maar ook voor voldoende ruimte op de stoep en in de straat om veilig en onbevangen naar een speelplek te kunnen wandelen of fietsen.
  Bescherming van de open ruimte die ons rest.
Uit studies van de KULeuven blijkt dat Vlaanderen bij een ongewijzigd ruimtelijk beleid tegen 2050 nog amper open ruimte rest. Willen we vermijden dat Wallonië de open ruimte van Vlaanderen wordt, is een trendbreuk in het huidige beleid onontbeerlijk.

DUURZAME LANDBOUW

  Een minimum basis natuur-  en milieukwaliteit in het landbouwgebied. Het behoud van gezonde, veerkrachtige ecosystemen en biodiversiteit is essentieel om de ecologische functies en processen, die de vruchtbaarheid en productiviteit van landbouwecosystemen garanderen, veilig te stellen. Natuur is dus ook in het landbouwgebied broodnodig. We ijveren voor een minimum basis natuur- en milieukwaliteit in het landbouwgebied, waarbij ook een invulling wordt gegeven aan het begrip natuurverwevingsgebied.

KLIMAATVERANDERING

  Van duurzaam bouwen naar duurzaam stedenbouwen
Door woningen goed te oriënteren naar de zon, kan maximaal gebruik gemaakt worden van zonnewarmte bij de verwarming van een woning. Goed geïsoleerde en geventileerde woningen kunnen het energieverbruik verder beperken, waardoor ook de luchtverontreiniging zal verminderen. Zo’n milieuvriendelijke maatregelen gaan hand in hand met het optimaal gebruik van de ruimte. Zo is een rijwoning altijd energiezuiniger dan een vrijstaande woning omdat het warmteverlies door buitenmuren veel kleiner is. Bovendien wordt bij de bouw van rijwoningen de schaarse ruimte veel beter gebruikt. Het BRV moet ruimtelijke strategieën opzetten die mee de klimaatimpact van Vlaanderen beperken. 
  Netwerk van openbaar vervoer als ruggengraat
Vlaanderen beschikt over een fijnmazig spoorwegnetwerk met een aanvullend tram- en busnet. Dit netwerk kan verder versterkt worden en als ruggengraat gebruikt worden voor nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen. Zo bieden stationsbuurten goede mogelijkheden voor de verdere ontwikkeling van de woning- en kantorenmarkt. Op die manier kan ingegaan worden tegen een ruimtelijke ordening die gefocust is op het autowegennetwerk.
  Ruimte voor hernieuwbare energie.
Door de klimaatverandering en de stijgende kosten van fossiele brandstoffen, is een transitie naar hernieuwbare energie onvermijdelijk. Het BRV moet een ruimtelijk kader uittekenen voor windmolens, zonne-energie, geothermische energie,… Ook het ontwikkelen van warmtenetten, waarbij de afvalwarmte van energiecentrales of industriële activiteiten via pijleidingen wordt hergebruikt, moet gestimuleerd worden.  In Scandinavische landen zijn warmtenetten gemeengoed. Ook in Nederland en Duitsland komen meer en meer projecten voor hergebruik van restwarmte van de grond. In Nederland bestaan reeds 13 grootschalige (dwz meer dan 5.000 afnemers) en honderden kleinschalige warmtenetten. Warmtenetten kunnen een belangrijke bijdrage leveren in de vermindering van de CO2-uitstoot.