Er bestaat geen reglementering die het bestrijden van netels verplicht. Uiteraard kan goed nabuurschap een argument zijn.
De verplichting om schadelijke distels op te ruimen staat in de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. Deze wet werd uitgevoerd door een aantal KB’s (KB van 16 oktober 1981, herhaaldelijk aangepast).
De verantwoordelijke (eigenaar, huurder, gebruiker,...) is verplicht de bloei alsmede de zaadvorming en de uitzaaiing van schadelijke distels met alle middelen te beletten; hij dient hiertoe alle middelen aan te wenden zodra hij hun aanwezigheid vaststelt of deze hem door een overheidspersoon wordt gemeld. Worden onder schadelijke distels gerekend: akkerdistel, speerdistel, kale jonker en kruldistel. Een afwijking van de verdelgingsplicht van kale jonker kan worden toegestaan in de gewestplanbestemmingen natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten. Laat een hardnekkige overtreder ondanks de waarschuwingen van een overheidspersoon de distels toch staan dan zullen ze door de overheid worden vernietigd op zijn kosten (mét een eventuele boete erbij).
Wegens bevoegdheidsoverschrijding (distelbestrijding is een gewestelijke materie) en een conflict met het bermbesluit (bermen van publiekrechtelijke personen mogen niet voor 15 juni gemaaid worden…) worden in de provincie Oost-Vlaanderen geen verordeningen meer uitgevaardigd. De andere provincies doen dit echter wel nog. Ook het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) vindt dat de huidige bestrijdingsplicht niet meer zinvol is, en in veel landen is deze bestrijdingsplicht dan ook al lang afgeschaft of aangepast.