Natuurpunt foto

Kapitaalschade en gebruikerscompensatie

Wat kan ik doen?


Lees meer dossiers van Natuur.beleid
Hoogdringend nood aan een tussentijdse evaluatie
Medio 2010 besloot de Vlaamse overheid om een nieuwe impuls te geven aan de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur, het zogenaamde AGNAS proces. Dit proces heeft als doel de ruimtebalans te realiseren zoals die werd vastgesteld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Zo zal via ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUPs) 48.000 ha agrarisch gebied omgezet worden naar natuur en bos. Ingevolge sectorale wetgeving kunnen deze bestemmingswijzigingen mogelijk beperkingen inhouden voor het landgebruik (vb. bemesting). In 2009 werd een regeling voorzien om de eventuele schade die voortspruit uit deze herbestemming te compenseren: kapitaalschade en gebruikerscompensatie. Hoewel deze regeling tot doel had de bestemmingswijzigingen te faciliteren, blijkt deze regeling in de praktijk aanleiding te geven tot een aantal knelpunten. Een aantal van deze knelpunten kwamen reeds aan bod in de beleid.flits van Natuurpunt. Een overzicht van alle eerder verschenen berichten over dit onderwerp vind je hier.
  1. Wel kapitaalschade en gebruikerscompensatie, maar geen planbaten?
De Vlaamse overheid voorziet in een systeem van schade en baten bij de voornaamste bestemmingswijzigingen. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) biedt daartoe sinds vele jaren een  decretaal kader, behoudens voor de eventuele schade die voortspruit uit wijzigingen van geel naar groen. Daarvoor geldt sinds kort een afzonderlijke, dubbele regeling: de kapitaalschade en gebruikerscompensatie. Ondanks het feit dat de planbatenregeling van veel eerder dateert, moet Natuurpunt vaststellen dat de Vlaamse overheid tot op heden nog geen baten inde, maar anderzijds de kapitaalschade en gebruikerscompensatie al wel uitbetaalt. Dit heeft tot gevolg dat “planologische ruil” tussen groen en geel de belastingbetaler tot 15.000 EUR/ha kan kosten, terwijl zo’n ruil de natuur netto niets oplevert. Zelfs indien de baten mee in rekening worden gebracht, blijft een dergelijke ruil onevenwichtig omdat de berekeningswijze tussen beiden héél erg verschilt. De vermoede meerwaarde werd in de VCRO dan wel vastgesteld op 3.900 EUR/ha, doch via de toepassing van een “heffingspercentage” zou het verschuldigde bedrag amper 39 EUR/ha bedragen voor pakweg de eerste 3 ha (78 EUR/ha tot 6,5 ha, enz.). Natuurpunt vindt dit maatschappelijk niet te verantwoorden en vraagt om dit knelpunt mee te nemen in de geplande evaluatie van de hele regeling.
  2.  Kapitaalschade én gebruikerscompensatie: dubbeltellingen
Bij bestemmingswijzigingen van geel naar groen, zijn er twee instrumenten om de “minwaarden” te vergoeden: kapitaalschade voor eigenaars én compensatie voor gebruikers. Zo’n opdeling vereist dat de minwaarde correct wordt opgesplitst. Maar dit is niet het geval: het verlies aan ‘kapitaal’ wordt berekend op basis van het verschil in venale waarde, waarop vervolgens een aantal correcties worden toegepast. Die correcties maken dat naast ‘kapitaal’ ook gebruikswaarde wordt meegenomen bij de berekening. Maar die gebruikswaarde zit al in de berekening, want de venale waarde weerspiegelt (mee) de gebruikswaarde van de grond. Vraag is zelfs of de gebruikswaarde niet drie maal wordt betaald: hij zit in de venale waarde, wordt in de kapitaalschade bijkomend toegevoegd én keert terug in de gebruikerscompensatie. Natuurpunt vraagt deze knelpunten mee te nemen in de geplande evaluatie van de gehele regeling. 
  3. Kapitaalschade ook voor gemengd openruimtegebied...?
Kapitaalschade compenseert de eventuele minwaarde die eigenaars treft als een agrarische bestemming wijzigt naar groen. Deze regeling is echter ook van toepassing naar gemengd openruimtegebied, ook al heeft deze bestemmingswijziging geen enkele mestbeperking tot gevolg. Bovendien zou men verwachten dat het verschil in venale waarde tussen beiden quasi onbestaande is, maar in praktijk loopt de kapitaalschade toch op tot enkele duizenden euro’s per hectare. Dit komt omdat men bij de berekening natuur- en bosbestemmingen met nulbmesting hanteert als vergelijkingspunt, in plaats van bestemmingen met dezelfde gebruiksmogelijkheden zoals bv. agrarische gebieden met landschappelijke of ecologisch waarde. Ook al is de taakstelling voor gemengd openruimte/overig groen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen nihil, toch wordt deze in lopende GRUPs zeer kwistig toegepast, met alle financiële gevolgen van dien voor de Vlaamse schatkist. Natuurpunt vraagt deze knelpunten mee te nemen in de geplande evaluatie van de gehele regeling.
  4. Onmiddellijk kapitaalschade, ook al is ze (nog) virtueel
Bij bestemmingswijzigingen van geel naar groen, ontstaat een recht op kapitaalschade op het ogenblik dat het RUP van kracht wordt (zie decreet grond- en pandenbeleid). Nochtans ondervindt de eigenaar op dat ogenblik de schade nog niet. Dat is anders bij de regeling inzake planschade - die van toepassing is op alle andere bestemmingswijzigingen (zie Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - VCRO). Daar treedt de regeling pas in actie op het moment dat de eigenaar de schade effectief ondervindt (vb. bij verkoop). Volgens Natuurpunt is de regeling zoals voorzien in de VCRO dé correcte manier. We vragen dan ook om dit knelpunt mee te nemen in de geplande evaluatie van de kapitaalschaderegeling.
  5. Gebruikerscompensatie soms onterecht
Een voorbeeld: langsheen oeverzones geldt een algemeen bemestingsverbod, ongeacht de bestemming. Als deze zones gelegen zijn in het agrarisch gebied en vervolgens herbestemd worden naar natuur of bos (wat in buitengebied GRUPs vaak aan de orde is), dan heeft dit geen nieuwe mestbeperking tot gevolg. In theorie heeft de landbouwer dan geen recht op gebruikscompensatie. In de praktijk wordt de getroffen oppervlakte voor gebruikerscompensatie evenwel berekend op basis van de geregistreerde percelen in landbouwgebruik. Voor oeverzones die mee geregistreerd staan in het systeem wordt dus toch automatisch, maar geheel onterecht, gebruikscompensatie uitbetaald. Natuurpunt vraagt dit knelpunt mee te nemen in de geplande evaluatie van de regeling. 
  6. Gebruikerscompensatie soms onterecht (vervolg)
Soms zit het in de kleine dingen. Eén van de voorwaarden voor gebruikerscompensatie luidt als volgt: het perceel heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 ha of behoort tot een groep getroffen percelen van dezelfde gebruiker met een totale oppervlakte van ten minste 0,5 ha. Een aantal aangegeven ‘teelten’ (vb. houtkanten) worden niet bemest, ondervinden in praktijk dus geen nieuwe mestbeperking door herbestemming van geel naar groen en zijn derhalve terecht uitgesloten van gebruikerscompensatie. Niettemin worden deze oppervlakten wel meegenomen bij de berekening van de drempelwaarde. Natuurpunt vraagt dit knelpunt mee te nemen in de geplande evaluatie van de gebruikerscompensatie.
  7. Groene RUPs op lokaal niveau: geen nulbemesting en toch kapitaalschade
In een eerder bericht fronste Natuurpunt reeds de wenkbrauwen bij de berekening van kapitaalschade voor gemengd open ruimtebestemmingen. Er gelden daar geen gebruiksbeperkingen, maar als ijkpunt voor de berekening van de schade hanteert men natuur- en bospercelen die wél onder de nulbemesting vallen. Men vergelijkt dus appelen met citroenen. Een identiek probleem stelt zich ook voor nieuwe natuur- en bosbestemmingen die tot stand komen door gemeentelijke en provinciale RUPs. De nulbemesting die in beginsel in dergelijke gebieden geldt, is immers niet van toepassing bij lokale RUPs, enkel bij gewestelijke RUPs. Daartegenover staat echter dat de kapitaalschaderegeling van toepassing is op alle RUPs, zowel gewestelijke als lokale. En deze wordt dus berekend op basis van ijkpunten die wel onder nulbemesting vallen. Delegatie van planningsbevoegheden van het Vlaamse gewest naar lokale besturen is in deze dan ook nadelig voor de kosten-efficiëntie van groene RUPs. Natuurpunt vraagt dit knelpunt mee te nemen in de geplande evaluatie van de gebruikerscompensatie.
  8. Kapitaalschade en gebruikerscompensatie: ook een verhaal van kosten-efficiëntie

Vorige week vond in het Vlaams Parlement een debat plaats over kapitaalschade en gebruikerscompensatie. Daar haalde minister Schauvliege de vraag of de bedragen een correcte weergave zijn van het effectieve schade, dooreen met de vraag of het systeem kosten-efficiënt is. Zonder diep in te gaan op de knelpunten, stelde de minister dat, op basis van gemiddelde bedragen van 0,44 EUR/m² voor kapitaalschade en 0,68 EUR/m² voor gebruikerscompensatie versus 2,62 EUR/m² als gemiddeld aankoopbedrag van dergelijke terreinen, er geen vuiltje aan de lucht is.

Enerzijds begrijpt Natuurpunt niet hoe men louter aan de hand van de hoogte van deze bedragen kan inschatten of de schade al dan niet ‘correct’ werd berekend. Anderzijds stellen we vast dat in 2011 de Vlaamse overheid voor aankopen in agrarische gebieden door Natuurpunt slecht voor 0,95 EUR/m² in de buidel tastte (gemiddelde aankoopprijs van 2,29 EUR/m² aan een subsidiepercentage van 41,6%). In tegenstelling tot wat de minister dus doet vermoeden, liggen, in hoofde van de Vlaamse belastingbetaler, de bedragen voor de planologische piste versus het aankoopmodel dan toch niet zo ver uit elkaar, integendeel. Daarnaast is er op vlak van efficiëntie een wereld van verschil. In tegenstelling tot het aankoopmodel dat vertrekt vanuit vrijwilligheid, biedt het planologische spoor op zich geen enkele garantie naar realisatie. Niet alleen Natuurpunt, maar ook vanuit diverse politieke fracties wordt aangedrongen op een grondige evaluatie.
  wordt vervolgd