In Vlaanderen komt deze soort het meeste voor in de leemstreek (van de Zuidwest-Vlaamse heuvelstreek tot het Hagenland) en iets noordelijker in de Zandleemstreek. Volgens de recente broedvogelatlas zouden in Vlaanderen 6 000 à 10 000 broedparen van de Steenuil voorkomen. Daarmee doet de soort het nog niet zo slecht in Vlaanderen. Op Europees vlak is Vlaanderen zeer belangrijk voor het voortbestaan van deze kleine uilensoort.
De twee belangrijkste factoren voor het behoud van de Steenuil zijn het behoud van een kleinschalig landschap en het behoud van nestgelegenheid.
Deze twee facetten van de soortbescherming zijn vaak te combineren. Door het aanplanten en onderhouden van knotbomen en hoogstamfruitbomen behoud je de geschikte biotoop van deze vogel. Op termijn biedt dit ook extra nestgelegenheid (holle bomen). Een extra soortbeschermingsactie die ondernomen kan worden is het plaatsen van nestkasten. Deze kunnen zowel tegen schuren als in (knot)bomen geplaatst worden. In gebieden waar de steenmarter voorkomt moet wel gezorgd worden dat de nestkasten niet binnen bereik van de steenmarter geplaatst worden.
Lees ook