Natuurpunt foto

Agromilieumaatregelen, veel geld voor weinig resultaten

Wat kan ik doen?


Abonneer je op onze rss-feeds en blijf op de hoogte van alle natuurnieuws.

Huidige agromilieumaatregelen zijn onvoldoende om concrete milieuwinsten te boeken


  • Kritisch rapport Europese Rekenkamer agromilieumaatregelen
  • 2,5 miljard euro belastingsgeld draagt onvoldoende bij tot het realiseren van Europese natuur- en milieudoelstelling
  • Dringende bijstelling van agromilieumaatregelenpakketten nodig: heldere doelstellingen, resultaatsverbintenissen en degelijke monitoring
Op de vooravond van de lancering van het commissievoorstel voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), publiceert de Europese Rekenkamer haar rapport over de effectiviteit van de Europese agromilieumaatregelen. De Europese Rekenkamer kwam tot de harde conclusie dat het merendeel van de onderzochte agromilieuprogramma’s onvoldoende bijdragen tot het realiseren van de Europese prioriteiten biodiversiteit, water en klimaatsverandering.

Agromilieumaatregelen zijn een onderdeel van de Pijler 2 (plattelandsbeleid) van het GLB. De EU investeert hierin jaarlijks €2,5 miljard. Dit is de Europese budgetpost met het grootste potentieel voor het behalen van de biodiversiteitsdoelstellingen waartoe Europa zich recent engageerde in de Biodiversiteitsstrategie 2020 . “Maar of de maatregelen ook effectief biodiversiteitswinsten opleveren hangt sterk af van waar en hoe ze ingezet worden. Het rapport van de Europese Rekenkamer windt er geen doekjes om: de maatregelenpakketten moeten meer doel- en gebiedsgericht ingezet worden en er is nood aan wetenschappelijk onderbouwde monitoring- en evaluatieinstrumenten”, zegt Annelore Nys, Beleidsmedewerker bij Natuurpunt.

Scherpe analyse agromilieuprogramma’s
De toon van het rapport is scherp: hoewel er in de laatste 20 jaar veel vooruitgang geboekt is, zijn de maatregelenpakketten en de monitorings- en evaluatie-instrumenten onvoldoende om meetbare milieuwinsten te realiseren. De doelstellingen zijn over het algemeen te vaag en hebben geen concrete meetbare resultaatverbintenissen. Bovendien leveren de huidige monitoring en evaluatie-instrumenten onvoldoende relevante en betrouwbare data op om conclusies te trekken over de effectieve milieuvoordelen.

Een tweede belangrijke vaststelling van het rapport is dat het overgrote deel van de pakketten bestaat uit generieke maatregelen die door elke landbouwer uitgevoerd kunnen worden. Slechts een minderheid van de maatregelen focust zich op gebiedsgerichte maatregelen die ingezet worden op plaatsen waar ze de beste resultaten opleveren. Hierdoor worden de middelen niet ingezet waar ze het meest nodig zijn en de beste resultaten genereren.

“Deze conclusies zijn belangrijk in het licht van de onderhandelingen over de hervorming van het GLB. Natuurpunt roept Ministers Kris Peeters en Joke Schauvliege, bevoegd voor Landbouw en Leefmilieu, op om bij hun Europese collega’s te pleiten voor heldere doelstellingen en resultaatverbintenissen voor agromilieumaatregelen in het nieuwe GLB. Enkel zo zullen we in staat zijn om het toenemende biodiversiteitsverlies in te dijken”, stelt Annelore Nys, Beleidsmedewerker bij Natuurpunt.

Agromilieumaatregelen in Vlaanderen
Ook in Vlaanderen worden de meeste agromilieumaatregelen generiek en dus in het gehele Vlaamse platteland ingezet. Bovendien bleek uit de midtermevaluatie van het Vlaamse plattelandsbeleid , dat eerder dit jaar werd gepubliceerd, dat de meeste agromilieudoelen te weinig ambitieus opgesteld zijn. We zijn pas halfweg en hebben bijna alle doelen al bereikt. Toch zijn net die maatregelen met het grootste ecologische potentieel het minst populair bij boeren: soortbescherming en kleine landschapselelementen. Ook het gebrek aan monitoring van de effectiviteit van de Vlaamse agromilieumaatregelen voor biodiversiteit werd op de korrel genomen in het midtermevaluatierapport.

“In aanloop naar het volgende plattelandsprogramma moet Vlaanderen duidelijke doelstellingen en prioriteiten per agromilieumaatregel en combinatie van maatregelen definiëren. Daarnaast moet ze ook werk maken van meer specifieke maatregelenpakketten met een hoger ecologisch potentieel”, zegt Annelore Nys, Beleidsmedewerker bij Natuurpunt.


Gebiedsgerichte akkervogelmaatregelen
Hoewel akkervogelmaatregelen nog relatief nieuw zijn (traden in werking op 1 januari 2010) lijken de resultaten er op te wijzen dat deze pakketten effectief resultaten opleveren. Zeker de geelgors boert goed onder deze maatregelen. De VLM bakende kerngebieden af waar dergelijke maatregelenpakketten het best ingezet worden. Enkel boeren die akkers hebben binnen deze gebieden komen in aanmerking. Hierdoor worden de middelen ingezet waar ze het beste renderen. Het succes van deze maatregel zit vermoedelijk in het feit dat ze gemakkelijk in te passen is in de bedrijfsvoering en dus relatief weinig inspanningen met zich meebrengt: vergroten van het voedselaanbod door de aanleg van gemengde grasstroken en vogelvoedergewassen. Probleem is wel dat de monitoring van deze maatregelen ondermaats is.

Perceelsranden Natuur
Elke landbouwer kan een beheerovereenkomst Perceelsranden Natuur afsluiten op zijn graslanden en akkers. Een landbouwer die een dergelijke maatregel afsluit moet een perceelsrand van minimum 3 meter en gemiddeld 6 tot 12 meter breed aanleggen. Hij mag deze rand niet bemesten en geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. Het doel van deze maatregel is de biodiversiteit te bevorderen en erosie tegen te gaan. Hij ontvangt hiervoor een premie van 1581 €/ha. Deze maatregel zou eigenlijk onderdeel moeten uitmaken van de goede landbouwpraktijken en gaat bovendien niet veel verder dan de wettelijke verplichtingen (een strook van 5 meter breed langs waterlopen). Als maatregel om erosie te vermijden zijn perceelsranden beduidend minder effectief dan grasbufferstroken en -gangen, bebossing of inzaaien van percelen met groenbemesters. Ze zijn wel geschikt als buffer voor de uitspoeling van stikstof. Als maatregel om biodiversiteit in het landbouwgebied te verhogen zijn de voorwaarden te soepel om echte biodiversiteitswinsten te realiseren. Bovendien hebben dergelijke maatregelen pas effect wanneer er een minimum aan natuurlijke elementen in het landschap aanwezig zijn. In het Vlaamse landbouwgebied ontbreekt zo’n basis groene infrastructuur.

Voor meer informatie, contacteer:
Annelore Nys, Beleidsmedewerker Natuurpunt, 0497 89 11 98, annelore.nys@natuurpunt.be

Lees ook