Update 30 mei: gevolgen worden zichtbaar
Enkele dagen na de grote heibrand in Kalmthout worden ook de gevolgen voor het Stappersven stilaan zichtbaar…
- De kruidlaag ten zuidwesten en ten westen van het Stappersven zelf tot in het noordwestelijke deel van het natuurgebied tegen het Wortelpad brandde vrij hevig. Het biotoop voor gladde slang en enkele andere heidesoorten werd daarmee aangetast.
- Ter hoogte van de Nolse Duinen sloeg de brand over maar tastte slechts een kleine oppervlakte aan. De brand vond weerkwerk door de groenere vegetatie daar. Voor alle zekerheid trok de brandweer hier een brede brandgang om later onheil te voorkomen. Het valleitje dat in november 2010 door de Jeugdbond voor Natuur & Milieu samen met het beheerteam van Natuurpunt Noorderkempen werd ontdaan van vliegdennen -en restant van de grote brand van 1996- bleef gespaard.
- De overige valleitjes, waar ondermeer boomleeuwerik en nachtzwaluw broeden, werden gespaard. De gevolgen voor de bosrijke delen bleven echter beperkt. Hevige rookontwikkeling gaf de indruk dat de naaldhoutbestanden te Boterbergen brandden, maar de heftige brandhaard bleef beperkt tot Parking Zuid.
René Peeters, verantwoordelijke beheerteam Stappersven, mat de gebrande oppervlakte in het natuurgebied nauwkeurig op met GPS. In tegenstelling tot de Kalmthoutse Heide zelf verschroeiden de vlammen in totaal 40 ha heide en onderbegroeiing, 3,7 km in omtrek. Toch, de gevolgen voor fauna en flora zijn niet te onderschatten.
Fotograaf Robert van den Berge kon de brand op 26/05/2011 vanuit een helikopter vastleggen. Bekijk de beelden hier.
Bekijk de foto's van het Stappersven in haar huidige toestand in het fotoalbum.
|
Update 30 mei: Monitoring na de heibrand
De heibrand is een opportuniteit voor onderzoek; boeiend om in de toekomst te volgen en te leren wat beheermaatregelen kunnen / zullen realiseren. Cultuurhistorisch werd branden aangewend om de heide te verrijken alvorens te oogsten via begrazing of een andere beheervorm zoals plaggen. Bijsturing qua brandpreventie is trouwens één van de lessen voor de toekomst waartoe de beheerders zullen overleggen. Ignace Ledegen, medewerker van het Grenspark De Zoom – Kalmthoutse Heide, liet alvast weten dat ook het Grenspark zich engageert om de gevolgen van de brand nauwgezet op te volgen.
Op 28/05/2011 bracht HYLA, de reptielenwerkgroep van Natuurpunt, een bezoek aan het Stappersven ten einde de gevolgen voor de herpetofauna in te schatten. De zuidelijke en westelijke oever van het Stappersven werden afgespeurd naar slachtoffers en overlevenden. Vooral voor de gladde slang kunnen de gevolgen desastreus zijn. De gladde slang staat op de Vlaamse Rodelijst geklasseerd als kwetsbaar en het is bovendien een Europees beschermde soort. Ze wordt in Vlaanderen enkel gesignaleerd in de provincie's Antwerpen en Limburg. Historische waarnemingen van deze ongevaarlijke slang zijn ook bekend rond Weelde en in Vlaams-Brabant maar door het verbossen van heidegebieden is de soort er verdwenen. Op enkele schaarse waarnemingen in Mol herbergt de Kalmthoutse heide de belangrijkste populatie. Op de Kalmthoutse heide leeft ze verspreid maar de meeste dieren worden gesignaleerd in en rond de Keetheuvel. Jammer genoeg bleef ook deze locatie niet gespaard van de brand en zullen wellicht een groot aantal dieren gedood zijn door de vlammenzee. Zaterdag werd door Hyla, de amfibiën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt een reddingsactie georganiseerd op de Keetheuvel en werden zes rondkruipende gladde slangen en een tweetal levendbarende hagedisjes op de zwart geblakerde heide gevonden. De dieren werden gevangen en in een van brand gespaard heidevegetatie rond het Stapperven terug uitgezet. Daar waar de brand hevig woedde zijn de omstandigheden zeer ongeschikt wegens de lage mate van beschutting en dus verhoogde predatiekans maar ook omwille van het zeer beperkte voedselaanbod.
Jammer genoeg werden er ook een aantal slachtoffers gevonden: twee drachtige vrouwtjes en een mannetje gladde slang en een tiental hagedissen, kikkers en padden. Daar slecht een relatief klein deel van de totale oppervlakte afgebrande heide werd bezocht moet het aantal slachtoffers onder amfibieën en reptielen wellicht zeer groot zijn
Glenn Vermeersch van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek monitorde op 28 en 29/05/2011 de zangvogels om een eerste idee te krijgen hoe deze meer mobiele soorten reageren.
Eerste vaststellingen wijzen erop dat de schade nog kan meevallen, alleszins wat boomleeuwerik betreft. In totaal zijn ongeveer acht territoria afgebrand. De hei brandde net op het einde van het tweede broedseizoen waardoor heel wat jongen reeds waren uitgevlogen en zich wellicht samen met de adulten in veiligheid wisten te brengen. Ook stopte de brand herhaaldelijk op zandplaten; de nesten van de boomleeuweriken zijn meestal gelegen op schaars begroeide stukken en daar lijkt de brand weinig 'voeding' te hebben gevonden. Een andere soort van de Bijlage I van de Vogelrichtlijn, nachtzwaluw, lijkt net zoals boomleeuwerik aan het ergste ontsnapt te zijn. Ten eerste is de brand niet door de kern van het broedgebied getrokken en ten tweede waren vele paren wellicht nog niet overgegaan tot eileg. Hoewel de schade voor deze broedvogels meevalt, is dat lang niet zo voor andere soorten. Doordat de brand quasi alle oude, structuurrijke heidevegetaties heeft weggevaagd blijken vooral kneu, roodborsttapuit en sprinkhaanzanger te zijn getroffen. Op Belgische schaal is kneu aan een enorme afname bezig en is blijvend verlies plausibel. Roodborsttatpuit is de laatste jaren aan een opmars bezig in Vlaanderen, maar de situatie zal de eerstkomende jaren wellicht niet veel beter worden aangezien de reliëfrijke broedplekken compleet zijn verwoest door de brand. Verdermeer lijkt vooral graspieper getroffen, een soort die het de voorbije jaren (nationaal) ook niet bijster goed doet. Nochtans waren al heel wat legsels uitgevlogen, maar de zwartgeblakerde vlakte laat een tweede of een vervanglegsel niet toe. Ook vreest Glenn voor de enkele paren wulp die nog op de heide tot broeden komen. De predatiedruk op die soort is zowiezo al groot en de timing van de brand is erg nadelig: de paren die jongen hadden gekregen, liepen er nog mee rond en de jongen zelf konden nog niet vliegen. Het valt af te wachten als ze zich wisten te redden.
Voor groepen zoals dagvlinders en libellen zal het afwachten zijn… Vroeg-vliegende soorten zoals de zeldzame maanwaterjuffer of venwitsnuitlibel zetten mogelijks al eitjes af in de zure venwaters waardoor de gevolgen nog te overzien zijn. Dit in tegenstelling tot typische dagvlinders van de heide zoals heivlinder en heideblauwtje die tijdens de brand nog in een larvaal stadium verkeerden of reeds verpopt waren. Ook voor grondactieve ongewervelden zoals spinnen loopkevers zal pas op termijn blijken of ze hun weg naar de Kalmthoutse Heide terugvinden.
In ieder geval, de kale brandvlakte zal binnenkort plaatsmaken voor een groene pijpenstro-weide… Een goede nazorg zal essentieel zijn om de heide te herstellen. Daarbij kan een combinatie van overdachte schapenbegrazing en plaggen vrij snel tot mooie resultaten leiden.
|
Update 26 mei - 10u15: vuur laait weer op
Vanochtend omstreeks 9u meldde Igor Vandamme, verantwoordelijk beheerteam Stappersven, dat enkele vuurhaarden zowel op de Kalmthoutse Heide als aan de westelijke rand van het Stappersven opnieuw opflakkeren. De toenemende wind voorspelt achter weinig goeds…
Ongeveer 20 ha van het Stappersven is aangetast, voornamelijk ter hoogte van de Keetheuvel en de Nolse Duinen. De brand reikte echter niet tot de kleine duinvalleien die tijdens de grote heidebrand van 1996 verschroeiden. Hier broeden nog boomleeuwerik, nachtzwaluw en bonte vliegenvanger. De vuurhaarden verteerden wel de belangrijkste ligplaatsen van gladde slang, aangemeld op Bijlage 4 van de habitatrichtlijn. Het is bang afwachten hoe deze kwetsbare soort zal reageren. Algemeen is de situatie minder ernstig dan op de Kalmthoutse Heide zelf, maar blijft precair.
Zowel het Agentschap voor Natuur en Bos als voor Natuurpunt Beheer zetten zich schrap om de gevolgen van de brand goed op te volgen. Bij een niets doenbeheer resulteert een dergelijke brand in een sterke en snelle vergrassing van de heide of versnelde opslag met zgn. ‘vliegdennen’. Vanuit floristisch en faunistisch standpunt is dat echter zeer ongunstig. |