Natuurpunt foto

Toponiemen Stappersven-Kalmthoutse Heide

Wat kan ik doen?


Je kan de aankoop van het Stappersven steunen door een gift over te maken aan Natuurpunt. Lees meer.

De Nol, Nolse Duinen, Nolven

roodborsttapuitDe Nol is een laagveengebied waar ooit veel turf gestoken werd. Dat het zeer waardevolle gronden waren, bewijst ook het feit, dat de turfvelden van de Nol door de eigenaar, de Abdij van Tongerlo, werden verpacht (oudste vermelding 1280). Elders mochten de ingezetenen wel vrij beschikken over de turf die ze staken, evengoed als ze andere activiteiten vrij mochten uitoefenen op de “gemene gronden” van de heide.

Het gekke is, dat de Nol een uitgesproken laag gebied is, terwijl het woord zelf heuvel, bult of verhevenheid betekent. Dat laatste slaat op de duin, die er vlakbij ligt, de Zwarte Duin (Swertenbergh), nu Nolse Duinen, reeds vermeld anno 1478. Hiervan moet de naam afkomstig zijn.

Het vermelden waard: de Nol is waarschijnlijk, samen met de Maatjes, één van de vroegst bewoonde gebieden van onze streek. Op beide plaatsen werden voorwerpen uit het Mesolithicum opgegraven.

Stappersven

Uit oude gegevens blijkt, dat het Stappersven tussen 1372 en het begin van de zestiende eeuw volledig uitgeveend werd. De abt van de abdij van Tongerlo gaf het toen tegen betaling van de moercijns uit voor vervening. Zodoende heeft het huidige Stappersven vermoedelijk zijn ontstaan te danken aan de turfwinning. Vroeger sprak men over Stappers Steken (1685) of De Stapper. Stappers Steken wil zeggen: stedeken of kleine hofstede waar de familie Stappers woont. Een kleine hoeve met gronden, verpacht door de Witheren van Tongerlo. In de 18de eeuw verdeelde een dijk het ven in de Grote en de Kleine Stapper. Tijdens de Franse overheersing werd het ven eigendom van de gemeente. In 1830 dook de familie De Merode op als kandidaat-koper, maar de gemeente verzette zich hiertegen, omdat 'de heide gemeengoed is en iedereen er vrij gebruik van kan maken voor het baggeren van rusch en turf'. In 1833 werd het Stappersven verkocht en kwam het in privé-eigendom. Rond 1850 was het ven een visvijver. Rond 1920 was vooral de jacht op het waterwild belangrijk: aan de oevers stonden ganzenroeden opgesteld in schietkuilen (zware op gaffels rustende jachtgeweren waarmee men het ganse wateroppervlak kon bereiken) en er was een eendenkooi voor de jacht op wilde eenden.

In 1926 wou de Belgische Boerenbond het ven ontwateren en voor de landbouw geschikt maken, maar het resultaat van al die inspanningen bleek zo gering, dat van verdere ontginning werd afgezien. In 1931 veranderde het Stappersven opnieuw van eigenaar. De nieuwe eigenaar voelde meer voor jacht dan voor landbouw. Door de bouw van een stuw wilde hij meer water in het ven krijgen om meer eenden te kunnen schieten. De toestand is tot op heden nog steeds zo gebleven, maar het jagen is gestopt.

Tijdens droge zomers staat het water in het ven erg laag en worden de vroegere ontwateringssloten en kaden zichtbaar

Boterbergen

Onder Boterbergen verstaat men vooral het vroegere landgoed van de familie Carlier. De naam duikt ook nog op in kasteel Boterberg in het voornoemde landgoed. Het is duidelijk, dat vroeger met Boterbergen een groot duinencomplex werd aangeduid. Bergen staat voor heuvels, in casu duinen. Boter heeft wellicht iets te maken met de kleur van het zand of van de begroeiing. Hele duinen zijn bedekt met haarmos dat, als het kapsels draagt, aan boter doet denken. Al in de 14de eeuw komt de naam “Boterberghe” voor. Toen moeten deze heuvels dus ook zeer indrukwekkend geweest zijn.
Bron: www.grensparkzk.be

Lees ook