- Uney G., 2009. Flight of the Wild Geese, Dunbeath, Caithness (Schotland), Whitless Publishing, 144 blz., ISBN 978-1904445-54-8, £ 14.99 of ± € 17.
Met Flight of the Wild Geese volgen we de Brandgans tijdens haar trek van haar overwintergebied in Solway Firth, op de grens tussen Engeland en Schotland, dwars over de Noordelijke zeeën naar Svalbard of Spitsbergen boven de poolcirkel en terug.
De auteur-fotograaf, geboren en getogen in het vlakke East Yorkshire wilde achterhalen waar de vogels, die hij in de winter waarnam, de zomer doorbrachten. Een groot deel van zijn kennis over waadvogels, eenden, ganzen en zwanen stak hij op in het estuarium van de Humber in het noordoosten van Engeland maar eenmaal dat de vogels in de zomer wegtrokken, bleef hun leven een mysterie. Er bleef niets anders over dan ze op hun tocht te volgen.
Flight of the Wild Geese werd met liefde en toewijding geschreven door een ornitholoog voor ornithologen. Het boek is doordrongen van passie en respect voor dier en landschap.
Walter Belis
- Hageraats B. (Red.)., 2010. Kijken naar natuur, Sprong uit de moraal?, KNNV, Zeist, 400 blz., ISBN 978 90 5011 340 3, € 29,95.
Al gaat dit boek niet specifiek over vogels, toch houden we er aan om het hier te bespreken. In zijn kijken naar natuur heeft de mens door de eeuwen heen heel wat aandacht besteed aan vogels. De talrijke natuur- of beter dierenafbeeldingen liegen er niet om.
Indien we de hoofdstukken over valkerij en vogelafbeeldingen in de Nederlandse kunst uit het boek wegdenken, zou het nog maar eenderde van het huidige aantal pagina's tellen.
Waarover gaat Kijken naar natuur? De mens heeft altijd oog gehad voor natuur maar de manier van kijken is in de loop der tijden veranderd. Ons (westers) kijken is bepaald door onze voorgeschiedenis en door de ontwikkeling van het denken en de wetenschap.
Kijken naar natuur is steeds een objectief én subjectief gebeuren geweest. In de 17de en de 18de eeuw reeds waren kunstwerken drager van een boodschap, zelfs al was het bereik beperkt. Kunstenaars konden politieke, religieuze, morele, sociaal-economische en artistieke situaties steunen of er kritiek op leveren. Nu ook nog zal wat wij zien, horen of ervaren invloed hebben op ons denken of zullen we onze perceptie subjectief trachten weer te geven in het beeld dat we er van maken. De meer objectieve component wordt aangeleverd door wetenschap en techniek, wat resulteert in uiterst precieze illustraties.
In Kijken naar natuur vertellen de diverse auteurs, uit verschillende disciplines, hoe we in de afgelopen eeuwen zijn omgegaan met "natuurkijken". In het boek staan ogenschijnlijk intrigerende tegenstellingen en filosofische vragen worden hierbij niet ontzien. Hoe uit zich het kijken naar natuur in film, fotografie, schilderkunst, literatuur en wetenschap? Waarom verandert onze natuurvisie eigenlijk? De antwoorden staan vast en zeker in het boek.
Walter Belis
- Moning C., Pflieger T.-G. & Horn M., 2009. Grundkurs Vogelbestimmung, Eine Einführung zur Beobachtung und Bestimmung unserer heimischen Vögel, Quelle & Meyer Verlag, Wiebelsheim, 430 blz., ISBN 978-3-494-01416-6, € 19,95.
Vogels correct determineren is lang geen eenvoudige klus. Dit boek, geschreven door drie ervaren veldornithologen, heeft tot doel het radeloze zoekwerk in een vogelgids definitief te verbannen. Daarom is het ook een cursus waarbij tips verleend worden waarmee me bijna feilloos, aan de hand van enkele typische kenmerken, een soort perfect op naam kan brengen of toch al in de goede richting evolueren. Door zowel silhouet, verenkleed, habitat, gedrag... in combinatie te behandelen, brengt deze Grundkurs Vogelbestimmung een samenvatting van klassieke en moderne herkenningstechnieken.
Walter Belis
- Fünfstück H.-J., Ebert H. & Weiβ I., 2009. Taschenlexikon der Vögel Deutschlands, Quelle & Meyer Verlag, Wiebelsheim, 684 blz., ISBN 978-3-494-01471-5, € 24,95.
Alle vogels die in Duitsland kunnen worden waargenomen, staan in deze zakgids systematisch besproken. Deze publicatie is meer dan een opsomming van soorten. Naast voorkomen en verspreiding worden ook gedrag en voortplanting toegelicht. Daardoor zal de vogelliefhebber hier informatie en interessante weetjes aantreffen die in klassieke determinatiegidsen wegens plaatsgebrek worden weggelaten. Het boek heeft ook niet de pretentie een determinatiegids te zijn. Elke soort wordt met een kleurenfoto afgebeeld maar deze laten niet toe moeilijk van elkaar te onderscheiden soorten te herkennen.
Toch is het een verdienstelijk naslagwerk.
Walter Belis
- Schulze A. & Dingler K.-H., 2007. The Bird Songs of Europe, North Africa and the Middle East, Musikverlag Edition AMPLE (www.birdsongs.de) 2 MP3-schijfjes, ISBN978-3-938147-01-6, € 69,95.
Nog nooit eerder was men erin geslaagd om de zang van vogelsoorten uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten tegelijkertijd zo exhaustief en zo compact weer te geven. Laten we de cijfers even voor zich spreken: deze 2 MP3-schijfjes, goed voor 19.20 uur luistergenot,bevatten 2817 opnames van 819 soorten.
De soorten staan systematisch gerangschikt en kunnen gemakkelijk onderling vergeleken worden.
In het bijbehorende boekje staan niet alleen alle soortnamen vermeld met de wetenschappelijke naam maar ook met de Duitse, de Engelse en de Franse, en u wordt handig verwezen naar de juiste tracks. Wie een PC of MP3-speler gebruikt bij het beluisteren, zal deze informatie tijdens het afspelen op het scherm zien verschijnen. Het geheel van de opnames neemt slechts 1Gb in beslag, wat bijzonder weinig is en tal van mogelijkheden biedt op het terrein. We zijn in onze analyse er niet in geslaagd de beknoptheid van dit buitengewoon handig kleinood te evenaren, toch hopen we u te hebben overtuigd van het uitzonderlijke karakter ervan.
Walter Belis
- Schollaert V. e.a., 2009. Méthode formation Ornitho, Exercices d'identification des oiseaux, Camargue, Provence, Côte d'Azur, Neufchâteau, Weyrich, 196 blz., ISBN 978-2-87489-068-0, 28 €.
Valéry Schollaert is inmiddels een gevestigde waarde geworden in ornithologische kringen. In 1995 richtte hij de Commission d'Homologation des oiseaux rares du Maroc op en hij is de figuur achter de internetsite "Le monde de L'ornithologie". Sinds verscheidene jaren reist hij de wereld af om er zijn cursussen te organiseren.
Enkele jaren geleden startte hij binnen de verenigingen Aves en Natagora met een onuitgegeven opleiding: de Formation Ornitho. Deze methode bleek zeer succesvol te zijn en wordt zelfs in het buitenland gepromoot.
Hij publiceerde in 2008 de Initiation à l’identification des Oiseaux, een puur theoretische aanpak waarin de kandidaat-ornitholoog stap voor stap de verschillende etappes doorneemt om tot een wonderwel resultaat te komen. Haarfijn maar toch eenvoudig wordt de lezer geïnitieerd. U leert een vogel correct te beschrijven, u verneemt meer over de naamgeving en kunt voortaan elke soort perfect kaderen in de classificatie.
Het tweede deel in de reeks is een oefenboekje dat zich uitsluitend richt tot 245 vogelsoorten van bij ons. De auteurs gaan er van uit dat iedereen bekwaam is om tot een juiste determinatie te komen. Met vallen en opstaan, maar vooral met veel geduld. Met deze methode is niemand gedoemd om af te haken en zelfs wanneer de eerste resultaten aan de lage kant liggen, wordt u "geremedieerd" en aangespoord om het theoretische deel nogmaals rustig door te nemen.
Hier stellen we deel 3 voor: Camargue, Provence, Côte d'Azur, Als alles naar wens verloopt gaat het volgende deel over Bretagne.
De werkwijze blijft dezelfde en bij elk van de oefeningen wordt verwezen naar een onderdeel van het theorieboek. Intussen hebben aandachtige lezers enkele foutjes aangetroffen in de twee eerste delen. De juiste versie kunt u nalezen op www.valeryschollaert.com door "livres" aan te klikken en vervolgens 'errata".
De meer dan 200 didactische foto's in elk van de twee oefeningenboekjes bereiden u voor op de eindevaluatie bestaande uit 40 supplementaire foto's. Wie probleemloos geslaagd is, zal nog even moeten wachten op het vervolg want u zit nog maar op het beginnersniveau. Niemand wordt evenwel ontmoedigd en dat maakt de sterkte uit van deze formidabele methode.
Walter Belis
- Dijksterhuis K. & Hut H., 2009. Akkervogels, Roodbont Uitgeverij, Zutphen, 144 blz., ISBN 978-90-8740-060-6, € 19,95.
Akkervogels durven we omschrijven als een informatief kijkboek. Het biedt monografieën van diverse bewoners van het weidse, grootschalige akkerland en deze vogelportretten worden afgewisseld met reportages die in Nederland en België tot stand kwamen. Men kan zelf de invalshoek bepalen want beide rubrieken staan apart in de inhoudstafel opgelijst.
Auteur Koos Dijksterhuis beschrijft de inspanningen die vele vogelbeschermers en akkerbouwers in Nederland en België zich getroosten om soorten zoals de Grauwe Gors in stand te houden.
Hans Hut heeft met een engelengeduld de vogels vastgelegd. Akkervogels is een duo-uitdaging door de samenwerking tussen fotograaf en auteur, door de dubbele inhoudelijke benadering en door de grensoverschrijdende aanpak. Het boek is het resultaat van de samenwerking tussen Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied (SBNL), het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), Vogelbescherming Nederland en Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief. Andere partners uit Nederland en Vlaanderen hebben hun financiële medewerking verleend.
Door de Europese subsidies hebben de landbouwers jarenlang veel steun gekregen om voedsel en grondstoffen te produceren. Dit heeft geleid tot een rationalisering en een productiviteitsverhoging. Dit ging evenwel ten koste van landschap en biodiversiteit.
De succesverhalen die we in Akkervogels lezen, tonen aan dat moderne landbouw, productiviteit en levensruimte voor akkervogels best compatibel zijn.
Walter Belis
- Beletsky L., 2009. Les plus extraordinaires chants d'oiseaux, Paris, Delachaux & Niestlé, 368 blz., ISBN 978-2-603-01584-1, € 39,50.
Elke ornitholoog tracht zo snel mogelijk vertrouwd te zijn met de zang van vogels uit zijn directe omgeving en sommigen gunnen zichzelf regelmatig een reis om soorten op te zoeken en te ontdekken. Dit lot is niet voor iedereen weggelegd en gelukkig biedt Les plus extraordinaires chants d'oiseaux een buitenkans voor al wie vanuit zijn zetel de wereld wil afreizen op zoek naar de meest merkwaardige vormen van vogelzang.
Het boek is opgedeeld in zes hoofdstukken die elk een continent voorstellen. Gezien het beperkte aantal soorten dat Antarctica telt, werd dit werelddeel weggelaten. Elk hoofdstuk wordt ingeleid door een korte beschrijving van de meest karakteristieke soorten. De tekst wordt op een achtergrond gepresenteerd die typisch is voor dit continent: een beboste savanne uit Afrika of een Europese grassteppe.
Les Beletsky is een professionele bioloog-ornitholoog, auteur en uitgever van verscheidene natuurhistorische werken. Gedurende 20 jaar heeft hij zich intens toegelegd op de studie van vogels, meer bepaald hun algemeen gedrag, hun zang en broedgedrag.
Voor Les plus extraordinaires chants d'oiseaux werden 200 soorten uitgekozen. Het boek bevat een audiogids waarmee de zang van de geselecteerde soorten kan beluisterd worden. De geluidsopnamen werden aangeleverd door de legendarische Macaulaybibliotheek van de Cornell-universiteit in Ithaca (New York). Deze elite-universiteit kan er prat op gaan 67% van alle vogelgeluiden ter wereld – of meer dan 160 000 geluidsopnamen – te bezitten. De getalenteerde David Nurey en Mike Langmann zorgden voor de gepaste illustraties.
Dankzij de combinatie van tekst, afbeelding en geluid neemt dit boek ons in een mum van tijd mee van de Siberische taiga, via het Amazonewoud tot de meest onherbergzame streken van Australië.
Walter Belis
- Zwarts L., Bijlsma R.G., van der Kamp J. en E. Wymenga, 2009. Living on the edge, Birds and Wetlands in a changing Sahel, KNNV Uitgeverij, Zeist, 564 blz., ISBN 978 90 5011 280 2, € 64,95.
Naar schatting vliegt een vierde van de 500 Europese vogelsoorten jaarlijks vele duizenden km om ten zuiden van de Sahara te overwinteren. Dat zijn ongeveer 2 miljard vogels van de in totaal 8 miljard die in Europa voorkomen. Deze vogels komen alleen naar het noorden om te broeden en brengen het grootste deel van hun leven door in Afrika.
In publicaties lezen we geregeld dat de aantallen van broedpopulaties in Europa achteruitgaan ten gevolge van de toestand in de wintergebieden maar vaak blijft het gissen naar de precieze oorzaken. We stellen inderdaad vast dat tweederde van de Afrikatrekkers de laatste 30 jaar een – vaak catastrofale – achteruitgang te kennen heeft gegeven. Waar zijn de Zomertortels en Gekraagde Roodstaarten gebleven? Wat is er toch gaande in Afrika? Living on the edge gaat in op de rol die de Sahel speelt in het leven van Euraziatische en dus ook Nederlandse en Belgische trekvogels, die letterlijk op het scherp van de snede leven.
Als we de soorten bekijken die ten zuiden van de Sahel overwinteren, ontmoeten we een allegaartje van soorten die in het broedseizoen over gans Europa verspreid zitten: Purperreigers uit Nederland, Kemphanen uit Siberië en Baardgrasmussen uit het Middellandse Zeegebied. Voor al deze soorten is de Sahel van levensbelang. Het boek Living on the edge – Birds and wetlands in a changing Sahel is geheel gewijd aan de sleutelrol van deze regio als overwintergebied van trekvogels uit het noordelijke halfrond. Een team van vier auteurs, stuk voor stuk internationaal bekende experts, Leo Zwarts, Rob Bijlsma, Jan van der Kamp en Eddy Wymenga, heeft het redactiewerk verricht. In drie aparte secties geven de auteurs een overzicht van de omstandigheden waar trekvogels in hun overwintergebied mee te maken krijgen. De inleidende hoofdstukken geven achtergrondinformatie over factoren als de bevolkingsgroei, de sterke variatie in regenval en overstroming van vloedvlaktes en de gevolgen daarvan op de vegetatie in de Sahel. Ook woestijnvorming, klimaatverandering en ingrepen in het watersysteem komen aan bod.Het tweede deel van Living on the edge beschrijft wetlands in de Sahel, zoals de Binnendelta van de Niger, de Senegal Delta en de natte rijstvelden langs de Atlantische kust. Het gaat in op belangrijke veranderingen in deze gebieden en wat deze betekenen voor trekvogels. Het derde deel laat zien hoe de Afrikaanse omstandigheden bepalen hoe groot de Europese broedpopulaties van 27 soorten zijn, waaronder Purperreiger, Zomertaling, Grasmus en Rietzanger.
Living on the edge is een fascinerend lees- en kijkboek. Het combineert de nieuwste wetenschappelijke inzichten met levendige landschap- en soortbeschrijvingen in toegankelijke taal. Het boek is veel meer dan een vogelboek. Het gaat ook over habitats, zowel Afrikaanse als Europese. Het is een boeiend naslagwerk geworden voor iedereen die wil weten hoe het zit met de treksprinkhanen, de lokale en globale klimaatsveranderingen, de invloed van het afdammen van rivieren en andere vormen van menselijke ingrepen. Living on the edge is prachtig geïllustreerd met tekeningen, kaarten en foto’s van gerenommeerde fotografen, zoals Jan van de Kam en Hans Hut.
Het boek is in alle opzichten interessant voor ornithologen, professionals en vrijwilligers in de natuurbescherming, en voor eenieder die geïnteresseerd is in trekvogels. Voor wie niet in Afrika is geweest, brengt het de Afrikaanse leefgebieden van onze trekvogels in woord en beeld verrassend dichtbij.
Walter Belis
- Flitti A., Kabouche B., Kayser Y. & Olioso G., Atlas des oiseaux nicheurs de Provence-Alpes-Côte d'Azur, Delachaux & Niestlé, Paris, 2009, 542 blz., ISBN 978-2-603-01622-2,€ 45,00.
Misschien heeft u ooit een vakantie doorgebracht in "de" Provence. Meteen duikt het beeld op van Romeinse overblijfselen, zonovergoten glooiende landschappen met enkele fikse uitschieters, kurkeiken, olijf- en wijngaarden... en vooral een rijke en gevarieerde avifauna. De nabijheid van de Middellandse Zee, de aanwezigheid van de steenvlakte van de Crau, de Camargue in de Rhônedelta, legendarische toppen (Mont-Ventoux) en de uitlopers van de Alpen, maken dat bodem en klimaat in de loop der tijden een ontzaglijk aanbod aan biotopen hebben doen ontstaan.
De regio PACA (Provence-Alpes-Côte d'Azur) strekt zich uit over 31 400 km² en is verdeeld over 6 departementen. In het studiegebied werden meer dan 250 soorten aangetroffen die er geregeld of sporadisch broeden.
Voor elke soort is er een monografie, meestal over 2 bladzijden, die zeer precies de verspreiding weergeeft en meer vertelt over de broedbiologie, de huidige status, de situatie vroeger en de toekomstperspectieven. Ruim 670 000 veldwaarnemingen liggen aan de basis van deze realisatie.
Het eerder verschenen Oiseaux remarquables de Provence (Delachaux & Niestlé, 2006) was een aanloop naar dit gigantische project dat zich vertaalde in bijna 550 pagina's en waar 1372 medewerkers hun steentje toe bijdroegen.
De natuurlijke diversiteit lag voor het rapen wat niet wegneemt dat dit naslagwerk op een uiterst professionele manier tot stand kwam.
Wat broedvogelatlassen betreft zijn we duidelijk in een nieuw tijdperk gestapt en de uitdaging voor andere atlasprojecten is na deze publicatie norm.
Walter Belis
- Géroudet P. & Olioso G., Grands Echassiers, Gallinacés, Râles d'Europe, Delachaux & Niestlé, Paris, 2009, 490 blz., ISBN 978-2-603-01626-8, € 55.
Dit boek bespreken is bijzonder lastig. Enerzijds bestaat het uit het basiswerk van de Zwitserse ornitholoog Paul Géroudet, anderzijds zijn er de aanpassingen van Georges Olioso. Deze aanvullingen zijn zo talrijk en zo prachtig verweven in de oorspronkelijke tekst dat we eerlijkheidshalve beide auteurs op gelijke basis vermeld hebben in de referentie. Het hele verhaal begint in 1940 wanneer Géroudet bij de – toen nog Zwitserse - uitgeverij Delachaux et Niestlé, op initiatief van Paul-André Robert, Les Rapaces, les Colombins et les Gallinacés uitgaf. Het werk sloeg aan, vooral bij francofone ornithologen want er was geen gelijke in dit taalgebied. In de reeks "Les beautés de la nature" volgen nadien bij dezelfde uitgever Les Echassiers (1942), Les Palmipèdes (1946) en de drie delen over zangvogels, Les Passereaux (1951, 1954 en 1957). Tussendoor zorgde Géroudet in 1954 nog voor een Franstalige versie van de vermaarde "Peterson". Nadien verschenen Limicoles, gangas et pigeons d'Europe (1982-1983, 2 delen) en Grands Échassiers, Gallinacés, Râles d'Europe (1994).
De "Peterson" wordt nog geregeld herwerkt en blijft een paradepaardje van de uitgever. Intussen hebben Michel Cuisin en Georges Olioso de andere klassiekers van de Zwitserse grootmeester geüpdatet.
Georges Olioso was – ten onrechte - erg bevreesd voor het resultaat. Het is inderdaad moeilijk op zo'n hoog niveau te blijven presteren maar hij maakte het opnieuw waar. Grands Echassiers, Gallinacés, Râles d'Europe anno 2009 is geen strijd tussen titanen, het is een wonderlijke wisselwerking tussen verworven kennis en nieuwe bevindingen. Ondanks de praktische beperkingen die door een uitgever worden opgelegd, is Olioso erin geslaagd het boek met meer dan 60 bladzijden aan te dikken. De literatuurlijst is ontzettend uitgebreid en de resultaten van de allerlaatste publicaties werden verwerkt.
Géroudet en Olioso, beiden onderwijzer van opleiding, hebben veel gemeenschappelijk: een mateloze passie voor natuur met een uitgesproken voorkeur voor vogels, een enorme gedrevenheid en werkijver en een sublieme pen.
De tekst staat uiteraard centraal maar de 32 kleurplaten van Paul Barruel en de prachtige schetsen van Robert Hainard sieren ook deze volledig herziene uitgave. Een uitstekend voorbeeld van hoe je een klassieker kunt opwaarderen.
Walter Belis
- Eliotout B., 2009. Le Manchot, Delachaux & Niestlé, Paris, 64 blz., ISBN 978-2-603-01603-9, € 12,5, Coll. "Comme on ne l'a jamais lu".
We kennen Bertrand Eliotout als de man van "les Grands Causses" in Frankrijk. Het onherbergzame gebied in de Cévennes waar hij al meer dan tien jaar het herintroductieplan rond de gieren volgt. De auteur heeft echter meer pijlen op zijn boog dan we konden vermoeden. Eerder verscheen van hem in dezelfde reeks L'aigle.
Het opzet van de reeks is duidelijk: elk verschenen volume beschrijft een soort op een bevattelijke en aangename manier en richt zich tot een ruim, leeftijdsloos publiek. Deze reeks is uniek in zijn genre omdat er gestreefd wordt naar een perfect huwelijk tussen tekst en illustraties. De samenwerking tussen Bertrand Eliotout, gespecialiseerde auteur en Jean Chevallier, gerenommeerde illustrator, levert een bijzonder resultaat op. Chevallier heeft zich ontpopt van autodidact tot ervaren terreintekenaar. Al meer dan twintig jaar smukt hij met zijn tekeningen natuurboeken op. Zijn illustraties spreken boekdelen en de foto's vullen verder aan.
Dit boek over de pinguïn beantwoordt alle mogelijke vragen en de democratische prijs maakt het zeer toegankelijk.
Walter Belis
- Ottaviani M., 2008. Monographie des Fringilles (Fringillinés – carduélinés) – Histoire naturelle et photographies, Volume 1, Editions Prin, Ingré, 488 blz., 16 x 24 cm, 45 € + 5,65€ verzendingskosten voor Europa, ISBN 2-909136-20-5.
Te bestellen bij de Editions Prin - 55 Rue de la Fassière – F-45140 Ingré Tel.: 00 33 2 38 43 97 18, via email: editions.prin@wanadoo.fr of via de website www.editions-prin.fr.
Wanneer men nauwgezet volgt wat er aan ornithologische naslagwerken verschijnt, heeft men vaak de neiging hoofdzakelijk aandacht te besteden aan de belangrijke uitgeverijen. Gelukkig wordt men af en toe getipt en ontdekt men zéér waardevolle publicaties die absoluut een bespreking waard zijn.
Michel Ottaviani is een ervaren ornitholoog die, ondanks al zijn verdiensten, ondergewaardeerd blijft. Hij is lange tijd verbonden geweest aan het Muséum d'Histoire Naturelle van Parijs en is lid van de World Pheasant Association. In dat kader publiceerde hij een tweedelige Monographie des Faisans (2005-2006). Specialisten zullen beamen dat het om een basisnaslagwerk gaat.
Bij dezelfde uitgever, de Editions Prin – toegespitst in boeken over exotische vogelsoorten – heeft M. Ottaviani het eerste deel van zijn imposante Monographie des Fringilles uitgegeven. Dit eerste volume behandelt 64 soorten taxonomisch en fylogenetisch. Het bespreekt 20 genera: Fringilla, Pyrrhoplectes, Leucosticte, Callacanthis, Haematospiza, Carpodacus, Uragus, Pinicola, Propyrrhula, Chaunoproctus, Pyrrhula, Loxia, Bucanetes, Rhodopechys, Rhodospiza en Rhynchostruthus.
Elke soort wordt beschreven en achtereenvolgens worden verspreiding, ondersoorten, naamgeving, habitat, voeding, gewoonten, zang, balts, nestbouw, trek en status besproken. Voor elke vogel is er een verspreidingskaart in kleur voorzien. Het boek is rijkelijk geïllustreerd met 500 kleurfoto's die de soorten in hun natuurlijk biotoop weergeven. Niet alleen de look van dit naslagwerk wist ons te bekoren ook de exhaustiviteit. Geen enkele soort, hoe zeldzaam ook, werd over het hoofd gezien.
In dat opzicht is dit boek uniek, temeer omdat nooit voordien een compacte publicatie erin geslaagd was aan zo'n toegankelijke prijs dit resultaat af te leveren. Een absolute aanrader om zichzelf cadeau te doen of om vrienden mee te plezieren. Walter Belis
Hayman P., 2009. Nieuwe zakgids vogels, Tirion Natuur, Baarn, 320 blz., € 16,95, ISBN 978 90 5210 534 5.
Eigenlijk is het onnodig de vogelzakgids van Peter Hayman voor te stellen, elke ornitholoog bezit hem en neemt hem mee op het terrein. Toch verdient deze laatste editie een woordje uitleg.
Net als de vorige uitgaven is de Nieuwe zakgids vogels een praktijkgids. Bij deze gids wordt er optimaal naar gestreefd om elke soort zo volledig en zo veelzijdig mogelijk af te beelden op de meest doeltreffende manier. Voor het determineren van vogels is het zien van één enkel kenmerk vaak onvoldoende. Daarvoor is een totaalindruk nodig die wordt bekomen door een combinatie van vorm, maat, verenkleed, gedrag... Bij de illustraties is getracht deze vele verschillende aspecten zo goed mogelijk weer te geven. Alle afgebeelde vogels zijn volwassen exemplaren tenzij uitdrukkelijk anders weergegeven. Mannetjes en vrouwtjes worden alleen apart afgebeeld als ze uiterlijk verschillend zijn.
De tekst verschaft alle informatie die niet in de illustraties kon verwerkt worden zoals geluid en bijzonder gedrag. Verder komen daar de verspreiding, geschatte aantallen en trekgegevens aan bod. Veel informatie wordt gegeven via symbolen.
In de vorige uitgaven stonden de vogels nog gerangschikt volgens onderlinge gelijkenis. Dit hield in dat men eerst zocht naar een vogel die leek op het waargenomen exemplaar en dat men vervolgens geconfronteerd werd met soorten die verwant waren of geleken op het gezochte specimen.
Aangezien ornithologie een druk beoefende bezigheid geworden is, werd de gids aangepast en beantwoordt hij qua opvatting aan de klassieke veldgidsen. We beginnen bij zwanen, ganzen en eenden en eindigen bij de gorzen.
Deze zakgids is ook op andere punten grondig herwerkt. De 9de editie telde 192 bladzijden, deze 320. Niet alleen staan er meer soorten (450 i.p.v. 350) beschreven in de Nieuwe zakgid,s de illustraties zijn veel talrijker, groter, en beter van kwaliteit. Jammer dat niet alle besproken en afgebeelde soorten in het register zijn opgenomen.
Wie een oudere editie bezit, doet geen nutteloze uitgave wanneer hij de allerlaatste versie aanschaft, integendeel!
Walter Belis
- BirdGuides, Birds of the Western Palearctic interactive, £ 139 of ± € 158,00. - BirdGuides, British Birds interactive, £ 96,95 of ± € 110,00 , BirdGuides Ltd, PO Box 4104, Sheffield S25 9BS.
Voor beide dvd-roms betaalt u in een speciale aanbieding ong. £ 195 of ± € 220,00.
De Britten hebben steeds de noodzaak aangevoeld om hun ornithologische kennis om te zetten in tastbaar materiaal. Het Handbook of British Birds van Whiterby et.al. (1938-1941) bracht een eerste baanbrekend overzicht van soorten die tot dan toe op de Britse eilanden waren waargenomen. Het is opmerkelijk hoeveel buitenbeentjes reeds in dit vijfdelige naslagwerk werden opgenomen.
Geografisch waren het werk van Whiterby en het Handbuch der Vögel Mitteleuropas van Bauer & Glutz, 1966 te beperkend. Men moest over de grenzen gaan kijken. Inmiddels waren The Birds of the Palearctic Fauna van Charles Vaurie (1959-1965) en Die Vögel der Paläarktischen Fauna van Ernst Hartert (1903-1922) verschenen met de bedoeling de leemte tussen Russische en Noord- Amerikaanse naslagwerken op te vullen. Het begrip "Western Paleartic" leek de meest correcte en realistische weergave. Kleine herschikkingen gebeurden in het westen en het zuiden van het Palearctische gebied, Groenland werd geschrapt terwijl de Banc d'Arguin en de Kaapverdische eilanden werden opgenomen.
Naast de talrijke monografieën die de Britse literatuur ons de laatste tientallen jaren verschafte, startte Oxford University Press in 1980 met de uitgave van het Handbook of the Birds of Europe, North Africa and the Middle East onder de begeesterende leiding van Stanley Cramp. Met deze unieke publicatie werd een volgende mijlpaal in de moderne ornithologie gezet en opnieuw waren de Britten de initiatiefnemers.
Wie had ooit durven denken dat men dit 9-delige naslagwerk thuis rustig op een scherm zou kunnen bekijken? BirdGuides en Oxford University Press bundelden hun krachten en middelen en realiseerden een huzarenstuk. Niet alleen de 9 delen van Cramps werk, gekend als BWP, maar ook de beknopte versie in twee delen Concise Birds of the Western Paleartic of Concise BWP werden op één interactieve dvd-rom verzameld.
Het geheel werd aangevuld met BWP Updates, meer dan 2000 kwalitatief hoogstaande videoclips uit het archief van BirdGuides - goed voor meer dan 10 uur kijkgenot -, de namen van alle soorten in 14 talen, waaronder de wetenschappelijke naam en de laatste taxonomische wijzigingen. Een eenvoudige klik in het menu biedt toegang tot alle informatie over eender welke soort uit het studiegebied. Men stap probleemloos over van het BWP, naar het Concise BWP, de BWP Updates, video's, geluidsfragmenten (waarvan verscheidene van Jean Roché), verspreidingskaarten en illustraties. De teksten zijn opgedeeld in afgelijnde paragrafen wat de lectuur ervan vereenvoudigt. De meer dan 5600 illustraties over ruim 900 soorten tonen de vogels zittend, in de vlucht en in verschillende verenkleden. Onder de illustratoren tellen we o.a. Ian Lewington, Chris Rose en Alan Harris. Onnodig te vermelden dat ook hier de kwaliteit van de bovenste plank is. Bovendien worden de voornaamste kenmerken – zoals in de goede oude Peterson en de recente Mullarney, extra onderstreept. Elke illustratie staat los van de andere en tips helpen ons om vogels te determineren op ras, geslacht en leeftijd. Indien er nog twijfel bestaat, kunnen twee soorten naast elkaar geplaatst worden om de verschillen duidelijker te tonen. Dit geldt ook voor de videoclips die een markante meerwaarde zijn tegenover de eerder door BirdGuides uitgebrachte dvd-rom Guide to All the Birds of Europe. Op de BWPi staan niet alleen meer soorten afgebeeld, ook de kwaliteit is dankzij de moderne technologie verbeterd. Hij bevat meer dan 2000 clips over 650 soorten.
Deze tweede editie houdt rekening met de recentste taxonomische opsplitsingen en vervangt volledig het verouderde BWPi 2006.
BirdGuides Limited is een Brits bedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in boeken, video's en multimediamateriaal voor ornithologen. Door de jaren heen heeft dit bedrijf waarschijnlijk het grootste aanbod aan dvd's, video's, cd- en dvd-roms over Europese en Amerikaanse vogelsoorten op de markt gebracht. BWPi is zonder enige twijfel het meest exhaustieve naslagwerk dat men zich kan inbeelden. Bovendien heeft BirdGuides de eerste 100 jaargangen van British Birds uitgegeven op dvd-rom. De Sociedad Española de Ornitología deed hetzelfde voor Ardeola en de Nederlandse Ornithologische Unie koestert een gelijkaardig idee om alle artikels uit Ardea en Limosa digitaal ter beschikking te stellen. Een initiatief dat we enkel kunnen aanmoedigen in de hoop dat ook andere tijdschriften zullen volgen.
Walter Belis
- Birkhead T., 2008. De wijsheid van vogels, een geïllustreerde geschiedenis van de ornithologie, Bezige Bij, Amsterdam, 427 blz., € 39,90, ISBN 978 90 234 36041
De Mens is altijd gefascineerd geweest door vogels. De veren zijn zo mooi dat ze wel eens eindigden op een dameshoed en hun vliegkunst bekoorde reeds in de Renaissance Leonardo Da Vinci. Toch bleven er tal van vragen onopgelost. Tot 1800 dacht men dat zwaluwen zich in de winter verstotpen op de rivierbodem. Was men niet de mening toegedaan dat een pelikaan zijn eigen borst open pikte om de jongen met zijn bloed te laven? In het Amazonewoud leeft nog het idee dat als je de veren van een papegaai met de huidafscheiding van een bepaalde Braziliaanse kikker insmeert, ze van groen in rood veranderen.
Genoeg gekheid op een stokje. De wijsheid van vogels is een dikke turf geschreven door een wetenschapper die zijn pluimen verdiend heeft. Tim Birkhead is hoogleraar dierengedrag en wetenschapsgeschiedenis aan de universiteit van Sheffield (Engeland). Hij publiceert regelmatig in kranten zoals The Times en The Independent. Hij schreef eerder een boek over promiscuïteit bij dieren en verder The Cambridge Encyclopaedia of Birds," The Red Canary". In dit werk gaat de auteur uit van de vraag: zien we wat we geloven of geloven we wat we zien?
Bij het schrijven van de geschiedenis van de ornithologie stelde Birkhead vast dat de studie van vogels uitpuilt van zelfbedrog en foutieve theorieën. Neem de hoger vermelde voorbeelden en voeg daarbij de "wetenschap" dat er volgens Aristoteles slechts 140 vogelsoorten waren, daar waar we nu weten dat er ongeveer 10.000 zijn en men beseft dat een lange weg werd afgelegd.
De wijsheid van vogels handelt niet alleen over de vernuftigheden waarover de diverse soorten beschikken, het is vooral wijsheid over vogels.
De populariteit van de ornithologie creëert aan de lopende band gidsen van allerlei pluimage. Zo is er geen gebrek aan naslagwerken over de geschiedenis van de ornithologie. Met het risico enkele belangrijke bronnen over het hoofd te zien, verwijzen we naar het inleidende hoofdstuk op het achtste deel van het Handbook of the Birds of the World uitgegeven onder de deskundige leiding van Joseph del Hoyo: A Brief History of Classifying Birds. Dit overzicht is met zijn ruim 30 bladzijden niet zo "brief" maar het heeft iets gemeenschappelijk met Die Entwicklung der Ornithologie (1951) van Erwin Stresemann: het is een saaie opsomming van feiten, data en publicaties. Recent verschenen de Concise History of Ornithology (2003) van M.A. Wallace en Histoire de l'ornithologie (2007) van V. Chansigaud. Deze twee boeken zijn prachtig verlucht met illustraties maar kunnen toch niet tippen aan De wijsheid van vogels.
Tim Birkhead weet de puur wetenschappelijke benadering te verluchten met prachtige, oude vogelschetsen én anekdotes. Dit perfecte huwelijk staat garant voor een vlotte toegankelijkheid. Het boek leest gewoon als een spannende roman en dat maakt het zo aantrekkelijk. We vermoeden dat de uitgever snel aan een tweede druk zal toe zijn.
Walter Belis
- Desmet J., 2009. Vogels in de kop, Uitgeverij Atlas, Amsterdam, deel 1: 398 blz. en deel 2: 464 blz., € 24,90 elk, ISBN 978-90-4501-234 6
Welke vogels halen de krant en waarom? Een boeiende vraag die Jan Desmet zich sinds 1985 stelt. Om het antwoord te vinden heeft hij vele honderdduizenden pagina's gelezen, verslonden eigenlijk, en internetarchieven besnuffeld op zoek naar artikels waarin vogels een belangrijke rol spelen.
Als een geduchte jager, uitgerust met een scherpe arendsblik en ongevaarlijk gewapend met een schaar, heeft hij ruim twintig jaar lang krantenknipsels verzameld. Met het oog op deze publicatie heeft J. Desmet orde gebracht in de kilo's knipsels. Eenmaal geordend geven de duizenden krantenkoppen precies weer welk beeld wij van vogels in ons hoofd ophangen. Vogels in de kop is een uitermate originele benadering van de avifauna. We vernemen haarfijn waarom vogels ons boeien, vertederen of ergeren. Jan Desmet is wel geen psycholoog maar toch lijkt het alsof hij onze hersenpan heeft opgelicht en ons onderbewuste heeft bestudeerd.
Eind 2009 hoopt de auteur het derde en laatste deel van Vogels in de kop naar de drukker te brengen maar dat betekent niet dat hij de schaar zal opbergen. We zijn benieuwd wat onze speurder nog zal ontdekken in de kranten.
Walter Belis
- Freriks K., 2009. De Valk. Over valkerij en wilde vogels, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 176 blz., ISBN 978-90-253-6382-6, € 22,5.
De auteur raakte op jeugdige leeftijd in de ban van valken toen hij in 1972 "een vogel met krachtig gebouwd lichaam, sikkelvormige vleugels en een wigvormige staart" vluchtig waarnam. Zijn interesse zal uitgroeien tot alle dag- en nachtroofvogels maar die ene Slechtvalk had een diepe indruk nagelaten.
In zijn boek bespreekt Freriks diverse facetten van de valk. Het gaat zowel over de in het wild levende vogels, getemde vogels, de valkerij en valken in de kunst. Naar de twee laatste onderwerpen heeft de auteur uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan. De valkerij was in het verleden zeer populair aan de Europese hoven en de fascinatie voor valken komt overduidelijk aan bod in de kunst. Onze cultuur is doordrongen van de valkerij. De Nederlandse stad Valkenswaard dankt er haar naam aan.
Het nummer 111 in de reeks Suske en Wiske, De schat van Beersel, begint met een tafereel waar jachtvalken de hoofdrol spelen. Het stadsarchief van Turnhout bezit een boek uit 1966, Aloude Valkerij in de Kempen en aan de vorstelijke hoven. De ongerepte heidegronden rond Arendonk, waar indertijd de valkerij druk werd beoefend, stonden bekend als de "woestijnen van Arendonk".
Net als het gebruik van eendenkooien en vinkenbanen was de valkerij in Nederland goed ingeburgerd.
De auteur beschrijft evenwel ook de in het wild voorkomende valken. Tussen de wereld van valkeniers, roofvogelshows en natuurliefhebbers ligt een hemelsbrede kloof. Freriks wil deze werelden niet verzoenen maar beschrijft ze apart.
Het boek is ontstaan uit een persoonlijke ervaring die is uitgegroeid tot een passie. We vergeven de auteur enkele onnauwkeurigheden. Zo zijn Sakervalk, Lannervalk en Eleonora's Valk wel verwant met de Slechtvalk maar geen ondersoorten. De Valk van Kester Freriks is vlot geschreven. Niet verwonderlijk want Freriks is in de eerste plaats romanschrijver.
Het boek heeft ons geboeid omdat – misschien wel omdat voor de eerste maal in de Nederlandstalige literatuur – twee verschillende werelden werden samengebracht.
Walter Belis
- Walter H. & P. Avenas, 2007. La mystérieuse histoire du nom des oiseaux, du minuscule roitelet à l'albatros géant, Robert Laffont, Paris, 375 blz., ISBN 9 782221 108352, 22 €.
Henriette Walter, taalkundige en professor emeritus en Pierre Avenas, afgestudeerde van de gerenommeerde Ecole Polytechnique nemen de lezer mee op een boeiende reis tijdens dewelke 262 vogelnamen verklaard worden.
Bij de samenstelling van de corpus werd uitgegaan van één beperking: alleen namen die voorkomen in de Petit Larousse, de Petit Robert en het woordenboek van Hachette werden weerhouden.
Aangezien zowel de wetenschappelijke als de gangbare namen vaak uit het Latijn en het Grieks ontleend zijn, ontmoeten we op onze tocht Aristoteles, Plinius de Oude, Buffon en Linnaeus. De twee laatste zagen beide in 1707 het levenslicht maar het was vooral de Zweed die met zijn binominale naamgeving baanbrekend werk heeft verricht. De inbreng van Buffon, die trouwens huiverig stond tegenover elke vorm van klasseren, is beperkt, al zijn zijn kritieken aan het adres van Linaeus verrijkend.
Het boek verschilt door de originele aanpak grondig van andere naslagwerken, denken we maar aan het uitstekende en toonaangevende werk van Pierre Cabard en Bernard Chauvet, L'étymologie des noms d'oiseaux, dat in 2003 een totaal herziene en uitgebreide versie kende.
Walter en Avenas hebben zich geografisch geen beperkingen opgelegd en ook uitgestorven soorten komen hier aan bod, alsook vogels die uitsluitend in de mythologie verder leven. Zoals hoger vermeld, is de naamgeving vaak verklaarbaar vertrekkend uit het Latijn en het Grieks. Maar vogelnamen zijn vaak ontstaan uit plaatselijke naamgevingen, denken we maar aan de kanarie, die afkomstig is van de Kanarische eilanden waar de reuzengrote honden – canis in het Latijn – in de oudheid indruk maakten. Andere vogels hebben hun naam te danken aan hun kleur, vorm, geluid of gedrag. Andere soorten zijn uit metaforen ontstaan.
Niet alle namen kunnen etymologisch verklaard worden, maar we verkiezen deze wetenschappelijke eerlijkheid boven betweterigheid.
Het boek leest als een roman. Het puilt uit van wetenswaardigheden en is doorspekt met knipoogjes. Raadseltjes en humor maken het bijzonder luchtig zonder het wetenschappelijk karakter aan te tasten. In een bijlage wordt een overzicht gebracht van de verschillende ordes. Een persoonsnamen-, plaats- talen en volkerenindex bieden de mogelijkheid om vanuit elk oogpunt in het boek te stappen. Een lijst van vogelnamen en –soorten alsook een begrippenindex ronden het geheel af.
De auteurs zijn niet aan hun proefstuk toe. Henriette Walter heeft meer dan 15 etymologische naslagwerken op haar palmares en Pierre Avenas, bezeten door natuurwetenschappen, verleende zijn medewerking aan L'étonnante histoire des mammifères (2003).
Wie het speels opgevatte La mystérieuse histoire du nom des oiseaux, du minuscule roitelet à l'albatros géant heeft doorgenomen, keert niet van een kale reis terug. Het is uiteraard de naam die centraal staat en niet de vogel. Toch zal dit boek menig vogelkijker weten te bekoren en voor niet-ingewijden staan achteraan de beginselen toegelicht. Een ideale start om kennis te maken met een heerlijk tijdverdrijf.
Walter Belis
- Acke D. et. al., 2007. Roofvogels in het Meetjesland, Eeklo, Natuur en Landschap Meetjesland vzw, Vogelwerkgroep Noord-Oost-Vlaanderen & uitg. de Eecloonaar, 129 blz., 24 €, ISBN 978-9077 562444.
De bedoeling van de zeven auteurs die de kernredactie uitmaken, was een vulgariserend werk af te leveren. In wezen is het boek veel meer dan dat. Het is inderdaad vulgariserend in die zin dat het eerste hoofdstuk vrij algemeen de indeling en de systematiek van de roofvogels uiteenzet. Maar elke determinatiegids die zich respecteert zal dit even opfrissen. Het kan geen kwaad enkele misverstanden – o.a. de indeling in dag- en nachtroofvogels – de wereld uit te helpen.
Vervolgens wordt de studie van de roofvogels in het Meetjesland toegelicht, een ondankbare taak want het risico dat iemand over het hoofd wordt gezien is reëel. Meteen daarna verkennen de auteurs de interessante roofvogelgebieden, deze zijn landschappelijk bepaald en vaak zijn ideale biotopen ook hotspots.
Vooraleer de ruim 25 soorten die werden waargenomen in het studiegebied in detail te bespreken, besteden de auteurs aandacht aan het ringwerk, winter- en trektellingen en het broedvogel- en braakballenonderzoek. Het zijn de resultaten van dit onderzoek die aan de basis van dit naslagwerk liggen.
Broedvogels, wintergasten, doortrekkers of zeldzame gasten, alle roofvogelsoorten die zich ooit in het Meetjesland vertoond hebben, ze worden allemaal uitvoerig besproken. Als afsluiter, bespreken de auteurs de steeds wisselende haat-liefde-relatie tussen mens en roofvogel. Het ligt dan ook voor de hand dat elke vereniging die zich inzet voor de bescherming, opvang of studie van de roofvogels een plaats verdient in dit boek. Concreet verneemt de lezer wat hij zelf kan doen om het de roofvogels gemakkelijker te maken. De gedetailleerde beschrijving van veldkenmerken, biotoop, verspreiding in het Meetjesland en in Vlaanderen, levenswijze… laat niets aan het toeval over. Verspreidingskaarten, grafieken en een uitgebreide literatuurlijst verschaffen extra informatie.
Het boek Roofvogels in het Meetjesland heeft, juist door de exhaustiviteit en de prachtige kleurenfoto's, veel weg van een geografisch beknopte Roofvogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten van Benny Génsbøl. Een beter compliment konden we niet formuleren.
Walter Belis
- Becuwe M., Lingier P., Deman R., De Putter G., Devos K. Rappé G. & P. Sys, 2006. Ecologische atlas van de Paarse Strandloper en de Steenloper aan de Vlaamse kust (1947-2005), VLIZ Special Publication 33, Oostende, 183 blz.
We kennen de Vlaamse kust als een puur zandstrand maar ten minste sinds het begin van de 16de eeuw werden stenen constructies gebruikt om de Oostendse fortificaties en de havengeul te beschermen en vanaf 1772 werden houten paalhoofden tussen Wenduine en Heist vervangen door stenen strandhoofden. Pas in de loop van de 20ste eeuw zou het harde substraat aanzienlijk toenemen tot 125 strandhoofden en beschermdijken over een afstand van 8 km aan de Zeebrugse haven.
De bouw van de stenen kustverdedigingswerken creëerde een kunstmatige rotskust met in het getijdengebied gezoneerde begroeiingen van mariene organismen als wieren en invertebraten. Dit vormt een ideaal gebied voor voedselzoekende Paarse Strandlopers Calidris maritima en Steenlopers Arenaria interpres.
De wintermaxima van de Paarse Strandloper evolueerden van ruim 20 in 1949-1950 tot 330 omstreeks 1975 om vervolgens te dalen naar een honderdtal in 2004-2005. Bij de Steenloper bleven de aantallen stijgen van 150 rond 1950 tot 1500 in 2004-2005. Dit uitstekend naslagwerk onderstreept nogmaals het belang van veldbiologische waarnemingen over een lange termijn. Helaas zijn zulke studies, waarin vogeltellingen over meer dan een halve eeuw verwerkt worden, zeldzaam. Ze verschaffen ons nochtans boordevol informatie over verspreiding en habitatkeuze, inzicht in wijzigende omstandigheden inzake migratiepatronen, milieuomstandigheden en gedragingen. We moedigen dergelijke initiatieven aan en hopen dat gelijkaardige studies over andere vogelsoorten het daglicht mogen zien.
Walter Belis
- Bollen L., 2008. Der Flug des Archaeopteryx, Auf der Suche nach dem Ursprung der Vögel, Quelle & Meyer, Wiebelsheim, 272 blz., ISBN 978-3-494-01421-0, 24,95 €.
Het vliegvermogen van vogels heeft altijd tot de menselijke verbeelding gesproken. Ovidius creëerde de mythe van Icarus en Da Vinci tekende de eerste ontwerpen voor vliegende tuigen.
De Archaeopteryx is allicht de voorouder van de hedendaagse vogels. Hij behoort tot een uitgestorven vogelgeslacht dat één van de belangrijkste bekende fossiele overgangsvormen vormt tussen niet-vliegende "reptielen" en vogels. De Archaeopteryx leefde zo'n 150 miljoen jaar geleden en is daarmee de oudst bekende dinosauriër waarvan we vrij zeker weten dat hij vloog. Vliegen? Nog steeds zijn wetenschappers het niet eens over hoe de Archaeopteryx vloog. Sommige beweren dat hij, vanwege zijn vrij grote vleugels en het vergrote borstbeen, in staat was om net zo te vliegen als bijvoorbeeld een kraai. Anderen denken dat hij omlaag gleed, of zelfs zweefde op de thermiek, zoals een albatros.
Dit prachtig boek bewijst dat de belangstelling voor de oervogel weer opflakkert. Bovendien gaat het voorwoord van het 12de volume van het prestigieuze Handbook of the Birds of the World, verschenen in oktober 2007, ook over fossiele vogels. Dat kan geen toeval zijn. Het onderwerp leunt dichter aan bij de paleontologie en zelfs de archeologie dan wel bij de ornithologie. Rond deze eerste twee wetenschappen hangt een mysterieuze sfeer. Op diverse plaatsen in Europa, in Azië, Australië, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika werden fossiele vogelsoorten aangetroffen maar vaak worden deze angstvallig verzwegen en komen ze soms pas jaren later voor het daglicht. Toch kan een betere kennis van de evolutie van dromaeosauriërs, snelle, slimme, relatief kleine dinosauriërs, naar moderne vogels ons meer inzicht verschaffen over het vliegvermogen van de zowat 9800 soorten die onze planeet rijk is.
Nu er regelmatig nieuwe vondsten van dinosauriërs gebeuren, zijn de meeste paleontologen ervan overtuigd dat de Archaeopteryx nauw verwant is aan de groep der dromaeosauriërs, waartoe ook de welbekende Velociraptor behoort. Deze kleine vleeseter van ongeveer 1,8 meter lengte, met een heuphoogte van een halve meter en een massa van zo'n 15 kilogram is bekend geworden bij het grote publiek dankzij zijn rol in Steven Spielberg's film Jurassic Park. Aangezien de Velociraptor in de eerste film afgebeeld werd met een huid van schubben, werd hier een grondige fout gemaakt. In Jurassic Park III worden de laatste bevindingen toegepast en zijn de 'raptors' gevederd, hoewel de structuur van de veren nog afwijkend is. In dezelfde film vernemen we dat velociraptors net zo intelligent als primaten zouden zijn. Ook dit gegeven is problematisch. Hoe verhoudt zich de intelligentie van vogels tot die van zoogdieren? Hun metabolisme ligt hoger en de hersenen hebben een nogal afwijkende structuur.
Laten we alle gissingen opzijschuiven – hoe aantrekkelijk Spielberg's films ook mogen zijn - en onze kennis vergaren in wetenschappelijke naslagwerken. Het boek van Ludger Bollen vat in een notendop alle gangbare theorieën met een typische Deutsche Gründlichkeit. De 150 miljoen jaren die ons scheiden van de Archaeopteryx lijken opeens te vervagen en het prefix 'oer' in 'oervogel' doet vragen rijzen wanneer we een afbeelding van het kuiken van de Hoatzin ernaast leggen. Redenen genoeg om archeologie, paleontologie en ornithologie niet van elkaar los te koppelen.
Walter Belis
- Bum-joo Y., 2007. Vögel Koreas, Wiebelsheim, AULA-Verlag, 373 blz., 39,95 €., ISBN 978- 3-89104-714-9
Dit boek schetst een volledig overzicht van de avifauna van Zuid-Korea. De auteur, die 45 jaar lang ongeveer 300 000 foto's verzameld heeft, brengt hier een bloemlezing van zijn levenswerk. In 7 thematische hoofdstukken worden alle mogelijke vragen beantwoord. De auteur richt zich tot een ruim publiek en niet-ingewijden hebben baat bij de hoofdstukken die handelen over de vliegkunst van vogels, hun voortplanting, de wijze van voedsel zoeken… De tekst wordt van begin tot einde verhelderd door prachtige foto's die op zich reeds een heel verhaal te vertellen hebben.
De ware ornitholoog grijpt onmiddellijk naar de ruim dertig pagina's waarin beknopt maar zeer volledig alle vogelsoorten van Zuid-Korea toegelicht worden. De auteur vermeldt naast de wetenschappelijke naam ook de Engelse, Zuid- en Noord-Koreaanse naam. Het verspreidingsgebied, het habitat en de veldkenmerken worden uitvoerig opgesomd. Wie de smaak te pakken heeft en de eerste reiskriebels voelt, hij vindt achteraan het boek een lijst met de voornaamste vogelkijkplaatsen van Zuid-Korea. In deze lijst verneemt u gedetailleerd welke soorten in welk seizoen kunnen worden waargenomen. Dit naslagwerk is een kijkboek dat aan de voorbereiding van een ornithologische reis kan liggen. Het formaat (25,5 x 30 cm) zal u overtuigen om het niet onmiddellijk in uw bagage op te bergen of om het mee op het terrein te nemen.
Walter Belis
- Cahez F., 2007. L'Allier rivière à plumes, Editions Biotope, Mèze (coll. Parthénope), 224 p., ISBN 978- 2-914817-22-6, 40 €.
Het departement Allier wordt ornithologisch onderschat. Het behoort niet tot de klassieke sites zoals de Camargue, la Brenne… en tocht betekent het voor vele vogelsoorten, naast een vaste stek een halte tijdens de migratie. Jaarlijks worden er ruim 250 soorten waargenomen.
Fabrice Cahez heeft de Allier eerder toevallig ontdekt en werd verliefd op het departement en haar rivier. De auteur, tevens ook fotograaf, heeft vier jaar lang op de loer gelegen om alle mysteries van deze "rivière à plumes" te ontwarren. Schrijven of fotograferen is voor hem een passie, beroepshalve staat hij in het onderwijs. Een taak die hij met evenveel hartstocht vervult.
In zijn bijdragen, die verschijnen in L'Oiseau Magazine – tijdschrift van de Ligue pour la Protection des Oiseaux -, Goupil, het tijdschrift van de Association pour la Protection des Animaux Sauvages en het originele Zwitserse tijdschrift Salamandre neemt hij het op voor les espèces mal-aimés ou soi-disant nuisibles. Zijn boeken werden reeds herhaaldelijk terecht bekroond.
Een liefdevol geschreven werk gaat nooit aan zijn doel voorbij. Chavez weet zijn kennis over te dragen. De teksten zijn poëtisch en verrijkend en de foto's zijn van een ongeëvenaarde kwaliteit. L'Allier rivière à plumes is een boek om cadeau te geven of om zelf aan te kopen.
Walter Belis
- Chansigaud V., 2007. Histoire de l'ornithologie, Parijs, Delachaux & Niestlé, 240 blz., 26 €., ISBN 978-2-603-01513-1
Vogels hebben van oudsher altijd tot de menselijke verbeelding gesproken. Ze werden gevangen om gegeten te worden, werden gekweekt voor diverse doeleinden, komen voor in de heraldiek, waren een inspiratiebron voor dichters en auteurs en speelden een belangrijke rol in de symboliek en de mythologie. Vogels zijn redelijk gemakkelijk waarneembaar en hun kleurenpracht maakte ze tot een geliefkoosd studieobject. De ornithologie of geschiedenis van de studie van de avifauna is zo oud als de mensheid.
Tal van auteurs hebben reeds de geschiedenis van de ornithologie geschetst. Eén van de klassiekers is uiteraard Die Entwicklung der Ornithologie von Aristoteles der Ornithologie (1951) van Erwin Stresemann. We kunnen onmogelijk dit basiswerk negeren. Evenmin ontkennen we de exhaustiviteit van A brief History of Classifying Birds dat als voorwoord verscheen in het achtste volume van het prestigieuze Handbook of the Birds of the World (2003). Beide geciteerde werken behandelen het onderwerp van A tot Z maar missen de menselijke warmte die straalt uit de Histoire de l'ornithologie van Valérie Chansigaud. Inhoudelijk blijft de materie dezelfde maar de aanpak is vernieuwend en verjongend. Het rijkelijke beeldmateriaal laat ons toe ons in te leven in de mens uit de oudheid, de middeleeuwen, de Renaissance en de eeuwen nadien. De auteur beklemtoont in welke mate de pure ornithologische wetenschap haar steentje heeft bijgedragen tot de taxonomie, de ecologie, de endocrinologie, de ethologie, de geneeskunde, de evolutieleer…
De moderne ornitholoog is gewapend met verrekijker en telescoop. Ooit was dit anders maar de studie van de vogels lag steeds aan de grondslag wanneer vogels geschoten of gevangen werden om museumcollecties aan te leggen. Soms liep het uit de hand en waren soorten gedoemd om te verdwijnen als gevolg van een te grondige vervolging of verzamelwoede.
V. Chansigeaud citeert de Franse filosoof Auguste Comte: "On ne connaît pas complètement une science tant qu'on n'en sait pas l'histoire.". Zij onderneemt de studie van de geschiedenis van de ornithologie aan de hand van de nagelaten geschriften en het beeldmateriaal dat ons rest van het oude Egypte tot op heden. Van muurschilderingen, tekeningen en afbeeldingen op schilderijen evolueert dit naar foto's en filmbeelden. In eerste instantie ging het om een verering, een analytische vergelijking met het menselijk lichaam, een mythologische of louter kunstzinnige weergave om uiteindelijk uit te monden in een pure wetenschappelijke benadering.
De moderne geschiedenis van de ornithologie wordt gekenmerkt door de oprichting van ornithologische verenigingen die hun bevindingen kenbaar maken in tijdschriften, waarvan sommigen reeds meer dan een eeuw bestaan.
Gestart in Egypte belanden we in deze publicatie uiteindelijk in de 21ste eeuw. Het is een ware opgave geweest om deze complexe materie in een notendop te vatten maar de auteur is er wonderwel in geslaagd. De essentie van het ganse verhaal staat samengevat in een overzichtelijke tijdsband en de index laat de lezer toe razendsnel de nodige informatie terug te vinden over een ornitholoog, een vereniging of een tijdschrift.
We kunnen de auteur alleen maar een welverdiende pluim op de hoed spelden, ook al was deze industrie ooit noodlottig voor verscheidene vogelsoorten.
Walter Belis
- Ciesielski L.C., 2007. Der Gerfalke, Westarp Wissenschaften, Hohenwarsleben, 200 blz., Die Neue Brehm Bücherei, n° 264, ISBN 978 3 89432 198 6, 24,95 €.
Alleen al door zijn gestalte spreekt de Giervalk, een arctische broedvogel van het uiterste noorden van het noordelijk halfrond, tot de verbeelding. Deze monografie vat aan met een kort historisch overzicht waarin de oorsprong en de evolutie van de grootste valkensoort van onze planeet uit de doeken wordt gedaan. In het hoofdstuk over de systematiek maken de resultaten van genetisch onderzoek ons een pak wijzer.
Net als voor andere roofvogels, zijn de zintuigen van cruciaal belang voor de Giervalk, bijgevolg werd ook aan dit aspect een hoofdstuk gewijd. Na een uitvoerige beschrijving van de lichaamsbouw vertelt de auteur ons het uitverkoren habitat en de verspreiding van deze soort. Al merken we er relatief weinig van, de Giervalk is wel degelijk een trekvogel, die er verscheidene jacht- en vliegtechnieken op nahoudt.
Vooraleer de auteur de relatie mens-Giervalk onthult, wordt eerst nog aandacht besteed aan broedbiologie en voortplanting. Sinds de prehistorie werd deze indrukwekkende soort vereerd en bejaagd en deze traditie heeft zich door de eeuwen heen wereldwijd verspreid. Geen wonder dat de Giervalk een bijzondere plaats toebedeeld kreeg in de literatuur, de mythologie, de kunst en de filatelie.
Uiteindelijk raakt de auteur een gevoelige snaar aan: hoe zit het met de toekomst van de Giervalk? Een sluitend antwoord wordt niet gegeven, wel worden een aantal argumenten in de weegschaal gegooid. Enerzijds zijn er positieve berichten: in Lapland profiteren de Giervalken van het slachtafval dat wordt achtergelaten en in Finland heeft de vossenjacht een gunstige werking gehad op het Giervalkenbestand. Ook uit Rusland komen positieve berichten. Toch moet men helaas vaststellen dat Giervalken vaak in vallen terechtkomen die voor andere diersoorten opgesteld waren. Elektrocutie en vergiftiging zijn een alsmaar vaker voorkomende doodsoorzaak en de opwarming van het klimaat speelt de soort ook parten.
Wie inspiratie wil opdoen om de soort te beschermen, kan best zijn licht opsteken in IJsland waar het ecotoerisme voor een harmonieuze samenleving tussen mens en Giervalk zorgt.
De verdienste van deze monografie bestaat erin nieuwe antwoorden te formuleren op vragen die reeds eerder aan bod kwamen. Het recentste wetenschappelijk onderzoek en de moleculaire biologie in het bijzonder hebben nieuwe perspectieven geopend.
Vooraleer we de loftrompet opbergen nog kort een woordje over de auteur en de uitgever. Lothar C. Ciesielski heeft de liefde voor roofvogels met de moedermelk meegekregen. Hij groeide op in een valkeniersfamilie en heeft gans zijn leven aan de studie van stootvogels – valken in het bijzonder - gewijd.
De Neue Brehm Bücherei mag bogen op een lange traditie en deze reeks heeft ons nooit teleurgesteld. Het geheim van het welslagen zit in de gepaste formule. Elk studieonderwerp wordt zorgvuldig uitgekozen en vervolgens toevertrouwd aan een specialist. De literatuurlijst is indrukwekkend en bij de lay-out van de reeks springt telkenmale de soberheid in het oog. Alles draait rond het essentiële: de tekstbijdrage. Geen wonder dat we hier te maken hebben met een sublieme monografie die kan wedijveren met Engelse en Franse uitgeverijen.
Walter Belis
- De Vos D. M., 2007. Vogelzang in beeld, Zeist, KNNV Uitgeverij, 32 blz., 4,95 €, ISBN 978 90 5011 252 9.
Hoe krijg je vogelzang onder de knie? Een eeuwig gestelde vraag waarop menig auteurgetracht heeft een antwoord te bieden. LP's, CD's zijn onontbeerlijke hulpmiddelen maar eenvoudige geheugensteuntjes kunnen wonderen doen. Bovendien kan je niet altijd de geluidsopname op het terrein beluisteren en moet je al over een stevig geheugen beschikken om het nadien te ontrafelen.
Vroeger bevatten naslagwerken – denken we maar aan de populaire publicaties van Jac. P. Thijsse - woordelijke imitaties en notenbalken. Nu treffen we in determinatiegidsen vaak sonogrammen aan, maar die moet je kunnen interpreteren en dat lijkt niet altijd eenvoudig te zijn. Dick de Vos grijpt terug naar de aloude methode en geeft een beeldende beschrijving van de zang en vertelt ons waar we precies moeten opletten. De zang wordt gevisualiseerd, wat het voor een beginnend vogelaar handig maakt als aanvulling op geluidsopnamen. Het algemene deel bevat tal van nuttige informatie over de verschillende roepen en zangtypes. De uitklapkaart biedt de mogelijk door eliminatie bij de juiste soort terecht te komen. Het boekje beperkt zich tot de zang van 15 vogelsoorten. Voor een geroutineerd vogelkenner een peulschil maar voor de beginner een ideaal hulpmiddel om zich in te werken in deze complexe materie.
Een klein boekje dat grote diensten kan bewijzen. De uitklapbare deductiekaart achteraan zet je onmiddellijk op het goede spoor.
Wie zich verder wil verdiepen kan ook Wat zingt daar? aanschaffen. Een diepgaandere publicatie van de auteur in samenwerking met Luc Meersman, uitgegeven bij dezelfde uitgever in 2005.
Walter Belis
- del Hoyo et al., 2007. Handbook of the Birds of the World, Volume 12, Lynx Edicions, Barcelona, 815 blz., ISBN 84-96553-42-6, 205 €.
Deze buitengewone encyclopedie, want zo mag je deze reeks wel noemen, is uniek in zijn genre. De auteurs hebben zich voorgenomen om de ruim 9800 vogelsoorten die onze planeet rijk is te bespreken. Het project startte in 1992 en in oktober 2007 liep het twaalfde deel van de pers. Er resten ons nog 4 volumes om de zaak rond te krijgen.
De tekst is uiteraard in het Engels opgesteld maar dit kan geen obstakel zijn indien u van de schoolbanken nog enkele noties van Shakespeare's taal onthouden heeft. In volume 8 werd het hoofdstuk Passeriformes aangevat, het 12de volume behandelt de Kaalkopkraaien of Picathartes tot en met de Mezen of Paridae. U verneemt alles over Timali`s, Diksnavelmezen, Dikkoppen, Fluiters, Australische Vliegenvangers, Elfjes, Borstelvogels, Australische Zangers, Australische Schijnpaapjes en Australische Kruipers.
Elke familie wordt in een apart hoofdstuk beschreven en zowel de kleurplaten als de foto's zijn van een ongeëvenaarde kwaliteit. Begrijpelijk als men weet dat elk onderwerp wordt toevertrouwd aan specialisten. Van elke soort worden de Engelse, Franse, Duitse, Spaanse en wetenschappelijke naam vermeld. Vervolgens komen de ondersoorten aan bod en de verspreidingskaarten zijn echt up to date. De beschrijving van de soort, informatie over habitat, voedselkeuze, migratie, status wordt aangevuld met een literatuurlijst die achteraan in de uitgebreide bibliografie verder aan bod komt. Het enige minpunt dat men zou kunnen aanbrengen is het prijskaartje. U kan de prijs drastisch drukken door in te tekenen op de resterende volumes wat u tevens toelaat de reeds verschenen delen aan een sterk verlaagde prijs aan te schaffen. Een investering die zeker de moeite loont en die u nooit zal betreuren.
Walter Belis
- Elphick J. (Red.)., 2007. Atlas van de vogeltrek, Tirion Natuur, Baarn, 176 blz., ISBN 978- 90-5210-690-8, 29,95 €.
Jaarlijks verplaatsen miljarden vogels zich van en naar hun overwintergebieden. Dit indrukwekkend verschijnsel blijft een raadsel. Wat stelt vogels in staat om zulke afstanden af te leggen? Hoe oriënteren ze zich? Hoe omzeilen ze de talloze gevaren? De laatste jaren heeft de wetenschap meer inzicht verworven dankzij radaronderzoek, ringwerk en het volgen van trekvogels per satelliet. Onder redactie van Jonathan Elphick hebben verscheidene specialisten hun kennis gebundeld. Met deze werkwijze wordt dit indrukwekkend natuurverschijnsel van alle kanten belicht. Het ontstaan van de trek; trekpatronen; timing, hoogte, vliegkracht en snelheid; voorbereiding van het vertrek; oriëntatie en navigatie; knelpunten op de trekroute en pleisterplaatsen; invloed van weer en klimaat… Elk aspect wordt verklaard en gekaderd in het ruime geheel van de problematiek.
Het overzicht van 500 trekvogelsoorten, de prachtige illustraties en de overzichtelijke kaarten maken van dit boek één van de meest toegankelijke en volledige naslagwerken geschikt voor een breed publiek.
Walter Belis
- Erritzoe J., Kampp K., Winker K. Frith C.B., 2007. The Ornithologist's Dictionary, Lynx Edicions, Barcelona, 293 blz., ISBN 84-96553-43-4, 19 € .
In 1959 vierde de British Ornithologists' Union haar honderdjarig bestaan. Tijdens de feestelijkheden werden het idee gelanceerd om een wereldwijd bruikbaar standaard naslagwerk op te stellen. Zoals dat wel vaker gebeurt werd de titel van het illustere boek van voorloper Alfred Newton uit 1896 behouden voor het nieuwe, lijvige A Dictionary of Birds van Sir A. Landsborough Thompson dat in 1964 gepubliceerd werd.
Wetenschap en taal evolueren en ook een goed woordenboek is regelmatig aan vernieuwing toe. Bovendien staat de ornithologie niet los van andere wetenschappelijke studiedomeinen. Aangezien het merendeel van de ornithologen in voldoende mate de taal van Shakespeare beheerst, lag het voor de hand dat ook dit woordenboek in het Engels zou worden geschreven.
Landsborough Thompson liet zich bijstaan door ruim 170 medewerkers, hier bleef het redactieteam beperkt tot vier grootmeesters.
Het was voor de samenstellers een hele klus om hoogstaande wetenschappelijke terminologie op verstaanbare wijze te verwoorden. Het boek richt zich zowel tot ervaren vaklui als tot nieuwkomers in dit domein. Puur wetenschappelijke ingangen worden vakkundig maar beknopt verwoord en voor al te vakkundige begrippen wordt de lezer verwezen naar gespecialiseerde naslagwerken. Algemene begrippen, die in een degelijk taalwoordenboek verklaard worden, werden hier bewust geweerd.
Absolute exhausitiviteit is een onmogelijk na te streven doel. Toch hebben de auteurs, naast het Latijn en het Grieks, ook in andere talen geput. Termen als Zugstimmung, Zugscheide, Zugunruhe en Zwischenzug verwacht men niet meteen in een ornithologisch woordenboek maar het zou de samenstellers tot eer strekken indien deze substantieven ook met een hoofdletter geschreven werden. We hadden een meer consequente manier van werken verwacht. Adipose tissue vonden we terug maar adiposity ontbreekt, dit om maar één voorbeeld aan te halen.
In The Ornithologist's Dictionary staan tal van ornithologische verenigingen en tijdschriften opgesomd. Hier hebben de auteurs zich op glad ijs begeven want wie A zegt… Waarom het Orgaan der Club der Nederlandse Vogelkundigen, dat als tijdschrift nauwelijks 8 jaar heeft bestaan, vermeld staat, alsook Limosa, met een beperkte oplage, terwijl het internationaal befaamde Dutch Birding ontbreekt, blijft ons een raadsel. De belangrijke Europese tijdschriften Ardeola, Nos Oiseaux, British Birds, Journal für Ornithologie (sinds 2004 Journal for Ornithology), Der Ornithologische Beobachter… Ze staan allemaal mooi vermeld, zelfs het Belgische tijdschrift Le Gerfaut, dat inmiddels zelfs niet meer bestaat, prijkt in het lijstje. We hebben tevergeefs gezocht naar Ornithos, Alauda of de Ligue pour la Protection des Oiseaux.
Was het echt noodzakelijk om zoveel aandacht te besteden aan verenigingen en tijdschriften met het risico tegen pijnlijke schenen te stampen? In welke mate wordt de lezer wijzer wanneer hij bij de vermelding van Systema Naturae Regnum Animale van Linnaeus, bovendien het enigste historisch werk dat opgenomen werd, verneemt dat het een "starting point for modern zoological nomenclature" is, terwijl met geen woord gerept wordt over de dubbele naamgeving die de Zweed overnam van illustere voorgangers? The Ornithologist's Dictionary heeft zijn verdiensten maar ook zijn gebreken en graag hadden we gezien dat de samenstellers het over een andere boeg gegooid hadden en zich strikter zouden beperkt hebben tot de opheldering van de gangbare wetenschappelijke terminologie. Met al uw aan- en opmerkingen kan u terecht bij erritzoe@birdresearch.dk.
Walter Belis
- Gebhardt L., 2006. Die Ornithologen Mitteleuropas, AULA Verlag, Wiebelsheim, 832 blz., 128 €., ISBN 978-89104-680-7
Zoals de titel laat uitschijnen, verschaft dit indrukwekkend naslagwerk ons informatie over ornithologen uit Centraal-Europa. De doelgroep is historisch en geografisch duidelijk omlijnd. Uitsluitend ornithologen uit Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Hongarije, Polen, Tsjechië, Slovakije, de Baltische Staten en het voormalige Joegoslavië worden behandeld. Het boek bestaat uit 4 delen die eerder in het tijdschrift Journal für Ornithologie gepubliceerd werden. Het eerste deel bevat 1250 biografieën, waarvan de oudste Friedrich II van Hohenstaufen (1194-1250) behandelt. Deze Italiaanse telg uit het geslacht Hohenstaufen was een wereldwonder (Stupor mundi): hij sprak vloeiend negen talen, waaronder Arabisch, omringde zich met filosofen en dichters en verrichtte baanbrekend wetenschappelijk werk. Hij baseerde zich op de anatomie om de theorie van Aristoteles te weerleggen dat vogels geen nieren zouden hebben en toonde aan dat zwaluwen niet op de bodem van moerassen overwinteren. Zijn voorliefde voor de valkenjacht vertaalde hij in zijn De arte venandi cum avibus.
Het eerste en tevens omvangrijkste deel werd in 1964 gepubliceerd en bespreekt de ornithologen die op dat moment overleden waren. De keuze om geen in leven zijnde ornithologen op te nemen, werd bewust genomen. Een vergetelheid zou immers leiden tot afgunst. Anderzijds was de auteur genoodzaakt regelmatig de lijst aan te vullen. Dit deed hij met de publicatie van een tweede deel in 1970. Hier komen 261 ornithologen aan bod die tussen eind 1964 en begin 1970 het leven lieten. In 1974 verscheen een derde deel, goed voor 140 biografieën en tenslotte het vierde in 1980, telkens volgens hetzelfde stramien. Namen die in eerdere bijdragen over het hoofd werden gezien, werden telkenmale toegevoegd in de volgende delen. Elk onderdeel is apart gepagineerd maar met het namenregister achteraan in het boek wordt de lezer probleemloos naar het betreffende deel en de juiste pagina verwezen.
In het totaal zijn er meer dan 1700 biografieën opgenomen in dit indrukwekkend boek en te oordelen naar de grondigheid waarmee te werk werd gegaan, nemen we aan dat niemand over het hoofd werd gezien. Een compacte literatuurlijst aan het einde van elk hoofdstuk laat de lezer toe zich nog verder te verdiepen in de levenswandel van al deze boeiende heerschappen.
Het boek is opgevat zoals Voous' In de ban van vogels, Ornithologisch Biografisch Woordenboek van Nederland (1995) maar gaat geografisch veel verder. U treft er geen afbeeldingen of illustraties aan en om plaatsbesparend te werk te gaan, worden titels van tijdschriften en werken afgekort. Geen nood, een handige lijst garandeert een vlotte leesbaarheid van dit allesbehalve saai naslagwerk.
Walter Belis
- Hentz J.-L. & Bertozzi H., 2007. Oiseaux du Gard, Gard Nature, Beaucaire, 106 p., ISBN 978-2-9528672-0-7, 24 €.
Oiseaux du Gard is als de albums van Kuifje, het boek richt zich tot een elk publiek, ongeacht de leeftijd. Voor de ervaren natuurliefhebbers is het een aangenaam leesbaar kijkboek met een knipoogje naar Paul Géroudet, versierd met illustraties à la Serge Nicole. Voor de oningewijde is het een resolute uitnodiging om de natuur in te trekken.
De formule herinnert trouwens aan de tandem Géroudet-Hainard waarin twee specialisten elk in hun domein hun beste beentje voorzetten.
Een illustratie zegt soms meer dan een ellenlange beschrijving en toch wordt deze vaak stiefmoederlijk behandeld. Hier gaat het over een echt/hecht duo. Hervé Bertozzi is gepensioneerd en besteedt al zijn tijd aan zijn geliefkoosde hobby's: muziek en schilderen. Hij is gefascineerd door de natuur en in het bijzonder in vogels. Jean-Laurent Hertz heeft de microbe al van in zijn jeugdjaren in het bloed. Hij studeerde biologie, liep stage aan het prestigieuze CNRS, werd actief medewerker van de LPO en vestigde zich in de Gard, waar hij de vereniging Gard Nature uit de rond stampte samen met H. Bertozzi. Het lag voor de hand dat de redactie van dit boek aan hen werd toevertrouwd.
Zoals hoger vermeld is het geen exhaustieve lijst van vogelsoorten, eerder een grondige kennismaking met de 80 meest voorkomende. Achteraan staan de andere soorten die in de Gard kunnen worden waargenomen, opgesomd. Dankzij een verklarende woordenlijst konden de auteurs de gebruikelijke vaktaal hanteren zonder dat de lat te hoog zou komen te liggen voor de doornsnee lezer.
Wie na het lezen van het werk de smaak te pakken heeft, wordt wegwijs gemaakt in de gangbare determinatiegidsen en wordt verwezen naar de natuurverenigingen die op het terrein actief zijn.
Walter Belis
- Isenmann P., 2006. Les oiseaux du Banc d'Arguin, Mauritanie, Parc National du Banc d'Arguin, Nouakchott, Mauritanie – Arles, France, 191 blz., ISBN 2-9514914-6-8, 18 €.
Te bestellen bij de Fondation Internationale du Banc d'Arguin, La Tour du Valat, Le Sambuc, F- 13200 Arles, fiba@tourduvalat.org.
De "Banc d'Arguin" is een ornithologisch paradijs, waar de Portugezen reeds in het begin van de 16de eeuw al weet van hadden, al lag hun interesse toen enigszins anders. De eerste echte natuurkenners bezochten het gebied vanaf de jaren 1950 maar ze waren onvoldoende ingelicht en brachten maar een deel van de avifauna in kaart. Tussen alle nationaliteiten die er neerstreken, verdienen de Nederlanders een pluim voor hun wetenschappelijk werk. Zij hebben het gebied tussen 1980 en 2006 grondig bezocht. In dezelfde periode waren er ook onderzoekers van la Tour du Valat (Camargue) actief. Deze ruime belangstelling heeft ertoe bijgedragen dat de Banc d'Arguin in 1976 een Nationaal Park werd.
Dit soort waddengebied, bestaande uit een vijftiental eilandjes, ligt voor de Mauretaanse kust. Het waarborgt voldoende voedsel voor de talrijke vogelsoorten die er broeden en/of overwinteren. Tot op heden werden er 299 soorten geteld.
In Les oiseaux du Banc d'Arguin brengt Paul Isenmann een gecommentarieerde soortenlijst, die wordt voorafgegaan door enkele algemene inleidende hoofdstukken waarin we het uitzonderlijk belang van het gebied vernemen, alsook de geschiedenis en de ontdekking ervan vernemen. In de laatste hoofdstukken schetst de auteur de moeilijke en kwetsbare toekomst want overbevissing, olieontginning en toerisme gaan niet hand in hand met natuurbescherming.
Wie de talrijke publicaties van P. Isenmann kent, weet dat deze wetenschapper zijn opdracht steeds ten gronde uitvoert. Dit naslagwerk, ontstaan naar aanleiding van de 30ste verjaardag van het Nationale Park en de 20ste van de Fondation Internatonale du Banc d'Arguin (FIBA) vat dertig jaar onderzoek samen. De imposante literatuurlijst nodigt uit om zich verder te verdiepen.
Walter Belis
- Jong de T.M., Dekker J.N.M. & R. Posthoorn, 2007. Landscape ecology in the Dutch context – nature, town and infrastructure, Zeist, KNNV, 687 blz., 69,95 €, ISBN 978 90 5011 257 4.
Wie het onderwerp ecologie aansnijdt, kan prachtige theorieën uitbouwen maar elke situatie is apart. Nederland – net als België – vertoont een uiterst complex landschappelijk karakter. In onze dichtbevolkte landen krijgt het begrip landschap een andere betekenis dan in het wijde Schotland.
Landscape ecology in the Dutch context is het resultaat van drie symposia over landschapsecologie. In 2005 hield de Werkgemeenschap voor Landschapsecologisch Onderzoek (WLO) een eerste symposium over de Ecologische Hoofdstructuur. Aangezien de implementatie ervan beslist was in 1990 en men halverwege was, was dit een aanleiding om een overzicht te brengen. Het tweede symposium, gewijd aan stadsecologie, vond plaats in 2006 en het derde komt na het verschijnen van dit lijvig naslagwerk. Het boek bevat niet alle toespraken maar anderzijds werd het wel aangevuld met nieuwe bijdragen. Ecologie is een complexe materie waarbij voortdurend overleg noodzakelijk is. Dit boek toont aan hoe het kan en hoe het moet. Het is bijgevolg een onmisbaar werkinstrument voor onze politici en natuurbeheerders.
Walter Belis
- Linnaeus C., 2007. Reis door Lapland 1732, Iter lapponicum, Zeist, KNNV Uitgeverij, 231 blz., ISBN 978 90-5011-250-8, 22,95 €.
In 2007 was het 300 jaar geleden dat de Zweedse botanicus Carl Linnaeus geboren werd, het voorbije jaar werd dan ook uitgeroepen tot Linnaeus-jaar. Naar aanleiding hiervan besloot de KNNV het dagboek uit te geven dat de beroemde Zweed nauwkeurig bijhield toen hij op 25-jarige leeftijd een onderzoeksreis door Lapland maakte. Zijn Iter lapponicum is geen wetenschappelijk naslagwerk in de moderne betekenis van het woord en vorsers zullen bij het lezen van sommige passages af en toe de wenkbrauwen fronsen. Laat ons niet uit het oog verliezen dat de jonge Linneaus nog maar net zijn universitaire opleiding heeft beëindigd en beïnvloed werd door Olof Celsius en Olof Rudbeck. Het was deze laatste die de aanzet tot het reisverslag heeft gegeven. In 1695 had Rudbeck een onderzoeksreis naar Lapland ondernomen met de bedoeling zijn bevindingen in 12 delen uit te geven. Een deel werd gepubliceerd maar het overgrote deel ging verloren in de brand van Uppsala in 1702.
Toch is Iter lapponicum een boeiend en modern verhaal waarin de nieuwsgierige Linnaeus nauwkeurig noteert wat hij waarneemt. Van Uppsala trekt hij langs de Botnische Golf naar het noorden, door het Lapse binnenland naar de Noorse kust, en via het huidige Finland en de Åland-archipel keert hij weer terug. Hij beschrijft niet alleen planten, dieren en andere natuurverschijnselen, maar ook de leefwijze van de lokale bevolking: de Samen of Lappen. Hij voorziet zijn aantekeningen van tal van schetsen die soms vrij primitief en kinderlijk overkomen, behalve wanneer het planten of gereedschappen. Hoewel Linnaeus geen ornitholoog was, beschrijft hij nauwkeurig Zanglijster, Koekoek, Moerassneeuwhoen, Laplanduil, Roodkeelduiker… Hij was trouwens erg gefascineerd door hun gedrag dat hij uitvoerig beschreef. Heeft dit dagboek een wetenschappelijke waarde? Uiteraard, het is een aangenaam leesbare afwisseling van wetenschappelijke theorieën, diepzinnige mijmeringen en een spannend reisverhaal. Gelukkig voor ons, heeft de KNNV het dagboek uit de vergeethoek gehaald want Linnaeus heeft nooit zijn dagboek herwerkt of uitgegeven. Na zijn dood verkocht zijn weduwe zijn herbarium en manuscripten aan een jonge Engelsman James Edward Smith, die later met James Banks de Linnean Society of London oprichtte.
We houden hier de eerste Nederlandstalige vertaling van Linnaeus' dagboek in de hand. Een hele klus want Linnaeus schreef deels in het Zweeds en deels in het Latijn. Hij gebruikte veel afkortingen, formuleerde onafgewerkte zinnen en losse gedachten… Bovendien verschilt het 18de eeuwse Zweeds sterk van het hedendaagse. De vertaler van deze uitgave is uiterst nauwkeurig te werk gegaan. Gert Meesters heeft zich gebaseerd op de drie edities die door het Kungl. Skytteanska gebruikt werden. Verder is hij kan grasduinen in oudere Zweedse uitgaven en Engelse en Duitse vertalingen van het dagboek.
Doordat de vertaler en de uitgever trouw gebleven zijn aan Linneaus' teksten en schetsen, geeft dit dagboek een uniek beeld van deze historische onderneming die vijf maanden in beslag nam, maar ook van Linnaeus zelf.
Walter Belis
- Melki F. & Briola M. (Ed.), 2007. Ventoux, géant de la nature, guide des richesses biologiques du mont Ventoux, Mèze, Biotope (coll. Parthénope), 248 blz., ISBN 978-2- 914817-21-9.
De mont Ventoux is in alle opzichten een mythisch gebergte. Deze gevreesde etape in de Ronde van Frankrijk herbergt zonder enige twijfel één van de rijkste biotopen van Frankrijk. Deze rijkdom is door de eeuwen heen tot stand gekomen en in dit geval heeft de Mens een positief steentje bijgedragen.
De ontoegankelijkheid heeft het gebergte weten te vrijwaren en al snel hebben naturalisten ingezien dat hier een unieke fauna en flora aanwezig is die verdiende om beschermd te worden. In 1969 lanceerde de UNESCO haar Mens en Biosfeer, een wereldwijd netwerk van biosfeerreservaten waarvan de ecosystemen beschermd worden en waar een evenwichtige relatie tussen mens en natuur wordt ontwikkeld. Elk biosfeerreservaat moet drie complementaire basisfuncties vervullen: bijdragen tot het behoud van landschappen, ecosystemen, soorten en genetische diversiteit; economische ontwikkeling bevorderen die zowel op ecologisch als socio-cultureel vlak duurzaam is; en tenslotte onderzoek, toezicht, vorming en informatie-uitwisseling in verband met globale problemen inzake natuurbehoud en duurzame ontwikkeling op lokaal, regionaal en wereldvlak verzekeren.
Daarmee is de kous nog niet af. Zolang alle vergaarde kennis niet gebundeld wordt, is het uitermate moeilijk voor natuurbeschermers om de juiste maatregelen te treffen of voor te leggen aan de Overheid.
Deze prestigieuze publicatie beantwoord deze vraag en bundelt de flora en de fauna van dit relictgebied. Het ontstaan van de biodiversiteit wordt geologisch en klimatologisch gekaderd. De auteurs hebben elk aspect uitvoerig behandeld en ook de avifauna komt in ruim 20 pagina's aan bod. De meeste recente studies werden benut waardoor de lezer en wetenschapper hier een onuitputtelijke bron aan informatie aantreft.
De uitgeverij Biotope staat garant voor unieke naslagwerken, zowel inhoudelijk als qua vormgeving. Eens te meer heeft de uitgever een mijlpaal in de natuurlijke geschiedenis neergezet.
Walter Belis
- Olioso G. & M. Olioso, 2007. Le Rougegorge, Delachaux & Niestlé, Paris, 175 blz., ISBN 9 782603 015209.
Dit fijne naslagwerk, verschenen in de reeks Les sentiers du naturaliste, behandelt de populairste vogelsoort van onze contreien. Dit ogenschijnlijk lieflijk en sympathiek vogeltje, van nature uit weinig schuw, wordt hier uit alle hoeken belicht.
Georges Olioso, ornitholoog van formaat en natuurkenner bij uitstek, toont ons ook de minder vriendelijke kanten van deze soms agressieve vogel, die de wandelaar bekoort met zijn zang en mooi uiterlijk maar dezelfde attributen aanwendt om zijn territorium met hand en tand te verdedigen.
Mireille Olioso behandelt de rol van de soort in het bijgeloof, de magie en de mythologie en in de literatuur.
Het vogeltje wordt omwille van zijn goedhartig en warm voorkomen geassocieerd met Kerstmis en prijkt, vooral in Engeland, op kerst- en nieuwjaarskaarten. Het komt voor in talloze liedjes en versjes en werd door de Belgische Vogelbescherming als symbool gekozen. De auteurs hebben niet alleen oog voor de aaibaarheidsfactor maar gaan in hun ornithologische rondleiding uiterst wetenschappelijk te werk.
Volgens het vaste patroon van de reeks komen achtereenvolgens beschrijving, verspreiding, habitat en leefgewoonten aan bod. Blauwborst, Nachtegaal en Noordse Nachtegaal worden als aanverwante soorten aangekaart.
Met meer dan 130 foto's, talrijke kaartjes en grafieken weten de auteurs in deze beknopte monografie een volledig portret te schetsen van deze tot de verbeelding sprekende vogel. De bondige literatuuropgave bevat de voornaamste naslagwerken van de laatste decennia. Zoals de Roodborst als symbool voor trouw staat, zo is het echtpaar Olioso trouw gebleven aan de filosofie die schuil gaat achter Les sentiers du naturaliste. U zal voortaan, na het lezen van dit boek, met een totaal andere blik, maar daarom niet minder geboeid, Roodborsten oberveren in uw tuin of op uw voedertafel.
Walter Belis
- Morvan R., 2007. Aigle de Bonelli, méditerranéen méconnu, Castelnau-le-Lez, Regard du Vivant, 304 blz., ISBN 978-2-9529969-0-7, 42 €
verdeeld door Biotope, 22 Bd Maréchal Foch, BP 58, F-34140 Mèze (Frankrijk), www.biotope.fr, email: Vincent Koch, vkoch@biotope.fr
Voor de totstandkoming van dit prachtige kijkboek heeft de uitgever enkele specialisten samengebracht. Laten we even de protagonisten voorstellen. Rozen Morvan bestudeert de Havikarend reeds sinds 1985 en in 1989 werd zij directrice van de Groupe de Recherche et d'Information sur les Vertébrés (GRIVE), dat ook de nieuwsbrief Bonelli Infos uitgeeft. Cyril Girard is een illustrator die zijn sporen verdiend heeft bij enkele Franse uitgevers maar ook bij het Britse Poyser. Hij woont aan de voet van de Alpilles en kent de soort als geen ander. Frédéric Larrey en Thomas Roger zijn doorwinterde fotografen met een internationale reputatie. Deze tandem, die tot de BBC Wildlife photographers of the year 2003 werd uitgeroepen, is ons bekend uit diverse publicaties. Ze hebben in 2001, op de banken van de faculteit biologie van de universiteit van Montpellier, de uitgeverij Regard du Vivant opgericht. Voor de realisatie van dit boek hebben ze twee jaar lang doorgebracht op steile rotswanden om prachtige kiekjes te schieten. In tegenstelling tot sommige andere natuurfotografen, hebben ze zich het leven moeilijk gemaakt om de roofvogels niet te verstoren. De op veilige afstand opgestelde camouflagehut werd alleen maar 's nachts betreden of verlaten. Bovendien werden geen lokmiddelen gebruikt om het werk te bespoedigen of indrukwekkendere resultaten te bekomen.
De eerste 190 bladzijden zijn een 'dagboek', gespreid over de periode 1985-2006, waarin het dagdagelijkse wel en wee van de Havikarend beschreven wordt. In een volgend deel laat Rozen Morvan enkele Franse en Catalaanse specialisten aan het woord. Een uitstekende gelegenheid om de soort in een ruimer Mediterraan kader te schetsen, enkele deelaspecten extra in de kijker te plaatsen en om de overgang te maken naar het laatste deel. Hierin brengt R. Morvan een synthese van de tot op heden vergaarde kennis over de soort. Tevens legt ze de nadruk op beschermingsmaatregelen. Er wordt teruggeblikt op de reeds genomen initiatieven maar ook vooruit gekeken.
Elke lezer zal in dit 18 hoofdstukken tellend naslagwerk zijn gading vinden. Wie met de Havikarend nog niet vertrouwd was, zal onder de indruk zijn van de ongeveer 100 kleurfoto's en evenveel tekeningen. De nieuwkomer is ook gebaat met de goed gedoseerde soortbeschrijving. Wie het geluk heeft de Havikarend af en toe waar te nemen – Frankrijk telt maar een dertigtal broedparen, Spanje 733 tot 768 – zal met veel plezier het 'dagboek' uitpluizen, het hoofdstuk gewijd aan de bescherming doornemen en zich wellicht op de aanhangsels storten en zich verdiepen in de talrijke tabellen en grafieken.
Na het lezen van dit bijzonder mooi boek is de Havikarend geen onbekende meer. Bovendien wordt duidelijk gemaakt dat het oorspronkelijke Mediterrane landschap nog bestaat al is het versnipperd. Een reden temeer om én het habitat én de soort alle kansen te gunnen. We zijn ervan overtuigd dat het enthousiasme waarmee dit naslagwerk samengesteld werd, zal overslaan.
Walter Belis
- Müller P., 2006. Mus, Natuur & cultuur van de huismus, Baarn-Zeist, Tirion- Vogelbescherming Nederland, 96 blz., ISBN 978-90-5210-657-1, 17,95 € .
Dat de Huismus helemaal geen ordinaire vogel is, blijkt uit recente publicaties. In 1999 bracht Jenny De Laet haar Mussen een groene partij (VUB-Press, Brussel) op de markt en heel onlangs publiceerde de uitgeverij Delachaux & Niestlé de monografie van Georges Olioso, Les Moineaux. Dit boek levert een bijzonder luchtige bijdrage door de heel aparte aanpak.
De Huismus, die door Linnaeus nog verkeerdelijk als een vink Fringilla domestica werd beschreven, is bij iedereen bekend. Het is bovendien één van de best verspreide soorten ter wereld. Ze wordt alleen door Visarend, Kerkuil, Slechtvalk en Strandplevier voorbij gestoken. Maar de Zweedse natuurkundige wees in de wetenschappelijke naam al op het voorkomen in menselijke omgeving. Huismussen kunnen niet zonder mensen, wat niet betekent dat overal waar zich mensen vestigen ook mussen voorkomen. Toch is deze soort in alle culturen opgenomen in alle denkbare kunstvormen, gaande van tekeningen, prenten, schilderijen… tot gedichten.
Helaas dankt de Huismus de afgelopen jaren veel mediabelangstelling door de sterke daling van het mussenbestand dat o.a. door de internationaal gerenommeerde mussenspecialist J.D. Summers-Smith werd aangekaart. Andere Huismussen werden zelfs VIP's . Op de "Grote Huismus Tentoonstelling - natuur en cultuur van Passer domesticus" die loopt van 14 november 2006 t/m 13 mei 2007 in het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam, kunt u o.a. de Dominomus bewonderen. Het ongelukkige diertje had tijdens een recordpoging in Leeuwarden 23 000 dominoblokjes van de 4 000 000 te vroeg doen omvallen. Deze onschuldige daad werd met een gericht schot uit een 5.5 mm buks bestraft. U kan er ook de cricketbalmus bewonderen. Dit exemplaar werd in Engeland met een cricketbal uit de lucht gehaald en schaamteloos met het attribuut opgezet.
Gelukkig is er ook nog ruimte voor vreedzame kunstvormen. Zo herbeleefden we met veel plezier onze jaren op de schoolbanken bij het lezen van de prachtige passage van de Romeinse dichter Catullus. Catullus beschrijft in een niet zo onschuldig gedicht hoe zijn geliefde Lesbia een musje tegen haar borst aandrukt. Catullus was maar al te graag het musje geweest. Maar ook dit literaire musje sterft, alsof de mus altijd gedoemd geweest is om te verdwijnen.
Laten we de lezer geruststellen, dit aardig boekje is meer dan droefnis. Deze hoogst wetenschappelijk samengestelde publicatie beschrijft zeer nauwkeurig de biologie, het gedrag en de levenscyclus van de Huismus, alsook de verspreiding. Van verscheidene kunstenaars die hun medewerking verleenden aan de tentoonstelling zijn tekeningen, schilderijen en gedichten opgenomen. Zelfs voor de filatelie is de Huismus een dankbaar onderwerp en Denemarken beeldde deze populaire vogelsoort zelfs op een bankbiljet af. Niet alleen brengt deze publicatie een gefundeerd beeld van de Huismus en haar voorkomen in Nederland, het zet ons ook aan tot nadenken over de mogelijke oorzaken van de achteruitgang van de soort en het boek biedt tal van oplossingen die zeker een steentje kunnen bijdragen tot het behoud van deze toch wel kleurrijke verschijning in onze grijze wereld. In de voetsporen van J.H. van den Berg, grondlegger van de Metabletica of de Leer der Veranderingen, waagt Bert Keizer zich aan de beschrijving van een metabletische natuurramp, waarbij de Huismus vergeleken wordt met een weerloze bevolkingsgroep van oudere mensen die in de vergetelheid geraakt zijn in onze maatschappij. Is er dan geen plaats meer voor de Huismus? Elke lezer kan zich een eigen opinie vormen bij dit mooi stukje literatuur maar er zit zeker een grond van waarheid in.
Het belangrijkst is wel dat de Huismus opnieuw in de belangstelling wordt geplaatst.
Walter Belis
- Otter K.A. (Ed.)., 2007. Ecology and Behavior of Chickadees and Titmice, an integrated Approach, Oxford, Oxford University Press, 319 blz., ISBN 978-0-19-856999-2.
Mezen behoren in Noord-Amerika tot de meest populaire vogels. Ze broeden in tuinen, doen zich te goed aan de voederplank en eten zelfs uit je hand. Net als hun Europese soortgenoten zijn ze ook erg gegeerd bij wetenschappers waardoor ze wellicht de best bestudeerde familie ter wereld zijn. Niet zonder reden want hun gedrag, de sociale verhoudingen binnen de soort, hun zangpatroon, hun aanpassingsvermogen aan klimaatswijzigingen,… zijn zo complex en vernuftig dat mezen als model dienen voor de gedragstudie van andere vogelsoorten. Het is onmogelijk elk aspect van dit naslagwerk toe te lichten maar het bespreekt het gedrag van deze leer- en nieuwsgierige vogels tot in de kleinste details. De structuur van het boek is logisch opgebouwd en glashelder. De bijdragen zijn netjes geordend volgens onderwerp en elk hoofdstuk bundelt de laatste bevindingen over de ecologie van deze sympathieke familie. Aangezien elk hoofdstuk door één specialist behandeld wordt, zijn er geen onnodige herhalingen. Hoewel dit naslagwerk hoofdzakelijk handelt over Noord-Amerikaanse soorten wordt regelmatig een link gelegd naar Europese soorten.
Walter Belis
- Pascal M., O. Lorvelec & Vigne J.-D., 2006. Invasions biologiques et extinctions, 11 000 ans d'histoire des vertébrés en France, Parijs, Belin, 350 blz., 34 €., ISBN 2-7011-3628-8
Deze publicatie is uniek in zijn genre. Nog nooit eerder werden biologische invasies op het Europese vasteland zo uitvoerig in kaart gebracht. Voor Australië, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika bestaat er ontzettend veel materiaal en ook de Britten hebben hier een flair voor. Het fenomeen is ook des te ingrijpender op een eiland dan wel op een uitgestrekt continent. De samenwerking van archeologen en paleontologen heeft het mogelijk gemaakt om te gaan wanneer welke gewervelde soorten Europa, en meer bepaald Frankrijk, veroverd hebben van 9200 jaar voor onze tijdrekening tot op heden.
We hebben uiteraard vooral oog gehad voor de vogelsoorten en hebben vastgesteld dat de menselijke ingreep altijd een belangrijke rol heeft gespeeld in het verschijnen en het verdwijnen van soorten. Vogels werden geïntroduceerd maar verdwenen ook uit hun oorspronkelijk biotoop door ontbossing of klimaatswijzigingen. Wie de hedendaagse veranderingen in de avifauna wil begrijpen, kan veel opsteken uit dit naslagwerk.
Na de doctoraatsthesis van Cécile Mourer-Chaviré, Les oiseaux du pléistocène moyen et supérieur de France (1975) en de Avifaunes du Pléistocène final et de l'Holocène dans le sud de la France et en Catalogne (1983) van P. Vilette, is dit boek een aanzet om ook in andere Europese landen een dergelijk onderzoek te starten en in kaart te brengen.
Geografische verschuivingen van soorten houden zich niet aan landsgrenzen en sinds 1945 heeft het aantal invasionele soorten nooit eerder zo hoog gelegen. Wat is de mogelijke impact van herintroducties? Hoe kunnen invasies van "ongewenste" soorten op Europese schaal worden aangepakt? Het antwoord staat wellicht in dit prachtig uitgegeven boek. Uiteindelijk staat de Mens voor een zware verantwoordelijkheid wil hij de biodiversiteit van onze Planeet garanderen.
Walter Belis
- Peeters H., 2007. Vogels op hun best, Baarn, Tirion natuur, 128 blz., 12,50 €, ISBN 978 90 5210 702 8.
Waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Hans Peeters is al twintig jaar bij Vogelbescherming Nederland en elke veertien dagen verzorgt hij een natuurrubriek in de zaterdagkrant van De Telegraaf en heel vaak komen vogels aan bod. Wie met kennis van zaken praat en bovendien een vlotte pen hanteert, levert hoogst aangename teksten af. De beste verhalen werden in dit boekje gebundeld. Verwacht u niet aan moeilijk verteerbare literatuur. Van H. Peeters verneemt men tal van wetenswaardigheden die met een uiterste preciesheid en de nodige pittigheid verwoord worden.
Warm aanbevolen lectuur voor elke vogelliefhebber.
Walter Belis
- Saris F. (Ed.), 2007. Een eeuw vogels beschermen, Zeist, KNNV Uitgeverij, 344 blz., 49,95 €, ISBN 978 90 5011 237 6.
In 1907 publiceerde Jac. P. Thijsse Vogelbescherming, een eisch van den tijd. Thijsse was een geliefd onderwijzer en natuurbeschermer die ons talrijke publicaties naliet. Hij werd vooral bekend door zijn werk rond natuureducatie en zijn activiteiten rond natuurbescherming. Hij lag ook aan de basis van de oprichting van Natuurmonumenten, de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en de Nederlandse Ornithologische Vereniging. Het is evident dat Thijsse, die we op een bijgevoegde DVD in historische opnamen aan het werk zien, een cruciale rol speelt in dit boek. Maar de Nederlandse Vogelbescherming was al eerder in 1899 opgericht en sindsdien heeft Nederland vaak een voorbeeldfunctie vervuld al is het nog niet allemaal rozengeur en maneschijn. Nederland heeft altijd met een controversiële situatie te kampen gehad Vogels waren geliefd maar de veren werden gretig gebruikt voor de hoedenindustrie. Nederlanders hebben altijd wel waterwild gelust en ligt aan de bakermat van de vinkenbanen, de eendenkooien,… Kortom, de jacht is steeds druk bedreven geweest. Het rapen van Kievitseieren is ook een aloude traditie die met moeite gewijzigd wordt en de ganzenwetgeving is hoogst dubbelzinnig.
Zonder enige polemiek te starten hebben de diverse auteurs – stuk voor stuk bekende Nederlandse vogelkenners – al deze aspecten in een historische context geplaatst. Frank Saris, die zelf drie van de 19 hoofdstukken schreef, coördineerde het werk.
Het boek puilt uit van wetenswaardigheden. Zo vernemen we dat er in de Romeinse tijd Monniksgieren, Reuzenalken en Kroeskoppelikanen voorkwamen bij onze noorderburen. Naast deze weetjes bevat het talloze historische documenten en foto's die op een unieke wijze het onderwerp inkleuren en toelichten.
Negentien hoofdstukken staan voor evenveel schijnwerpers die gericht zijn op het begrip "vogelbescherming". Een woord dat als het ware door een prisma bekeken wordt en waarvan elke zijde één na één oplicht en informatie uitstraalt.
Een eeuw vogels beschermen is een uniek naslagwerk dat zeker in het buitenland voor jaloerse blikken zal zorgen.
Walter Belis
- Varela Simó J.D., 2007. Aves amenazadas de España, Lynx Edicions, Barcelona, 272 blz., ISBN 84 96533-29-9, 29,50 €.
Zonder het Libro Rojo de la las Aves de España, uitgegeven door SEO/BirdLife en de Dirección General para la Biodiversidad zou dit boek waarschijnlijk nooit het daglicht gezien hebben. Het is nochtans niet overbodig. Eén op de vier vogelsoorten in Spanje is bedreigd en 32 andere staan op het punt deze categorie te vergroten indien er niet snel en efficiënt wordt ingegrepen. Anders gezegd, één op drie soorten heeft dringend behoefte aan bescherming.
Het Libro Rojo uit 2004 was met 452 pagina's en een bijzonder uitgebreide literatuurlijst een omslachtig maar stug werktuig waarvan niemand ooit de hoge wetenschappelijke waarde zal onderschatten.
Met Aves amenazadas de España heeft de Catalaanse uitgever een herwerkte, geactualiseerde – mee dan de helft van de bibliografische referenties dateren uit 2005 of later – op de markt gebracht.
Aan elke bedreigde vogelsoort wordt een fiche besteed met vermelding van een korte soortbeschrijving, informatie over de biologie, eventueel het trekgedrag, recente populatieaantallen en vooral een opsomming van de specifieke bedreigende factoren. De prachtige, niet al te kleine kleurfoto's zullen zeker bij een ruim publiek in de smaak vallen maar ze gaan ten koste van de relatief gereduceerde verspreidingskaartjes, één voor het Iberisch schiereiland en de Spaanse eilanden, een tweede met de verspreiding op wereldschaal.
In dit naslagwerk was ook geen plaats meer voor een soortgebonden bibliografie. Hiervoor moet men teruggrijpen naar het Libro Rojo. Voor de natuurbeschermer op het terrein zal dit geen bezwaar zijn en de doornsnee ornitholoog vindt voldoende gegevens in Aves amenazadas de España.
De redenen waarom soorten zijn bedreigd, wereldwijd dezelfde: verdwijning van het habitat,, bouwspeculatie, massatoerisme, ingrepen in de landbouw… De Spaanse Overheid doet er goed aan beide boeken aandachtig te bestuderen.
Walter Belis
- Veillet B., 2007. Guide de la faune du parc du Vercors, Glénat, Paris, 295 blz., ISBN 9782723459556
Met 140 broedvogelsoorten, 71 zoogdieren – waaronder 27 van de 33 vleermuizensoorten die Europa rijk is – en 25 soorten amfibieën en reptielen is het Parc naturel régional du Vercors een waar paradijs voor natuurliefhebbers.
De rijkdom is te danken aan de verschillende klimatologische invloeden die er merkbaar zijn: oceaan- en Middellandse-Zeeluchtstromen komen er samen boven een Alpijns reliëf. Het resultaat mondt uit in een unieke en ongerepte natuur, omgedoopt tot een natuurpark. Op de hoogste toppen ontmoeten we Rotskruiper, Citroenkanarie, Korhoen, Alpensneeuwhoen,…. Wat lager maken we veel kans op Dwerguil, Bosuil, Rotsmus, Ortolaan..
Maar de Vercors is meer dan dat. Het is een uitgelezen plek voor grote predators. Vergeten we niet dat de Bruine Beer hier vroeger voorkwam. Nu hebben Wolf en Lynx zich hier opnieuw spontaan gevestigd. Het ecologisch evenwicht van weleer werd hersteld door de herintroductie van Hert, Marmot, Steenbok en Vale Gier.
De Guide de la faune du Parc du Vercors biedt de lezer de mogelijk al trekkend de fauna te ontdekken. Dertien natuurwandelingen bezorgen een meerwaarde aan deze prachtige publicatie. De ecologische waarde van een gebied kan pas worden overgedragen naar een ruim publiek wanneer de geschikte auteur zich voor de kar spant. Ook al is hij Parijzenaar van origine, Bruno Veillet heeft zijn passie voor in het wild levende dieren van een populair televisieprogramma. Nadat hij zijn jeugdjaren in de Haute-Savoie heeft doorgebracht, woont hij nu reeds vijftien jaar in de Vercors. Hij is één van de weinige vleermuizenspecialisten uit de regio en brengt zijn tijd door met het observeren van de natuur. Door zijn kennis en ervaring bekleedt hij nu verantwoordelijke functies in verscheidene officiële verenigingen. De Guide de la faune du parc du Vercors is een prachtig voorbeeld van een gids die met liefde en volle overgave geschreven is.
Walter Belis
- Weiserbs A. & Jacob J.-P., 2007. Oiseaux nicheurs de Bruxelles, 2000-2004: répartition, effectifs, évolution, Liège, Aves, 288 blz., ISBN 978-2-9600743-0-2, 29 € .
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vormt één van de 3 regio's die de federale staat België uitmaken. Het strekt zich uit over 19 gemeenten en beslaat 162,38 km² of 0,53 % van het Belgische grondgebied. In de overbevolkte hoofdstad zijn de groene zones schaars, in de Brusselse rand treft men riante woningen aan met uitgestrekte tuinen. Het is vooral de buitenste gordel – met vooral het Zoniënwoud als groene oase– die interessant is voor de avifauna.
De Europese broedvogelatlassen uit de periode 1960-1970 stelden zich tevreden met verspreidingskaarten en een vermelding van een mogelijk, waarschijnlijk of zeker broedend voorkomen van soorten. De Atlas des oiseaux nicheurs de Bruxelles 1989-1991 (Rabosée 1995) was nog in dezelfde stijl opgevat. Wel bevat hij reeds een korte historiek maar van toekomstperspectieven is nog geen sprake. In de huidige atlas worden de soorten opgesplitst in veel voorkomende en zeldzame broedvogelsoorten. Onder vaak voorkomende verstaan de samenstellers soorten waarvan de aantallen in 1995 reeds hoger lagen dan 100 broedparen en die sindsdien geen opmerkelijke daling gekend hebben. Zeldzame soorten telden in de atlas van 1995 minder dan 100 broedkoppels. De atlas van 2007, waarin geen enkel kilometerhok onbezocht bleef, telt 41 talrijk broedende soorten en 72 zeldzamer voorkomende. Soorten die maar tijdelijk of tijdens de trek aanwezig zijn en waarvan geen broedgedrag bekend is, werden niet weerhouden. Van de 103 besproken soorten tellen er slechts 16 meer dan 1000 broedparen, voor 61 soorten blijft dit aantal onder de 100 en voor 46 werden 1 tot 20 broedparen geteld. De Brusselse avifauna heeft de laatste decennia drastische wijzigingen ondergaan: sommige inheemse soorten nemen in aantal af, Havik, Slechtvalk, Middelste en Bonte Specht zijn in opmars. Enkele inheemse soorten profiteren van de aanleg van parken en vijvers. Het Brusselse Gewest is de bakermat voor opportunisten waaronder heel wat niet-inheemse broedvogels waarvan de exponentiële toename verontrustend is. Toch telt de Rode Lijst 19 bedreigde soorten, wat gelijk staat aan 24 % van de inheemse cijfers. Al dit cijfermateriaal getuigt van de uiterste nauwkeurigheid waarmee te werk werd gegaan en dit wordt ook vertaald in de uiterst duidelijke verspreidingskaarten die tevens de relatieve dichtheid en opgetreden wijzigingen weergeven. Oiseaux nicheurs deBruxelles, 2000-2004 overtreft in alle opzichten zijn voorganger uit 1995. Deze broedvogelatlas werd in dezelfde trend opgevat als de Atlas van de Nederlandse broedvogels (2002) en de Atlas van de Vlaamse broedvogels 2002-2004. Vermits deze twee atlassen reeds lichtjes grensoverschrijdend te werk gingen, is het nu wachten op de Atlas des oiseaux nicheurs de Wallonie om een volledig overzicht te krijgen van de Belgische avifauna tot net over de grenzen. Een uitgebreide Nederlandse en Engelse samenvatting per soort, achteraan in het boek, vereenvoudigt de doorbraak op de internationale markt. De bibliografie is uitermate exhaustief.
Walter Belis
- Wesseling M., 2007. Een tuin vol vogels, Baarn, Tirion natuur, 95 blz., 19,95 €, ISBN 978 90 5210 701 1.
In Nederland en België is vrije, open ruimte een schaarse luxe. Dat is nu éénmaal een probleem waarmee we geconfronteerd worden en waar we verstandig moeten mee omspringen. In Een tuin vol vogels reikt Monica Wesseling ons honderden tips aan om de tuin aantrekkelijk te maken voor de vogels én voor de bewoners van het huis. Twee vliegen in één klap. Een tuin komt pas echt tot zijn recht als hij bruist van leven.
M. Wesseling is een geroutineerde natuurjournaliste die regelmatig publiceert in Vogels en Grasduinen. Zij werd bij het schrijven van het boek bijgestaan door Nico de Haan, één van Nederlands bekendste vogelkenners. Hun onbegrensde creativiteit biedt elk tuinbezitter voldoende mogelijkheden om met heel beperkte middelen en heel weinig kosten zijn tuin om te toveren tot een vogelparadijs. Zelfs wie de aanwezigheid van insecten of slakken hinderlijk vindt, zal in dit prachtig geïllustreerd werk voldoende ideeën aantreffen om van de nood een deugd te maken. Het boek sluit af met 19 (tuin)vogelportretten met heel wat praktische informatie over de meest frequente tuinbezoekers. Een gratis bijgeleverde DVD vult de reeks van portretten aan en vertelt ons meer over het gedrag van courante tuinvogels.
Het is verbazend met welk een vindingrijkheid zoveel informatie kon worden samengebald in nog geen 100 bladzijden. Een boek om jezelf cadeau te doen of om aan vrienden of kennissen te offreren.
Walter Belis
- Bergmann H.-H., Helb H.-W. & Baumann S., 2008. Die Stimmen der Vögel Europas, AULAVerlag, Wiebelsheim, 680 blz., ISBN 978-3-89104-710-1, 39,95 €.
U herinnert zich wellicht de werken van Dick de Vos en Luc de Meersman Wat zingt daar?
(KNNV, 2005) en de Guide des chants d'oiseaux d'Europe occidentale van André Bossus en François Charron (Delachaux et Niestlé, 2003). Het eerste beschreef een honderdtal algemeen voorkomende vogels in Vlaanderen en Nederland. Het tweede naslagwerk was ruimer opgevat en behandelde 180 soorten.
Met Die Stimmen der Vögel Europas gaan we nog een stap verder, zowel wat het aantal soorten betreft als op het vlak van de geboden hulpmiddelen. Dit boek brengt een beschrijving van maar liefst 474 Europese soorten. Van elke soort worden de veldkenmerken vermeld, alsook het verspreidingsgebied en het habitat. Dit laatste wordt zowel in tekstvorm als met een pictogram weergegeven. De gekleurde achtergrond geeft weer of het om de roep of de zang gaat.
Uiteraard draait alles om de specifieke roep en zang. Van elke soort staat een foto afgebeeld, een niet al te grote afbeelding van een mannetje, vrouwtje of juveniel maar voldoende duidelijk om de herkenning te waarborgen. De zang of de roep wordt haarfijn beschreven met vermelding van eventuele verschillen tussen beide geslachten. De 2200 sonogrammen in zwart-wit tinten illustreren de tekst.
Op de bijgevoegde DVD kunnen ruim 900 geluidsopnames beluisterd worden. Voor het maken van de opnamen werd ernaar gestreefd de vogels niet te verstoren. Het belangrijkste pluspunt van deze nieuwe publicatie, naast het aantal soorten, zit in de technische mogelijkheden: de zangfragmenten en de diverse roepen kunnen heel eenvoudig op een MP3-speler overgebracht worden, zodat u op het terrein elke twijfel kan wegnemen. Ook in het boek worden mogelijke verwarringen aangekaart. Door het handige formaat (20 x 13,5 cm) zal u geneigd zijn ook het boek mee te nemen wanneer u op stap gaat.
Met Die Stimmen der Vögel Europas hebben de vindingrijke auteurs een belangrijke vooruitgang geboekt. Deze publicatie is zeker en vast voor geruime tijd een belangrijk standaardwerk
Walter Belis
- Bos J., 2007. Vogels voor elke dag, Gids voor de beginnende vogelaar, KNNV Uitgeverij, Zeist, 96 blz., ISBN 978-90-5011-240-8, 12,95 €.
Wie een beginnende belangstelling voor vogels ervaart, staat voor een uitdaging. Hoe krijg je deze boeiende materie onder de knie. In een klassieke determinatie gids riskeer je verloren te lopen, bijgevolg is een eenvoudig naslagwerk onontbeerlijk om de eerste stappen in deze nieuwe wereld te zetten.
Vogels voor elke dag is vast en zeker het geschikte boek. Tuinvogels zullen geen probleem vormen maar hoe heten al die andere soorten die je al wandelend of fietsend waarneemt? In dit boekje introduceert auteur Johan Bos op originele en aanstekelijke wijze een honderdtal soorten die iedereen goed kan herkennen en onthouden.
De auteur, die al talloze natuurpublicaties op zijn naam heeft staan, vooral over vogels, organiseert en begeleidt natuurexcursies in binnen- en buitenland. Hij beschrijft opvallende kenmerken, het gedrag, zang en brengt ons leuke wetenswaardigheden bij waardoor het een pak makkelijker wordt om de informatie te onthouden.
Het boek is opgesmukt met ruim 200 fraaie aquarellen van Frits-Jan Maas, bekend om zijn natuurtekeningen in boeken en vogeltijdschriften.
Vogels voor elke dag geeft handige tips over het waarnemen van vogels. Het boek verschaft ook informatie hoe men de tuin of het balkon aantrekkelijk kan maken voor vogels.
Walter Belis
- Buffetaut E., 2007. Cuvier, Bedenker van de catastrofetheorie, Veen Magazines, Amsterdam, 168 blz., ISBN 9789085711339, 32,50 €.
In 2007 stonden Linnaeus en Buffon in de schijnwerpers omdat beide wetenschappers in 1707 het lenslicht zagen. Naast zo'n mastodonten is het uiteraard moeilijk om ook vereeuwigd te worden.
In 1769 werd Johann Leopold Nicolaus Friedrich Kuefer in het huidige Montbéliard geboren. Zijn moeder noemde hem van jongsaf Georg en toen hij, wegens zijn verdiensten, in 1819 tot de adel verheven werd, veranderde hij zijn naam in Cuvier. Onder deze naam kennen we deze illustere onderzoeker die zich thuis voelde in de geologie, de anatomie, de zoölogie, de paleontologie en de taxonomie. Linnaeus mag dan wel de grondlegger van de binominale naamgeving zijn, Cuvier zette de moderne taxonomie mee op poten.
Cuvier is vooral beroemd geworden wegens zijn catastrofisme dat in tegenstelling stond tot het Britse uniformitarianisme. Hij ontdekte dat sommige diersoorten op korte tijd van de aardbol verdwenen waren en leidde hieruit af dat lang geleden een catastrofe van aanzienlijke omvang zich moest hebben voorgedaan. Deze theorie, die regelrecht indruiste tegen de leer van de evolutionist Lamarck, verklaarde de plotse opeenvolging van aardlagen. Als paleontoloog is Cuvier vooral bekend geworden als de grondlegger van de vergelijkende methode in de anatomie, waarbij hij de reputatie verwierf dat hij door slechts een enkel bot van een dier te kennen daarvan de systematische plaatsing kon bepalen.
In Frankrijk genoot hij veel aanzien en net vóór zijn dood werd hem nog het ministerschap voor binnenlandse zaken aangeboden. In internationale middens werd hij enerzijds bewonderd maar kreeg hij anderzijds veel tegenwind. Onterecht zoals mag blijken uit dit schitterend biografisch naslagwerk dat uit het Frans vertaald werd.
Eric Buffetaut, zelf paleontoloog, is verbonden aan het Centre National de la Recherche Scientifique en was waarlijk de geschikte persoon om zijn illustere voorganger de plaats toe te kennen die hij ruimschoots verdient in de galerij van belangrijke vorsers.
Dit prachtig geïllustreerd boek is een onuitputtelijke bron aan informatie. De vlotte leesbaarheid en de aangename vertelstijl sieren de auteur en de vertaler.
Walter Belis
- Coesèl M., Schaminée J. & L. van Duuren, 2007. De natuur als bondgenoot. De wereld van Heimans en Thijsse in historisch perspectief, KNNV Uitgeverij in samenwerking met het IVN, Zeist, 288 blz., ISBN 978 90 5011 224 6, 29,95 €.
Het ontstaan van dit boek is al even boeiend als de inhoud. Het idee om een boek te schrijven over het erfgoed van Heimans en Thijsse ontstond enkele jaartjes geleden reeds en het kaderde in het honderdjarig bestaan van het Centraal Bureau voor de Statistiek en gesprekken die gevoerd werden tijdens bijeenkomsten van de Heimans en Thijsse Stichting in Amsterdam. Deze stichting beschikt over ontzettend veel materiaal dat lag te wachten op verwerking.
Lodewijk van Duuren is als bioloog verbonden aan het CBS, Marga Coesèl, eveneens een biologe, promoveerde op een studie over Heimans en de geschiedenis van de natuurstudie en natuurbescherming in Nederland. Joop Schaminée specialiseerde zich als bioloog in de botanica. Het ideale auteurstrio was samengesteld om de bijna onuitputtelijke informatie in boekvorm te verwerken.
De natuur als bondgenoot is een bloemlezing die de natuurstudie in Nederland in een historisch perspectief schetst. Het resultaat is helder, volledig en verrassend.
Als begindatum werd 1845 gekozen, het jaar waarin organisaties als de huidige Koninklijke Nederlandse Botanische Vereniging werd opgericht. De hoofdmoot van het boek bestaat uit een vijftigtal essays over personen en zaken die betrekking hebben op ‘het erfgoed van Heimans en Thijsse’. Er zijn hoofdstukken gewijd aan grote namen zoals Strijbos, Tinbergen en Westhoff, aan natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Provinciale Landschappen, maar ook aan onderwerpen zoals natuuronderwijs en de populaire Verkade-albums. De keuze is subjectief en wellicht zal u personen of organisaties vinden die niet besproken worden. De twee spilfiguren zijn Eli Heimans en Jac. P. Thijsse, die omstreeks 1900 de aanzet gaven tot de opbloeiende belangstelling voor de natuur in Nederland. Zij beschouwden de mens als bondgenoot van de natuur waardoor een nieuwe filosofie op gang kwam. Rond deze twee hoofdrolspelers zit een vertakt netwerk van biologen, vorsers en verenigingen die zich inspireerden op het veldwerk en de publicaties van de twee pioniers.
De volgorde van de essays is niet willekeurig bepaald maar eerder chronologisch. De besproken personen zijn behandeld in functie van hun bijdrage tot de natuurstudie en natuurbescherming waardoor ander wetenschappelijk werk achterwege gelaten werd. De kroniek die van start gaat in 1845 eindigt in 2005.
Het boek bevat tal van wetenswaardigheden en is opgesmukt met een aanzienlijk aantal, deels niet eerder gepubliceerde, illustraties uit het bezit van de Heimans en Thijsse Stichting en andere organisaties.
In het 34ste essay gaan de auteurs over de grens kijken want de invloed van Heimans en Thijsse was ook in België merkbaar. In 1900 werd de Gentse hoogleraar J. Mac Leod, oprichter van het Kruidkundig Genootschap Dodonaea, de contactpersoon tussen de Nederlandse en Belgische natuurliefhebbers. Helaas werd elk initiatief in ons land in de kiem gesmoord door de Eerste Wereldoorlog. In 1922, bijna een kwarteeuw later dan in Nederland, ontstaat in België het Koninklijk Belgisch Verbond voor de Bescherming van de Vogels en elf jaar later richtte Frans Segers de Vlaamse natuurvereniging De Wielewaal op. Op 1 januari 2002 kwam de fusie met Natuurreservaten tot stand en Natuurpunt zag het daglicht. De auteurs behandelen in dit hoofdstuk ook de overige Belgische natuurverenigingen die de filosofie van de Nederlandse grondleggers in het hart droegen en dragen.
Samen met Een eeuw vogels beschermen, dat in juni 2007 bij dezelfde uitgever verscheen is De natuur als bondgenoot een mijlpaal in de Nederlandse geschiedenis van de natuurstudie. Twee unieke kijk-, lees- en naslagwerken die niet in uw bibliotheek mogen ontbreken. Het verbaast ons dat de uitgever dit rijkelijk geïllustreerd naslagwerk aan zo'n democratische prijs heeft kunnen publiceren. Een boek om cadeau te geven of om uzelf te plezieren.
Walter Belis
- Constantine M. & The Sound Approach, 2008. La voix des oiseaux, une nouvelle approche des cris et des chants, Paris, Delachaux et Niestlé, 192 blz., ISBN 978-2-603-01535-3, 35 €.
Aan de vogelzang zijn de laatste jaren tal van interessante studies gewijd. De meesten hebben tot doel u wegwijs te maken in deze vaak mysterieuze wereld. Dit boek gaat dieper in op de materie en biedt een antwoord op al uw vragen. Het legt uit waartoe de zang dient, verklaart het verschil tussen roep en zang. U verneemt hoe vogels de zang aanleren en wat juist een "goede" zanger meer heeft dan andere. De auteurs leggen uit waarom de ene soort de andere imiteert en verhelderen hoe soorten die morfologisch erg verwant zijn zich juist door hun specifieke zang taxonomisch van elkaar onderscheiden en evoluties mogelijk maken.
Mark Constantine maakt samen met Magnus Robb en Arnoud van den Berg, hoofdredacteur van Dutch Birding en een waar ornithologisch boegbeeld waar menig ornitholoog in geval van twijfel beroep op doet, deel uit van de Sound Approach. Sinds 2000 verzamelen zij de geluiden van alle soorten van het West-Palearctisch gebied. Voor elke van de ruim 30 000 opnames werden de plaats en de omstandigheden van de opname genoteerd, alsook de leeftijd en het geslacht van elk individu. De geluidsopnamen die op de 2 CD's staan, werden uit deze gegevensbank geput.
Heel dikwijls draait de determinatie om het verenkleed en morfologische kenmerken en wordt de zang of de roep verwaarloosd. Het visuele primeert op het auditieve en dat merken we ook in gespecialiseerde tijdschriften. Dit is jammer want een ornitholoog kan veel informatie al luisterend vergaren.
In elke determinatiegids trachten de auteurs de zang te omschrijven en reiken ze memotechnische middeltjes aan. Een omschrijving is nooit een exacte weergave, het blijfteen benadering die trouwens in elke taal anders beschreven wordt.
Tracht maar eens de zang van de Merel met letterklanken weer te geven of de tak van de diverse grasmussen te onderscheiden met woorden. Door de complexiteit is het een onmogelijk opgave. De beschrijving van de tonaliteit of het timbre in de zang is al even moeilijk als de omschrijvingvan een specifieke kleur, geur of smaak. Het gebruik van metaforen kan helpen maar niet iedereen is voldoende poëtische onderlegd om zich op dit terrein te wagen en elk geluid is voor interpretatie vatbaar. Wat als melancholisch ervaren wordt door de ene ornitholoog, is klagend voor de andere. Nochtans moeten we al deze hulpmiddelen aanwenden om vogelgeluiden in woorden om te zetten.
Het wordt des te interessanter wanneer men sonogrammen weet te interpreteren en dit is juist het opzet van dit naslagwerk. Een sonogram is als een grafiek van een bedrijf. Het laatste weerspiegelt de economische activiteit en de gezondheid van het bedrijf, een sonogram ontleedt de zang en geeft met hoogtes en laagtes aan waarom een klank als scherp of diep weerklinkt. Eenmaal dat men dit principe beet heeft, worden alle andere hulpmiddelen bijkomstig.
Dit boek is geschreven door specialisten die hun bijna obsessionele passie meedelen aan een ruim publiek. De didactische aanpak maakt het toegankelijk tot elk vogelwaarnemer.
De opnamen zijn van uitstekende kwaliteit maar komen het best tot hun recht wanneer u een koptelefoon gebruikt.
Walter Belis
- Couzi L. & L. Lachaud, 2007. La vie des oiseaux, Editons Sud-Ouest, Rennes, 223 blz., 12,5 €, ISBN 978-2-87901-686-3.
Wie vogels beter willen leren observeren, kennen en begrijpen, kan binnen het Franse taalgebied te rade gaan bij Jean Dorst, Paul Géroudet en Laurent Yeatman. Deze auteurs hebben in het verleden het onderwerp in hun naslagwerken uitvoerig en deskundig toegelicht.
Met La vie des oiseaux beoogden de auteurs hetzelfde resultaat. Ze zijn er op fantastische wijze in geslaagd. Vogels observeren is een hobby van menig onder ons, maar van zodra men meer gaat weten over de herkomst, de lichaamsbouw, het gedrag,... van vogels gaat men makkelijk vogels weten te vinden. Kennis leidt tot een beter inzicht, dus een beter begrijpen.
La vie des oiseaux is een uitermate toegankelijk en eigentijds naslagwerk waarin de auteurs gelukt zijn hoogstaande wetenschappelijke informatie op een begrijpelijke manier aan de man te brengen. Elk aspect van het vogelleven wordt behandeld, geen enkel onderdeel komt te uitvoerig of te karig aan bod. Kortom, een harmonieus boek dat zich richt tot een breed publiek. De ervaren veldornitholoog zal zeker en vast nog wat opsteken en voor een neofiet wordt de complexe materie met mondjesmaat voorgeschoteld. Hoe dan ook, de lectuur van dit bevattelijk naslagwerk is een aanrader voor elk
vogelliefhebber. Walter Belis
- Crossbill Guides, 2008. Hortobágy and Tisza river floodplain - Hungary, Zeist, KNNV Uitgeverij, 191 blz., ISBN 978 90-5011-276-5, 21,95 €.
Ruim 25 jaar staat de KNNV Uitgeverij garant voor unieke Nederlandstalige boeken over natuur, bodem en landschap. Natuurbeleving staat hoog in het vaandel, maar allereerst moet de natuur ontdekt worden.
Naast de talrijke veldgidsen, handleidingen voor beheer en onderzoek, heeft de uitgever zijn werkterrein verplaatst naar prachtige kijkboeken over natuur, cultuur en landschap, inspirerende reisgidsen en kinderboeken, artistieke natuurimpressies,… en ook Engelstalige boeken.
De Crossbill Guides zijn de onontbeerlijke metgezel van elke natuurminnende reiziger. De gids over de Hortobágy is de recentste in de reeks. De Hortobágy is de meest uitgestrekte Hongaarse poesta, een immense vlakte bestaande uit steppen, moerassen en bosrijke valleien. Voor vogelkijkers een waar paradijs. Maar dit unieke landschap heeft veel meer te bieden dan alleen maar vogels. Men treft er zeldzame planten en diersoorten aan waardoor dit stukje Europa is uitgegroeid tot één van Europa's rijkste natuurgebieden. De traditionele landbouwtechnieken en het bewustzijn dat dit landschap moet bewaard worden, zijn als het ware een waarborg voor het verder bestaan van het gebied. Dit laatste kan niet gezegd worden van de Camargue. De Rhônedelta maakt samen met de Alpilles en de steenvlakte van de Crau het onderwerp uit van een eerder verschenen Crossbill Guide.
We hebben beide publicaties op hun degelijkheid getest en het resultaat mag er zijn. Elke gids bespreekt eerst de typische landschappelijke kenmerken en behandelt vervolgens de diverse diersoorten die eigen zijn voor het gebied. In een praktisch gedeelte worden verscheidene wandelroutes uitgestippeld. Iconen vertellen meer over het gepaste transportmiddel (te voet, per fiets of per wagen) en geven weer welke diersoorten u zeker zal aantreffen tijdens uw tocht. Toeristische en observatietips maken de voorbereiding van de reis tot een waar plezier. Literatuuraanwijzigingen bieden de mogelijkheid de tocht tot in de details uit te diepen.
Een lijst van de waarneembare soorten, met de wetenschappelijke, Engelse, Duitse en Nederlandse naam vult het boek aan. De Crossbill Guides zijn origineel opgevat en munten uit door hun exhaustiviteit en het handige zakformaat.
Walter Belis
- Dubois J.-Ph. & Kokay S., 2008. Petit atlas des…oiseaux du bord de mer, Delachaux et Niestlé, Paris, 24 blz., ISBN 978-2-603-01551-3, 4,95 €.
De uitgeverij Delachaux et Niestlé bedacht binnen het domein van de natuurpublicaties een ontzettend boeiende reeks miniatlassen handelend over vogels, planten, enz. Het opzet is duidelijk: een doelgericht, handig determinatiegidsje in pocketformaat (21 x 9,5 cm). Deze lichtgewicht weegt echter inhoudelijk zwaar door. In de Petit atlas des…oiseaux du bord de mer staan 70 soorten afgebeeld en besproken die specifiek in dit biotoop voorkomen. De 'bord de mer' werd in een ruime zin geïnterpreteerd: u treft er bewoners van kliffen en rotswanden aan, zeevogels van het ruime slop, steltlopers en reigers die zich ophouden bij modderpoelen en mosselbanken, meeuwen en sternen en typische wintergasten. Elke soort werd in de meest voorkomende houding afgebeeld: steltlopers al foeragerend, zeevogels in de vlucht, dobberende eenden… De tekeningen, toevertrouwd aan gespecialiseerde naturalisten, zijn van uitstekende kwaliteit en waarheidsgetrouw. De genummerde afbeeldingen staan op ontvouwbare en geplastificeerde pagina's, echt geschikt om bij alle weer en wind uit uw rugzak te halen.
In de daarop volgende bladzijden volgt een beknopte maar volledige soortbeschrijving. Dit naslagwerkje evenaart de gespecialiseerde veldgids niet, maar dat was ook niet de bedoeling.
Walter Belis
- Gendre N., Reille A. & F. Meunier, 2007. Oiseaux des réserves naturelles de France, Delachaux & Niestlé, Paris, 223 blz., 38 €, ISBN 978-2-603-01437-0.
Dit boek brengt een overzicht van de soorten die u in de diverse Franse natuurreservaten kan aantreffen. Men kan het beschouwen als een aanvulling op het eerder bij dezelfde uitgever verschenen Guide Delachaux et Niestlé des 134 réserves naturelles de France (1997²), een naslagwerk waarvan Antoine Reille één van de twee auteurs was, maar het opzet is echter anders, hoewel de reeds verzamelde informatie bij de samenstelling van Oiseaux des réserves naturelles de France handig van pas kwam. In eerste instantie wordt uitgelegd wat een natuurreservaat juist is en wat er nagestreefd wordt. Vervolgens behandelen de auteurs de verschillende biotopen, gaande van reservaten waar zee- en kustvogels zich thuis voelen, over wetlands aan de kust en in het binnenland tot het steppegebied van de Crauvlakte, reservaten met een ruige, kruidachtige vegetatie en berggebieden. De Franse overzeese gebieden werden niet vergeten en komen in een apart hoofdstuk aan bod. Elk biotoop wordt vanuit een ornithologisch oogpunt belicht en binnen elk biotoop worden enkele boeiende reservaten extra in de kijker gebracht. Het is onmogelijk alle vogelsoorten te behandelen maar de meest kenmerkende komen uitvoerig ter sprake.
Het is opvallend hoe de wensen en de eisen van het lezerspubliek geëvolueerd zijn. In de Guide Delachaux et Niestlé des 134 réserves naturelles de France staat een handvol foto's afgebeeld met daarop statisch tronende vogels of een weinig aantrekkelijke indruk van een reservaat. In Oiseaux des réserves naturelles de France vonden we prachtige digitale kiekjes, vaak ingezoomde momentopnamen. Deze uiterst verzorgde publicatie is verder opgesmukt met grafieken en aangevuld met informatie over aantallen en de status van de besproken vogelsoorten.
Of u het boek gebruikt om terug te blikken op een bezoek aan één of ander reservaat of als voorbereiding voor een vakantietrip, het puilt uit van interessante wetenswaardigheden.
Walter Belis
- Génsbøl B. & Bertel B., 2007. Roofvogels van Nederland, KNNV Uitgeverij, Zeist, 152 blz., ISBN 978-90-5011-246-8, 29,95 €.
Roofvogels zijn in. Het volstaat dat een handvol Vale Gieren neerstrijkt en heel Nederland staat in rep en roer. De privacy van het broedpaar Zeearend in de Oostvaardersplassen, alsook deze van verscheidene koppels Slechtvalk wordt met een webcam in beeld gebracht.
Ons bloedeigen tijdschrift Natuur.oriolus publiceerde onlangs een lijvig themanummer over dit onderwerp en ook elders in het buitenland verschijnen publicaties over roofvogels met de regelmaat van een klok.
Van de 290 roofvogelsoorten die verspreid over de wereld voorkomen, broeden er 11 geregeld in Nederland en 6 worden regelmatig als doortrekker of wintergast waargenomen. Dit prachtig naslagwerk verscheen in 2007 in het Deens en werd voor Nederland vertaald en bewerkt door Ger Meesters. De man weet van wanten want hij heeft zijn eigen uitgeverij GMB, gespecialiseerd in vogelboeken. In dit naslagwerk komen de 17 soorten ruim aan bod.
De teksten zijn geïnspireerd op diegene die gebruikt werden voor Benny Génsbøls Veldgids Roofvogels (KNNV Uitgeverij 2005). Ze werden wel grondig aangepast en bijgewerkt. De verspreidingskaarten van Nederland zijn afkomstig van SOVON maar werden grotendeels speciaal voor deze uitgave bijgeschaafd. De getekende illustraties zijn overgenomen uit de veldgids maar de foto's zijn vrijwel allemaal nieuw. De uitgever benutte digitale opnamen van betere kwaliteit die door het formaat van het boek (24,5 x 27,5 cm) volledig tot hun recht komen. Een CD met de geluiden van de 17 besproken roofvogelsoorten maakt dit naslagwerk tot een volledig afgewerkt geheel.
Bij het totstandkomen van het boek werd niets aan het toeval overgelaten. De hulp en raad van Nederlands roofvogelspecialist Rob Bijlsma werd ingeroepen en de aantalgegevens voor Nederland werden aangeleverd door de Werkgroep Roofvogels Nederland en SOVON.
Kortom, dit boek, dat aanvat met algemene informatie over voedsel, jachttechnieken, broedbiologie, trek en de plaats van roofvogels in de moderne samenleving is een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van de Nederlandse ornithologie.
Walter Belis
- Grubb Jr. T.C., 2006. Ptilochronology: Feather time and the biology of birds, Oxford University Press, Oxford 176 blz., ISBN 978-0-19-929550-0, 82 €.
Het is onnodig het begrip Ptilochronology in een woordenboek op te zoeken. Dit neologisme werd gecreëerd door de auteur en is geïnspireerd op dendrochronology of het jaarringonderzoek: de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen.
De auteur gaat er van uit dat de afwisseling van donkere en lichte strepen op de veren de groeisnelheid weergeven en dat bijgevolg vogels die in goede conditie verkeren sneller groeiende veren hebben.
In het eerste deel van het boek (pagina's 1-35) vat Grubb de bevindingen samen die hij in achttien jaar verzameld heeft. Volgens zijn theorie zou de combinatie van één lichte en 1 donkere streep de aangroei gedurende 24 uur weergeven. We hebben de indruk dat de auteur zijn materiaal kieskeurig heeft verzameld. De strepen zijn echter in de realiteit niet altijd duidelijk zichtbaar en – zoals N. Langston & Rohwer in Oikos, 76, 1996: 498-510 aantoonden – vertonen de veren van Albatrossen tot 2 groeistrepen per etmaal, gewoon omdat hun favoriete prooidieren (Pijlinktvissen) zowel bij dageraad als bij duisternis voorradig zijn waardoor de vogels tot tweemaal toe voedsel opnemen en de veren zich sneller ontwikkelen. M.D. Kern en R.J. Cowie trokken de ptilochronologie-theorie in hun studie over broedende Bonte Vliegenvangers Ficedula hypoleuca ook in twijfel (Ibis, 144, 2002: 23-29).
Het tweede deel, gewijd aan de toepassing van Ptilochronology, handelt over de kwaliteit van het habitat, sociaal gedrag, de vitaliteit van het individu, het broeden en de rui… Kortom, de korte hoofdstukken zouden een interessante bijdrage tot de biologie en de ecologie van de vogels, alleen herhaalt de auteur zichzelf te vaak, waardoor het elfde en laatste hoofdstuk – naar mijn bescheiden mening - het interessantste is. Ofschoon elk hoofdstuk een samenvatting bevat, wordt de inhoud van het ganse boek in de laatste 8 bladzijden gebundeld.
Verscheidene zwart-wit foto's zijn van bedenkelijke kwaliteit en de strepen op de veren, toch het studieonderwerp van dit naslagwerk, zijn nauwelijks zichtbaar.
Bovendien heeft Grubb, die wel de raad heeft ingewonnen van verscheidene Europese ornithologen, zich in hoofdzaak gebaseerd op recente studies uit de Angelsaksische literatuur. Deze beperking werpt een serieuze schaduw op dit toch wel dure naslagwerk.
Walter Belis
- Lederer R., 2008. Vreemde vogels, verbazingwekkende feiten en verhalen over vogels, Baarn, Tirion Natuur, 160 blz., ISBN 978 90-5210-705-9, 17,95 €.
Vogels kijken is een boeiende bezigheid en het aantal vogelkijkers zit aardig in de lift. Vogels fascineren ons. De meeste vliegen, ze zingen, ze horen en zien veel beter dan mensen, ze beschikken over unieke eigenschappen… Kortom, we benijden ze vaak.
Hoewel vogels een homogene groep vormen zijn ze per slot van rekening allemaal verschillend.
Vreemde vogels brengt een schat aan informatie en biedt een antwoord op de meest bizarre en onverwachte vragen. Het boek is niet volgens een vaste structuur opgebouwd maar de vragen en antwoorden staan kriskras door elkaar. De auteur is uitgegaan van het principe dat geen enkele vraag te gek is om gesteld te worden. Wees voorzichtig wanneer u het boek ter hand neemt want het werkt verslavend en u riskeert het boek maar opzij te leggen bij de laatste pagina.
Walter Belis
- Maumary L., Vallotton L. & P. Knaus, 2007. Die Vögel der Schweiz, Station ornithologique Suisse & Nos Oiseaux, Sempach / Montmollin, 848 blz., ISBN 978-3-9523006-1-9, 100,80 € ledenprijs.
Door de ruime verscheidenheid aan landschappen herbergt het relatief kleine Zwitserland veel vogelsoorten. Deze avifaunistische rijkdom op de gepaste manier in kaart brengen was een hele opgave. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de publicatie drie jaar vertraging opliep.
Ongetwijfeld zal geen enkel gebruiker van dit in alle opzichten imposante naslagwerk hier om getreurd hebben. Het resultaat is indrukwekkend, al volstaat dit adjectief niet om onze bewondering en verwondering uit te drukken. Voor de eerste maal in de geschiedenis van de Zwitserse ornithologie wordt in één volume een overzicht gebracht van de actuele maar ook historische situatie van elke broedvogel, regelmatige of schaarse doortrekker, winter- of dwaalgast die er ooit waar te nemen viel.
In Die Vögel der Schweiz worden maar liefst 419 soorten uitvoerig behandeld. De toegemeten ruimte werd bepaald door de status van de soort en varieert van een halve pagina tot drie bladzijden. Voor elke soort worden verspreiding, seizoensgebonden verplaatsingen, aantalevolutie, habitat en gedrag, trektelgegevens en broedbiologie besproken. De 349 verspreidingskaarten, 174 ringvondstkaarten en 322 doortrekdiagrammen zijn overduidelijk en het overvloedige iconografisch materiaal is voorzien van een commentaar waarin extra informatie verschaft wordt aangaande veldkenmerken of de ongewone situatie waarin het kiekje gemaakt werd. Voor de 2370 foto's werden honderden fotografen aangezocht, welke hun persoonlijke archieven ter beschikking stelden, waardoor onuitgegeven materiaal kon worden aangewend. Voor enkele soorten werden tekeningen – meestal afgeleverd door Laurent Vallotton – gebruikt en ging men te rade in de musea.
Elke monografie wordt afgesloten met bijkomende informatie over de status van de soort in Zwitserland en in Europa, recordaantallen, bijzondere waarnemingen (hoogte, datum…), afmetingen, levensduur,…
Het boek sluit af met een korte bespreking van soorten met een onzekere status, soorten ontsnapt uit gevangenschap, niet gehomologeerde waarnemingen en hybriden die een determinatie bemoeilijken. Zelfs de Kolibrievlinder Macroglossum stellatarum, die door zijn gedrag tijdens het nectar zuigen voor verwarring kan zorgen, staat afgebeeld. Amfibieën die vogelgeluiden nabootsen, werden niet opgenomen.
Bij de redactie van dit lijvig boek werden alle gegevens van het Station ornithologique van Sempach, van de Zwitserse homologatiecommissie en uit de archieven van het tijdschrift Nos Oiseaux tot in de kleinste details uitgeplozen. De Raddes Boszanger Phylloscopus schwarzi die in oktober 2006 werd waargenomen, is in een aanhangsel opgenomen. Hierdoor kan men stellen dat het boek alle Zwitserse soorten tot eind 2006 bespreekt.
Door een maximaal benutten van de beschikbare ruimte – geen mm² werd vrij gelaten – en een kleiner lettertype voor de extra informatie en de bibliografische gegevens werd in dit naslagwerk het summum aan efficiëntie bereikt. Het is onvoorstelbaar wat een gigantisch werk de nog jonge auteurs – allen dertigers – hebben neergezet. Die Vögel der Schweiz is een schoolvoorbeeld van een na te streven ideaal en mag eigenlijk niet ontbreken in uw bibliotheek. Walter Belis
- Natuurwandelen in Nederland, de 30 mooiste routes, Tirion Natuur/Grasduinen, Baarn, 128 blz., ISBN 978-90-5210-707-3, 22,95 €.
Nederland is het wandel- en fietsland bij uitstek en de lezers van het natuurmagazine Grasduinen zijn vertrouwd met de uitneembare bijdragen. Uit de talrijke Grasduinenwandelingen werden de dertig mooiste uitgekozen en gebundeld. De lengte schommelt tussen 10 en 25 km en je kan ze het ganse jaar uitproberen. Elk wandeling beschrijft een prachtig stukje natuur en de route is voorzien van degelijke achtergrondinformatie over bezienswaardigheden, dieren en planten. Een ideale formule om ook nadien lekker na te genieten en herinneringen op te halen.
Bij het boek hoort een set meeneemkaarten met een gedetailleerde routebeschrijving en kaartjes. Elke wandeling staat op een aparte kaart en het geheel of de betreffende kaart zit in een handige plastic mapje. Bijzonder praktisch om je kaart zelfs bij regenweer te raadplegen.
Walter Belis
- Richarz K. & M. Hormann, 2008. Nisthilfen für Vögel und andere heimische Tiere, Wiebelsheim, AULA-Verlag, 296 blz., ISBN 978-3-89104-718-7, 24,95 €.
Vogels en andere inheemse dieren hebben niet alleen nood aan een geschikt biotoop om zich te handhaven. Door allerlei menselijke ingrepen is heel wat nestgelegenheid verloren gegaan. De auteurs van dit boek beantwoorden alle vragen omtrent dit onderwerp.
De eerste pagina's brengen een beknopt historisch overzicht. Aanvankelijk had de mens totaal andere bedoelingen wanneer extra broedhulp geboden werd aan vogels denken we maar aan de traditionele broedpotten die in de Lage Landen bijzonder populair waren in de 17de eeuw en die in West-Europa verspreid werden via de grote rivieren. De auteurs vermelden trouwens de afgebeelde "Spreeuwpot" aan de Amsterdamse Leidse gracht. Broedpotten hadden toen tot doel op een eenvoudige manier meer culinaire verscheidenheid te brengen.
Nadien werd men zich bewust dat vogelsoorten het moeilijk kregen en dat met een nestkast of een aangepaste broedgelegenheid hulp kan geboden worden om een soort niet te zien verdwijnen uit het oorspronkelijk verspreidingsgebied of om nieuwe kansen te creëren voor soorten die noodgedwongen uitgeweken waren. Dit vormt de hoofdmoot van dit boek.
24 vogelsoorten, gaande van tuinvogels over watervogels tot roofvogels worden besproken.
Bij elke soort wordt een woordje uitleg verschaft en wordt uiteengezet wat de specifieke noden zijn en hoe hieraan kan verholpen worden. Bijna honderd pagina's worden gewijd aan inheemse zoogdieren, reptielen, amfibieën en insecten.
De talrijke kleurfoto's, tekeningen en bouwschema's laten niets aan het toeval over. Een bijgevoegde CD bevat een tachtigtal plannetjes die eenvoudig kunnen afgeprint worden, alsook vergelijkende prijstabellen.
Alle mogelijke informatie betreffende nestkasten, broedplatforms, kunsthorsten…, in diverse materialen en van alle afmetingen, tot zelfs de kleinste ingrepen in eigen tuin, staan in dit encyclopedisch naslagwerk verklaard. Dit boek is een ware must in de bibliotheek van elke natuurliefhebber.
Walter Belis
- Schollaert V. e.a., 2008. Méthode formation Ornitho, Initiation à l'identification des oiseaux, Neufchâteau, Weyrich, 120 blz., ISBN 978-2-87489-016-1, 24 €.
Schollaert V. e.a., 2008. Méthode formation Ornitho, Exercices d'identification des oiseaux, Neufchâteau, Weyrich, 189 blz., ISBN 978-2-87489-017-8, 25 €.
Vogels observeren is een geliefkoosde hobby van vele natuurliefhebbers. Wie bovendien de waargenomen soorten correct kan determineren, beleeft nog meer plezier en kan bovendien zijn kennis delen met anderen. Een juiste determinatie is nooit een doel op zich maar het biedt de mogelijkheid de waarneming naar waarde in te schatten en toegang te vinden tot de vakliteratuur. U voelt misschien al nattigheid? Sommige soorten laten zich moeilijk observeren,de lichtinval is niet optimaal of ze zijn slechts tijdelijk aanwezig. Wie slechts in zijn vrije tijd zijn tijdverdrijf kan beoefenen, voelt zich al beperkt en riskeert op de duur gefrustreerd te raken door een gevoel van overmacht. Voor het aanleren van talen heeft men tal van praktische methodes ontwikkeld maar om de determinatie van vogelsoorten onder de knie te krijgen, bestonden nog geen praktisch hanteerbare hulpmiddelen.
Valéry Schollaert startte binnen de verenigingen Aves en Natagora met een onuitgegeven opleiding: de Formation Ornitho. Deze methode bleek zeer succesvol te zijn en werd zelfs in het buitenland gepromoot. Samen met enkele collega's en één van de beste "studenten" uit de opleiding stelde V. Schollaert deze bijzonder handige reeks samen.
Het eerste deel is puur theoretisch. Het mag evenwel de kandidaat-ornitholoog niet afschrikken. Het volstaat om stap voor stap de verschillende etappes door te nemen om tot een wonderwel resultaat te komen. Haarfijn maar toch eenvoudig wordt de lezer geïnitieerd.
U leert een vogel correct te beschrijven, u verneemt meer over de naamgeving en gaat elke soort perfect kunnen kaderen in de classificatie. Wees gerust, telkens er vragen rijzen, biedt het volgende hoofdstuk een sluitend en afdoend antwoord. Om uw opgedane kennis te toetsen worden regelmatig oefening ingelast. Spelenderwijze gaat u deze ingewikkelde materie beheersen en meer plezier en voldoening beleven aan uw waarnemingen want u voelt dat u vaste voet krijgt. De wijze waarop u naar vogels kijkt zal doelgericht zijn.
In eerste instantie richten deze boeken zich tot soorten die u in eigen land en in de buurlanden kan waarnemen maar om tot een volledige opleiding te komen, hebben de auteurs ook enkele niet West-Palearctische soorten besproken. Met de ervaring en de wetenschap die u in het vertrouwde milieu heeft vergaard, kan u perfect andere, nieuwe en voordien onbekende soorten aan de hand van lokale vogelgidsen op naam brengen.
Het tweede deel is een oefenboekje dat zich uitsluitend richt tot 245 vogelsoorten van bij ons. De auteurs gaan er van uit dat iedereen bekwaam is om tot een juiste determinatie te komen. Met vallen en opstaan, maar vooral met veel geduld. Met deze methode is niemand gedoemd om af te haken en zelfs wanneer de eerste resultaten aan de lage kant liggen, wordt u "geremedieerd" en aangespoord om het theoretische deel nogmaals rustig door te nemen.
De systematische opbouw van deze twee naslagwerken biedt een absolute garantie op welslagen. Veel succes!
Walter Belis
- Vos de D., 2008. Roofvogels in beeld, KNNV Uitgeverij, Zeist, 32 blz., ISBN 978-90-5011- 274-1, 4,95 €.
Roofvogels in beeld heeft tot doel geïnteresseerden wegwijs te maken in de wereld van de 17 roofvogelsoorten die in Nederland broeden, overwinteren of als dwaalgast doortrekken.
Dick de Vos beschrijft kort van elke soort de veldkenmerken, het habitat en de periode waarin u de soort in Nederland – en bij ons – kan waarnemen. Dit alles wordt aangevuld met interessante wetenswaardigheden.
Verwacht geen determinatiegids, dat is trouwens ook niet het opzet van dit boekje. Zo geeft de auteur wel het vliegbeeld maar naast de roofvogel in zittende houding zijn weinig of geen andere illustraties opgenomen. Toch kan de zoekkaart achteraan in het boekje u snel en efficiënt op weg helpen bij het op naam brengen van een waargenomen roofvogel. Door eliminatie maakt u heel veel kans op een juiste soortenanalyse. De prachtige tekeningen van Elwin van der Kolk geven een realistisch beeld van de diverse soorten.
Roofvogels in beeld is de ideale terreingids in pocketformaat voor een beginnend vogelaar.
Walter Belis
- Basque R., Plumes au vent, Editions Apogée, Rennes, 2008, 191 blz., ISBN 978-2-84398- 309-2, € 38,00.
Fotografische vogelboeken rijzen als paddenstoelen uit de grond en de kwaliteit neemt alsmaar toe. Denk vooral niet dat we hier het zoveelste fotoboek trachten aan te prijzen.
Uiteraard gaat het over vogels en de auteur loopt al meer dan 30 jaar in de natuur rond, gewapend met een fototoestel en een stel lenzen, maar Plumes au vent steekt toch kop en nek boven de andere uit.
Indien u het verlangen koestert om u in de dierenfotografie te storten of u wilt zich verdiepen in de fotografie – een kunst die volgens Rémy Basque helemaal niet moeilijk is – neem toch maar eerst dit boek door en vraag u af of u aan dit niveau kan tippen.
De foto"s zijn ronduit prachtig. Maar het boek is meer dan wat foto's. Elke pagina is een harmonie van kleuren, van vormen en technieken. Rémy Basque fotografeert niet zomaar vogels, hij dringt door in hun intimiteit zonder ze te storen.
Dan zijn er nog de commentaren, de anekdotes, de raadgevingen, de wetenswaardigheden en de persoonlijke wrevel en ergernis van Rémy Basque. Doorheen het boek komt men tot het besef dat alles in harmonie verkeert... of zou kunnen verkeren, dat we verbonden zijn met en aan de natuur.
Kortom, Plumes au vent vermengt humor met ergernis. Het is een mooie les in moraal en een bewustwordingsproces. Het grootste compliment dat men de auteur kan toewensen, is dat hij gelijk heeft en het bovendien wonderlijk formuleert.
Walter Belis
- Ruiter S., 2009. Dieren fotograferen, Voorbereiding, techniek en werkwijzen, Tirion Natuur, Baarn, 128 blz., ISBN 978-90-5210-750-9, € 24,95.
De interesse voor de natuur neemt alsmaar toe en daar prijzen we ons gelukkig om. Ook stellen we vast dat meer en meer natuurliefhebbers hun gezochte en onverwachte ontmoetingen met dieren in het wild willen vastleggen voor het nageslacht. Met de klassieke fotografie was dit vrij omslachtig en tijdrovend. De digitale werkwijze maakt deze hobby toegankelijk voor een groot publiek wat nog niet betekent dat iedereen die graag landschappen, gebouwen of familiekiekjes neemt ook probleemloos dieren kan fotograferen.
Vaak ontbreekt het ons aan kennis en vaardigheden waardoor het resultaat niet beantwoordt aan de gestelde verwachtingen. In Dieren fotograferen vertelt Steven Ruiter ons over zijn dertig jaar ervaring. Hij leert ons dat alles begint met een degelijke biologische achtergrondkennis. Je moet weten in welk leefgebied je de dieren aantreft, hoe ze zich gedragen, wanneer ze zich vertonen.
Dierenfotografie leert men best van een ervaren fotograaf. De auteur leert ons de knepen van het vak, legt bij elke foto uit hoe hij te werk ging, licht toe welke lenzen en hulpmiddelen gebruikt werden en maakt ons wegwijs in alle technische snufjes.
Het enige wat men zelf nog moet verwerven is geduld maar dat merkt men heel snel in de praktijk. S. Ruiter steekt niet onder stoelen of banken dat soms weken observatie en studie voorafgingen aan geslaagde opnames.
Dieren fotograferen is een uitstekend vertrekpunt om tot een resultaat te komen dat zeker en vast voldoening zal schenken.
Jones R., 2009. Natuur in close-up, schoonheid in vorm en functie, Tirion Natuur, Baarn, 207 blz., ISBN 978-90-5210-747-9, € 34,95.
Wie de klassieke dierenfotografie onder de knie heeft, kan zich wagen aan nanofotografie.
Een gedreven fotograaf heeft oog voor details. Hij bewondert niet alleen de schoonheid van de natuur maar wil ook dieper ingaan op de materie. Dieren en planten zijn mooi op zich maar een wetenschappelijke benadering gaat verder dan de studie van de uiterlijke pracht. De microscopische opname van een oog, een vleugel, een tong of poot onthult immers veel over de specifieke functie ervan. Alles in de natuur heeft zijn nut en nanofotografie brengt dit aan het licht.
De prachtige foto's, die soms iets surrealistisch lijken, passen perfect in een kunstgalerij maar de confrontatie van een detailfoto van een dier of plant met een nano-opname leert ons veel over het waarom van de vorm en de functie. Door het naast elkaar afbeelden van het geheel en het detail ontdekken we de immense complexiteit en het aanpassingsvermogen van de natuur.
Walter Belis
- Burkhardt M., Marti Ch. & Tobler F., 2009. Vogelführer Schweiz, Schweizerische Vogelwarte, Sempach, 256 p.., CHF 38,00, ISBN 978-3-9523006-4
We staan hier voor een totaal nieuw type vogelgids waarin tekst de grote afwezige is. De auteurs hebben ingespeeld op het meertalige karakter van Zwitserland en alle informatie aangaande de herkenning van vogels wordt met foto's en pictogrammen weergegeven. Een handigheidje waar we nog iets kunnen van opsteken. De Engelstalige gebruikers werden niet vergeten want hun taal wordt naast Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans ook gebruikt voor de vogelnamen en in de inleiding.
Van de ruim 400 vogelsoorten die in Zwitserland reeds werden waargenomen, zijn er 283 met foto's geïllustreerd. Het gaat om soorten die er tenminste 9 jaren van de tien tussen 1995 en 2004 werden geobserveerd. De meest frequente verdienen een volledige pagina, minder courante moeten het met iets minder stellen en onregelmatig waargenomen soorten en zeldzame doortrekkers staan in een tabel vermeld, achteraan in het boek.
Wanneer mogelijk verwarring met andere soorten bestaat, wordt naar de betreffende pagina's verwezen.
De gebruikte symbolen lichten ons in over de geografische verspreiding, de hoogte waarop de vogels voorkomen en de seizoensgebonden aanwezigheid. Bij de broedsoorten staat vermeld in welk habitat ze broeden en bij elke soort vernemen we ook in welk habitat ze voedsel zoeken en waar ze buiten het broedseizoen kunnen worden waargenomen. Een gelijkaardige precisie werd gehanteerd bij de frequentie en de kalender. Voor de frequentie houdt men rekening met zomer, winter en de twee trekperiodes. De kalender geeft nauwkeurig weer wanneer de soort in Zwitserland broedt en wanneer ze tijdens de trek aanwezig is. Met deze werkwijze wordt de kans op een geslaagde waarneming groter.
Op een mini-CD, compatibel met uw PC of MP3-speler staat de zang van 174 soorten weergegeven.
Deze gids heeft geenszins tot doel de klassieke determinatiegidsen te onttronen. Integendeel, de auteurs beseffen dat het onmogelijk is een raadselachtige soort op naam te brengen aan de hand van enkele foto's en ze verwijzen de gedreven vogelkijker door naar andere gerenommeerde naslagwerken.
De Vogelführer Schweiz is een prachtvoorbeeld van Zwitsers vernuft. Deze vogelgids is als een topklasse uurwerk in miniatuurformaat. De Schweizerische Vogelwarte uit Sempach heeft alle gegevens aangereikt en het boek kan rechtstreeks per email besteld worden shop@vogelwarte.ch of via de website www.vogelwarte.ch.
Walter Belis
- Donkervoort I. & Flury G., 2009. 20 Nationale Landschappen, Kosmos Uitgevers, Utrecht- Antwerpen, 176 blz., ISBN 978-90-215-4055-9, € 19,95.
Zoals elk Europees land heeft ook Nederland drastische wijzigingen ondergaan in de laatste honderd jaren. Vroeger had je hier en daar een grootstad en verder kleine dorpen en vooral veel groene ruimtes. Nu is de omvang van de steden vertienvoudigd, zijn ook de dorpen aangegroeid en krimpt het groen. Omdat de overheid zich bewust was dat er dringend nood was aan bescherming van de laatste groene oases, hebben 20 van de mooiste en meest karakteristieke landschappen sinds 2004 de status van Nationaal Landschap verworven. Deze geklasseerde landschappen vormen nu het visitekaartje van landelijk Nederland.
Onbekend is onbemind, dus was het hoogdringend dat deze 20 Nationale Landschappen in kaart werden gebracht. Ze vormen een inspirerende combinatie van cultuur en natuur want overal merk je de sporen van menselijke ingrepen. Het Nederlandse landschap is immers in grote mate door mensenhanden gemaakt door de drooglegging van waterplassen, het rooien van bossen en nieuwe aanplantingen. De Nationale Parken zijn geen openluchtmusea, maar gebieden waar mensen wonen, werken, ondernemen en recreëren. 20 Nationale Landschappen toont ons de unieke regionale verschillen van deze landschappen in al hun glorie.
De prachtige fotografie en de beeldende beschrijving van de gebieden maken van 20 Nationale Landschappen een fantastisch inspiratieboek voor iedereen die er graag te voet, met de fiets of met de wagen op uitgaat in eigen land.
Wie de microbe nog niet te pakken heeft, wordt zeker en vast verliefd op Nederland na het doornemen van deze publicatie.
Walter Belis
- Hierck M., 2009. Tuinvogels voor de lens, observeren en fotograferen van vogels in de tuin, Tirion Natuur, Baarn, 96 blz., ISBN 978-90-5210-749-3, € 16,95.
Na de bespreking van Dieren fotograferen van Steven Ruiter, eveneens uitgegeven door Tirion Natuur, zetten we de schijnwerper op Tuinvogels voor de lens. Dit boekje is meer dan een praktische fotografiegids. Het leert ons hoe we in de eerste plaats onze tuin vogelvriendelijk kunnen aanleggen. Vervolgens vertelt de auteur ons wetenswaardigheden over het gedrag van tuinvogels. Om optimaal te kunnen genieten van vogels in uw tuin en om ze mooi te kunnen fotograferen is het essentieel dat men iets weet over hun gedrag. Dit aspect wordt seizoen per seizoen uit de doeken gedaan want het gedrag verschilt namelijk in de vier jaargetijden.
Martin Hierck somt de soorten op die geregeld onze tuinen opzoeken en geeft enkele nuttige tips om vogels aan te trekken.
Vooraleer men aan het fotograferen toe is, observeert men zijn tuingasten. Als optiekspecialist van de winkel van Vogelbescherming Nederland legt de auteur uit welke verrekijker of telescoop u het beste aanschaft. Voor een verrekijker betekent goed niet automatisch duur.
M. Hierck legt ons uit hoe fotografie in haar werk gaat en wat men nadien verder met de gemaakte foto's kan aanvangen.
Met dit handige boekje wordt vogels fotograferen vast en zeker een spannende en veelzijdige hobby. Wie Tuinvogels voor de lens grondig heeft doorgenomen vermijdt vele frustraties.
Walter Belis
- Hilbers D., 2009. Cévennes and Grands Causses - France, Arnhem Crossbill Guides Foundation, 192 blz., ISBN 978-90-5011-279-6, € 25,95.
De Cévennes vormen de zuidelijke rand van het Centraal-Massief in Frankrijk. Deze uitermate onherbergzame streek strekt zich uit over negen departementen. Het zuidelijke deel van de Cévennes ondergaat de invloed van de Middellandse Zee terwijl de hoogste punten in het landschap de Atlantische storingen opvangen. Hierdoor ontstaat een unieke soortenrijkdom. Wie deze pracht wil ontdekken, wapent zich best met deze nieuwe gids uit de Crossbillreeks.
Het boek bestaat uit twee delen: een beschrijvend en een praktisch deel. In het beschrijvende komen de diverse landschappen aan bod. Hoe zien ze eruit? Hoe zijn ze ontstaan? Welke flora en fauna kan je er waarnemen? Het hartje van de Cévennes is een nationaal natuurpark waardoor de bescherming van het landschap hier gegarandeerd is.
Maar het overlevingsinstinct in de Cévennes is door de eeuwen heen zo diep geworteld geraakt dat de zin voor natuurbehoud een vrij goed ingeburgerd begrip is geworden in de ganse streek.
Het tweede deel bevat alle praktische informatie. Negentien routes zijn uitgestippeld die je deels te voet of deels met de wagen kan afleggen en die je uiteindelijk een overzicht bieden van de fauna en flora die in het eerste deel beschreven stond. De laatste pagina's van het praktische deel verschaffen tips over waar en wanneer je het meeste kans maakt op het vinden of het waarnemen van orchideeën en vogels. De gids zelf is in het Engels opgesteld maar de soortennamen staan ook in het Nederlands en het Duits vermeld.
Nog een goede raad voor nuttige aankopen vooraleer je op stap gaat: kijk ter plaatse uit naar een goede muilezel en schaf je het boek van Robert Louis Stevenson aan, Travel with a Donkey in the Cevennes. Het kan er alleen maar echter mee worden.
Walter Belis
- Long J. & Schouten P., 2008. Feathered Dinosaurs, The Origin of Birds, Oxford University Press, Oxford, 194 blz., ISBN 978-0-19-537266-3, £ 20.00.
Toen Gregory S. Paul in 1989 in zijn boek Predatory Dinosaurs of the World het idee opperde dat verscheidene therapoden of vleesetende dinosauriërs met veren bedekt waren, was dit zeer controversieel. Over de hypothese dat vogels afstammen van kleine, jagende dinosauriërs werd druk gediscussieerd. Het debat duurde tot 1996, jaar waarin de Sinosauropterix in China werd ontdekt, de eerste "gevederde" dinosaurus.
Sindsdien werden paleontologen regelmatig geconfronteerd met fossielen van gevederde dino's. Het werd onweerlegbaar dat verschillende vogelkenmerken reeds aanwezig waren bij verscheidene dinosaurussen. Uiteraard is het laatste woord nog niet gevallen.
Het concept van de gevederde dinosaurus is niet nieuw maar Feathered Dinosaurs, The Origin of Birds is alvast een goed uitgangspunt voor verder onderzoek. De samenwerking van John Long, paleontoloog, en Peter Schouten, illustrator, levert een uniek naslagwerk op.
Critici zullen wellicht aan- en opmerkingen hebben bij enkele tekeningen en misschien was het nuttig geweest het skelet ook af te beelden. Het blijft uiteraard tasten in het duister.
Trouwens, bij elke afbeelding verklaart Schouten hoe zijn tekening tot stand kwam. Hij laat hierbij steeds enkele vragen open, wat we ten zeerste appreciëren.
Deze kritiek ter zijde gelaten, biedt het boek een uitstekend overzicht van de evolutie van de eerste gevederde dinosauriërs tot de eerste echt vliegende vogels. Bovendien krijgen we een idee hoe paleontologen en illustratoren, vertrekkend van een soms vaak onvolledig skelet, er toch in slagen een beeld te vormen van de diersoort.
Alleen al de illustraties van Peter Schouten verantwoorden het prijskaartje van het boek. Dit boek was 20, 10, of zelfs 5 jaar geleden ondenkbaar en met het toenemend aantal vondsten zullen de auteurs nog menigmaal hun publicatie kunnen updaten. Voorlopig is dit boek het beste en meest volledige naslagwerk over deze moeilijke materie.
Walter Belis
- Janssen J.A.M. & Schaminée J.H.J., 2009. Europese natuur in Nederland: Zee en kust (deel 1) Laag Nederland (deel 2) Hoog Nederland (deel 3), Zeist, KNNV, resp. 296, 248 en 360 blz., ISBN 978-90-5011-282-6, 283-3 en 285-7, € 89,90.
Het eerste Nederlandse natuurreservaat dateert uit september 1906 toen de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten erin slaagde het Naardermeer te verwerven. In totaal biedt Natura 2000 nu aan 165 gebieden in Nederland bescherming. Ze zijn geselecteerd op basis van lijsten van habitattypen en soorten waarvoor een Europese lidstaat de verantwoordelijkheid heeft. In de loop van de 20ste eeuw onderging het gedachtegoed inzake natuurbescherming twee grondige wijzigingen. Natuurbehoud had aanvankelijk tot doel individuele planten en dieren te beschermen en jarenlang trachtte men de invloed van de mens zoveel mogelijk in te dijken. Deze filosofie – waarbij het blijkbaar volstond gebieden aan te kopen om ze te beschermenvloeide voort uit een romantisch verlangen naar wildernis. De menselijke ingreep was onvermijdelijk aanwezig al was het maar omdat eenvoudige activiteiten als hout kappen of riet oogsten noodzakelijk waren om de aankoop van gebieden te financieren. Het idee van de mens als bondgenoot vormde gedurende de tweede helft van vorige eeuw een nieuwe richtlijn.
Concreet komen er in Nederland 44 van de 181 vogelsoorten voor die op de referentielijst van de Vogelrichtlijn staan, waarvan 28 als broedsoort. De lijst bestaat uit water- en moerasvogels, roofvogels, steltlopers, weidevogels, sternen... en wordt aangevuld met een vijftigtal trekvogels die het waterrijke Nederland in de winter opzoeken.
Deze driedelige reeks werd opgesteld in de stijl van Wilde planten, flora en vegetatie in onze natuurgebieden. Eveneens een drieluik, uitgegeven in het begin van de jaren 1970 door de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Net zoals Wilde planten bespreekt de nieuwe reeks de belangrijke natuurgebieden van Nederland. Landschap en plantengroei krijgen opnieuw veel aandacht maar er wordt ook specifiek ingegaan op de fauna, vooral op broed- en trekvogels. De Natura 2000-gebieden bevatten zowel de gebieden van de Habitatrichtlijn als van de Vogelrichtlijn. De 165 Natura 2000-gebieden zijn opgesplitst in een dertiental hoofdlandschappen. De teksten van de afzonderlijke gebieden alsook de inleiding van elk hoofdlandschap werden toevertrouwd aan een groot aantal deskundigen. Er werd getracht de diverse teksten te stroomlijnen maar hier en daar merkt men de persoonlijke inbreng van de auteur. Wat helemaal geen bezwaar is.
De informatie over vogels is grotendeels van de hand van Robert Kwak die o.a. werkzaam is voor Vogelbescherming Nederland.
Deze drie boekdelen, die een geheel vormen met de eerder verschenen delen Habitattypen en soorten van de Habitatrichtlijn en Soorten van de Habitatrichtlijn, kunnen voorkomen dat tijd, geld en energie verspild worden. De hier vergaarde kennis toont aan dat Nederland door zijn ligging aan zee in een delta van grote rivieren, met de grote faunistische en floristische verscheidenheid, een belangrijpe positie in Europa inneemt.
De Nederlanders hebben iets wat wij missen: de fierheid om dit ook te boek te stellen.
Walter Belis
- Heintzenberg F., 2008. Roofvogels en uilen, Tirion Natuur, Baarn, 250 blz., ISBN 978-90- 5210-718-9, 27,95 €.
Roofvogels en uilen is geen veld- of determinatiegids. Het boek hoort thuis in uw bibliotheek maar zal nooit lange tijd onaangeroerd blijven. Alle roofvogel- en uilensoorten van Europa staan er in beschreven.
Van elke soort worden de kenmerken en bijzonderheden vermeld, alsook het verspreidingsen leefgebied. Recente aantalgegevens uit diverse landen waar de soort voorkomt, geven een precies beeld van eventuele schommelingen die zich de laatste jaren hebben voorgedaan.
Nu we al jaren lang hebben moeten wennen aan vogelgidsen waarin de informatie zo beknopt mogelijk wordt gegeven, doet het deugd om de soortspecifieke wetenswaardigheden te kunnen lezen in een verhalend, doch wetenschappelijk, proza. Het boek roept aangename herinneringen op aan de geschriften van belangrijke natuurkenners uit de Lage Landen die naast hun kennis ook een vlotte pen bezaten.
Het was een uitstekend idee van de uitgeverij Tirion Natuur om dit boek, dat in 2007 in het Duits verscheen, in een Nederlandse vertaling op de markt te brengen.
Walter Belis
- Hilbers D., 2009. Cévennes and Grands Causses - France, Arnhem Crossbill Guides Foundation, 192 blz., ISBN 978-90-5011-279-6, € 25,95.
De Cévennes vormen de zuidelijke rand van het Centraal-Massief in Frankrijk. Deze uitermate onherbergzame streek strekt zich uit over negen departementen. Het zuidelijke deel van de Cévennes ondergaat de invloed van de Middellandse Zee terwijl de hoogste punten in het landschap de Atlantische storingen opvangen. Hierdoor ontstaat een unieke soortenrijkdom. Wie deze pracht wil ontdekken, wapent zich best met deze nieuwe gids uit de Crossbillreeks.
Het boek bestaat uit twee delen: een beschrijvend en een praktisch deel. In het beschrijvende komen de diverse landschappen aan bod. Hoe zien ze eruit? Hoe zijn ze ontstaan? Welke flora en fauna kan je er waarnemen? Het hartje van de Cévennes is een nationaal natuurpark waardoor de bescherming van het landschap hier gegarandeerd is.
Maar het overlevingsinstinct in de Cévennes is door de eeuwen heen zo diep geworteld geraakt dat de zin voor natuurbehoud een vrij goed ingeburgerd begrip is geworden in de ganse streek.
Het tweede deel bevat alle praktische informatie. Negentien routes zijn uitgestippeld die je deels te voet of deels met de wagen kan afleggen en die je uiteindelijk een overzicht bieden van de fauna en flora die in het eerste deel beschreven stond. De laatste pagina's van het praktische deel verschaffen tips over waar en wanneer je het meeste kans maakt op het vinden of het waarnemen van orchideeën en vogels. De gids zelf is in het Engels opgesteld maar de soortennamen staan ook in het Nederlands en het Duits vermeld.
Nog een goede raad voor nuttige aankopen vooraleer je op stap gaat: kijk ter plaatse uit naar een goede muilezel en schaf je het boek van Robert Louis Stevenson aan, Travel with a Donkey in the Cevennes. Het kan er alleen maar echter mee worden.
Walter Belis
- Hoogenstein L. & Meesters G., 2009. Handboek Vogels van Nederland, KNNV Uitgeverij, Zeist, 320 blz., ISBN 978-90-5011-270-3, € 29,95.
Er zijn weinig landen in Europa waar de ornithologie zoveel bijval heeft en op zoveel ondersteuning kan rekenen vanuit de uitgeverswereld dan in Nederland. Het mes snijdt langs twee kanten: enerzijds wordt de belangstelling voor vogels gestimuleerd en anderzijds zijn het de veldornithologen die het materiaal voor de boeken aanleveren. Wij, als lezer, genieten er gretig van.
Het Handboek Vogels van Nederland is weer één van de vele pareltjes die onze Noorderburen afleveren. Een boek om handen en vingers af te likken. Dit naslagwerk behandelt 286 vogelsoorten die in Nederland te zien zijn. Het betreft algemene, broedende en niet-broedende soorten maar ook schaarse. Recente soorten, zoals Flamingo, Kleinste Jager, Geelpootmeeuw, Witwangstern Oehoe, Graszanger, Ruigpootuil, Pontische Meeuw..., staan in het Handboek Vogels van Nederland.
Dit boek is geen atlas en ook geen determinatiegids, het combineert beide. Van elke soort beschrijft het boek hoe die te herkennen is en waar zij in Nederland voorkomt. Het vertelt meer over trek, leefgebied, voortplanting en punten waar de soort gevoelig voor is of die juist de kwetsbaarheid uitmaken.
Uit de reeds bestaande literatuur hebben de auteurs gegevens geput aangaande de nieuwste populatietrends, verspreidingskaarten en aantallen. Soorten die op de Rode Lijst van bedreigde vogels staan, zijn gemarkeerd met een rode lijster. Regelmatig wordt verwezen naar interessante vogelkijkgebieden van Nederland. Elke vogel is met een foto afgebeeld en vaak aangevuld met een tekening, die iets groter mocht zijn.
De aanschaf van dit boek loont absoluut de moeite omdat het zo compleet en overzichtelijk is.
Walter Belis
- Lesaffre G., 2008. Les oiseaux en 450 questions/réponses, Delachaux et Niestlé, Paris, 271 blz., ISBN 978-2-603-01554-4, 22 €.
Toeval of niet maar The Birder's Companion (Firefly Books, 2007) van Stephen Moss kwam bijna gelijktijdig op de markt en is opgebouwd rond 450 vragen en antwoorden omtrent vogels.
De vergelijking houdt ook hier op want de antwoorden die Guilhem Lesaffre verschaft, zijn vollediger en diepgaander en de vragen lijken niet uit het Guinness book of records te komen zoals we bij Moss soms ervaren.
De bezorgde informatie is wetenschappelijk of anekdotisch maar de auteur spit het onderwerp telkens ten gronde uit. De luchtige toon die in The Birder's Companion overheerst, vinden we bij Lesaffre enkel terug in de grappige tekening van de talentvolle Alexis Nouailhac.
Les oiseaux en 450 questions/réponses is een boek om met mondjesmaat te lezen. Zo maak je meer kans dat de opgedane kennis diepgeworteld blijft.
Walter Belis
- Long J. & Schouten P., 2008. Feathered Dinosaurs, The Origin of Birds, Oxford University Press, Oxford, 194 blz., ISBN 978-0-19-537266-3, £ 20.00.
Toen Gregory S. Paul in 1989 in zijn boek Predatory Dinosaurs of the World het idee opperde dat verscheidene therapoden of vleesetende dinosauriërs met veren bedekt waren, was dit zeer controversieel. Over de hypothese dat vogels afstammen van kleine, jagende dinosauriërs werd druk gediscussieerd. Het debat duurde tot 1996, jaar waarin de Sinosauropterix in China werd ontdekt, de eerste "gevederde" dinosaurus. Sindsdien werden paleontologen regelmatig geconfronteerd met fossielen van gevederde dino's. Het werd onweerlegbaar dat verschillende vogelkenmerken reeds aanwezig waren bij verscheidene dinosaurussen. Uiteraard is het laatste woord nog niet gevallen.
Het concept van de gevederde dinosaurus is niet nieuw maar Feathered Dinosaurs, The Origin of Birds is alvast een goed uitgangspunt voor verder onderzoek. De samenwerking van John Long, paleontoloog, en Peter Schouten, illustrator, levert een uniek naslagwerk op.
Critici zullen wellicht aan- en opmerkingen hebben bij enkele tekeningen en misschien was het nuttig geweest het skelet ook af te beelden. Het blijft uiteraard tasten in het duister. Trouwens, bij elke afbeelding verklaart Schouten hoe zijn tekening tot stand kwam. Hij laat hierbij steeds enkele vragen open, wat we ten zeerste appreciëren.
Deze kritiek ter zijde gelaten, biedt het boek een uitstekend overzicht van de evolutie van de eerste gevederde dinosauriërs tot de eerste echt vliegende vogels. Bovendien krijgen we een idee hoe paleontologen en illustratoren, vertrekkend van een soms vaak onvolledig skelet, er toch in slagen een beeld te vormen van de diersoort. Alleen al de illustraties van Peter Schouten verantwoorden het prijskaartje van het boek. Dit boek was 20, 10, of zelfs 5 jaar geleden ondenkbaar en met het toenemend aantal vondsten zullen de auteurs nog menigmaal hun publicatie kunnen updaten. Voorlopig is dit boek het beste en meest volledige naslagwerk over deze moeilijke materie.
Walter Belis
- Muller Y., 2008. Bibliographie d'Ornithologie Française 1981-1990, MNHN (EGB/SPN)/ SEOF/LPO, Paris, 512 blz., ISBN 978-2-916802-01-5,
30 € + 9 € (port), te bestellen bij SEOF-MNHN, Case Postale 51, 55 rue Buffon, F-75231 Paris cedex 05.
Sinds enkele decennia kent de ornithologie enorm veel bijval en deze belangstelling uit zich ook in het aantal publicaties.
Yves Muller heeft zich aan een onmetelijk grote taak gezet en we zijn hem hiervoor oneindig dankbaar. Hij brengt ons een overzicht van alle artikels verschenen in het Frans of in andere talen aangaande de avifaune van het Franse vasteland en Corsica.
Een vijftien jaar geleden publiceerde de auteur het eerste volume. Dat bevatte ongeveer 2500 titels en bestreek de jaren 1945-1965. Het eerste deel was een vervolg op de Bibliographie ornithologique van René Ronsil. Dit kostbaar naslagwerk verscheen in 1948-1949 en bevatte ruim 11 000 referenties voor de periode 1473 tot en met 1944.
In het tweede deel van de Bibliographie d'Ornithologie Française (1966-1980) is het aantal verwijzingen verdubbeld en in het derde deel zijn er 5723. We vragen ons af waar Y. Muller nog de tijd vindt om zo'n overzicht samen te brengen. Hij is de eindredacteur van het tijdschrift Ciconia, is bijzonder actief binnen de plaatselijke afdeling van de Ligue pour la Protection des Oiseaux en bovendien bijzonder sportief. Vogels waarnemen en joggen combineert hij trouwens vaak.
Eén ding staat als een paal boven water: met dat werk is Y.
Muller bijzonder verdienstelijk. Ook omdat hij nog steeds voor een papieren versie kiest, al leven we in het wonderlijke Internettijdperk. Een bibliografische referentie is, dankzij de verschillende indices, sneller gevonden in dit boek dan met welke zoekmachine dan ook. Bovendien dwingt dit naslagwerk nog respect af voor de maker ervan.
Wij kijken reeds halsreikend uit naar het vierde deel dat de twintigste eeuw zal afronden.
Walter Belis
- Peeters H. & Wheeler K., 2008. Vogels en de Wet.nl, KNNV Uitgeverij, Zeist, 336 blz., ISBN 978-90-5011-291-8, 24,95 €.
De Nederlandse Flora- en faunawet duikt geregeld op in populaire tijdschriften maar vaak gebeurt dat in een sfeer van controverse. Vogels zijn nu éénmaal wettelijk beschermd in Nederland door de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet maar voor beroepslui en gewone burgers blijft het juridische wartaal. Vogels en de Wet.nl brengt daar verandering in.
Dit heldere boek biedt een praktische uitwerking van deze wetten, speciaal gericht op vogels.
Het is daarom onmisbaar voor professionals, maar ook handig voor de burger met een hart voor vogels.
In 39 hoofdstukken beantwoorden de auteurs alle mogelijke praktische vragen aangaande verstoringen, jacht en schadebestrijding, handel en bezit. Elk hoofdstuk eindigt met handige weetjes, tips en een overzicht van belangrijke instanties met websites en literatuurverwijzingen.
Vogels en de Wet.nl. is een handleiding, een handige uitwerking van de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet, voor zover die betrekking hebben op vogels.
Hans Peeters was vele jaren werkzaam bij de politie en is nu verbonden aan Vogelbescherming Nederland. Daarnaast schrijft hij regelmatig over vogelbescherming voor de Vereniging Politie Dieren- en Milieubescherming. In 1995 schreef hij ’Vogels en de Wet’, gebaseerd op de toenmalige Vogelwet.
Kim Wheeler werkt als jurist bij Vogelbescherming Nederland. Zij specialiseerde zich in Europees en internationaal recht en houdt zich nu vooral bezig met natuurbeschermingsrecht.
Ze ontwikkelde de website www.vogelsendewet.nl, die burgers en professionals informatie biedt over juridische aspecten van vogelbescherming.
Walter Belis
- Perrins C. (Ed.), 2009. The Encyclopedia of Birds, Oxford University Press, Oxford, 656 blz., £ 19,99 of ong. € 26,95, ISBN 978-0199568000
De Encyclopedia of Birds is gebaseerd op een klassieker die in 1985 in verscheidene talen werd uitgegeven, in het Nederlands de Geïllustreerde Encyclopedie van de vogels (Zuid-Hollandsche Uitgeversmaatschappij). Deze nieuwe versie mag er prat opgaan een overzicht te brengen in één lijvig boekdeel van alle vogelfamilies die onze planeet rijk is. Wie een globaal beeld wil verwerven van de naar schatting 9850 soorten ter wereld moet terecht bij het Handbook of the Birds of the World (Lynx Edicions, Barcelona) dat binnen enkele jaren volledig zal zijn.
De Encyclopedia of Birds werd geschreven onder de bezielende leiding van Christopher Perrins. Hij werd bijgestaan door een team van gespecialiseerde adviseurs, auteurs, fotografen en tekenaars. Het brengt de weelderige variatie en pracht binnen het vogelrijk tot uiting. Om het beeld zo volledig mogelijk te maken wordt in de tekeningen en foto's ook aandacht besteed aan optredende kleurverschillen, vorm en afmeting tussen beide geslachten, winter- en zomerkleed, juvenielen en volwassen vogels en de rassen binnen het verspreidingsgebied. De begeleidende tekst gaat dieper in op verspreiding, habitat, kleur, grootte, nestbouw en jongen en schetst beknopt de specifieke gedragingen.
Tot op heden zijn er allerlei moleculaire classificaties van de vogels voorgesteld maar geen enkele is stabiel genoeg om definitief aangenomen te worden. Bij gebrek aan consensus onder ornithologen heeft Perrins de voorkeur gegeven aan de klassieke classificatie, wat niet wegneemt dat de auteurs – o.a. Erik Matthysen - de wijzigingen, die door verscheidene naslagwerken en tijdschriften reeds gehanteerd worden, vermelden.
De Encyclopedia of Birds is geen wetenschappelijk werk in de strikte zin van het woord, het is ook geen ornithologische reisgids. Toch vindt elke ornitholoog er zijn gading in.
Walter Belis
- Roscam Abbing M., 2008. De nationale parken van Nederland, Kosmos, Utrecht-Antwerpen, 192 blz., ISBN 978-90-2153-512-8, 29,95 €.
Nederland is niet zoveel groter dan België maar het kan bogen op 20 natuurlijke natuurparken. Nederlanders hebben een aangeboren fierheid en zij laten dat ook graag merken.
In De natuurparken van Nederland worden deze gebieden één voor één in woord en beeld besproken. Wat dadelijk opvalt is de buitengewone diversiteit van Nederland. Uitgestrekte heide wisselt af met moerassen, kwelders, rivierduinen en aloude bossen. Van elk nationaal park worden de kenmerkende fauna en flora opgesomd. De auteurs vertellen ons hoe het gesteld is met de diverse soorten en bespreken de beheerstechnieken.
Het boek is meer dan een loutere vaststelling, het stelt ook vragen en tracht deze te beantwoorden. Onontbeerlijk als je wilt weten wat er beter kan om de nationale parken in de toekomst te vrijwaren.
De natuurparken zijn door de overheid ingericht om natuur en landschap te beschermen, om natuurverantwoorde recreatie toe te laten en om wetenschappelijk onderzoek te verrichten.
De natuur die Nederland nu bezit is het resultaat van jarenlange inzet. Dit boek formuleert een duidelijke reden om de kwetsbare natuur te koesteren en te behouden voor het nageslacht.
Walter Belis
- Van Ommen E. & Brinkhof W., 2008. De kluten van Breebaart, KNNV Uitgeverij, Zeist, 112 blz., ISBN 978-90-5011-269-7, 29,95 €.
Na De dwergganzen van Anjum, De kiekendieven van het Oldambt en De zwaluwen van Singraven is De kluten van Breebaart het vierde deel in deze serie. Kunstenaar Erik van Ommen en schrijfster Wilma Brinkhof hebben een jaar lang de kluten gevolgd van het broedgebied in de polder Breebaart, op trek langsheen de Marquenterre in Frankrijk tot in de Portugese Algarve.
Beiden zijn geboeid door natuur en met dit boek willen ze het belang aantonen van de polder Breebaart, één van de weinige brakwatergebieden in Nederland, aantonen. Door de aanleg van de deltadijken zijn dit soort gebieden erg schaars geworden maar voor de kluten is het een belangrijk rust- en broedgebied. Doordat de soort in Nederland achteruitgaat, is dit boek des te belangrijker.
Erik van Ommen raakte tijdens zijn tocht in de ban van deze sierlijke steltlopers en maakte bijna 300 schilderijen, aquarellen, etsen en pastels. Wilma Brinkhof zorgde voor een sfeervolle tekst.
In 2008 en in het voorjaar van 2009 worden de kunstwerken op verschillende locaties in Nederland tentoongesteld en op de expositie is ook de korte film "De kluten van Breebaart" van Perrie Hoekstra te zien.
Dit boek is een prachtig eerbetoon aan één van de sierlijkste vogels uit onze contreien.
Walter Belis
- Woot de Ph., 2008. Riviermonden van het vlakke land. Trekvogels, liefdes en nesten, Editions du Perron, Alleur, 180 blz., ISBN 978-2-87114-229-4, 38 €.
In zijn "Vlakke land" bezingt Jacques Brel op een prachtige manier de riviermondingen, de polders... maar hij vergat één van de belangrijkste elementen: de vogels.
Philippe de Woot, vriend aan huis bij de familie Lippens, was de geknipte persoon om zijn kennis en ervaring ten dienste te stellen van ons allen en om deze leemte op te vullen.
De riviermonden waarover het boek gaat, strekken zich uit van Brugge tot Amsterdam, van het Zwin tot het IJsselmeer. Deze regio is uiteraard economisch belangrijk en de steden Brugge en Amsterdam danken niet voor niets hun ontstaan, hun pracht en praal respectievelijk aan het Zwin en de Zuiderzee, maar natuurhistorisch kent dit gebied geen gelijke. In de delta's van de lage landen strijken meer vogels neer dan in deze van de Donau, de Guadalquivir of de Rhône. Tijdens de twee trekperiodes zijn de riviermonden een gigantische verzamelplaats waar Europese ornithologen maar al te graag massaal naartoe komen want nergens anders kan je dit spektakel meemaken.
Riviermonden van het vlakke land is een bruisende brok poëzie in beeld gebracht. De foto's zijn geen haarfijne, koele digitale opnames maar fantastische, adembenemend mooie momentopnamen.
Uit het boek blijkt overduidelijk de begeesterende invloed van Léon Lippens, oprichter van het Zwin, het is trouwens aan hem opgedragen. Riviermonden van het vlakke land nodigt uit om weg te dromen en geeft een aanzet om bijzonder fier te zijn over dit unieke pareltje.
Walter Belis
- Basque R., Plumes au vent, Editions Apogée, Rennes, 2008, 191 blz., ISBN 978-2-84398- 309-2, € 38.
Fotografische vogelboeken rijzen als paddenstoelen uit de grond en de kwaliteit neemt alsmaar toe. Denk vooral niet dat we hier het zoveelste fotoboek trachten aan te prijzen.
Uiteraard gaat het over vogels en de auteur loopt al meer dan 30 jaar in de natuur rond, gewapend met een fototoestel en een stel lenzen, maar plumes au vent steekt toch kop en nek boven de anderen uit.
Indien u het verlangen koestert om u in de dierfotografie te storten of u wil zich verdiepen in de fotografie – een kunst die volgens Rémy Basque helemaal niet moeilijk is – neem toch maar eerst dit boek door en vraag u af of u aan dit niveau kan tippen.
De foto"s zijn ronduit prachtig. Maar het boek is meer dan wat foto's. Elke pagina is een harmonie van kleuren, van vormen en technieken. Rémy Basque fotografeert niet zomaar vogels, hij dringt door in hun intimiteit zonder ze te storen.
Dan zijn er nog de commentaren, de anekdotes, de raadgevingen, de wetenswaardigheden en de persoonlijke wrevel en ergernis van Rémy Basque. Doorheen het boek komt men tot het besef dat alles in harmonie verkeert... of zou kunnen verkeren, dat we verbonden zijn met en aan de natuur.
Kortom, Plumes au vent vermengt humor met ergernis. Het is een mooie les in moraal en een bewustwordingsproces. Het grootste compliment dat men de auteur kan toewensen, is dat hij gelijk heeft en het bovendien wonderlijk formuleert.
Walter Belis
- Borrow N. & Demey R., 2008. Guide des oiseaux de l’Afrique de l’Ouest, Delachaux et Niestlé, Paris, 512 blz., ISBN 978 2 803 01512 4, 45,00 €.
Dit lijvig naslagwerk behandelt alle soorten die met absolute zekerheid of met een hoge graad van waarschijnlijkheid voorkomen in West-Afrika ten zuiden van de Sahara. Een gebied dat zich uitstrekt van Mauretanië tot Tsjaad en van Niger tot Congo. De Kaapverdische eilanden en de eilanden van de golf van Guinea zijn eveneens in de gids opgenomen.
Het boek is de langverwachte Franstalige versie van Birds of Western Africa (2001) uitgegeven door Christopher Helm. De auteurs hebben een jarenlange ervaring in het veld opgebouwd en zijn niet aan hun proefstuk toe, bij dezelfde uitgever publiceerden ze eveneens de Field Guide to the Birds of Western Africa (2004). Tussen de publicatie van Birds of Western Africa en de veldgids werden zes nieuwe soorten geobserveerd, bestudeerd en toegevoegd. Drie andere werden verwijderd. Na hun eerste West- Afrikaanse vogelgids hebben de auteurs tal van op- en aanmerkingen ontvangen van imminente ornithologen, onder wie Paul Herroelen en Michel Louette. Deze raadgevingen en aanvullingen werden gecheckt en de gids werd bijgestuurd.
De nieuwe taxonomische inzichten in acht genomen, werden 18 wetenschappelijke namen aangepast, ook het genus van een dertigtal soorten werd gewijzigd. De kleurplaten, overgenomen uit Birds of Western Africa op enkele kleine aanpassingen na, geven zoveel mogelijk verenkleden (mannetjes, vrouwtjes, immature vogels).
Voor zangvogels werd een uitzondering gemaakt omwille van het risico op verwarring bij jeugdkleden. Sommige afbeeldingen zijn somber en bij enkele soorten zijn de kleuren niet realistisch wat de determinatie van soorten waarmee men niet vertrouwd is bemoeilijkt of zelfs in het gedrang brengt.
De gids telt 148 platen waarop zo’n 3000 afbeeldingen staan. Hij beschrijft 1308 soorten en van iets meer dan 1100 staat het verspreidingsgebied gedetailleerd weergeven. De tekst die bij de afbeeldingen hoort, is helder en beknopt. Het gebruik van symbolen en afkortingen liet dit toe. Hij bevat eveneens kostbare informatie over habitat, zang, verenkleed en gedrag. Voor de zang wordt verder doorverwezen naar de reeks CD’s Oiseaux d’Afrique van Claude Chappuis.
Globaal durven we dit boek bestempelen als een must voor wie de avifauna van West-Afrika wil ontdekken. De veldgids is uiterst volledig, handig van formaat en hij kent geen gelijke in zijn genre. De voorganger, The Field Guide to the Birds of West Africa van W. Serle, G.-J. Morel en W. Hartwig besprak slechts 731 soorten van de 1103 die toen reeds in het studiegebied bekend waren. Het boek van Nick Borrow en Ron Demey (redactielid van Natuur.oriolus) wordt absoluut een standaard naslagwerk voor verscheidene jaren binnen het Franstalige taalgebied.
Walter Belis
- Castell P. & Castell R., 2009, Breeding Birds of the Western Palearctic: Nests, Eggs, Nestlings, Fledglings and Habitats, BirdGuides, London, £ 99.95, ± € 115.
Indien u geboeid bent door de broedcyclus van vogels, dan neemt deze DVD u mee op een heerlijke en verrijkende tocht doorheen de broedbiologie van de avifauna van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
De DVD is een verzameling van fotomateriaal dat door verscheidene topfotografen gedurende tientallen jaren verzameld werd. Peter en Richard Castell, op hun beurt bijgestaan door een team van ervaren collega's, maakten er een unieke compilatie van, waarbij de diverse aspecten van de broedbiologie ruim aan bod komen.
De DVD bevat meer dan 9000 foto's over 735 West-Palearctische soorten. Voor elke soort worden de typische habitat, nestkeuze, het nest, de eieren en de jongen in diverse leeftijdsstadia getoond, alsook de oudervogels, vaak op het nest gefotografeerd.
Bij elke soort hoort ook een specifieke fiche waarop beknopt maar volledig tekst en uitleg verschaft wordt over de broedbiologie, meer bepaald legdata, legselgrootte, incubatietijd, beschrijving van het nest (materiaalkeuze, grootte, structuur...), de eieren en de jongen, omschrijving van de ouderzorg...
Deze DVD, die tot stand kwam in samenwerking met de British Trust of Ornithology, kan besteld worden op volgende website: www.birdguides.com.
Walter Belis
- Cocherel L. & Mahuzier S., 2008. Le Macareux moine et autres alcidés d’Europe, Delachaux et Niestlé, Paris, 207 blz., 25 €, ISBN 978 2 603 01556 8.
Elk boek uit de reeks "Les sentiers du naturaliste" heeft iets van Matroesjka’s. Je opent het eerste popje en een nieuwe, onbekende wereld gaat voor je open. Maar we riskeren niet te verdwalen in een doolhof. De reeks heeft een vaste structuur die ons begeleidt in onze ontdekkingstocht. De titel Le Macareux moine et autres alcidés d’Europe laat een encyclopedische inhoud vermoeden, maar de logica waarmee deze uitgebreide kennis wordt aangeboden, is verbijsterend. We beginnen gewoon met het essentiële: status en verspreiding van de Papegaaiduiker en een kort woordje over de andere Alken. Na enkele pagina’s zijn we wegwijs: er zijn 11 genera en 22 soorten. Op basis van morfologische kenmerken werd de Papegaaiduiker tot voor kort in 3 ondersoorten opgesplitst: Fratertuca a. arctica, Fratercula a. naumanni en Fratercula a. grabae maar deze laatste werd intussen bij F. a. arctica gevoegd.
Nu het decor uitgetekend is, schetsen de auteurs een portret van de hoofdacteur ten voeten uit. Deze sociale koloniebroeder kiest bij voorkeur een broedplaats uit op de top van de steile rotswand terwijl andere zeevogelsoorten elk hun plek toebedeeld hebben op de onderliggende verdiepingen.
Papegaaiduikers zijn bijzonder trouw aan hun partner en hun broedplaats en ofschoon het vredelievende en verdraagzame vogels zijn, behoren conflicten met andere rotswandbewoners tijdens het broedseizoen tot de dagdagelijkse realiteit.
Het leven van de Papegaaiduiker lijkt wel idyllisch maar in het begin van de 20ste eeuw is hun populatie flink gaan dalen. Pollutie, predatie, opwarming van het zeewater, vermindering van het visbestand zijn belangrijke oorzaken. Papegaaiduikers raken, net als andere Alken, ook dikwijls verward in visnetten. De Mens was echter geruime tijd de voornaamste bedreiging. Nu is Grote Mantelmeeuw de grote boosdoener, bijgestaan door Kleine Jager, Middelste Jager, Raaf, Slecht- en Giervalk.
Naar het einde van het naslagwerk wordt ook de status en de verspreiding van andere Alken (Zwarte Zeekoet, Kortbekzeekoet, Zeekoet, Alk en Kleine Alk) toegelicht.
De auteurs kaderen de gegevens in een ruimere Europese context.
Tenslotte krijgen we het gebruikelijke toetje. Deze grappige en veelkleurige verschijning heeft immers in het IJslandse volksgeloof een belangrijke rol gespeeld. De naamgeving in diverse talen vertelt ons hierover meer.
Terwijl de Papegaaiduiker de vriend der Trollen was, werd hij in Frankrijk als martelaar aanzien en werd hij het icoon van de Franse Vogelbescherming. Het is inderdaad de Ligue pour la Protection des Oiseaux, opgericht in 1912, die een einde wilde maken aan de afslachting van de soort op de Bretoense eilandengroep Les Sept-Iles, 7 km voor de kust van Perros-Guirec. De eilandengroep, die ondanks de naam slechts uit vijf eilandjes bestaat, werd een belangrijk natuurreservaat voor het voortbestaan van de Papegaaiduiker in Frankrijk. De soort heeft echter nooit het bestand van weleer teruggevonden maar ze is nu beschermd en het plaatselijk opvangcentrum heeft de handen vol met de verzorging van olieslachtoffers.
Alle pogingen tot het uitzetten van de Papegaaiduiker– wat in Noord-Amerika succesvol verliep – werden in Frankrijk opgegeven. De soort is te honkvast en het gevaar op genetische vermenging is te groot.
Het boek eindigt met een korte beschrijving van alle plaatsen aan de Atlantische oceaan en in Europa waar de soort broedend kan waargenomen worden, mits het nodige respect en dito voorzichtigheid.
De bibliografie is evenwichtig samengesteld en bestaat uit klassiekers, recente en minder recente Frans- en Engelstalige naslagwerken.
Net als alle andere publicaties in deze prachtige en handige reeks, bundelt dit naslagwerk een encyclopedisch overzicht in een notendop. Elk woord werd gewikt en gewogen en het ganse verhaal, dat getuigt van een passionele liefde voor de soort, wordt in een wetenschappelijke stijl gepresenteerd. Een boek voor vorsers én natuurliefhebbers.
Walter Belis
- Dubois Ph. J., Le Maréchal P., Olioso G. & Yésou P., 2008. Nouvel inventaire des oiseaux de France, Delachaux et Niestlé, Paris, 560 blz., ISBN 978-2-603-01567-4, 45 €
(lanceerprijs tot 31 januari 2009, vanaf 1 februari 2009, 49,50 €). In 1936, verzorgde Noël Mayaud als eindredacteur de Inventaire des oiseaux de France, een eerste echte synthese van de Franse avifauna. Een waardevolle publicatie die we nog vaak ter hand nemen.
Het werd zestig jaar wachten tot een eerste update plaatsvond. In 2000 verscheen een publicatie die ongelukkig dezelfde titel droeg. Geen echt eerbetoon aan Mayaud en een aanzet tot verwarring. Onmiddellijk na het verschijnen ervan regende het reacties en stroomden bijkomende – zeg maar niet verwerkte - gegevens binnen.
In 2001 volgde een eerste bijgeschaafde heruitgave maar de vier auteurs beseften al snel dat een volgende herwerking niet op zich mocht laten wachten De Nouvel inventaire des oiseaux de France is een pareltje. Net als de voorgaande edities uit 2000 en 2001 bevat hij voor elke soort die in het wild op Franse bodem (de overzeese territoria en departementen uiteraard niet meegerekend) werd waargenomen. Elke monografie is op identieke wijze opgebouwd: status, habitat, verspreiding, aantallen.... Voor verschillende soorten werd een korte bibliografie voorzien. Kaarten en grafieken werken het geheel af.
De nieuwe look, het gebruik van foto's en het handiger formaat maken van dit naslagwerk een onontbeerlijk en praktisch hulpmiddel.
Walter Belis
- Evans L.G.R., 2009. The Ultimate Site Guide to Scarcer British Birds, BirdGuides Ltd, London, 656 blz., £ 24,95 of ong. € 30, ISBN 978-1-898110-49-1.
Toen de eerste editie van de Ultimate Site Guide to Scarcer British Birds in 1996 verscheen, was het op slag een klassieker. Voor het eerst werden een honderdtal schaarse of moeilijk waarneembare Britse soorten in kaart gebracht. Lee Geoffrey Richard Evans is een uitmuntend ornitholoog en reisleider. Hij staat bekend als één van de beste Britse twitchers en hij behoort tot het beperkte clubje dat meer dan 500 soorten heeft waargenomen in het Verenigd Koninkrijk.
Evans startte in 1968 met het intensief observeren van vogels en in 1977 richtte hij de British Birding Association en de UK 400 Club op, een groepje vogelkijkers dat vooral geïnteresseerd is in zeldzaamheden. Hun website (www.uk400clubonline.co.uk) is dan ook een pareltje. Evans heeft reeds meer dan 27 boeken over dit onderwerp geschreven waaronder de Ultimate Site Guide to Scarcer British Birds. Als je bijna 2.900.000 km aflegt op zoek naar een zeldzame soort mag je gedrag gerust als obsessioneel maar totaal ongevaarlijk omschreven worden, integendeel, wij plukken er de vruchten van.
Voor de editie 2009 werd alle informatie gecheckt en geüpdatet.
Voor elk van de 142 besproken soorten beschrijft de auteur uiterst nauwkeurig waar en wanneer je deze kan waarnemen. Een gedetailleerde routebeschrijving brengt je ter plaatse en waarborgt dat de soort niet teveel wordt verstoord.
De Ultimate Site Guide to Scarcer British Birds is een absolute must voor wie doelbewust vogels gaat observeren in Groot-Brittannië.
Walter Belis
- Géroudet P., 2008. Limicoles, gangas et pigeons d'Europe, Delachaux et Niestlé, Paris, 607 blz., ISBN 978-2-603-01527-8, 55 €.
Na de herwerkte versies van Rapaces diurnes et nocturnes d'Europe, Passereaux en Palmipèdes door Michel Cuisin, is nu het langverwachte Limicoles, gangas et pigeons d'Europe van Paul Géroudet weer verkrijgbaar. Deze klassieker werd vanonder het stof gehaald door Georges Olioso. Een moeizaam en tijdrovend werk maar Olioso is een topornitholoog met een jarenlange ervaring en zeer groot schrijverstalent. Vijfentwintig jaar na de eerste publicatie, eveneens bij dezelfde uitgever, ligt hier de nieuwe uitgave. In die tijdspanne zijn honderden, zoniet duizenden artikels over het onderwerp verschenen maar G. Olioso is erin geslaagd om de nieuwe gegevens naadloos in de originele tekst te verwerken. Een werkwijze die al door Michel Cuisin werd toegepast bij de heruitgave van andere titels van Géroudet. De toevoegingen zijn gemarkeerd met een omcirkeld pijltje. In de tabellen werden oude gegevens vervangen door recente voor zover deze beschikbaar waren. De prachtige illustraties van Paul Barruel werden behouden en onuitgegeven tekeningen van Clavreul verluchten op hun beurt het naslagwerk.
Nieuwe soorten die intussen in Europa werden waargenomen, zijn toegevoegd en ook de naamgeving werd aangepast. De referentielijst werd aangevuld met recente publicaties en per soort bedacht Olioso een handige bibliografie, die men achteraan het boek terugvindt. Men had geen mooier eerbetoon kunnen bedenken aan de Zwitserse ornitholoog die ons op 23 november 2006 verliet . Intussen legt Olioso zich reeds toe op de herwerking van Géroudets Grands Echassiers, Gallinacés, Râles d'Europe. Graag brengen we hier een bijzonder woordje van dank voor "onze Franse Géroudet".
Walter Belis
- Glandt D., 2008. Der Kolkrabe, Der "scharze Geselle" kehrt zurück, Aula Verlag, Wiebelsheim, 131 blz., ISBN 978-3-89104-719-4, 19,95 €.
De eeuwenoude verstandhouding tussen Kraaien en de Mens is een boeiend verhaal. In de oudheid was deze soort een orakelvogel en ook in de mythen en het volksgeloof vinden we ze vaak terug als intelligente onheilvoorspellers. In latere tijden werd de Kraai – en kraaiachtigen in het algemeen – als schadelijk voor de landbouw beschouwd, wat in het midden van de 18de eeuw bijna tot de totale uitroeiing in Europa heeft geleid.
Bioloog Dieter Glandt heeft bijna 25 jaar van zijn leven aan de terugkeer van de Kraai in Europa besteed en hij breidde zijn onderzoek tot in Noord-Amerika, Groenland en Azië uit.
Glandt bracht reeds in 2003 een eerste versie van dit boek uit maar intussen is de belangstelling voor deze soort alsmaar toegenomen wat zich uitte in enkele recente monografieën: Ratcliffe, The Raven, 1997, De Laet, Kraaien, kwajongens van bos en veld, 2004 en Zawadzka, Kruk, 2006.
Redenen genoeg voor de auteur om de laatste bevindingen, alsook de resultaten van enkele internationale symposia, in een herwerkte uitgave van zijn eigen boek te bundelen.
Deze publicatie behandelt in het bijzonder de areaaldynamiek, de ecologie, voedsel- en voortplantingsbiologie van deze soort.
Het boek brengt een encyclopedische samenvatting van een kwarteeuw onderzoek, verricht door de auteur zelf, gekoppeld aan enkele honderden wetenschappelijke publicaties.
Walter Belis