Foto: Luc Verhelst (St-Amands)
Luc Verhelst (St-Amands)

Nachtvlinderwerkgroep

Motten of nachtvlinder?

In België werden al meer dan 2.500 soorten nachtvlinders vastgesteld. Ze zijn met veel, ze zitten overal en hebben intrigerende namen. Wat te denken van huismoeder, hyena, grauwe monnik of dromedaris? En neen, ze zijn niet allemaal bruin. Sommige soorten zijn echt indrukwekkend. Ligusterpijlstaart, groot avondrood, dennenpijlstaart, pauwoogpijlstaart of lindepijlstaart. Allemaal soorten die in niets moeten onderdoen voor de meest exuberante soorten uit de tropen.

Veldgids

Deze soortenrijke groep zat tot voor kort in de vergeethoek. Reden: er waren enkel dure (vooral Engels- en Duitstalige) determinatiewerken en de meeste soorten hadden geen Nederlandse naam. Met het verschijnen van ‘Nachtvlinders, veldgids met alle in Nederland en België voorkomende soorten’ veranderde plots alles. Nachtvlinders werd een hype. Ook bij ons.

De praktijk

Natuurpunt Boven-Schelde richtte een cursus nachtvlinders in en een aantal cursisten behoort nu tot de meest gedreven onderzoekers van Vlaanderen. Vooral in Merelbeke worden hoge toppen gescheerd. Het onderzoek spitst zich vooralsnog toe op het Gentbos (412 soorten), de Makegemse Bossen (432 soorten) en De Putten (481 soorten). In elk gebied werden topsoorten ontdekt, typisch voor oude bossen (bv. donkere jota-uil, bruine groenuil, geelbruine bandspanner, coureurmotje) of moerassen (bv. geelbruine rietboorder). Ook in enkele tuinen in onze afdeling worden nachtvlinders goed onderzocht. Best verrassend hoeveel soorten je in eigen tuin kan zien. Topper is een tuin in Kwenenbos, goed voor 567 soorten. Van biodiversiteit gesproken! In een tuin in Munte werden al 429 soorten gevonden en in een tuin in het centrum van Merelbeke werd zelfs al een klein geel weeskind gevangen, meteen een nieuwe soort voor België. De teller voor Merelbeke staat intussen op 898 soorten en ook De Pinte is al goed voor 661 soorten nachtvlinders, alles bij elkaar geïnventariseerd door een handvol vlinderaars.

Wanneer determineren

En toch is er één nadeel aan nachtvlinderonderzoek: je kan het moeilijk op voorhand plannen. Op zich kan dit bijna het jaar rond, maar vooral zachte, windstille en droge nachten zijn interessant.

Wil je een keertje mee op pad, geef dan een seintje aan Hugo Van Doorslaer (hugo.vandoorslaer@skynet.be).

Voor elke volgende vangsessie word je dan per mail uitgenodigd.

TOP