Schupleer-Graafweide - Mie Broos - Uitgebreide info

De wandeling is ongeveer 5 km lang en is het tweede gedeelte van de bestaande Mie Broos wandeling die in het totaal 9 km is. Ze vormt een lus tussen de Derde Beek-wandeling en de Roest-wandeling.

Op het parcours wordt op 7 plaatsen uitleg gegeven over natuur, landschap en geschiedenis. Ter plaatse wordt gebruik gemaakt van QR-codes, aangebracht op de wegwijzers. Hieronder kan je de info nu al nalezen.

We wandelen in het gebied tussen Kleine Nete en Aa.  De rivieren worden van elkaar gescheiden door de Kempense Heuvelrug van Kasterlee naar Herentals. De bekkens van de Kleine Nete en de Aa behoren tot het ‘Netebekken’, dat deel uitmaakt van het Scheldebekken. De Kleine Nete is ongeveer 50 km lang, ontspringt in Mol en stroomt via Herentals naar Lier. 

De Aa, is één van de bijrivieren van de Kleine Nete en ontspringt ten noorden van Turnhout. In Grobbendonk mondt de Aa uit in de Kleine Nete. Op de samenvloeiïng staat de watermolen van Grobbendonk. Deze is reeds ingetekend op de Ferrariskaart (1771-1775).

Het waardevol valleigebied is aangeduid als Europees habitatrichtlijngebied.

Download de wandelfolder

QR 1 -Info - Wie was Mie Broos?

Mie Broos leefde tussen 1839 en 1927 op het Heiken in Vorselaar. Haar echte naam was Maria Van Loock. Ze bereidde zelf haar zalfjes waarvan de hoofdingrediënten bestonden uit zoete lies, zwavel, smeerwortel en kwikoxide. Heel waarschijnlijk gebruikte ze ook geneeskrachtige planten uit de omgeving.

De behandeling van huidziekten, puisten en eczeem was haar specialiteit. Men kwam van heinde en ver om bij haar genezing te vragen. Er zijn getuigenissen dat ze zelfs medicamenten verstuurde naar de Verenigde Staten, Canada en Duitsland.

Mie Broos was niet alleen een late kruidenheks, maar ook een vrouwelijke Robin Hood. De arme volksmens hielp ze gratis en de rijken liet ze betalen. Volgens getuigen behoorden kardinalen en de provinciegouverneur tot haar patiënten.

Ooit moest ze voor de rechtbank van Turnhout verschijnen voor haar praktijken, maar ze werd niet veroordeeld.

QR 2 -Info - De Aavallei verandert

We aanschouwen hier een weids weidelandschap. Dat was ooit anders. Vroeger bestond het gebied tussen Aa en Kleine Nete uit een kluwen van beekjes en riviertjes. Door de talrijke overstromingen in de winter was het een moerassig gebied dat ontoegankelijk was. 

Sinds de vijftiende eeuw, door toedoen van de nabij gelegen priorij Onze-Lieve-Vrouw Ten Troon, ging men hier de gronden ontwateren door greppeltjes te graven. In het gehucht ‘ Het Heiken’ woonden toen arme boerengezinnen die kleine perceeltje gras- en akkerland bewerkten.

Op de weilanden grazen nu hoofdzakelijk paarden. Ook hier, net als in de rest van Vlaanderen, is de ‘ verpaarding’ duidelijk te zien. De paardensector wordt niet alleen recreatief en sportief, maar ook economisch steeds belangrijker. 

De traditionele gemengde landbouwbedrijven daarentegen krijgen het steeds moeilijker. Bestaande boerderijen worden omgevormd tot pensionstal, fokkerij of africhtingsstal. Denk maar aan de wereldberoemde stal van jumpingpaarden van Axel Verlooy, die hier vlakbij ligt.

QR 3 -Info - Het peertsbos een oeroud bos

De naam Peertsbos is waarschijnlijk afgeleid van de oude benaming voor grenspaal ‘pertse’. Het ligt inderdaad op de grens van Herentals en Vorselaar. Toch is het ook mogelijk dat Peertsbos gewoon verwijst naar paarden.

Dit prachtig natuurgebied is 200 ha groot. Het bos, ooit eigendom van het oud Gasthuys, nu van de stad Herentals, wordt beheerd door Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Een deel is voor een termijn van 99 jaar in erfpacht gegeven aan Sport Vlaanderen (het vroegere Bloso) die er een infrastructuur uitbouwde voor sport en recreatie.

Het bos is een zeer oud waardevol relictbos. Het is een bos dat de tand destijds doorstond, ondanks de grote veranderingen die er in de omgeving plaatsvonden. Een deel is nog steeds loofbos dat werd en wordt beheerd als een ‘middelhoutbos’. Een aantal grote bomen mocht uitgroeien en de rest werd om de vijf tot tien jaar gekapt. Het hakhout, met vooral veel hazelaar, schoot telkens weer op en leverde brandhout op om te koken en de woningen te verwarmen. De hoge bomen leverden vooral timmerhout. 

Vroeger kwam men in het bos ook met dieren. Varkens aten er de afgevallen eikels en andere vruchten waardoor er open plekken ontstonden. Daar kwam dan ruimte voor andere vegetatie. Kortweg, in z’o’n bos was de biodiversiteit groter dan in de productiebossen van dennen die recenter op de hogere stukken zijn aangeplant.

QR 4 -Info - De geschiedenis van de Kleine Nete

Om de Kleine Nete bevaarbaar te maken en de overlast van het water te beperken, hebben de mensen al sinds eeuwen werken uitgevoerd. Het bedijken van de rivier zorgde ervoor dat het water minder uit zijn bedding trad. Het ruimen van de beplanting en het verdiepen van de rivier maakten dat het water sneller werd afgevoerd en dat de rivier bevaarbaar werd. 

De Kleine Nete, zoals alle rivieren van het Scheldebekken, waren traagstromende rivieren die hun weg zochten in de vlaktes van de Kempen. Hierdoor ontstonden kronkelende rivieren met vele bochten, meanders geheten. Bij de kanalisatie zijn veel van die meanders afgesneden. De grootste aanpassing is gebeurd tijdens de negentiende eeuw. Na 1840 zijn er stroomafwaarts naar Herentals geen grote veranderingen meer aangebracht.

Maar elke periode kent zijn eigen problemen. Door de klimaatopwarming dient men vandaag meer aandacht te schenken aan het bergen van water. Daarom denkt men eraan om oude afgesloten meanders terug aan te sluiten op de waterloop. Dat zal zeker de biodiversiteit ten goede komen.

QR 5 -Info - De Kempense heuvelrug