Kievit

kievit-luc-de-boever.jpg

Kievit
© Luc De Boever

Algemeen

De Kievit (Vanellus vanellus) is onze meest verspreide weide/akkervogel. Mannetjes zijn feller getekend dan de wijfjes, met fel zwart-witte koptekening en langere kuif. Hun opvallende baltsvluchten zijn wellicht elke vogelliefhebber bekend.

Het uitgestrekt broedareaal omvat de gehele gematigde tot boreale zone van Eurazië. Met populaties in Spanje en Turkije komt de Kievit ook wat zuidelijker voor dan veel andere weidevogels.  De Europese populatie wordt grofweg op 2 miljoen broedparen geschat (BirdLife International 2015). In Vlaanderen bevindt het kerngebied zich in de kust- en Scheldepolders maar ook in heel wat riviervalleien, op de leemplateaus en in de Kempen waren of zijn grote concentraties aanwezig.

Trend

De Kievit neemt in alle Europese broedgebieden af (BirdLife International 2015). De soort staat op de Europese Rode Lijst als ‘bijna bedreigd’ genoteerd (BirdLife International 2017). Op de Vlaamse Rode Lijst belandde de kievit in de categorie ‘bedreigd’ (Devos et al. 2016) nadat de soort in de periode 2007-2018 een sterke afname van 59% kende. Daarmee is kievit de op één na sterkst dalende soort. Terwijl begin jaren 2000 het aantal broedparen nog op 14.000 tot 20.000 werd geschat voor Vlaanderen, resteren er nu naar schatting slechts 5.000 tot 15.000.  Daarmee scoort kievit slechter dan andere steltlopersoorten als Grutto en Wulp. 

Waar kan je kieviten aantreffen?

In Vlaanderen is de kievit nog relatief wijd verspreid aanwezig in open agrarische landschappen en graslanden. De hoogste dichtheden vindt men in polders en graslandcomplexen in valleigebieden. De voorbije decennia verschoof het leefgebied van de kievit van de valleigebieden echter naar het meer intensieve landbouwgebied. Deze verschuiving bleef echter niet zonder gevolg. Door frequente landbouwwerkzaamheden gaan veel nesten verloren waardoor zowel op gras- als op akkerland populaties uitdunden en uiteen vielen. Waar de kievit ooit alomtegenwoordig was, moet je nu soms op zoek gaan naar geïsoleerde broedclusters, meestal op akkerland met monotome gewassen en wat verspreide graslanden.

Na afloop van het broedseizoen verzamelen kieviten in grote groepen in de klassieke watervogelgebieden. Heel wat van onze broedvogels proberen hier ook te overwinteren, waarbij ze vergezeld worden van duizenden vogels uit meer noordelijke gebieden.

Wat hebben kieviten nodig?

Broedgelegenheid

Kieviten verkiezen graslanden met een lage, schrale vegetatie of akkerpercelen met schaarse begroeiing en veel blote grond als broedplaats. Je zal de soort dan ook vaak broedend op (maïs)stoppelvelden of tussen landbouwgewassen als bieten, wintertarwe of zomergranen (wanneer de gewassen nog laag zijn) aantreffen. Soms vind je ze ook in andere open habitats met lage begroeiing als heide, braakland, afgravingen of op drogere plekken in een moerassige omgeving. Door de keuze voor kale of heel spaarzaam begroeide bodem zijn kieviten in de regel goed zichtbaar als ze broeden.

De kievit is een solitaire tot semi-koloniale broedvogel: sommige koppels broeden apart, sommige dicht bij mekaar in de buurt. De eerste kieviten kunnen al in januari opduiken in hun broedgebieden. Vanaf midden februari, als het weer het toelaat, begint de balts. Broedparen proberen op exact dezelfde plaats te broeden als het voorgaande jaar. Op de akkers kan in de eerste week van maart al tot nestbouw over gegaan worden. De piekperiode van de nesten is rond 1 april, wanneer ook in de graslandcomplexen vrijwel alle kieviten begonnen zijn. Daarvoor zijn de graslanden dikwijls nog te nat en zeer schraal.

Kieviten zijn grondbroeders: hun nest bestaat uit een ondiep uitgekrabdt kuiltje dat soms wordt bekleed met wat grassprietjes of strohalmpjes. Ze leggen meestal 4 eieren. Van zodra het laatste ei gelegd is, starten ze met broeden. De broedfase neemt 26-29 dagen in beslag. De jongen verlaten snel na het uitkomen het nest (nestvlieders) en zoeken meteen hun eigen kostje bij elkaar. Ze kunnen opgroeien in de onmiddellijke omgeving van het nest, bv. aan de rand van een sloot of depressie, maar kunnen door hun ouders ook naar andere gebieden geleid worden, tot wel 2 kilometer verder. Op een leeftijd van 35-40 dagen zijn de jongen vliegvlug.

Voedselbeschikbaarheid

Kieviten voeden zich met allerlei ongewervelden die ze vinden op en in de bodem of tussen de vegetatie.

Knelpunten

  • kwaliteit leefgebied: veel natuurlijke graslanden in Vlaanderen zijn te ruig geworden voor kieviten (riet, lisdodde, wilgen, … zijn te frequent aanwezig in de perceelsranden). Ruigtes, houtkanten, bomenrijen en bosjes dragen bij aan een verhoogde predatiekans van nesten en jongen omdat ze schuil- en uitkijkplaatsen bieden aan predatoren. Op de intensievere graslanden en akkers kan een nest nog nauwelijks uitkomen zonder beschermingsmaatregelen. De soort kan op verschillende plaatsen nog stand houden door meerdere vervanglegsels te produceren wat de kieviten weerbaarder maakt. Maar het is wellicht al vijf over twaalf op de akkerlanden: een toename van de aantallen zit er al jaren niet meer in.
  • landbouwwerkzaamheden: graslanden en zeker akkers kennen een intensiever gebruik dan vroeger. Veel nesten gaan verloren door landbouwwerkzaamheden vanaf het vroege broedseizoen. Door bemesting zijn de meeste graslanden ook te productief geworden wat hen ongeschikt maakt als broedgebied. 
  • predatie: vooral grondpredatoren zoals vos slagen er in heel wat nesten met eieren te prederen. Het effect op een populatie kan zeer groot zijn door het optreden van predatiemijding : hele gebieden lopen leeg doordat vogels niet tot nestelen over gaan.

Beschermingsmaatregelen

  • nestbescherming: kan op verschillende manieren. In de natuurlijke graslanden is het van belang een inscharingsdatum van vee na de nestperiode aan te houden. Op akkers kan het nest beschermd worden van grondbewerkingen op verschillende manieren (zie Veldhandleiding Actieplan Kievit) maar het is van belang dit bij elke bewerking te doen, wat het heel intensief kan maken. Het uitstellen van alle werkzaamheden tot na de nestperiode zal altijd een betere maar wellicht minder haalbare (lees ‘dure’) optie zijn.
  • Elektrische uitrastering: op heel wat plaatsen in Vlaanderen geven kieviten geschikte natte graslanden op door de nachtelijke aanwezigheid van grondpredatoren. Met een weidevogelraster dat grondpredatoren weert, kan de trend gekeerd worden. Bovendien werkt dit ook positief voor alle andere grondbroeders: steltlopers, eenden, meeuwen, Lepelaars.

Actieplan Kievit: ook jij kan het verschil maken! 

Veel vrijwilligers zijn bezorgd over de sterke achteruitgang van de kievit in Vlaanderen en willen graag actie ondernemen. Om hieraan tegemoet te komen, lanceert Werkgroep Weide-en Akkervogels Natuurpunt ‘Actieplan Kievit’ waarbij de bescherming van kievitsnesten centraal staat. Een praktische veldhandleiding helpt je op weg met het vinden, markeren en beschermen van kievitsnesten in samenspraak met de lokale landbouwers.

Wil jij mee je schouders onder de bescherming van onze Kievit zetten? Meld je dan aan via wwa@natuurpunt.be.

 

Meer informatie

Downloads

TOP