Afbeelding
Dronebeeld
Wim Dirckx

Drie lessen uit Watermonsters: wat duizenden vrijwilligers ons leerden over de waterkwaliteit in onze natuurgebieden

25 jun 2025
Categorieën
Natuurbericht

Uit een grootschalige analyse van duizenden waterstalen blijkt dat veel Vlaamse natuurgebieden kampen met een slechte waterkwaliteit. De resultaten komen uit de baanbrekende burgerwetenschapscampagne ‘Watermonsters’. Die legt pijnlijk bloot hoe te veel ongezuiverd huishoudelijk afvalwater via zijrivieren en lozingspunten de natuur binnendringt. Toch toont de natuur ook haar kracht: in gebieden zonder deze vervuiling zuivert ze het water merkbaar.

In heel Vlaanderen trokken duizenden vrijwilligers van Natuurpunt eropuit om de kwaliteit van onze beken en rivieren in en rondom natuurgebieden te meten. Nooit eerder kregen we zo’n gedetailleerd beeld van de toestand van het water in onze eigen natuur. De resultaten werden geanalyseerd door wetenschappers van de KU Leuven. Ze leren ons drie cruciale lessen over de uitdagingen én de kansen voor ons water.

Onze huizen vervuilen de natuur

Hoewel de gemiddelde cijfers een oppervlakkig positief beeld schetsen - 56,5% van de metingen in de natuurgebieden beheerd door Natuurpunt scoort ‘goed’ tegenover 44,7% in de rest van Vlaanderen - verbergt dit een pijnlijke waarheid. De analyse toont immers aan dat de vervuiling zich concentreert in onze meest waardevolle, waterrijke natuurgebieden. Een lange lijst van ecologische topnatuurgebieden scoort systematisch ‘slecht’, precies op de plaatsen waar de impact van lozingen van niet-aangesloten woningen het grootst is.Het probleem zit dus niet in een slecht gemiddelde - dat is er niet - maar in de extreem geconcentreerde vervuiling in precies de gebieden die we het meest willen beschermen.

Wat de situatie nog ernstiger maakt, is dat dit onderzoek dat we uitvoerden enkel over huishoudelijk afvalwater gaat. De vervuiling door landbouw (mest, pesticiden,..) en industriële lozingen komt hier dus nog bovenop.

Vervuiling kent geen grenzen

De tweede les toont aan dat de zorg voor onze natuurgebieden niet stopt aan de grenzen van het reservaat. Water trekt zich immers niets aan van eigendomsgrenzen of gemeenteborden. Een natuurgebied kan dan nog goed beheerd worden, maar als de beek die erdoor stroomt stroomopwaarts al vervuild is, blijven we dweilen met de kraan open.

Kijk bijvoorbeeld naar Leuven: ondanks een zeer hoge zuiveringsgraad van 98% is de waterkwaliteit in de stad belabberd. De reden? Zijrivieren zoals de Voer en de IJse voeren een continue stroom vervuild water aan van bovenstroomse gemeenten. Ditzelfde "afvoereffect" zien we terug in tal van gebieden beheerd door Natuurpunt. Zo scoren De Maten en het Hageven slecht ondanks een hoge lokale zuiveringsgraad, net omdat ze de vervuiling van elders ontvangen.

Dit toont de kwetsbaarheid van onze natuur. Zelfs Europees beschermde topnatuur  blijkt vaak vervuild te zijn door de aanvoer van afvalwater, wat de ecologische doelstellingen ernstig in het gedrang brengt. De les is duidelijk: we kunnen onze natuurgebieden niet isoleren van de omgeving. Een propere beek in het ene natuurgebied vereist een gezonde aanpak in het volledige stroomgebied, ver buiten de grenzen van het reservaat.

Afbeelding
Viersels Gebroekt
Leo Vaes
Viersels Gebroekt

Natuurgebieden als waterzuiveringsinstallaties

Te midden van deze confronterende vaststellingen brengt het werk van onze vrijwilligers ook een hoopvolle, derde les aan het licht: de kracht van de natuur zelf. Het onderzoek toont aan dat onze waterlopen een zelfreinigend vermogen bezitten. Op plekken waar een rivier de ruimte krijgt en er over een langere afstand geen nieuwe lozingen bijkomen, verbetert de waterkwaliteit.

Natuurgebieden spelen hierin een grote rol. Een goed voorbeeld is de Halfwegloop in Antwerpen, waar de kwaliteit na een kilometer door een bos evolueert van ‘slecht’ naar ‘goed’. We zien het ook in de Rivierbeek in West-Vlaanderen, die na passages door bebouwd gebied weer opfrist in de natuur- en landbouwgebieden errond. Zelfs in de sterk vervuilde Dijle is er een opmerkelijke verbetering te zien waar de rivier door het Natuurpunt-gebied de Doode Bemde stroomt. Uit de gegevens die onze vrijwilligers verzamelden, blijkt dat in 30% van de onderzochte trajecten de waterkwaliteit al met meer dan 50% verbetert na slechts 500 meter zonder lozingen. Na 3 kilometer zonder lozingen zien we deze sterke verbetering zelfs bij de helft van de trajecten.

Wat nu?

De essentie van al het leven, van de kleinste micro-organismen tot de mens, is afhankelijk van zuiver water. Het is de levensader van onze ecosystemen en een fundamentele voorwaarde voor gezondheid en welzijn. Desondanks staat de waterkwaliteit in Vlaanderen onder zware druk. Natuurpunt en de Watercoalitie reikten minister Jo Brouns eerder dit jaar tien concrete maatregelen aan om de waterkwaliteit te verbeteren, met een sterke focus op de vervuiling door huishoudelijk afvalwater. Zo wordt er gepleit voor een strikter vergunningenbeleid voor lozingen en een concrete aanpak van de overstorten, die ongezuiverd rioolwater in de natuur laten stromen. Ook een infiltratiebonus, die de druk op de riolen vermindert, draagt hier rechtstreeks aan bij. Dit alles moet worden ondersteund door een efficiënter en slagkrachtiger waterbeheer.De minister heeft hiermee concrete hefbomen in handen om de vervuiling door huishoudelijk afvalwater, een van de problemen blootgelegd door het Watermonsters-onderzoek, nog deze zomer krachtdadig aan te pakken.

Watermonsters is een burgerwetenschapsonderzoek. In dit project werken Natuurpunt, Waterland, De Standaard, Katholieke Universiteit Leuven en Bond Beter Leefmilieu samen om de waterkwaliteit in Vlaanderen te onderzoeken. Vrijwilligers van Natuurpunt onderzochten via 1000 metingen de waterkwaliteit in de natuurgebieden.

Tekst: Robin Verachtert (Natuurpunt Beleid)