Afbeelding
Geelbuikvuurpad
Loïc Van Doorn

Na bijna een halve eeuw afwezigheid duikt de geelbuikvuurpad onverwacht weer op in Vlaanderen

22 okt 2025
Categorieën
Natuurbericht

Na meer dan veertig jaar afwezigheid is de geelbuikvuurpad teruggekeerd naar Vlaanderen. In 2024 werd de zeldzame amfibie onverwacht ontdekt in de Voerstreek. Genetisch onderzoek bevestigde dat het om de inheemse lijn gaat, en inmiddels werd er al voortplanting waargenomen. Hoewel de herkomst van de dieren onduidelijk blijft, krijgt de kleine populatie nu gerichte steun via beheermaatregelen binnen het LIFE ToadAlly-project.

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw verdween de geelbuikvuurpad uit Vlaanderen. Historisch kwam de soort vermoedelijk enkel voor in de Voerstreek. In onze contreien leefde ze vooral in heuvelachtige, niet al te voedselarme, kleinschalige (cultuur)landschappen. Als pioniersoort vindt de geelbuikvuurpad haar voortplantingshabitat in overstromingszones van beken en in allerlei kleine, tijdelijke waterpartijen. Tijdens haar actieve periode – van ongeveer april tot en met oktober – verblijft ze grotendeels in deze waterrijke biotopen, waar ze een lange voortplantingsperiode kent. 

In Vlaanderen is de natuurlijke habitat vrijwel volledig verdwenen en is de soort uitgestorven. Ook in Nederlands Limburg is het oorspronkelijke leefgebied sterk achteruitgegaan, maar de soort heeft er ternauwernood in enkele (voormalige) groeves weten te overleven. Sinds enkele decennia wordt in Nederland sterk op de soort ingezet, zowel via habitatherstel als translocaties. Een groot deel van de voortplantingshabitats bestaat er tegenwoordig uit kunstmatig aangelegde poelen, vaak uit beton, zodat het waterpeil kan worden geregeld en jaarlijks nieuw pioniershabitat ontstaat. Dit habitat overlapt gedeeltelijk met dat van de vroedmeesterpad, die in dezelfde leefgebieden voorkomt. Ook in Wallonië was de geelbuikvuurpad bijna verdwenen. Hier werd eveneens de translocatiepiste gebruikt om de soort terug op de kaart te zetten.

Afbeelding
Geelbuikvuurpad
Rob Felix/Saxifraga
Geelbuikvuurpadden gebruiken vaak ondiepe, snel opwarmende wateren, zoals plassen in karresporen, als leefgebied.

Onverwachte terugkeer naar de Voerstreek

In 2024 werd de soort geheel onverwacht opnieuw ontdekt in de Voerstreek. De grote afstand tot populaties in Nederland en Wallonië wijst erop dat de soort meer dan waarschijnlijk Vlaanderen niet op eigen kracht heeft bereikt. 

Het is aannemelijk dat de dieren via een niet-vergunde (illegale) translocatie in het gebied terechtkwamen. Zulke acties vormen een probleem voor het natuurbeleid, omdat de herkomst en genetische gezondheid van de dieren onbekend zijn; ze mogelijk ziekten kunnen overdragen en de soort strikt beschermd is onder Europese wetgeving.

 Illegale of ongecoördineerde herintroducties kunnen op lange termijn beleidsplannen en herstelprojecten onder druk zetten.  Wanneer een dergelijke herintroductie niet standhoudt, kan dat toekomstige projecten hypothekeren om deze recent verdwenen soort op een goed onderbouwde manier terug te brengen naar Vlaanderen. Daarnaast wordt onderzoek bemoeilijkt door foutieve interpretaties van de ecologie. Omdat translocaties steeds vaker worden ingezet als natuurherstelmiddel in onze sterk versnipperde landschappen, is een leidraad ontwikkeld om deze processen te sturen. Via deze leidraad kan eenieder de benodigde vergunningen verkrijgen om translocaties uit te voeren, mits het plan correct onderbouwd is.

Gericht beheer noodzakelijk om de padden alle kansen te geven

Genetisch onderzoek door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bevestigde dat de dieren in de Voerstreek tot de inheemse lijn behoren. Op basis hiervan besloot het Agentschap voor Natuur en Bos de populatie niet weg te vangen. Sinds de ontdekking wordt de populatie nauwgezet opgevolgd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Geelbuikvuurpadden komen inmiddels voor op een vijftiental locaties. Zowel in 2024 als in 2025 werd op enkele plekken voortplanting vastgesteld. Het lijkt erop dat de soort zich uitbreidt: momenteel worden waarnemingen gedaan in een gebied van 120 hectare. Desondanks blijft de toekomst van de populatie onzeker, vanwege de zeer kleine startpopulatie. Er zijn ongeveer zestig individuen geïdentificeerd van minstens één jaar oud, waarvan de helft adulten zijn. Slechts een handvol daarvan draagt bij aan de voortplanting. Daarbovenop is het voortplantingssucces sterk afhankelijk van het beheer van de waterhabitats.

Afbeelding
Geelbuikvuurpad
De kleur van de buikzijde gaf de soort haar naam en het patroon maakt tevens individuele herkenning mogelijk. (foto: Loïc van Doorn)

Als we deze populatie, ondanks het voortraject, een kans willen geven, zal er – net als in Nederland – jaarlijks zeer gericht soortspecifiek beheer van de (water)habitats moeten plaatsvinden. Ook in Vlaanderen wordt de soort voornamelijk aangetroffen in betonnen poelen. Deze poelen dienen tijdens de winter te worden drooggezet en in april gevuld, zodat jaarlijks geschikte pionierssituaties ontstaan. Omdat dergelijke kleine waterelementen snel dichtgroeien, is het noodzakelijk om meerdere keren per jaar beperkt te maaien in de onmiddellijke omgeving van de poel. Daarnaast loont het om ook op grotere schaal in te zetten op herstel van het leefgebied. Dit kan onder meer door het bewaren en opnieuw aanleggen van karrensporen, het benutten van kwelzones voor de ontwikkeling van grotere natuurlijke watersystemen en het herstellen van het kleinschalige landschap via maatregelen zoals plaggen, het aanplanten van hagen en het openmaken van bos(randen). Structuurvariatie en heterogeniteit hierbij bewaren is cruciaal. Dergelijke maatregelen passen binnen het nieuwe LIFE ToadAlly-project en komen ook andere soorten, zoals de vroedmeesterpad, ten goede.

Tekst: Loïc van Doorn, Jeroen Speybroeck (INBO) en Peter Engelen (Natuurpunt)

Afbeelding
Logo LIFE
EU