De huiszwaluw is een van de drie zwaluwen die in Vlaanderen broeden. Huiszwaluwen broeden aan de buitenzijde van huizen en bouwwerken. De boerenzwaluw maakt zijn nest liever binnenin een schuur of toegankelijke ruimte. Oeverzwaluwen graven dan weer een diepe tunnel uit in een steile zandoever. De bouwstijl, en het feit dat huiszwaluwen liefst in stevige kolonies broeden (boerenzwaluwen eerder in kleinere, losse kolonies), maakt dat hulpacties voor huiszwaluwen het meest efficiënt zijn. Op een degelijke locatie kan je aan tientallen broedpaartjes broedkansen bieden, bij een boerenzwaluw heb je voor een gelijkaardig aantal algauw enkele tientallen locaties nodig, die ieder op zich ook opvolging vragen.
In 2009 startte Vogelwerkgroep Luscinia (Natuurpunt regio Lier) een project om broedende huiszwaluwen extra kansen te bieden. De toen laatste broedpaartjes in Lier centrum, op het Zimmerplein, verdwenen namelijk snel. Lier ligt bovendien in de zandstreek, waar modderspecie (het basisingrediënt van een huiszwaluwnest) in feite te weinig hechting heeft om voldoende lang te blijven kleven. Kunstnesten bieden dan een stevig fundament dat zekerheid biedt over vele jaren. Na een screening van de omgeving leek het meest zinvol om de broedkolonie van een 40-tal paartjes die huisde onder de brug van de Berlaarsesteenweg over het Netekanaal, verder uit te bouwen. Er zijn vier bruggen over het Netekanaal, daar storen ze geen bewoners en vallen de uitwerpselen vooral in het water. Onder die vier bruggen en onder de brug van de Ring over de Nete werden met toestemming van de Vlaamse Waterweg in de daarop volgende jaren een 100-tal kunstnesten bevestigd.
Hoewel de toename aanvankelijk zeer moeizaam verliep (kleine kolonies breiden immers niet zo gemakkelijk uit), begon de populatie vanaf 2019 toch toe te nemen. 2023 was daarbij een mijlpaal met voor het eerst meer dan 200 bezette nesten (206). Maar een gezonde populatie houdt makkelijker stand en de groei ging gestaag verder. In de zomer van 2025 resulteerde dat in een nieuw record van 267 bezette nesten, verspreid over de 5 vernoemde bruggen. Tegen een gemiddelde van pakweg drie uitgevlogen jongen per nest en met doorgaans 2 (soms 3 broedsels) per jaar, zit je al snel aan een reproductie van zo’n 1.600 jonge zwaluwen. In verschillende nesten zien we ondertussen zelfs de opengesperde snavels van kuikens uit een derde broedsel verschijnen. Iets wat we niet elk jaar in die mate zien gebeuren. We spreken dus over een ware legbatterij, een rechtstreeks gevolg van doorgedreven acties van een vogelwerkgroep. Je kan dus het verschil maken.
Liefst nog onder de dakgoot
Huiszwaluwen broeden van oudsher het liefst in de hoeken van ramen en tegen gevels van particuliere woningen, maar krijgen daar steeds minder kansen toe. Door hun uitwerpselen zijn ze bij veel mensen niet welkom. Herman Michiels plaatste acht jaar geleden op de Stombaershoeve in Koningshooikt, op advies van een Natuurpuntvrijwilliger, een reeks kunstnesten. Intussen hangen er tientallen nesten tegen de gevel en zijn de zwaluwen ook spontaan zelf nesten bij beginnen te bouwen. De kolonie telt inmiddels 80 nesten, allemaal bezet. De boerderij, die vroeger veel geld uitgaf aan het bestrijden van vliegen en andere insecten met insecticides en vliegenlinten, heeft die middelen nu niet meer nodig. De zwaluwen nemen die taak gratis over, en het vee heeft geen last meer van insecten. Gemeentelijke subsidies zijn overbodig geworden, want de aanwezigheid van de zwaluwen levert al een duidelijke besparing op. Af en toe de uitwerpselen opvegen is een kleine moeite in ruil voor de voordelen en geleverde diensten.
Bovendien zorgt de zwaluwkolonie voor leven en dynamiek op het erf. Steeds meer mensen komen een kijkje nemen, want zulke grote kolonies zijn zeldzaam geworden. In de regio van Vogelwerkgroep Luscinia, die zich uitstrekt van Duffel tot Berlaar en tot in Pulderbos, wordt de totale populatie geschat op zo’n 425 broedparen. Met zijn 80 bezette nesten herbergt de Stombaershoeve de grootste particuliere kolonie van de streek.
Hoewel er voorbeelden zijn van uitwisseling tussen huiszwaluwen uit verschillende kolonies, doen de stabiele aantallen in buurkolonies van Lier veronderstellen dat de huidige toename het gevolg is van een goede overleving van vogels die hier de vorige jaren geboren werden, en zich hier nu ook vestigen. Ook in de kolonie van de Stombaershoeve zijn jaarlijks alle nesten bezet, en worden er nu natuurlijke nesten bijgebouwd, wat op een toename wijst.
Ook uit andere regio’s horen we dit jaar vooral positieve signalen waar huiszwaluwprojecten goed worden opgevolgd. De broedkolonie van het Rode Kruisplein in Mechelen telt minimaal 70 à 80 paartjes. Ook in Scheldeland in Oost-Vlaanderen (Wichelen, Schellebelle, Wetteren en Kalken) kan men 2025 als een succesjaar beschouwen met op verschillende plaatsen nieuwe records. De grootste kolonies tellen er 163 en 150 bezette nesten.
Toch bedreigd?
Met lokale projecten kan je natuurlijk niet alle zwaluwen redden die tegen particuliere woningen proberen broeden. Huiszwaluwnesten worden helaas nog te vaak illegaal verwijderd (nesten zijn immers het jaarrond bij wet beschermd). Het grootste struikelblok zijn uiteraard de uitwerpselen. Positieve neveneffecten wegen daar mogelijk niet voldoende tegenop, of zijn niet eens gekend. De over-steriele levenswijze die ons met de paplepel wordt ingegeven, laat nog weinig ruimte voor andere levensvormen rondom onze woningen. Helaas kunnen we op die manier hun nut niet leren ervaren. Tijd voor enige bezinning misschien… Er blijft dus wel een zekere bedreiging bestaan voor de huiszwaluw. De vaststelling dat mensen opnieuw vaker de natuur willen ontdekken, biedt mogelijk enige hoop op nieuwe kansen.
Zwaluwtillen als oplossing?
Waar bestaande huiszwaluwkolonies verdwijnen, wordt vaak geprobeerd om een alternatief te bieden in de vorm van een zwaluwtil: een hoge paal met een dakje, waaronder tientallen kunstnesten hangen. Huiszwaluwen zijn echter kieskeurig en proberen eerst een nest te bouwen op de plek waar ze vroeger broedden. Toch zien we dat zwaluwtillen op sommige plaatsen al succesvol in gebruik zijn genomen. Interessant is dat zwaluwen die in een til geboren worden, later ook vaker kiezen om daar zelf te broeden. Dat blijkt ook uit ervaringen in Nederland, waar deze tillen al ruimer verspreid zijn. Ook in Zoersel, bijvoorbeeld, zijn intussen meerdere zwaluwtillen bezet. Hoewel het altijd de voorkeur heeft om bestaande kolonies te behouden, kan een zwaluwtil een waardevol alternatief zijn op plekken waar andere nestlocaties ontbreken. Maar het kan even duren voor de vogels die nieuwe plek gebruiken.
Tekst: Gerald Driessens (Natuurpunt Studie)
Ontvang nieuws over onze natuur en activiteiten rechtstreeks in je mailbox.
Abonneer je op onze nieuwsbrief