Het verhaal van de zwarte amaniet is uitzonderlijk. De eerste melding in Europa dateert van 1976 (Engeland), waar hij in de loop van de jaren 1980 nog op meerdere locaties aangetroffen werd. Hij kon echter niet worden benoemd: de gevonden paddenstoelen kwamen met geen enkele tot dan toe bekende soort overeen. Engelse mycologen stonden voor een mysterie. In 1987 werd de zwarte amaniet dan beschreven als een nieuwe soort voor de wetenschap. Opmerkelijk laat voor een forse paddenstoel, met een hoeddiameter van gemakkelijk 10 cm: het is geen minuscuul zwammetje dat je decennialang gemakkelijk over het hoofd kan zien. De zwam kreeg dan ook de naam ‘Amanita inopinata’: de ‘onverwachte amaniet’.
Geleidelijke uitbreiding
Na de Engelse vondsten werd de soort ook aangetroffen op het Europese continent: in Nederland voor het eerst in het jaar 2000 en, vanaf 2003 ook in Noord-Frankrijk. In 2008 volgde dan de eerste Belgische vondst in Londerzeel, in 2012 de tweede op een boogscheut van de eerste waarneming. Vanaf dat jaar wordt de soort jaarlijks in ons land gezien, doorgaans in 1 tot 6 kilometerhokken, met 2022 als uitschieter (12 kilometerhokken). In 2023 en 2024 waren er respectievelijk 1 en 2 waarnemingen. Dit jaar breekt op dat vlak records: de teller staat op 26 kilometerhokken. Vanwaar die plotse toename komt, is onduidelijk. Voor veel andere paddenstoelen was de herfst van 2025 net erg matig.
Invasieve exoot?
Er is nog geen absolute zekerheid over de herkomst van deze opvallende paddenstoel. Aangezien hij voor 1970 nergens in Europa eerder gezien was, is het aannemelijk dat de soort op één of andere manier geïntroduceerd is. De vraag is dan: vanwaar? Voorlopig wordt er vooral gekeken naar Nieuw-Zeeland, maar ook daar werd de zwarte amaniet pas in 1964 voor het eerst opgemerkt. Of hij daar dan wel echt inheems is, staat niet vast.
Je kan dus stellen dat de zwarte amaniet in Europa de status exoot verdient. Maar of hij invasief is, is een andere vraag. Die term impliceert dat hij hier andere, van nature voorkomende soorten zou verdringen. Daarvoor zijn vooralsnog geen aanwijzingen. Ook ecologisch gezien is hij namelijk een buitenbeentje.
Geen symbiont
Amanieten (met de vliegenzwam als bekendste voorbeeld) zijn -om het met een vakterm te benoemen- ‘ectomycorrhizasymbionten’. Dat betekent dat ze samenleven met bomen. Hun zwamdraadjes leggen ondergronds contact met boomwortels en zo worden stoffen uitgewisseld: de zwam krijgt suikers van de boom, terwijl hij mineralen en voedingsstoffen (stikstof e.a.) in ruil aan de boom geeft.
Terwijl zowat alle uit ons land bekende amanieten (met de vliegenzwam als de bekendste soort) in symbiose leven met bomen, doet de zwarte amaniet dat niet. Het is een soort met een saprotrofe levenswijze, met andere woorden: een strooiselopruimer. Dat het geen symbiont is, werd al lang vermoed, omdat de zwarte amaniet heel vaak onder bomen en struiken wordt aangetroffen die niet met het systeem van ectomycorrhizasymbiose werken. Zo vinden we hem vaak onder taxus of uitheemse coniferen en soms ook onder loofbomen zoals de es. Recent moleculair onderzoek toonde aan dat de soort niet zo nauw verwant is aan de andere amanieten. Hij is daarom in het nieuwe genus Saproamanita geplaatst, een naam die verwijst naar zijn levenswijze.
Goed herkenbaar
De zwarte amaniet is een onmiskenbare paddenstoel. Je kan hem herkennen aan zijn donkere, wollig geschubde hoed, witte plaatjes die bij ouderdom vaak oranjeachtig verkleuren en hangende, gestreepte ring. Ook ObsIdentify kan de zwam feilloos herkennen. Hij wordt vooral gevonden in tuinen, op ruderale plaatsen en vooral in stedelijke omgeving. In mindere mate wordt hij ook in bossen waargenomen.
Tot 30 november loopt nog de Digitale paddenstoelenpluk. De winterprik zorgt er nu wel voor dat het paddenstoelenseizoen op zijn einde begint te lopen.
Tekst: Wim Veraghtert & Roosmarijn Steeman (Natuurpunt Studie)
Ontvang nieuws over onze natuur en activiteiten rechtstreeks in je mailbox.
Abonneer je op onze nieuwsbrief