Landduinvegetaties en droge heide

Laatste update: 31/03/2014

Landduinvegetaties (2330 en 2310) met buntgrasvegetaties en psammofiele heide (4030) worden hier op landduinen aangetroffen. Het grootste deel van de voormalige duingraslanden is bebost met dennen en sparren. Tot eind de jaren tachtig kon men nog op vrij uitgebreide schaal dit habitat terug vinden in bermen van wegen en tijdelijk ook in kapvlakten. Momenteel is de oppervlakte landduinvegetaties uitermate klein (grootte orde van enkele tientallen aren).  Het beekdal van de Grote Nete was omgeven door een immense heide. Op de flanken van de vallei ging natte valleigedeelte feilloos over in de droge heide (4030) die in mozaïekvorm voorkwam met het dynamischere duingrasland en psammofiele heide.

In het LIFE project  wordt 10 hectare van de open boomloze variant open landschapstypes hersteld en  15 hectare van een boomrijkere variant.

Broekbos

De bossen op alluviale grond met zwarte els en wilg (91E0) van de Grote Netevallei behoren zonder twijfel tot de mooiste van Vlaanderen. Dit Europees! prioritaire habitat komt verspreid voor in het gehele projectgebied en neemt een belangrijk deel van de oppervlakte in. Het zijn pareltjes waar gele lis, waterdrieblad en dotterbloem kleur geven aan deze wilde bossen. In het gebied zijn er grote potenties om de huidige oppervlakte kwalitatief uit te breiden. Er wordt 50 hectare nieuw broekbos gecreëerd en 40 hectare broekbos in mozaïekvorm met voedselrijke ruigte (6430) en kleinschalig grasland (6510).

Grasland en voedselrijke ruigte
De laaggelegen en natte graslanden langsheen de Grote Nete zijn samen met de natte ruigtes van Europese waarde. De oppervlakte wordt aanzienlijk uitgebreid waarbij topnatuurwaarden gecreëerd worden. Graslanden en ruigtes zijn de kleurijkste habitats in de vallei. Ze komen in mozaïekvorm voor met de struiken en bomen en het zijn prachtige landschappen om te wandelen met een hoge biodiversiteit.

Riviergebonden natuur

In de Grote Nete bruist het van het leven. De rivier verbindt de verschillende natuurgebieden langs haar oevers en zorgt voor migratie van planten en dieren doorheen de hele vallei. Er zwemmen ook twee héél bijzondere vissoorten: de beekprik en de kleine modderkruiper. Voor beide vissoorten is de Grote Nete één van de belangrijkste leefgebieden in Vlaanderen.

De beekprik is een moeilijke vis, hij woont alleen op de mooiste plaatsjes. Daarnaast is hij ook geen gewone vis maar een rondbek. Zijn eerste zes levensjaren slijt hij als een blinde larve in de beekbodem, waar hij algen en wieren eet. Eénmaal als larve volgroeid, ondergaat hij een metamorfose tot volwassen prik. Het resultaat is een bizarre naaldvormige zwemmer ook wel zevenoog genaamd.

Zoals zijn naam al aangeeft, verschuilt de kleine modderkruiper zich overdag in de modder. s’ Nachts gaat hij op zoek naar eten dat hij kan lokaliseren door middel van zes gevoelige tastdraden.

Omwille van de hoge eisen die beide vissoorten aan hun leefomgeving stellen, zijn ze in Vlaanderen, maar ook elders in Europa, zeer zeldzaam geworden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Europese Commissie hun leefgebieden extra beschermde door ze aan te duiden als Europees Habitatrichtlijn-gebied.

TOP