Laatste update: 31/03/2014

Het landschap van de Grote Nete en haar zijrivieren is één van de belangrijkste vertegenwoordigers van een laaglandbekensysteem, typisch voor de Kempen.

De situatie van de Grote Nete is uniek. Op heel wat plaatsen zijn de valleigronden, met fijnere textuur en soms uitgestrekte veenpakketten, nog mooi aangesloten op de hogere, zandige gronden. Vooral de aanwezigheid van onbebouwde overgangen tussen landduinen en vallei maakt deze omgeving tot een erg waardevol landschap, waar op heel wat plaatsen zelfs nog zeldzame en typische soorten voorkomen.

We vinden er natuurtypes van zowel droge gronden (heide en afgeleiden) als van beekbegeleidende gronden (graslanden en natte struwelen). Het hele spectrum van successiestadia (open water, grasland, struweel tot bos) kan worden aangetroffen binnen het projectgebied, al dan niet in relictvorm.

In het projectgebied zijn er drie landschappen beschermd door de dienst onroerend erfgoed. De belangrijkste zijn de stuifduinen en broekzone van het landschap van Bel en aangrenzend het landschap van Scherpenbergen - De Hutten met zijn paraboolduinen en uitgestoven pannes. Meer stroomafwaarts is het Zammels Buitenbroek eveneens beschermd als landschap.

De Duinen van Bel

Kenmerkend voor het gehele landduinen complex is de aanwezigheid van twee paraboolduinen; een eerder zeldzaam geomorfologisch verschijnsel voor de Kempen dat bovendien een duidelijke stempel drukt op het landschapsbeeld en het een bijzondere geomorfologische waarde geeft. Daarnaast is er de duidelijk herkenbare en zo goed als gave topo- en chorosequentie van de overgang tussen de dorpskom van het straatdorp Bel en het valleigebied van de Grote Nete. Deze chorosequentie bestaat uit achtereenvolgens open akker-weilandareaal, een beboste zone op de paraboolduinen en nog zuidelijker de dambordvormige ontgonnen Belsehei, aansluitend op het Bels Broek en de valleigronden. De zone rond het Malesbroek en de Hutten kunnen we beschrijven als een mooi gesloten en gevarieerd valleilandschap met kleinschalige landbouwgronden.

Reeds op de Ferrariskaart is het straatdorp Bel aanwezig met ten zuiden een groot, open en gemeenschappelijk akkercomplex, waarvan de oorsprong teruggaat tot in de middeleeuwen. Ten zuiden van dit complex heeft men 1 groot heidegebied waartoe ook het oostelijke gedeelte van de Hutten behoorde; wat nu bebost is, was toen nog heide. Het Malesbroek is op dat moment een beemdengebied, rijk aan houtwallen met ten zuiden daarvan moerassige weiden. Bij Vandermaelen zien we het tot op vandaag bewaarde dambordvormige wegenpatroon van de Belse Heide; de duinen zijn reeds gedeeltelijk bebost. De ontginning van de heide vond pas plaats op het einde van de 19de eeuw; de hieruit resulterende dambordvormige perceelsstructuur is duidelijk te onderscheiden op de kaart van het MGI uit 1922. De Belseheideloop die nu door de weilanden loopt, is waarschijnlijk tijdens de ontginning gegraven om voor de afwatering te zorgen. Tijdens dezelfde periode werden de duinen verder met dennen beplant.

Knelpunten zijn hier de steeds oprukkende recreatie, de aanwezigheid van landbouw met negatieve effecten op het behoud van het kleinschalige karakter van het gebied en de niet-karakteristieke bewoning die verspreid over het gebied voorkomt. In het LIFE project wordt er voorzien van 10 hectare van het oorspronkelijke open stuifduinlandschap te herstellen aangevuld met 15 hectare van een meer boomrijke variant de boomrijke heide.
TOP