Onze werkgroep is actief in Antwerpen stad en onderzoekt de plantenwereld in de buurt. Wil je meedoen? Neem contact met ons op.

Excursieverslagen 2019

Stand van zaken in Domein Hertoghe                              30 april

Het overblijfsel van het landgoed werd vroeger doorsneden door de Leibeek en het 19de eeuwse park dat er ontstond is grotendeels opgebouwd uit wilde flora die in de lanen en heggen van moestuinen een heenkomen vond. Het gebied is een uitloper van het bossencomplex dat ooit doorliep naar Lier en Ranst.

We gaan er ook dit jaar de bosflora prospecteren, al zijn het parkgebruik en de hedendaagse inrichting bijzonder schadelijk voor de biodiversiteit. Tijdens de monitoring komt er een ploegje van de kunstacademie aan natuurbeheer doen. Ze sluiten een poos aan en gaan dan aan het werk, kwestie van toch de bijzonderheden te onderscheiden van de massa Sneeuwbes die ze gaan verwijderen.

Aanvankelijk zijn we met 14, daarna met 7. We maken eerst een lijstje van de buitenzijde van het park, waar de omheining is verwijderd en verhardingswerken zijn gebeurd voor de ‘entree’. Gewone vlier, Fluitenkruid, Stinkende gouwe, Witte dovenetel en Hondsdraf zijn volop in bloei. In de boomlaag zitten Zoete kers, Zomerlinde, Robinia, Gewone esdoorn, Hulst, Witte paardenkastanje en Zomereik. Dan gaan we de populatie bloeiende Bosereprijs bekijken. De grootste populatie beslaat nu 10 m², maar het pad heeft zich een heel stuk naar de groeiplaats uitgestrekt. Intensief joggen leidt dikwijls tot het steeds korter afsnijden van de bochten en creëert overal sluippaden die de bosflora fragmenteert. In ons lijstje staan maar 6 soorten, met als dominante soorten braam en klimop. De Ierse klimop is hier al duchtig bestreden en deze bestrijding is de oorzaak van het herstel van de oude populatie Bosereprijs. Robertskruid staat er eveneens in bloei. De invloed van Witte paardenkastanje is hier nog steeds enorm. De tweede populatie Bosereprijs is 1m² groot.

We passeren nadien o.a. Kraailook dat deels is plat getreden, en vele kleine struiken Hollandse iep, Laurierkers, Tamme kastanje, Lijsterbes, Beuk en Haagbeuk.  Op deze laatste twee zit dezelfde kever die mooi alles tussen de nerven wegvreet. De populatie met Lelietje-der-dalen is 100m² groot, maar wel doorsneden door een nieuw sluippad. Nergens zijn maatregelen te zien die de overbetreding tegen gaan. In een rommelig stukje zien we (na al die jaren) voor het eerst een purperen soort Hazelaar, waarvan de bijscheuten ongewoon ver van de moederstruiken zijn ontstaan. De bladeren zijn bijzonder groot. Wellicht gaat het om Lambertnoot, maar we kunnen nog geen vruchten vinden die dit bevestigen. Blijkbaar is er geen echte uitzaai. Er staan ook enkele ijle heesterscheuten met bladeren als van Duivelswandelstok, maar er hangen geelwitte bloeitrosjes aan- iets zoals bij Zeepboom- : Decaisnea insignis! (niet officiële naam Augurkenstruik). Nabij staat nog Canadese kornoelje en Amerikaans krentenboompje.

Het grasland is ijl, sterk geruderaliseerd en doorspekt met akkeronkruiden. We onderzoeken de ooit zo grote populatie Gewone vogelmelk, die grotendeels is plat gelopen en her en der nog in bloei staat. In de westkant vinden we de grote vindplaats Schaduwgras. Tot onze verbazing staan er jonge planten van Vogelkers. Helaas is er een nieuwe, al vrij grote vestiging van Hidcote-smeerwortel, 50 m van de oorspronkelijke ongelukkige inbreng van het plantsoen. We gaan terug door de noordzijde van het bos, waar nu Bosgierstgras en Boszegge verdwenen lijken en noteren er de uiterste vindplaatsen van Heelkruid. Op de aanvankelijk beschermde plek is het grotendeels uitgedoofd, maar de populatie strekt zich nu uit over 200 meter. Heelkruid heeft als bosplant een eerder lichtminnend karakter. We noteren ook terug Bosandoorn en Muursla, die we vorige keren niet opmerkten. Op weg naar de uitgang zien we een hele berg uitgespitte Sneeuwbes klaarliggen om te worden afgevoerd door de Groendienst. Wat zou het fijn zijn als ze het beheerprogramma zelf verder zou uitvoeren!

We sluiten de lijst af met 104 soorten.

 

Monitoring aan het Laar te Borgerhout                           28 mei

Een slecht moment misschien voor de opname van de straatflora in Borgerhout, maar zo was het vorig jaar gepland. Door werken rond het oude stadshuis wijken we uit naar het Laar. We beginnen op het kerkplein, waar de kasseiflora moeizaam op gang komt: alles is nog piepklein. We vermelden hier Uitstaande vetmuur, Zandhoornbloem, Steenkruidkers, Schijfkamille, Liggende vetmuur, Varkensgras, Straatgras, Moeraskers en Kleine varkenskers. Klassiek dus… Bovendien barst een wolkbreuk los waardoor ons groepje van 8 al snel slinkt tot 6. Wij zijn Karin (foto’s), Annick (lijst), Erik (verslag en obsmapp), verder Marc, Guy, Jean, en de vroege vertrekkers Hilde en Genevève. Langs de kerk is een groenvoorziening aangelegd met enkele bijzonder invasieve soorten. We herkennen o.a. Tuinsalomonszegel en Knopige ooievaarsbek. Deze laatste is al zeer snel uitgezaaid en er staan al exemplaren naast de plantbakken. Verder zien we er o.a. Speerdistel, Oosterse karmozijnbes, Wilde peen, Klein kruiskruid en Veldereprijs. Aan de huizen vinden we enkele mooie keldergaten, met Tongvaren en veel Muursla. De herderstasjes die we checken blijken geen Rood herderstasje te zijn. Aan de Toekomststraat moeten we definitief schuilen en we roepen elkaar soorten toe die we zien. Op het kruispunt groeien Kruipklokje, Peterselie, Haagwinde, Tarwe, Winterpostelein, Kleine brandnetel, Moederkruid e.d.. De Stijve klaverzuring is fout, maar het is de groene (forse) vorm van Gehoornde klaverzuring.

We verkassen naar de Schapenstraat, getuigenis van het landbouwverleden hier, waar we in een steeg met annex garages al direct een rioolkolk vinden gebroeid met Steenbreekvarens, Tongvaren, Mannetjesvaren en Smalle stekelvaren. Er groeit een groot aantal exemplaren van Fijne kervel, dat we eigenlijk quasi nooit zien in Antwerpen. Gisteren vond ik er evenwel Kransmuur, maar we vinden het niet terug. De foto’s zijn allemaal van Liggende vetmuur, verdronken in de plassen. We vullen de lijst nog met een 40-tal soorten aan en vergeten zeker niet te kijken aan de rioolkolk met Mannetjesvaren en Wijfjesvaren, uitgebloeid Kandelaartje, Zandmuur, Muurvaren en de Ruwe berken die op de oude muren groeien. We sluiten af, maar op de terug weg vinden we nog Akkermelkdistel en een fraai keldergat met Zomerlinde, Gele helmbloem, Tongvaren en Japanse mispel. Op het voetpad groeien uitgebloeide Bosviooltjes en de donkere blaadjes doen al vermoeden dat het om een cultivar gaat.

Een overzicht van wat we allemaal hebben gevonden zie je hier.

 

Monitoring op het Zuid                   11 juni

Vandaag zijn we afgesproken aan het Museum voor Schone Kunsten, met mooi droog weer en een vrij lage opkomst. Annick maakt de lijst en Karin de foto’s. Op het plein voor het monumentale gebouw noteren we eerst alle algemeenheden. Spoedig vinden we er enkele notoire thermofiele stadsplanten, zoals Peterselie en Venkel, in bloei. Er zijn ook zaailingen van Veldiep, terwijl in de moederbomen een aantal Putters vrolijk zingt of driftig voedsel zoekt. Op een in onbruik geraakt petanque-veldje ontdekken we een onbekende bloeiende plant. De bloemen zijn groenachtig, met lange naar buiten priemende stijlen. Later valt me in dat het om Spinazie gaat, zowat het laatste dat ik hier in de binnenstad verwacht! In de buurt van de sierplantsoenen zien we allerlei verwilderen tot ver van de aanplant: Wilde marjolein en Zwarte toorts herkennen we zonder meer. Tussen de tramsporen vinden we ook Boerenwormkruid, Gewoon duizendblad en de geelbladige cultivar van Penningkruid.

Door een zijstraatje, met o.a. Kransgras, Amerikaanse kruidkers en Plataan als steenbewoners, bereiken we de grote parking met kasseien aan de Vlaamse kaai. We kunnen er al snel bloeiende soorten als Behaard en Kaal breukkruid, Zilverhaver en later ook Rode schijnspurrie herkennen. Na wat zoeken vinden we ook Kransmuur, dikwijls overjaarse relicten, maar ook verse en forse planten. We kunnen ons vergissen: is dat geen Eenjarige hardbloem? Verdorie als dat waar is, is er al veel naast gekeken in de binnenstad… Altijd is het een spektakel ze in de voegen van de kinderkopjes te zien vergezeld van andere dwergvormen van Zandhoornbloem, Hertshoornweegbree, Liggende vetmuur, Herderstasjes, Langbaardgras en Steenkruidkers. Liefdesgrassen zien we nog niet. We steken daarna nog door naar de kaaien, waar de betonmolen steeds verder werkt aan een troosteloze gladde steenvlakte. In de rand van de werf noteren we een reeks akkeronkruiden, zoals Knopherik, Geknikte vossenstaart, Blaartrekkende boterbloem en allerlei Melden. Op het voetpad en in de kleine straten staan zaailingen van zowel Zilverlinde als Zweedse lijsterbes. We besluiten de uitstap aan de achterzijde van het Zuiderpershuis. In de vrolijke ruigte daar noteren we nog een dertigtal bijkomende soorten waaronder Bleke morgenster, Hazenpootje en een massavegetatie van Bonte wikke in bloei. Goed voor 140 soorten vandaag.

 

Monitoring op Wolvenberg            18 juni

Met een beperkt aantal deelnemers maken we een opname van het grasland aan de ingang (permanent kwadraat), waar dit jaar grote graafwerken plaatsvonden voor glasvezelkabels.

We gaan eerst behoedzaam rond en noteren er aan de lopende band de soorten die onmiddellijk opvallen. Eén ervan is trouwens een kleine pol Biezenknoppen die het al meerdere jaren uithoudt. We kunnen ons alleszins verheugen op de wederkomst van een populatie Bijenorchis, waarvan een uitloper te vinden is tot 10 meter van de talrijkste groep. Akkerkers staat massaal in bloei en als storende neofiet vinden we zaailingen van Stokroos, een oud zeer langs de Singel. Op de vroeger uitgegraven strook is nauwelijks iets teruggekomen, behalve akkeronkruiden en wat Vijfvingerkruid. We hebben ongeveer 100 soorten, op een dik uur tijd.

Daarna gaan we naar de graslandjes langs het spoor, waarnaast nog steeds enorme graafwerken gaande zijn. We prospecteren ruim over 300 meter lang van laag naar hoog. Wat vooral opvalt is het verschijnen van Veldkruidkers. De selectieve konijnenvraat laat niet veel typische grassen zien, vooral Ruige zegge en stroken Handjesgras. In de zoom vinden we wel een heropleving van Bermooievaarsbek. Hoog opgaande ruigtesoorten zijn hier o.m. Koningskaars, Grote teunisbloem, Wouw en Grote kaardenbol. In de rand van de werken is Framboos volledig verdwenen. In de open, kort afgegraasde graslandjes met Bermzegge staat veel Gewone rolklaver in bloei, vergezeld van Frans hertshooi, Jacobskruiskruid en Veldhondstong. Nog iets hogerop vinden we Knolboterbloem in bloei. Van de goudhaverpopulatie is niets te bespeuren, want we laten ons vangen aan kommervormen van Glanshaver. Naast kale open gegraven stroken spoorberm ontwikkelt zich een zee van Grijskruid en Bonte wikke. Aan de verste ingang (van weleer) staat nog steeds een flinke populatie Gewone ereprijs. Langs de ‘nieuw aangelegde weg’ is alleen rulle aarde te zien, waar weliswaar haaientanden en fossiele schelpen voor het rapen liggen, in een zee van kleine akkeronkruiden die hun kop opsteken. We vermelden daar o.a. Mel-, Korrel- en Stippelganzenvoet, Postelein en de eerste terugkomst van de monsterlijke Bastaardhemelsleutel cv  ‘Herbstfreude’.

Ook hier telt de lijst meer dan 120 soorten.

Daarna gingen we nog kijken naar de vondst van Doorwas op de trambedding van tram 15.

 

Opname op het Kielsbroek     2 juli

Kleinbloemige amsinckia

 

We spreken af op de grens van Kiel en Hoboken. We vertrekken aan de voet van de Herenpolderbrug, waar door afspoeling een fraaie zoutflora in de bermen staat. Smalle rolklaver staat met honderden in bloei, vergezeld van Hertshoornweegbree, IJzerhard, Platte rus en her en der een plukje Rode schijnspurrie. In de kalkrijke bermen zien we ook Slaapmutsje, Bonte luzerne, Frans hertshooi, Echt bitterkruid, Grijskruid, Avondkoekoeksbloem, Jacobskruiskruid, Dauwbraam en Bezemkruiskruid, alles in bloei. In het gazon van het tankstation ontdekken we o.a. Zandmuur, Zandhoornbloem, Kleine klaver, Uitstaande vetmuur en tenslotte een massa Kransmuur in vrucht, zo onverwacht fors dat we het haast als iets onbekends wilden ingeven.

Verder in het Kielsbroek kunnen we op de straat o.a. Groene naaldaar, Gewoon langbaardgras, Harig vingergras, Kleine varkenskers en Straatliefdegras in bloei zien gaan. In de gazons van de bedrijven staan ook enkele eenzame scheuten Japanse bamboe, zo’n 25 meter van de aanplant.

Aan de overslag van groenten en fruit hangt een bedwelmende geur van overrijpe meloenen. Hier vinden we een massa urbane soorten bijeen, zoals Bastaardsneeuwbes (Symphoricarpos x chenaultii)

Sering, Beklierde nachtschade, Muurleeuwenbek, Bleekgele droogbloem, Vertakte en Kleine leeuwentand, Zandteunisbloem, Kleverig kruiskruid en Tomaat. Ook verderop in de industriestraat zijn grote werven gaande. We vinden er o.a. diverse Koolsoorten, Kleinbloemige amsinckia (foto boven), Bolletjesraket, Amerikaanse kruidkers en Dichtbloemige kruidkers. Deze is dof donkergroen zoals Steenkruidkers, maar met duizenden nauwelijks een millimeter grote bloempjes, die amper uit de kelk zitten. De determinatie wordt niet goedgekeurd… bij gebrek aan details van de vruchten.

Aan een andere werf vinden we nog allerlei fraais en terwijl we gebukt foto’s nemen gaat een gauwdief er met mijn fiets vandoor. Ook al het materiaal dat in de fietszakken zit (lenzen, flora’s, foto-tas met loepen, opladers en batterijen …) verdwijnt in de verte. Volkomen ontredderd sluit ik de excursie af, maar de metgezellen nemen nog verder nota, zodat er ook nog Muizenoortje op de lijst staat; 171 soorten op amper twee uur tijd.

 

Monitoring van de vijver in het Stadspark                                   16 juli

We zijn met tien deelnemers om de vijver te onderzoeken. Het ziet er al helemaal anders uit dan vorig jaar. Enorm verdichte oevervegetaties verstikken al wat we ooit aan kleine soorten vonden. Bovendien wordt er met groot debiet grondwater in de vijver geloosd zodat alle planten in het middengedeelte verdrinken. Niemand heeft aan laarzen gedacht, maar dat is ook niet nodig. Soorten van droge graslanden staan hier ook gewoon onder water, van een normale terugkeer van het grondwaterpeil is geen sprake.

fonas in stadspark

 

Boven aan het poortje zien we om te beginnen al een Oosterse morgenster, met paarse strepen in de bovenste bladen op de stengel. We gaan eerst naar de vindplaats van Kleverige nachtschade kijken en ja, die staat er nog: in bloei. Langs de oever lopen we tot onder de brug. Veel soorten die we hier vorig jaar zagen zijn blijkbaar weg. Dichte matten met Ruige zegge getuigen van een maairegime dat niet is toegepast. Aan de brug hebben we maar een kort lijstje, daar draaien we de andere oever op om een cirkel rond het water te maken. We zien er de eerste exemplaren Bleek cypergras. Opvallend is de toename van Platte rus, die nu haast overal op de meest open stukjes is verschenen. Centraal zijn de wilgen wel verdwenen, maar de rest van de planten staat inderdaad onder water. Veel Duizendguldenkruid bloeit onder water! Alleen Lisdodde, Riet, Ruwe bies en Gewone waterbies kunnen er bovenuit kijken. We vinden op de droge oeverbeschoeiing nog Plataanzaailingen en her en der Witte esdoorn. Pas aan de overkant van de vijver vinden we Beekpunge en wat Goudzuring in bloei, maar nergens vinden we Blauwe of Rode waterereprijs, Borstelbies of Greppelrus. Welriekende ganzenvoet komt wel al in bloei. En bijna terug aan het vertrekpunt vinden we een mooie populatie Heen in bloei, die moet concurreren met duizenden exemplaren Bleek cypergras….

Blijkbaar is de inlaat van grondwater niet helemaal correct, want in de Van Eycklei staat een unit van 4 grote machines die (de uitleg staat erbij) ‘verontreinigd grondwater saneren’ en in de vijver lozen. Tiens, hoe kan dat nu?

Hier kan je de lijst bekijken van wat we vandaag gevonden hebben.

Wat sinds de zomer 2000 gezien werd in het stadspark zie via deze link. Meer dan 4000 waarnemingen!

 

 

 

Monitoring in de Groenen Hoek: de Edelsteenwijk te Berchem        30 juli 

Vandaag zijn we afgesproken op de vindplaats van ons Japans maskerbloempje (Mazus pumilus). We zijn met zes deelnemers. Annick maakt de lijst, Karin neemt de foto’s en ik tik in op Obsmapp.

Op de vindplaats worden naast 25 ex. van Mazus, deels bloeiend, deels in vrucht,  ook de begeleidende planten genoteerd. Dit jaar staan er veel Steenkruidkers, Gehoornde klaverzuring en Varkensgras bij en weinig Liefdegrassen, Hopklaver en Schijfkamille. In totaal  25 soorten lijst a.

We steken daarna het kruispunt over en gaan zuidwaarts de Diksmuidelaan op. We prospecteren eerst een omheind, ruig braaklandje van op de straat. Haagwinde is er dominant, maar we zien er ook veel Zandteunisbloem, Frans hertshooi, Viltige basterdwederik, Knieviltbraam, Steenkruidkers en Groot kaasjeskruid. Verderop in de straat staat de eerste onbekende plant, een kleine zaailing van een boom, kaal en met kruislings tegenoverstaande bladeren. In een reeks keldergaten in de Amethiststraat zien we o.a. Passievrucht, Knopig helmkruid, Muurvaren, Mannetjesvaren, Tongvaren en Eikvaren, deze laatste spec. omdat de plant nog steriel is. Nergens staat trouwens een bron van Passiebloem, die de zaailing diep in het keldergat kan verklaren. In daarop volgende keldergaten staan Muursla en Muurleeuwenbekje.

Rode schijnspurrie

Klein liefdegras wordt uitgebreid bekeken, in verband met de kraakbeenachtige kliertjes op de blaadjes en de bloeiwijze. Ook Stippelzuring moet bekeken worden voor de oranje puntjes op de bladrand. In de Granaatstraat vinden we ons eerste Behaard breukkruid, met in de buurt ook Rode schijnspurrie. Aan het einde van de straat zien we een aantal kleine zaailingen van een vreemde Eik staan. Er staan enkele grote eiken in de buurt en er liggen stekelige doppen op de geschoren haag ernaast. Misleidend genoeg staan er verderop ook Amberbomen wordt me verzekerd, dus de doppen lijken daarvandaan te komen en de benaming wordt “verwilderde Zomereik”.

Verder zoekend in de straten maken we nog foto’s van Oosterse wingerd, Muurvaren, Gewoon biggenkruid, Heggenduizendknoop en Kransgras. We mogen zelfs een oprit binnen, na een praatje met de mensen die het bureau verlaten voor een broodje. Daar zien we o.a. Rode ribes verwilderen.

Langs het fietspad van de ring noteren we de bosflora om terug naar het uitgangspunt weer te keren.

Thuis koppel ik de vruchten van Moseik in gedachten aan die van Amberboom en verander de naam in Moseik, wat klopt met de diep ingesneden bladeren en de mossige doppen.

Daglijst met 135 soorten in lijst b.

 

Monitoring Begraafplaats Middelheim            Dinsdag 13 augustus

Acht van onze stadsonderzoekers komen samen aan de ingang, waar we al meteen Sikkelklaver kunnen noteren, al leek éen aanvankelijk ook wat op Smalle rolklaver. We determineren ook een Knieviltbraam. De hete zomer en het intensief gazonbeheer zorgen ervoor dat een aantal verwachte soorten niet te zien zijn, zoals Knolboterbloem, of Kleine leeuwenklauw. Annick maakt de lijst, die al spoedig een 100-tal soorten oplevert. We zien ook een aantal ‘ongewone’ soorten, zoals zaailingen van Californische cipres en Echte lavendel. Waar tussen de graven niet goed kan gemaaid worden vinden we o.a. Zilverhaver en Zandblauwtje op nogal wat plekken. We fotograferen ook een Echt bitterkruid, dat door de admins nadien wordt herkend als Stinkend streepzaad (Crepis foetida subsp. rhoeadifolia), een exoot die we kennen van de Haven en langs de spoorwegen. Dit is een geheel nieuw fenomeen! Ook de Bleke morgenster die we aantreffen, met zijn opgeblazen stengel onder de bloeiwijze, hoort in dat rijtje thuis.

Op de vaste plekken van vorig jaar vinden we Struikheide terug, in korte steriele matten, maar op één plek is er bloei te zien, zij het dat er weinig kans is dat zich zaad kan vormen. Er staan in deze periode ook veel Naaldaren (GEEN Ruwe naaldaar!, dat was fout), Hanenpoten en Vingergrassen. Er zijn ook escapes van Vetkruiden, waaronder Siberisch vetkruid (Phedimus hybridus of syn. Sedum hybridum). Daags nadien worden de soorten in discussie nog eens opgezocht en beter bekeken. De lijst wordt nog aangevuld met o.a. Zuring spec. (wsl een gecultiveerde Ridderzuring met afwijkende kenmerken), Wollige munt, een forse Schapenzuring (ook al haast onherkenbaar), Slaapmutsje, Geelrode naaldaar, Knopig helmkruid, Muursla en Grote ereprijs. Glanzige ooievaarsbek, eens zo massaal aanwezig hier,  is niet meer gevonden… 

Donkere vetmuur – een rechtopstaand plantje zonder steriele uitlopers –  wordt niet goedgekeurd, wellicht omdat de genaalde bladtop niet duidelijk zo lang was als de bladbreedte en de kelkblaadjes niet spits genoeg.

Vind hier de lijst. Karin maakte de 165 foto’s die op hier waarnemingen staan, zodat je kan volgen wat wel of niet is goedgekeurd.

 

Laatzomerflora in het Begijnhof                     27 augustus 

We komen bijeen in de Antwerpse Rodestraat, aan een keldergat met Tongvaren en gaan met negen deelnemers door de poort van het ommuurd Begijnhof. Het is nu al een hete morgen en we zijn hier zo goed als alleen… We zoeken het oude kasseistraatje af naar de dwergflora die we al jaren volgen. In dit seizoen is al veel verdord, en we laten de drie nieuwelingen van vandaag de typische soorten zien, zoals Rode schijnspurrie, Harig vingergras, Steenkruidkers, Straatgras, Hoge en Canadese fijnstraal, Varkensgras en Schijfkamille. Annick neemt de nota’s. Er is nog bloei van o.a. Brunel, Gehoornde klaverzuring, Gewone hoornbloem, Schijnaardbei, Bleekgele droogbloem, Muursla, Beklierde basterdwederik en Stinkende gouwe. Kortom een kleurrijke levende straat. Alle soorten die we nu zien zijn absolute thermofielen.

We lokaliseren o.a. Fijn vedergras (voor het eerst hier verwilderd!), Glanzige ooievaarsbek in vrucht.

fonasbegijnhof

 

Vijgbladige stokroos ook voor het eerst), Mansbloed, Sneeuwroem, Moederkruid en Oosterse wingerd. In de dakgoot van een begijnhuisje groeit Oosterse karmozijnbes. In de schaduw ontstaan in de overgroeide kasseien graslandjes, waar Gewoon struisgras in bloei staat, vergezeld van Kleine Leeuwentand, Duizendblad, Wilde peen en Klein streepzaad. Langs de Kapel volgen we het straatje rond de centrale boomgaard met calvarie.  Er zijn zaailingen van o.a. Hulst, Oosterse kornoelje, Lonicera nitida, Taxus, Esdoorn, Es, Vlier en Iep.

We noteren ook verwilderde siersoorten zoals Citroenmelisse, Stokroos, Oost-Indische kers, Dalmatieklokje en Brede lathyrus. Daarna gaan we een steeg in, waar we o.a. Steenbreekvaren en Mannetjesvaren vinden in de rioolkolken.

Tenslotte gaan we door het boomgaardje, waar we onder meer Gewone veldbies, Gewone bermzegge, Klein kaasjeskruid en Marjolein vinden. Omwille van de hitte stoppen we al iets voor de middag. Met ruim 100 soorten hebben we ons best gedaan, hier vind je de lijst. Karin maakte 165 foto’s die hier op waarnemingen.be staan, zodat je kan volgen wat wel of niet is goedgekeurd.

 

Monitoring van de Mexicobruggen op het Eilandje    10 september

Met zes deelnemers staan we aan de brug op de Zuidkaai van het Houtdok. De laatste jaren is de buurt haast compleet volgebouwd met torenflats en de havenactiviteit is zo goed als verdwenen. De kaden zijn grondig heraangelegd, zelfs zo met beton dichtgesmeerd dat de kasseien er haast steriel bij liggen. Misschien is dit het resultaat van drie hittegolven na elkaar. Op het brughoofd is echter nog veel te vinden. De verrassing is een zeer grote populatie met Fijn vedergras en Welriekende ganzenvoet. Verder groeit er ook veel Kleverig kruiskruid, Hoge fijnstraal, Vlasbekje, Steenkruidkers, wat Klein liefdegras, Echt bitterkruid en Canadese fijnstraal. Er ligt een groot braakland voor ons onder de stekende zon en er is een opening in het hek. We gaan langs daar naar binnen om de ruigte eens beter te bekijken. Zoals vermoed is er met ‘pakskes’ gewerkt, maar al enkele jaren geleden. Wat we nu zien, is wat zichzelf heeft uitgezaaid. Tussen de vele Ganzenvoeten en Melden staan Wilde marjolein, Tuinkaasjeskruid, Gele ganzenbloem, Chicorei, Korenbloem en Weegbreeslangenkruid in bloei. De al behoorlijk lange lijst wordt nog aangevuld met o.a. Kleine leeuwentand, Wilde ridderspoor (de echte dus met de kale vruchten), Zwarte toorts, Blaassilene, Gewone ossentong, Kleine pimpernel, Franse silene en een onbekende plant in rozet. Gaan kijken naar wat andere mensen uit een zakje hebben gezaaid is niet leuk. We zoeken daarom nog verder in de oude en nieuwe straatjes. In de voegen van een recent aangelegd voetpad groeien Bieslook en wat ons Oleander lijkt, maar ook Rode zijdeplant lijkt. De Bombaystraat is nog een echte kasseistraat, maar de voegen zijn opgevuld met korrelig zwart gruis, waar we o.a. Muurpeper, Liggende vetmuur en Behaard breukkruid vinden. Op weg naar de vertrek-plaats aan de Mexicobrug noteren we nog Boheemse duizendknoop, Pluimes, Groene naaldaar en Amerikaanse kruidkers. Met een 100-tal waarnemingen en enkele vraagtekens sluiten we de tocht af.

 Fon eilandje

Enkele dagen later keren we terug om een aantal controles te doen. Er worden nog een 40-tal soorten extra genoteerd. Oleander, een zeer zeldzame welhaast onvruchtbare plant, is correct! Zijdeplanten bevatten melksap en dit was niet het geval. De onbekende plant was Steenanjer. Het aantal Silenen is hier bijzonder rijk en gevarieerd. Het is echter niet meer mogelijk uit te maken of ze allemaal zijn ingezaaid. De exotische Zandblauwtjes hebben ingesneden blaadjes onder de bloeiwijze, dus ons Zandblauwtje hier is het inheemse. Op zich is het niet onmogelijk Ruw struisgras en jong Fijn vedergras (echt ruw!) te verwarren als de planten niet worden aangeraakt. Voor Welriekende ganzenvoet is er trouwens een alternatief, dat met voor ons onduidelijke kenmerken moet worden onderscheiden. Wordt vervolgd. Voor aanvullingen klik em190916.

 

 

 

Excursieverslagen 2018

Voorjaarsflora op de begraafplaats Middelheim      24 april

Op deze kille voormiddag nemen wij de flora in de schraallandjes onder de loep. Na een korte speurronde aan de ingang komen de herinneringen bij velen al terug. Kleine leeuwentand, Muizenoor, Knolboterbloem, Gewone veldbies, Veldereprijs en Klein vogelpootje… Er staan ook meerdere soorten gras in bloei, zoals Zachte en IJle dravik, Veldbeemdgras, Rietzwenkgras, Straatgras, Rood zwenkgras en Glanshaver. Na de aanhoudende vorstperiode lijken alle soorten de kalender weer te willen bijbenen!

Dit jaar gaan we een andere hoek van de begraafplaats onderzoeken, vooral de omgeving van de oorlogsmonumenten in de westzijde. Onderweg erheen noteren we nog enkele zaailingen van o.a. Californische cipres, Zachte berk, Ruwe berk, Mahonie, Gewone es en allerlei soorten Esdoorn. Er is nog niet intensief gemaaid en de grasmat is opvallend voorzien van enkele zeer geelgroene plekken. Hierin treffen we veel Kluwenhoornbloem en Duinvogelmuur op. We vinden ook Tengere zandmuur, met de typische lange internodiën. Die staat nog niet in vrucht.

Er zijn ook enkele perken met een uitgesproken heideachtig karakter. Hier treffen we een overvloed aan Vroege haver aan, vergezeld van Vroegeling, Zandraket, Muurpeper, Reigersbek en Struikhei aan. Er staat ook veel Hertshoornweegbree, Hazenpootje, Kleine klaver en Liggende vetmuur. Zandhaarmos is er overvloedig aanwezig. Blijkbaar kunnen we nog geen Zandblauwtje herkennen.

Tussen één van de perken heeft zich reeds bloeiende Glanzige ooievaarsbek genesteld, ruim 150 meter van de vroegere vindplaats. Als we naar de ingang terugkeren zien we nog Bleeksporig bosviooltje in bloei. We sluiten de excursie af met 120 soorten.

 Fonasopdewolvenberg

Monitoring van enkele opmerkelijke biotopen op Wolvenberg  8 mei 

Met zes deelnemers bezoeken we ons natuurgebied. Er is op het terrein opnieuw een duidelijke invloed van zowel het beheer als de konijnenvraat. De vroege maaibeurt die we gepland hebben is wegens de aanhoudende vorst weggevallen en nu lijkt de verruiging enorm toegenomen. Dat geldt voor de drie onderwerpen die we vandaag bestuderen.

We maken eerst een lijst aan de hoofdingang, waar het grasland niet wordt beschaduwd. Er zijn echter zware verstoringen gebeurd die o.a. de groeiplaats van Knolboterbloem heeft vernietigd. Er staat al veel in bloei, maar de prille voorjaarssoorten zoals Vroegeling en Zandraket zijn al onherkenbaar. Er is veel betreding geweest en een bijzonder grote verruiging. Vooral onder de ‘nieuwe’ straatverlichting is de vegetatie dag en nacht blijven doorgroeien en bovendien is daar geen late maaibeurt gedaan. De lijst is grotendeels gelijk als vorig jaar, maar het valt toch op dat er geen Biezenknoppen en Avondkoekoeksbloem meer staan en dat er bv. Stokroos rozetten zijn verschenen. Wel heeft de populatie Akkerkers zich kunnen handhaven. Toch goed voor 83 soorten. 

Daarna begeven we ons naar de andere hoek van het gebied, waar we sinds meerdere jaren een ruigte omzetten in grasland, dat niet beschaduwd kan worden. Ook hier valt de verruiging met vooral Grote brandnetel, Armeense braam, Gewone klit en Japanse duizendknoop direct op. Look-zonder-look, een zoomsoort, is co-dominant. Opvallende bloeiers zijn massavegetaties van Veldereprijs en Veldkruidkers. In de zones die door konijnen zijn kort gevreten vinden we na enig speuren toch een groot aantal polletjes met Bermzegge. Bosaardbei, zowel drie Ganzeriken als Schijnaardbei, Vijfvingerkruid en Zilverschoon schijnen hiervan te profiteren. We komen aan 57 soorten als we de Grote keverorchis in de bosrand erachter meetellen.  

De hitte speelt alweer parten als we tenslotte naar de nieuwe poel gaan, die deels in de schaduw van de Voetgangersbrug ligt. Daar dit niet langer deel uitmaakt van ons beheer en ons natuurgebied is hier al zo’n 10 jaar niet meer gemaaid. Toch is de moslaag rond de uitgraving nog bijzonder dik. Er zijn helaas nauwelijks libellen te zien. Al is de poel grotendeels uitgedroogd vinden we nog veel soorten van frisse graslanden, met Zeegroene rus, Heelblaadjes, diverse Basterdwederiken, Greppelrus, Pitrus, Veenwortel, Watermunt en Wolfspoot en zelfs Borstelbies dat we al verloren waanden door de afname van dynamiek rond de poel. Ongetwijfeld staat er veel meer maar de temperatuur is ongenadig en we stoppen stipt om 12 uur. De lijst kent een 80-tal soorten. 

 

Monitoringronde in Domein Hertoghe   22 mei 

Op deze warme lentedag komen een tiental floristen bijeen om een speurronde te doen in het park. Door een aantal toevalligheden en een gericht beheer tegen Ierse klimop en Witte paardenkastanje zagen immers de populaties Bosereprijs en Heelkruid hun kans schoon om een vitale comeback te doen. We schatten alvast de Bosereprijs in oppervlakte in. Ze is zeker tienvoudig toegenomen en een subkolonie bedraagt ook zo’n 2 m². Haast alle planten staan in vrucht. Opvallend is echter ook de toenemende erosie door jogging op de sluippaden, waarin gesloten populaties met Bosanemoon reduceren en in fragmenten worden gesplitst. De paden zijn intussen zo breed dat je makkelijk met 5 wandelaars naast elkaar kunt gaan. Als we verder door het bos gaan passeren we de klassieke soorten, zoals Ruwe iep, Haagbeuk, Salomonszegel, Gestreepte witbol en Lelietje-van-Dalen. Midden in een massavegetatie van deze laatste, eigenlijk in een diepe bosschemering, groeien twee exemplaren van wat eerst Kranssalomonszegel lijkt. De dichtstbij zijnde groeiplaatsen bevinden zich echter ver ten oosten van de Condroz. Of wel is het natuurlijk een regelrechte floravervalsing, ofwel iets anders. Na een uitgebreide fotosessie (met flits) zetten we de verkenning verder. (De eerste suggestie betreft Kievitsbloem spec.,  maar zeker geen Kranssalomonszegel, daar de blaadjes niet in een perfecte krans om de stengel staan. Wellicht zijn het eerder jonge niet-bloeiende Tijgerlelies.)

We houden halt aan de Gele pavia (Aesculus flava), waar vorige week zaailingen van werden ontdekt. Met de hele groep doen we een telling: meer dan 15 zuivere exemplaren, en een drietal goed herkenbare bastaarden met Witte paardenkastanje. Voor het overige zijn het zuivere Witte paardenkastanjes. De bastaarden hebben niet die donzige gelige beharing over blad en steel, maar eerder gegroepeerd tegen de nerfoksels. De gezaagde bladrand is trouwens tussen de moedersoorten in. Inderdaad bastaarderen deze soorten met succes, want de bijen ontmoeten de bloesems zowat naast elkaar in de kruinen. In de nabije omgeving vinden we nog drie exemplaren Bosandoorn, een soort die opvallend is achteruitgegaan de laatste jaren. Aan de zijingang gaan we toch maar eens naar de explosieve expansie van de vergeefs bestreden Hidcote-smeerwortel kijken. De nu volkomen witte bloemen, vorige jaren wat blauw aangelopen, ontspruiten aan lange op de grond voortkruipende stengels. We bekijken ook de Tuinsalomonszegels die daar pronken met hun ietwat kantige stengels. Je voelt zelfs de lijsten.

We maken de bocht langs de buitenrand van het domein en passeren de vertrapte groeiplaats van Bosgierstgras, dat in kommervormen toch in bloei komt. Na inspectie van de nieuwe groeiplaatsen van Heelkruid treffen we nog plaatsen aan met veel Maarts viooltje en Bosklimopereprijs. Op de vroegere vindplaatsen van Bosandoorn is de soort niet meer te vinden, maar er bloeien wel 3 exemplaren Boszegge. Muursla is er eveneens aanwezig, maar niet in bloei. Tegen de middag sluiten we de wandeling af in de broeierige hitte die onweer voorspelt. 

 

Voor eerst monitoren in het Leeuwerikpark te Berchem   5 juni 

Met twee gloednieuwe deelnemers er bij doen we een kijkje in het Leeuwerikpark naast de snelweg. We zijn met negen. Pas als het verkeer volledig stilstaat – comme d’habitude – is het lawaai draaglijk. Het is nog koel en bewolkt als we de lijst aanvatten. Onder de tuinvlieders zien we o.a. Chinese zuurbes, die in vrucht staat. De bessen zijn populair bij lijster-achtigen en de pitten belanden ook in het nabijgelegen natuurgebied. Opvallend dikke sluiergemeenschappen zijn opgebouwd met Hop en Haagwinde. Enkele gazons zijn ongemaaid gebleven (Paasbloemen!), maar ze zijn echt soortenarm, met dominantie van Gestreepte witbol en Kleine klaver.  Onder een beukenheg op dolomiet hebben zich de vorige jaren nog kleine populaties Klein glaskruid tot een dominante ondergroei ontwikkeld. We vinden er wat Langbaardgras, Hoenderbeet en Witte dovenetel. In het gazon ernaast domineren Engels raaigras en Madelief, met lokaal uitbundige aanwezigheid van Kleine leeuwenklauw en Veld-ereprijs. Speenkruid is al onvindbaar.  In de plantsoenen heeft zich een abnormaal grote populatie Gevlekte aronskelk gevestigd (tuinvorm) en in de struiklaag een explosie van een bastaard-Viburnum (Viburnum x rhytidophylloides.) In het gazon staat ook een enorme Hemelboom die honderden zaailingen heeft achtergelaten. Witte paardenkastanje is ondanks het maaien overal zichtbaar. Westwaarts zijn enkele grote Witte abelen en Canadapopulieren verwijderd. In de kruidlaag vinden we nog veel akkeronkruiden, waaronder ook enkele soorten uit het ‘pakske’. Korenbloem heeft zichzelf hier uitgezaaid in de ruigte. We nemen nog nota van de uitdijende massa Overblijvende ossentong en betreuren de achteruitgang van Maarts viooltje in diens zog. Het lijkt erop dat Groot nagelkruid ook hier voet aan wal krijgt.

Opvallende afwezige is Glanshaver: nergens gezien…

U kan de waarnemingen hier volgen. De foto’s hier.

Een lijst van deze korte monitoring vind je hier.

Fonas-excursie Brilschans

 

Monitoring Bocht van Oosterweel   19 juni 

Er is nauwelijks iets van de Scheldedijk heel gebleven hier. Enorme cementmolens en afrasteringen sluiten de Sloepenweg af. Dus aan de Bocht van Oosterweel blijven we weg. We mogen de afgesloten kaden langs het sas van de Kattendijksluis onderzoeken en zijn daar de ganse morgen mee bezig. Naast de kasseiflora met Behaard breukkruid en Liefdegrassen vinden we er o.a. Ruw struisgras (of Zilverstruisgras), een zeldzaamheid die het al tientallen jaren uithoudt in de toch veranderende omgeving. De kaden zijn hier niet gedood en dat maakt toch een klein verschil voor de biodiversiteit van onze stad. De muren zijn nog grotendeels met varens begroeid. Op de zuidkade is nog steeds wat Duinreigersbek te vinden. We kunnen de bloeiende planten met details van de vrucht op waarnemingen bussen. Op de lijst staan 153 soorten, en de onderzochte oppervlakte was niet groter dan de sluis!

 Duinreigersbek

 

 

 

Monitoring op de Brilschans zijde Wolvenberg        3 juli 

Op de Brilschans liggen enkele hooilanden en bospercelen die als natuurgebied bij Wolvenberg worden beheerd en gemonitord. We maken er een streeplijst, ondanks de recente maaiwerken. We vonden er nog een 100-tal soorten. Wat de konijnen niet konden afknagen en wat de zon heel liet staat op de lijst. We zijn vandaag met 10 deelnemers. Annick neemt de nota’s en Miel de foto’s.

We vertrekken aan de tramlus (net buiten natuurgebied) en in de ruigte met o.a. Hemelboom en Witte paardenkastanje vinden we nog heel wat bloeiers, zoals Brunel, Peen, Akkerdistel, Late guldenroede en Bijvoet. Daarna passeren we het Schietwilg broekbos waarin al snel twee Boomvalken worden opgemerkt. Hier zien we o.a. Kraakwilg, Dauwbraam, Gewone smeerwortel, Gewone es met de Essenziekte, Spaanse aak, Noorse en Gewone esdoorn, Zoete kers en een (ooit aangeplante) Laurierwilg die pas in vrucht komt. Achter in het bos staat nog een Aziatische exoot die bijna in bloei staat: Cladastris sinensis.

De gemaaide hooilanden zijn haast verdord en in de randen vinden we nog veel soorten terug, de meesten in zaad. Op Jakobskruiskruid zit een Boomblauwtje. Ook staat er een Hertshooi in bloei dat iedereen als Sint-Janskruid bestempeld. De kelkblaadjes vertonen tandjes die bewijzen dat de plant eigenschappen van een ander Hertshooi in zich draagt. Ook de oliekliertjes zijn divers van grote en weinig in aantal. We noemen het Frans hertshooi en is overal in de omgeving overvloedig aanwezig. Rapunzelklokje is intussen uitgebloeid. Intussen heeft iedereen wel de Boomsprinkhaantjes en ook de Sikkelsprinkhaan gezien. Onder de grassen kunnen we er een tiental op naam brengen. Na wat speuren vinden we Reukgras terug met al lege aartjes. Ook Gewone bermzegge is goed herkenbaar in vrucht. Opvallend grote exemplaren Brede wespenorchis staan in de schaduw. Vera vindt hier zowaar een nieuwe groeiplaats van Groot heksenkruid, dat in bloei staat. Onder de afgemaaide Dauwbramen vinden we vooral Penningkruid, Gewone ereprijs en Bosaardbei. Het groepje gaat nog kijken naar de Vogelkers die nu in vrucht staat en dit jaar gespaard bleef van de ergste insectenvraat. Een boomvalk vliegt laag over: bijna iedereen heeft hem duidelijk gezien. In het bos tegen de brug kunnen we het verschil mooi zien tussen Gladde en Gestreepte witbol. Met de loep duurt het even voor iedereen de naald op de mannelijke bloem aan de rugzijde uit het onderste kroonkafje heeft gezien. Dat is dus Gladde witbol, met de rare haarringen op de stengelknopen. We houden nog even halt aan de nieuwe vindplaats van Groot nagelkruid. Er staat nog een exoot bij, n.l. Stijf ijzerhard. Over de Schans gaan we terug naar het vertrekpunt. We passeren er de vindplaats van Akkerhoornbloem en de massa aangeplante Zelkova’s. De blaadjes en vruchtjes wijzen wel op Zelkova serrata en niet op de Kaukasische zelkova. De zaailingen beneden aan de vijver zijn toch ‘Japanse olm’, met duidelijk gezaagde bladrand en zo’n 13 paar zijnerven. We nemen nog foto’s van Moerasrolklaver in bloei, in een fris graslandje met kwel. Einde van de tocht in de zomerhitte, met boven ons de gierende zwaluwen en achter ons de lachende Groene specht.  

 

Monitoring van de droge vijverflora in het Stadspark  17 juli

Op de kalender is vandaag de evaluatie van de oeverflora in het Stadspark voorzien,  die dit maal al voor de 10de keer in groep wordt onderzocht (1992-2018). Er is zoals steeds wel wat meer belangstelling voor dit fenomeen, want de vijver staat alweer droog. We zijn met 11 deelnemers, zowat evenveel als het parkpersoneel dat tot onze verbazing juist op dit aangekondigd moment de hoge oever aan het maaien is. De ploegbaas maakt een praatje en het is duidelijk dat hij niet weet wat er misging. De maaibeurt was eigenlijk voorzien in de vroege lente of laat najaar, maar daar is blijkbaar niets van gekomen. Alle bloeiende planten zijn er op twee uur tijd verwijderd. Je zal maar een bij zijn…

Tenslotte nemen we genoegen met de vijverbodem, die overvloedig begroeid is met een kalkminnende, zelfs braktolerante flora. De bedekking is zeker 80%. Annick maakt de lijst en Karin en Miel nemen de foto’s. De morgenzon begint al spoedig te steken. Na opname van de meest gewone soorten valt ons een reeks forse cypergrassen op. Het gaat om Bleek cypergras, een invasieve neofyt, dat de bovenzijde van de oever in een brede strook heeft verovert op de populatie Heen (Zeebies). In het lagere deel staat echter nog een ander cypergras, dat haar rozet breed uitspreidt en eveneens in bloei staat: Bruin cypergras, een zeldzame inheemse plant. Het is niet te geloven dat wat we 20 jaar geleden met enkele exemplaren ontdekten in de vijver intussen zo’n enorme populatie heeft opgebouwd. Over honderden meters is de kleiige bodem door deze zeldzaamheid begroeid! De soort is immers gespecialiseerd in het bezetten van droogvallende oevers van vijvers en kleibanken in rivieren en heeft een langdurende zaadbank. De diepere delen zijn vooral begroeid met natte ruigten, overwegend Heelblaadjes, Ganzenvoeten, Basterdwederiken en Duizendknopen. Hiertussen zitten duizend bloeiende Waterpungetjes en tapijten van Bruin cypergras. We treffen nog oude bekenden aan: Rosse vossenstaart, die van Geknikte o.a. verschilt in het ontbreken van langere kafnaalden, Gevleugeld hertshooi en een grote populatie Fraai duizendguldenkruid. Allemaal in bloei. We nemen nog een kijkje bij de woekerende tuinsoorten in een gedempte vijverarm. Beemdooievaarsbek heeft zijn areaal hier vertienvoudigd sinds vorig jaar en heeft zelfs 100 m² van de vijverbodem ingepalmd. Het Schildblad (wij dachten toen nog Gunnera spec.) steekt er alleszins nog bovenuit. De stortbui van gisteren heeft de holle bladeren gevuld. Op de terugweg kieken we nog een bleekbloeiende Rolklaver, waarvan de blaadjes niet aan Smalle rolklaver kunnen toegekend worden. Ze wordt als Rechte rolklaver herkend door onze admins. De bloemen zijn immers bleek, de stengel recht en de blaadjes kaal. Echt niet aan gedacht, al is ze in Antwerpen al meer gezien.

We zien 130 soorten, waarvan  een 20-tal zeldzame en minder algemene soorten. We hebben slechts de helft van de vijver kunnen prospecteren en spreken af om later de rest nog te doen.

 

fonas-stadspark

 

Vervolg van de droge vijverflora in het Stadspark   24 juli

De noordzijde van de voormalige vest is eveneens volledig uitgedroogd. Met vijf deelnemers onderzoeken we de bodem om de lijst van vorige week aan te vullen. Het centrale deel is eveneens een gebarsten kleilaag, waar van aan de start overal Bruin cypergras wordt opgemerkt. Zomprus is er co-dominant met Rode ganzenvoet, dat vol zit met gallen van Meldeluis. In de dichte begroeiing staat een overvloed aan Goudzuring, Viltige basterdwederik, Blauwe waterereprijs en Waterpunge, allen nog in bloei. Ook Hanenpoot treedt er lokaal overvloedig op. We worden andermaal gefopt door Heen, dat piepjong soms in dichte kussentjes opduikt, maar zich verraadt aan de rijvormige opbouw langs de worteluitlopers. Overal staan zaailingen van Witte esdoorn en Plataan. Er zijn meerdere plekken waar Echt duizendguldenkruid in bloei staat, soms met een honderdtal tegelijk. Pas aan de het eind van rondgang vinden we polletjes Borstelbies, verdroogd in vrucht. Tussen een groepje vegetatieve Goudbessen staat Groene naaldaar in bloei. Bleek cypergras heeft blijkbaar een groot deel van de vijver veroverd en we hopen dat een toekomstige inundatie deze agressieve siersoort kan terugdringen. Eens gevestigd is het nauwelijks weg te krijgen. De lijst is dus aangevuld met een aantal bijkomende soorten. Dit brengt ons totaal in de vijverbodem op 134 taxa. Muhlenbergia mexicana is niet meer opgemerkt.

 fonaskonijnenwei

 

In de Godenstraten van Berchem  31 juli 

Vorig jaar werd in deze wijk Mazus pumilus ontdekt, een klein maskerbloempje dat op slechts één andere plek in ons land is ontdekt. Wij gaan met onze stadsgroep kijken of het heeft stand gehouden. Uit de staalblauwe hemel blaast een droge bries.

Aan het afspraakpunt is iedereen al opgeschoven naar de vindplaats van Mazus, waar Annick enkele bloempjes heeft ontdekt. Enkele weken geleden was er nog niets te bespeuren! Maar vandaag zijn we met 10 deelnemers getuige van deze herrijzenis. Er zijn een tiental planten aanwezig, waarvan er twee in bloei zijn. Ondanks de aanhoudende droogte hebben zich op de vindplaats nog heel wat soorten kunnen ontwikkelen, voor zover kasseivoegen-flora  dat kan. Naast Schijfkamille, Steenkruidkers, Brede weegbree, Liggende vetmuur en Varkensgras vinden we vooral Straatliefdegras en kommervormen van Harig vingergras en Gehoornde klaverzuring. Ze komen niet boven de bolle stenen uit. In de nabijgelegen verdorde gazons houden vooral Jacobs- en Bezemkruiskruid, Duizendblad, (opslag van) Robinia, Vijfvingerkruid, Zachte ooievaarsbek, Klein streepzaad en Biggenkruid stand.  Op de stoepen in de Herculusstraat vinden we bovendien ook miniatuur polletjes Klein liefdegras en Groene naaldaar, overvloedig vergezeld van Behaard knopkruid. Een kevertje dat we fotograferen is Rozemarijngoudhaantje. In een heg groeit net als vorig jaar een mooie populatie Bitterzoet, die door Tomatenmijt is aangetast. Opvallende bloeiers zijn Europese hanenpoot, Haagwinde, Tuinwolfsmelk en Hoge fijnstraal. Op de tuinmuurtjes heeft zich veel Dalmatieklokje gevestigd. In de Jupiterstraat zijn de muurtjes ook begroeid, met o.a. Muurvaren, Heelblaadjes, Kantige basterdwederik, Grote maagdenpalm, Tijmereprijs en Mannetjesvaren. In de goot vinden we zaailingen van Altheaboompje. In de Neptunusstraat noteren we o.a. Vingerhoedskruid, Penningkruid, Muursla, ‘Wilde’ akelei, Gewone brunel, Uitstaande vetmuur en Maarts viooltje. De determinatie van een bloeiend Havikskruid in rozet, met bescheiden afstaande omwindselblaadjes, loopt al fout vanaf het begin van de sleutel en wordt nadien als Schermhavikskruid goedgekeurd. In de Marsstraat wordt (niet bloeiende) Peterselie ontdekt, een zeer zeldzame stadsplant al is het maar een tuinkruid. De sterke Peterseliegeur is een goed onderscheid met Hondspeterselie, die naar een vieze selderij ruikt. We passeren nog wat keldergaten met Tongvaren en vinden in een garagesteeg zaailingen van Chinese zuurbes (Berberis julianae), met lange gele doornen in groepjes van drie. Op dit kleine stukje hebben we meer dan 100 soorten gevonden, en spijtig genoeg hebben we geen tijd meer gehad om de straten aan de overzijde van Gitschotelei te bezoeken. Blijkbaar heeft Kransmuur nog niet de kans gehad zich in deze godenstraten te vestigen. Ook Behaard breukkruid is niet gevonden.

Klik Godenstraten voor een overzichtslijst

 

 

 

Toch nog eens naar de Konijnenwei    7 augustus 

Met gevieren zijn we om de vlakte van de Konijnenwei te onderzoeken. Al spoedig haakt er een af. De hitte is om te bakken, maar de uitdaging om er de bijzondere zomersoorten te zoeken is groot. Na een eerder zinloze dwaaltocht over de werfzone en de nieuw aangelegde weg die het park voorgoed degradeert vinden we in een laagte alvast Bonte luzerne, Sikkelklaver, Zeegroene ganzenvoet, Grijze mosterd en Echt duizendguldenkruid. In de grote hitte is de vegetatie geklepeld en zo achtergelaten; alles is weldegelijk verschroeid. Na een reeks banale soorten verschansen we ons in een lommerzone langs het spoor waar een uitgedroogde moeraszone nog een aantal soorten laat zien, zoals Biezenknoppen, Zeegroene rus, Riet, en vreemd genoeg zien we er voor het eerst Heen, dat nog niet in bloei komt. Na wat rondneuzen vinden we verder Platte rus, Zwarte balsempopulier, Tweerijige zegge en Zomerbitterling, dat natuurlijk volledig is uitgebloeid. In de noordzijde ligt een kleine schrale heuvel met Fijn schapengras en Schermhavikskruid in bloei. Zeepkruid en Jacobskruiskruid staan nog dapper in bloei. Achteraan is een ‘geluidswal’ opgeworpen waar we geen van de vroegere soorten nog terug vinden, tenzij Boslathyrus. Waarschijnlijk heeft men hier ooit de zaak willen verdoezelen, want we vinden er enkele nieuwe (vreemde) soorten, w.o. Kleine pimpernel, Kegelsilene, Bevertjes en Grote windhalm; deze laatste is wsl. niet vervalst. In het terugkeren vinden we badend in het zweet nog een plek met Stalkaars, Klein vogelpootje en Rode schijnspurrie. De heetste dag van de zomer levert toch enkele speciale vondsten op, zij het op een plek waar niets zal worden heel gehouden.

Klik Konijnenwei voor een overzichtslijst.

 

 Muurbloemmosterd

Monitoring Rangeerterrein Kiel                                                      21 augustus

Met 6 deelnemers staan we verbaasd naar de omgeving te kijken. Er is niets meer van bebouwing, alles is platgegooid en het terrein is omgeven door hoge hekken. Grote vrachtwagens razen af en aan op de werf, maar stoer als we zijn gaan we stilletjes de werfingang voorbij, druk inventariserend. Het terrein bestaat enkel nog uit pioniersvegetaties en een beperkt aantal verboste ruigten. Na enkele minuten komt de werftoezichter al bij ons staan. Wij vragen dan om toestemming om de werf tot aan de spoorlijn te dwarsen en daarna aan de straatrand een opname te maken. Gelukkig krijgen we een korte tijd om dit te doen. Maar goed ook want we zijn op zoek naar de kleinoden die hier zovele tientallen jaren overleefden, zoals Spiesleeuwenbek, Liggende ganzenvoet enz. Bijna alles bestaat uit Rode ganzenvoet en Melganzenvoet, deels met Schietwilgjes doorspekt. Amerikaanse kruidkers is ook goed vertegenwoordigd en we kijken uit voor Dichtbloemige, maar de vruchtjes zijn allemaal te rond. Er staat ook nog veel Kleine leeuwenbek in bloei en Ruwe smele, die we aanvankelijk voor Moerasbeemdgras houden. Gelukkig vinden we een zeldzame ganzerik terug die we helaas in de laatste stap verkeerd op naam brengen. Het is niet Rechte maar Noorse ganzerik die we hier bloeiend aantreffen, met overwegend drie deelblaadjes en hier en daar een met vijf.

Langs de werfrand, waar geen gevaar loert, vinden we verder nog een flink aantal exemplaren Witte amarant, met de kleine stekeltjes venijnig tussen de bestudeerde bloemen. Onder een grote populatie Azijnboom groeien o.a. Amerikaanse vogelkers, Late guldenroede en Avondkoekoeksbloem. De Uitstaande melde is hier bijzonder smal van blad en we vermoeden zelfs een kustsoort, maar uiteindelijk vinden toch een normaal blad met naar voor gerichte zijtanden. Heggenduizendknoop (hola, geen Bruidsluier hoor!) heeft hier met Hop en Haagwinde sluiergemeenschappen opgebouwd. We zitten even strop aan een Koningskaars, waarvan de lijsten diep voorbij het volgende blad lopen en waarvan we menen dat er toch een spatelvormige stijl van Stalkaars aanwezig is. Maar de nabloei is te geel voor Stalkaars…

Er staan ook rozetten van Middelste ganzerik, die al grotendeels is uitgebloeid. Bij het terug keren passeren we nog een poel die na de recente regen is gevormd. Er zijn geen echte waterplanten te vinden, wel verdronken oeverruigte. Voorts staan er in het puin allerlei rariteiten zoals Klavertje vier (Oxalis tetraphylla), Slaapbol, Gehoornde klaverzuring, Moederkruid, Stokroos en Muurleeuwenbek tussen de jonge wilgen. De zgn. “kalkmijdende” Muurbloemmosterd (foto boven) heeft ons verrast, aanvankelijk leek het allemaal blauwgroen aangelopen Grote zandkool. Aan een overgroot exemplaar is het wel duidelijk, want de (rozet)bladeren zijn liervormig en de bleekgele kroonbladeren vertonen een sierlijk nervenpatroon dat tot de rand doorloopt en terugkeert. Ballote stelt ons voor een raadsel, want de typische geur ontbreekt. De kelktanden zijn niet lang genoeg voor de subspecies nigra, dus blijft het Stinkende ballote. Ook die simpele Dagkoekoeksbloem, een zeldzame verschijning in onze stad, zal haar jarenlange standplaats verliezen als de bouwwerf voltooid is. Daglijst met 150 soorten hier.

 

 Vogelzang

Op de Kleine Ring in het complex Vogelzang                               4 september

 

Met zes zijn we om de graslanden te onderzoeken. We konden ook het park ingaan, maar daar is niets van vegetatie heel gebleven. De autostradebermen zijn naar slechte gewoonte allang niet meer als waardevolle graslanden beheerd. Het maaisel blijft geklepeld achter en de bodem verstikt met rottend materiaal waar alleen meerjarige ruigtesoorten voordeel aan hebben.

Aan de oprit naar de A12 ligt ons mooiste schraalland, grotendeels bestaande uit afgestorven grassen. Momenteel is het bloeiende Schermhavikskruid dominant, gevolgd door Knoopkruid, Frans hertshooi, Gewone rolklaver en Gewoon struisgras. Overal staan rozetten van Knolboterbloem. Eén Margrietje staat nog in bloei, evenals wat Jakobskruiskruid en Veldlathyrus. We hebben al gauw 50 soorten bijeen. Als je de afgestorven grassen opzij vouwt zie je overal de nieuwe scheuten van Gewone veldbies. Achteraan, op het schraalste punt, is de bodem nog deels zichtbaar, bedekt met kleine plukjes Korstmossen. Het is dan ook een ware verrassing om de duizenden aartjes van Vroege haver hier te zien. Een kijkje eind april had waarlijk een tovertafereel geweest. Het is ook een goed moment om de kiemplanten van Klein vogelpootje te herkennen, in groot aantal uitkomend tussen de Vroege haver. We speuren de randen nog af, waar de goot rond het complex loopt en kunnen er een grote populatie Klein liefdegras waarnemen, vergezeld van Vlasbekje, Steenkruidkers en Hertshoornweegbree. Lijst 1.

We steken de Gerard le Grellelaan over naar de afrit waar enkele plagplaatsen liggen. Ook deze zijn overvloedig gekoloniseerd door Vroege haver, vergezeld van Klein vogelpootje en Schapenzuring. De verruiging eromheen is schrijnend. Opvallend is de vruchtzettende Kraailook tussen de massa Kweek, Akkerdistel en Schermhavikskruid. We nemen nog nota’s van het voetpad, met o.a. Grijskruid, Straatliefdegras, Moeraskers, Avondkoekoeksbloem en Akkerwinde. Losse waarnemingen Lijst 2.

Tenslotte gaat ons gezelschap de bermen van de Kleine Ring zelf nog eens op. Ook hier weer een behoorlijke lijst, met als uitschieter toch wel de vondst van Aardaker, op dezelfde plaats als in 2013… Onder de vangrail van de afrit staan een aantal merkwaardigheden zoals Brandpastinaak, Muskuskaasjeskruid, Echt bitterkruid, Groene naaldaar en Wit vetkruid. Een lijstje van bijna 100 soorten. Lijst 3.

We hebben zo’n 120 soorten gezien op het erbarmelijkste tijdstip van dit floristisch seizoen. Toch interessant! Daglijst.

 

Fonas kattendijkdok

 

 

Op de Oostkade van het Kattendijkdok en de Mexicobrug            18 september

Met 5 zijn we aan de Londenbrug om de laatste FONAS te doen van dit kalenderjaar, nogmaals onder een pittig zonnetje.

De Zuidkade met de brug toont ons alvast dat ongeschoonde muren nog vol leven zijn. Naast Steenbreekvaren, Muurvaren en Mannetjesvaren groeien er o.a. ook Bezemkruiskruid, Klein hoefblad, Harig knopkruid, Frans hertshooi, Wilde peen en een massa Kransgras. Bovenop noteren we Klein liefdegras, Gewoon langbaardgras, Duinriet en Gewoon duizendblad. Uit de plantsoenen is de cultivar van Margriet (Leucanthemum vulgare subsp. ircutianum) verwilderd en ze staat in bloei. Het lijkt natuurlijk prima maar het is fake.

Op de Oostkade gaan we meteen naar de muur met de oude vindplaats van Blaasvaren, maar er is niets meer verschenen. De kade is verhard met een stoffig dolomiet waarin we slechts algemene soorten noteren zoals Schijfkamille, Amerikaanse kruidkers en Witte klaver. Tegen de gebouwen staan enorm grote planten IJzerhart, vergezeld van Speerdistel, Zwenkdravik en grote exemplaren Gevlamde fijnstraal. Verderop groeit een vreemd allegaartje van Witte honingklaver, Haagwinde en Ronde ooievaarsbek. Er liggen nog enkele stukken met kinderkopjes, waar we de populatie met Viltganzerik nog deels in bloei kunnen prospecteren. Ze is vergezeld van Moerasdroogbloem, Hertshoornweegbree, Tengere rus (oei wij dachten Platte rus!), met in de schaduwhoek nog Oosterse karmozijnbes, de bloemen reikend naar het schaarse licht en de 8 deelvruchtjes reeds zichtbaar. De Ranonkelrozet die we niet konden thuisbrengen blijkt een simpele Behaarde boterbloem. Nachtschone, ook een befaamde thermofiele tuinvlieder, staat in bloei naast een kleine teunisbloem die we Zandteunisbloem benoemen. Verder zien we hier Zilverschildzaad in bloei met Luzerne en zijn (Sikkelklaver)hybride Bonte luzerne in bloei én in vrucht. De sikkels zijn onmiskenbaar iets te ver gekromd en de bloemen zijn soms groenig en paarse geaderd.

Op weg naar de Mexicobrug duiken de eerste verse plantjes Kaal breukkruid in de kasseivoegen op, in gezelschap van Hertshoornweegbree, Steenkruidkers en Welriekende ganzenvoet. Het is even schrikken als we van deze laatste de reuzenplanten zien die hier tegen een muur massaal in vrucht staan: bijna 3 meter hoog!! Er staat ook een populatie met lipbloemigen, met bloempjes als miniorchideetjes, grotendeels in vrucht en na enkele pogingen, van Andoorn naar Lythrum, luidt de vraag: hoe ruikt die? Wel sterk naar munt. Het materiaal wordt uitgebreid gekiekt, maar tot op heden zijn we slechts bij Pycnanthemum beland, een Amerikaans muntachtig geslacht, in de handel als Bergmunt. Materiaal moet nog worden bezorgd in de Plantentuin van Meise.

We onderzoeken het brughoofd en de muren langs het water, waar we duidelijk Kluwenzuring herkennen en stellen ons tevreden met de dakgootvegetatie vol Ruw struisgras, volkomen uitgebloeid, maar wuivend in de wind. Lijst met 112 soorten en enige vraagtekens vind je  hier.

TOP