Mochten landbouw en natuur een Facebookpagina hebben, dan stond er als relatiestatus: it’s complicated. Toch zijn natuur en landbouw in Vlaanderen inniger met elkaar verbonden dan je zou denken.

 

Uit Natuur.blad Lente 2019

Limousin

HOE LANDBOUW ONS LANDSCHAP SCHIEP

Voor de mens zich settelde en het land begon te bewerken, zag Europa er helemaal anders uit: het Avondland was bedekt met bos. Toen zo’n 7.000 jaar geleden Homo sapiens aan de horizon verscheen, drukte die meteen een stempel op zijn leefomgeving. Maar het was pas op het moment dat de mens zich settelde en aan landbouw begon te doen, dat langzaam maar zeker het landschap ontstond dat bij velen van ons nostalgische gevoelens opwekt. Vlaanderen werd een zeer gevarieerd lappendeken van bossen, weilandjes, houtkanten, kleine akkers, heide en polders.

De nieuwe landschappen trokken nieuwe soorten aan: pionierende akkerkruiden verschenen op de akkers die regelmatig omgeploegd werden. Vogels die zich voorheen enkel ophielden in natuurlijke habitats zoals steppes en heide, zoals de grauwe gors en de veldleeuwerik vonden in de akkers ook hun stek. Voormalige moerasbewoners, zoals grutto en kievit maakten weides tot hun thuis en bergbewoners zoals de zwarte roodstaart ruilden hun rotsige habitat voor een plekje in het dorp.

Veel van die oude
boerenlandschappen
worden nu als
natuurgebied
beschermd en
beheerd.

Op landwegels konden patrijzen stofbaden nemen, doornige heggen boden voor zangvogels schuilplaatsen tegen roofvogels. Hamsters vonden het in graanvelden even comfortabel als in de poesta, steenuilen nestelden zich in oude knotwilgen. Ook vleermuizen ontdekten de deugden van de dierenverblijven en nestelden zich in de makkelijk toegankelijke stallen. Zo raakten bepaalde soorten onlosmakelijk verbonden met het boerenerf: de boerenzwaluw ging zich er exclusief nestelen en werd een welkome medebewoner die voor de landbouwers elk jaar weer de lente aankondigde.

BOER EN NATUURBESCHERMER

Vóór de Tweede Wereldoorlog was dit het gezicht van de landbouw: kleine familiebedrijven in een kleinschalig landbouwlandschap dat wemelde van de wilde soorten. 

Kleinschalig landschap

Het is het dorp zoals we het kennen van de schilderijen van Breughel, het landschap waar we ons historisch mee identificeren. Veel van die oude landbouwlandschappen worden nu als natuurgebied beschermd en beheerd. 

Tegenwoordig staat dat beeld ver van de werkelijkheid: na de Tweede Wereldoorlog spreidde de lintbebouwing haar tentakels uit, tot Vlaanderen herleid werd tot één groot stedelijk gebied, afgewisseld met akkers en velden, waarop onder druk van de wereldmarkt en almaar dalende voedselprijzen steeds intensiever wordt geteeld. 

Na het trauma van de wereldoorlog beloofden de Europese leiders namelijk dat de bevolking nooit meer honger zou hoeven te lijden. Het gezicht van de landbouw veranderde volledig: van een lokale landbouw met een lage opbrengst evolueerde men, met de hulp van pesticiden en kunstmest, naar een zeer productieve landbouw. De bevolking leed niet langer honger, maar het ecosysteem betaalde een zware prijs. De typische Vlaamse landbouwlandschappen, zoals we ze van oudsher kennen, veranderen in een ijltempo. Met die veranderende landschappen komen de soorten die al zo lang naast en met de boerengemeenschappen leven zwaar in de verdrukking. De biodiversiteit in het boerenland, die vroeger nog vanzelfsprekend was, is een schaduw van wat ze geweest is.

De relatie tussen natuurbeschermers en boeren is vaak een gespannen relatie. Beiden zoeken naar manieren om hun areaal te behouden in een regio waar de grond onder druk van verstedelijking en de opmars van buitenverblijven of paardenweiden almaar schaarser wordt. Waar de landbouwer, in de tang van dumpingprijzen voor zijn producten, vaak geen andere keuze ziet dan steeds meer te intensiveren, is de tol voor de natuur hoog. Het lijkt alsof boeren en natuurbeschermers in een onmogelijke patstelling staan. En toch moeten we samen verder. Het afnemen van de veerkracht van het ecosysteem heeft gevolgen die iedereen treffen, zowel de biodiversiteit als landbouwers. De enige constructieve weg vooruit, is een gemeenschappelijke weg.

Hoewel het discours rond landbouw en natuurbescherming gepolariseerd is, merken we dat er op het veld vaak zeer goed en zeer intensief wordt samengewerkt en dat de spreekwoordelijke kloof vaak minder diep is dan men op het eerste zicht zou denken. Waar men die polarisatie kan overstijgen en kijkt naar hoe landbouw en natuurbescherming elkaar kunnen versterken, wordt met succes samengewerkt.

VERTROUWEN

Vertrouwen krijg je als je vertrouwen geeft”, zegt John Van Gompel, bezieler van de Uitkerkse Polder, een uitgestrekt natuurgebied van zo’n 1400 hectare. Van Gompel werkte jarenlang hard aan de verwezenlijking van het natuurgebied en slaagde erin een solide samenwerking aan te gaan met lokale boeren. Hun runderen begrazen de graslanden en beheren op die manier de polder, die ondertussen de grootste kraamkamer voor weidevogels van Vlaanderen is geworden. Niet alleen weidevogels zoals grutto, kluut en kievit kunnen er ongestoord broeden, maar ook slobeend en wintertaling vinden de plek ideaal voor hun nageslacht. Boer André De Ryckere is één van de boeren wiens koeien in de Uitkerkse Polder grazen. Hij schakelde daarvoor om naar een koeienras uit het zuidwesten van Frankrijk. Het is een ras dat goed gedijt op de schrale graslanden in de Polders. Hij heeft geen spijt van zijn omschakeling. “Ik kan mijn bedrijf op die manier goed runnen. De runderen geven me hetzelfde rendement als de witblauwe runderen die ik ervoor had.”

Waar men die polarisatie
kan overstijgen, en
kijkt hoe landbouw en
natuurbescherming
elkaar kunnen versterken,
wordt met succes
samengewerkt.

Er zijn al gedreven landbouwers en natuurbeschermers die volop onderzoek doen naar hoe je op een natuurvriendelijke manier in de voedselbehoeften van de bevolking kan voorzien. Soms biedt technologie een antwoord, soms is het simpelweg teruggrijpen naar beproefde methoden van vroeger. Zo biedt een afgenomen vraag naar vlees, kansen aan een meer extensieve manier van veehouderij, zoals die van boer André. In de fruitteelt kennen ze al langer de voordelen van biodiversiteit: zo worden niet alleen honingbijen, maar ook wilde bijen en hommels ingezet om ervoor te zorgen dat we appels en peren kunnen blijven eten. Er zijn boeren die maar wat blij zijn met de uilenkasten op hun bedrijf, die muizen en ratten vangen.

Desondanks kan het beter met het imago van de landbouw, die alleen in het nieuws lijkt te komen wanneer er problemen zijn. Kan de natuurpracht op het boerenbedrijf een motivatie zijn voor mensen om de band met de landbouw weer aan te halen?

HERONTDEK DE BOERENNATUUR

Mensen gaan op vakantie naar de meest exotische landen, maar hun eigen dorp kennen ze nauwelijks” zegt Jarno Vandepoel. De jonge landbouwer zweert bij historische brabantse witblauw dubbeldoel runderen, die grazen in natuurgebieden. Het vlees verkoopt hij onder meer in zijn hoevewinkel. “De meeste mensen zijn de band verloren met de boerennatuur die hen omgeeft. Ze weten niet meer waar hun producten vandaan komen, wat landbouw precies inhoudt.” Jarno boert met veel liefde en passie voor zijn dieren en het landschap waarin hij werkt en leeft. Net zoals de meeste boeren werkt Vandepoel erg hard. “Deze stiel doe je alleen als je gepassioneerd bent”, verzucht hij. “Prijzen zijn zo laag, dat het voor de meeste boeren knokken is om het hoofd boven water te houden. Als je aan landbouw wil doen op een manier die niet verwoestend is voor de natuur, moet je je producten aan een eerlijke prijs kunnen verkopen.”

Warme oproep

We doen daarom een warme oproep om die boerennatuur te herontdekken: ook al gaat hun bestand hard achteruit, er zijn nog grauwe gorzen, boerenzwaluwen, kieviten, patrijzen, gele kwikstaarten en veldleeuweriken. Er zitten nog mussen in heggen. Je kan nog genieten van de rust in de historische landschappen, die we als landbouwende mens door de eeuwen heen vorm gaven. En wanneer je er dan toch bent: zeg gedag tegen de lokale boer, sla een praatje. Leer diegenen kennen die er elke dag weer voor zorgen dat er voedsel op onze tafels komt. Als het kan, koop je producten rechtstreeks bij de boeren. Help hen om op een duurzame manier om te gaan met de landschappen waarin ze sinds mensenheugenis leven en werken.

Dit project werd gefinancierd met de steun van de Europese Commissie.

    

Dit project werd gefinancierd met de steun van de Europese Commissie.
De verantwoordelijkheid voor deze publicatie ligt uitsluitend bij de auteur; de Commissie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van de informatie die erin is vervat.

 

TOP